Voedselbonnen in de Verenigde Staten

Het land van de onbegrensde mogelijkheden
Met een winkelkarretje gevuld met pindakaas, ingevroren brood, spaghetti en een dure knoflookteen van 32 cent verliet Jim McGovern de supermarkt. De Democratische afgevaardigde overleefde samen met enkele collega's zeven dagen op door de overheid verstrekte voedselbonnen. Met hun persoonlijke ervaringen hopen de politici een meerderheid in het Congres over te halen vier miljard dollar aan het jaarlijkse budget van dit overheidsprogramma toe te voegen.

33 miljard dollar aan voedselbonnen voorzien 26 miljoen Amerikanen van een aanvullend inkomen zodat ze na betaling van vaste lasten nog eten op tafel kunnen zetten. "Steeds meer armlastige Amerikanen zijn volledig van bonnen afhankelijk voor het kopen van al hun voedsel", zegt Tim Ryan, die Ohio vertegenwoordigt. De gewenste vier miljard dollar zou een gezin van vier 48 dollar per maand extra opleveren. Dat dit de overheid de komende vijf jaar twintig miljard dollar zal kosten baart Ryan weinig zorgen. "We spenderen nu elke drie maanden hetzelfde bedrag in Irak," relativeert de afgevaardigde.

"Voedselbonnen leiden tot ongezonde voeding"


Al na een paar dagen op zijn hongerdieet betuigde Ryan gegeneerd spijt op zijn website. Voor een belangrijke toespraak in New Hampshire had hij zich op varkenskoteletten gestort. Tot overmaat van ramp werden op het vliegveld een aantal in plastic verpakte maaltijden in beslag genomen die in zijn handbagage zaten. Met twee dagen te gaan had Ryan 33 cent en een zak korenmeel om op te teren.

Het bonkende hoofd van zijn partijgenote Janice Schakowsky smeekte vanaf dag één om de dagelijkse dosis cafeïne uit haar onafscheidelijke Pepsi Cola. De afgevaardigde uit Illinois teerde de hele week op ingeblikte tonijn, droog brood, bananen en de onvermijdelijke pasta. Fruit en groenten verdwenen uit haar dieet. Per ongeluk had ze een fortuin van 1,28 dollar uitgegeven aan een tomaat zonder prijsetiket.

Aanstichter Jim McGovern had zich aan de vooravond van zijn week getrakteerd op biefstuk met asperges en een fles Pinot Noir.

Bij de kassa was hem niet ontgaan dat de rekening overeenkwam met twee weken aan voedselbonnen. De volgende ochtend staarde hij ongelovig naar zijn eerste rantsoenontbijt: een banaan en een glas kraanwater. "Wij zochten het allergoedkoopste. Geen biologisch voedsel, geen vers fruit, veel spaghetti en wat vlees, het vetste vlees dat te koop was. Het was onmogelijk ook maar één gezonde keuze te maken", meldde de bijna honderd kilo zware afgevaardigde op zijn weblog.

Halverwege zijn lijdensweg las McGovern zijn collega's in het Capitool de les: "Wij moeten ons schamen dat in de Verenigde Staten, het rijkste land ter wereld, mensen zo honger lijden". Deze zomer zal er over zijn voorstel gestemd worden. Vele Amerikanen vermoeden - onterecht volgens McGovern - dat voedselbonnen vaak onrechtmatig aangevraagd worden.(KS)

Bron: De Morgen

Eerdere berichtgeving over gezonde voeding:
15/5/07: Demotte wil nog altijd niet weten van vettaks

Via Vilt, 070529

 

Hier volgt de toespraak die Jim McGovern op 21 mei 2007 hield voor het Huis van Afgevaardigden van de Verenigde Staten.

Een zevendaags experiment met voedselbonnen

Vandaag is het de laatste dag van mijn experiment met voedselbonnen. Het is een experiment waarbij bekende grootheden gedurende een week leven van voedselbonnen, een budget van $ 21,00 per week, dat betekent $ 3,00 per dag, resp. $ 1,00 per maaltijd. Dit bedrag weerspiegelt het nationale gemiddelde van de voedselbonnencampagne.

