Het recht op voedsel

Dit is het vierde rapport van de SR (Speciaal Rapporteur) over het recht op voedsel, dat hij voorlegt aan de Commissie voor de Mensenrechten. Als bijlagen bij dit vierde rapport dienen rapporten over de speciale opdrachten die door hem zijn uitgevoerd in Bangladesh en in de Bezette Palestijnse Gebieden (zie in dit verband de tekst in de 3e voedselkrant).


De SR wijst er met nadruk op dat de vermindering van honger en ondervoeding vrijwel tot stilstand is gekomen.
Hij dringt er bij alle Staten op aan om hun verplichtingen na te komen om de honger uit te roeien en het recht op voedsel gestalte te geven. Het is een schandaal dat meer dan 840 miljoen mensen lijden aan ondervoeding in een wereld die meer dan genoeg voedsel produceert om de gehele bevolking te voeden.


De SR opent het rapport met een inleiding en een overzicht van zijn activiteiten gedurende het afgelopen jaar en vervolgt met de ontwikkeling van het concept achter zijn werk rond het recht op voedsel. In het licht van het mislukken van het handelsoverleg in Cancun, Mexico beschouwt hij opnieuw het thema van de internationale handel en de voedselzekerheid. Hij kijkt naar de redenen waarom de internationale voedselhandel niet ten voordele is van de grote meerderheid van de arme en gemarginaliseerde mensen, maar eerder de oorzaak is van grotere marginalisering en ongelijkheid. Hij onderzoekt de negatieve invloeden van de bestaande onevenwichtigheden en onbillijkheden in de mondiale handelsregels onder de WTO, maar ook de mogelijk negatieve invloeden van krachtige monopolies van transnationale ondernemingen die in toenemende mate de voedsel- en watersystemen beheersen. In de secties II en III gaat hij op zoek naar nieuwe en positieve ontwikkelingen, die opkomen in reactie daarop – het concept van "voedselsoevereiniteit" en de ontwikkeling van strengere verplichtingen voor transnationale ondernemingen inzake de mensrechten.

De sectie over "voedselsoevereiniteit" onderzoekt dit nieuwe concept dat vanuit de samenleving opduikt als een alternatief model voor landbouw en agrarische handel. "Voedselsoevereiniteit" beschouwt handel als een middel tot een doel, en niet als een doel op zichzelf. Zij geeft voorrang aan voedselzekerheid en recht op voedsel voor de armsten, eerder dan aan exportgerichte industriële landbouw. Voedselsoevereiniteit wil de zeggenschap herwinnen bij beleids- en besluitvorming over landbouw en voedselzekerheid. Zij stelt de onevenwichtigheden en onbillijkheden aan de kaak in de huidige mondiale regels inzake de agrarische handel en schetst een gemeenschappelijke positie voor familiale boeren in de ontwikkelde zowel als de ontwikkelingswereld.

De sectie over transnationale ondernemingen en het recht op voedsel bouwt voort op een hoofdstuk in zijn vorige
rapport aan de  General Assembly, de Algemene Raad van de VN. Deze sectie gaat uit van het feit dat in veel regio's van de wereld de transnationale ondernemingen nu een nooit eerder gekende invloed hebben op voedsel- en watersystemen, terwijl een samenhangend systeem ontbreekt om ze ter verantwoording te roepen ter voorkoming van machtsmisbruik. Deze sectie schetst een wettelijk kader hoe bedrijven te dwingen verplichtingen inzake mensenrechten te respecteren, in het bijzonder het recht op voedsel en dat geïllustreerd met voorbeelden. De sectie belicht ook de aanvaarding door de Subcommissie ter Promotie en Bescherming van de Mensenrechten van de voorgestelde Normen inzake de verantwoordelijkheden van transnationale en andere zakelijke ondernemingen mbt. mensenrechten. De SR spoort de Commissie aan om deze Normen in zijn huidige sessie aan te nemen.

Het onderhavige rapport besluit met een samenvatting van de conclusies en aanbevelingen van de SR.

citaten uit het rapport, vooral mbt. voedselsoevereiniteit
In § 25 ev. wordt dieper ingegaan op voedselsoevereiniteit.
"Wat betekent voedselsoevereiniteit eigenlijk ? Tot nu toe zijn er weinig academische studies of systematische verhandelingen over het concept van voedselsoevereiniteit. Het is eerder nog een concept dat zich aan het vormen is en herhaaldelijk onderwerp van gesprek is bij organisaties van de samenleving na een eerste introductie door de mondiale sociale beweging van gezindslandbouwers, Via Campesina.
Voor Via Campesina geldt:
"Voedselsoevereiniteit is het recht van mensen om te beslissen over hun eigen voedsel en landbouw; om binnenlandse agro-productie en -handel te beschermen en te regelen in het streven naar een duurzame ontwikkeling; om de mate waarin zij zelfvoorzienend willen zijn te bepalen; [en] om dumping van producten op hun markten te beperken."