Het doel van dit experiment met voedselbonnen is de aandacht te vestigen op de cruciale rol van het voedselbonnenprogramma in het leven van 26 miljoen Amerikanen die er maand na maand van leven. Dat geldt ook voor meer dan 450.000 personen in mijn staat Massachusetts. Drie van mijn geachte collega-volksvertegenwoordigers Jo Ann Emerson, Jan Schakowsky, en Tim Ryan gingen met mij gedurende één week deze uitdaging aan. Hoewel we misschien nu wat minder energiek zijn en er mogelijk zelfs wat krakkemikkiger aan toe zijn dan toen we bijna een week geleden van start gingen, hebben we heel wat geleerd.

Mijn vrouw en ik hebben zeker heel wat bijgeleerd van onze experimenten met een zeer krap budget. Wij hebben nu meer voeling met de vraag hoe het gemis aan energie en de noodzaak om moeilijke keuzes te maken van invloed is op het toekomen met het budget en voldoende eten op tafel te zetten, en hoe dit ook invloed heeft op ieders geduld en zo een huwelijk onder druk kan zetten. Wij kunnen ons de zorg en de pijn van ouders voorstellen als wij op deze wijze onze kinderen zouden moeten voeden van een dergelijk krap budget.

Hier volgen een paar overwegingen van de laatste week.

Onze waardevolste lessen trokken wij uit de opmerkingen van personen die de moeite namen om hun persoonlijke ervaringen aan ons mee te delen in hun worsteling om het eten voor hun gezin op tafel te zetten. Sommigen maakten aantekeningen op onze blogs of belden mijn kantoor en spraken met mijn stafleden. Deze personen bracht Lisa en mij aan het verstand hoe hard werkende Amerikanen het voor elkaar krijgen om voor zichzelf en hun gezin het eten op tafel te krijgen ondanks het ontoereikende niveau van de voedselbonnen. Zij spraken erover hoe zij moeilijke afwegingen moeten maken tussen het betalen van de rekeningen van nutsbedrijven, het kopen van kleren voor de kinderen, het doen van medisch noodzakelijke aankopen en de aanschaf van voedsel. Ze gaven ook een beschrijving van de afweging tussen hoe gezond te eten en hoe zodanig te eten dat je het gevoel hebt genoeg te hebben. Dit soort afwegingen is niet eerlijk en niet aanvaardbaar.

Amerika heeft de mogelijkheid om meer te doen voor personen en gezinnen met een laag inkomen die hard werken om iedere dag weer te overleven. De manier waarop we dat kunnen doen is de aanvaarding van de Feeding America’s Families Act, waarvoor ik eerder deze maand met collega Jo Ann Emerson een wetsvoorstel indiende. Dit wetsvoorstel zou het voedselbonnenprogramma kunnen ondersteunen om beter tegemoet te komen aan de noden van de Amerikanen met een laag inkomen. Het verhoogt de minimumbijdrage van de huidige $ 10,00 per maand – een bedrag dat sinds de jaren 1970 niet is toegenomen – naar ongeveer $ 30,00 per maand. In het wetsvoorstel komt ook een index voor om de huidige niveaus aan te passen aan de inflatie waardoor verzekerd wordt dat de koopkracht van de voedselbonnen constant blijft. Verder zou de toegankelijkheid van het voedselbonnenprogramma een recht moeten zijn van ieder die op wettige wijze in dit land verblijft; de wet herstelt de toepasbaarheid op alle wettig in ons land verblijvende immigranten, welke voorziening in 1996 werd geschrapt.

Op zondag 13 mei, moederdag, stelde de redactie van de New York Times dat “ondersteuning van voedselbonnen voor het congres een topprioriteit zou moeten zijn bij de stemming over de nieuwe landbouwwet (Farm Bill) die dit jaar plaats vindt”. Ik ben het daar helemaal mee eens en mijn ervaring met een week leven op voedselbonnen heeft mijn overtuiging versterkt. Ik spoor al mijn collega’s aan om de H.R. 2129, Feeding America’s Families Act, en andere wetinitiatieven te ondersteunen ter verbetering van onze federale honger- en voedsel–programma’s. Het spreekwoord zegt: “Waar een wil is, is een weg” en in dit geval geldt dat de weg zeer duidelijk is. De vraag is alleen of wij wel de politieke wil hebben.

Facebook Twitter Pinterest