Via Campesina had aanvankelijk het concept ontwikkeld en in 1996 geintroduceerd tijdens de discussies die werden gevoerd in een parallelvergadering die door NGO's en CSO's (Civil Society Organisations) werd gehouden gedurende de Wereld Voedsel Top van 1996. Sinds 1996 kreeg het concept gaandeweg steun van andere boeren- en burgersamenlevingsorganisaties zowel in het Zuiden als in het Noorden. Vijf jaar later, gedurende de Wereld Voedsel Top van 2002, formuleerden een NGO/CSO Forum over voedselsoevereiniteit het concept alsvolgt :
"Voedselsoevereiniteit is het recht van mensen, gemeenschappen en landen om hun eigen beleid te bepalen inzake landbouw, arbeid, visserij, voedsel en gronden, in overeenstemming met hun unieke omstandigheden zowel ecologisch, sociaal, economisch als cultureel. Dit omvat echt het recht op voedsel en voedselvoortbrenging, wat inhoudt dat alle mensen recht hebben op veilig, voedzaam en cultureel geëigend voedsel, op de bronnen van de voedselproductie en het vermogen zichzelf en hun samenleving in stand te houden.
"Voedselsoevereiniteit betekent dat het recht op voedsel en voedselvoortbrenging van mensen en hun samenleving de voorrang heeft op handelsbelangen. Dit houdt steun en promotie in van lokale markten en producenten boven productie voor de export en boven voedselimporten.

"… Voedselsoevereiniteit vereist:
•    Voorrang geven aan voedselvoortbrenging voor binnenlandse en lokale markten, uitgaande van een gediversifieerde agro-ecologische productie in het kader van familiale, kleinschalige landbouw;
•    Voorzien in eerlijke prijzen voor de boeren, wat betekent de macht bezitten om de interne markt te beschermen tegen aan lage prijzen geïmporteerde goederen;
•    Toegang hebben tot gronden, water, bossen, visgronden en andere bronnen van productie door een vorm van echte herverdeling;
•    Erkennen en promoten van de rol van de vrouw in de voedselproductie en haar een eerlijke toegang bieden tot en zeggenschap over productiebronnen;
•    De gemeenschap zeggenschap geven over productiebronnen in tegenstelling tot het door bedrijven in bezit hebben van gronden, water, genetische en andere bronnen;
•    De zaden beschermen als de basis van het voedsel en van het leven zelf, zodat ze vrij gebruikt en uitgewisseld kunnen worden door de boeren, wat betekent : geen patenten op leven en wel een moratorium op genetisch gemodificeerde gewassen; en
•    Investeren in publieke ondersteuning van de voortbrengingsactiviteiten van families en gemeenschappen gericht op ondersteuning en lokale beheersing van de voedselvoortbrenging voor lokale markten."

Tot zover citaten in het VN-rapport, ontleend aan het werk van Via Campesina en anderen.
Het rapport gaat nu in § 27 verder:
    De eerste sleutel in het voedselsoevereiniteitsconcept is de eis van nationale en individuele zeggenschap over het beleid hoe de beschikbaarheid over voedsel zeker te stellen. CSO's klagen dat als gevolg van WTO-overeenkomsten, landen hun zeggenschap verliezen over hun eigen landbouw- en voedselbeleid. Zij verliezen bepaalde beleidsinstrumenten zoals heffingen op voedselimporten. Bovendien is het zeer moeilijk om onder de WTO-regels een in gang gezette liberalisering terug te draaien. In deze vraag naar het terugwinnen van beleidsruimte leunt voedselsoevereiniteit sterk aan tegen het concept van "multifunctionaliteit". Het Noorse voorstel bv. suggereert "ieder land zou flexibele ruimte moeten hebben in het uitstippelen van zijn nationaal beleid om de de binnenlandse landbouwproductie te beschermen met het oog op binnenlandse niet-handelsbelangen."
     Voedselsoevereiniteit houdt in dat ieder land het recht zou moeten hebben om te bepalen in welke mate het zelfvoorzienend wil zijn in de eigen productie van basisvoedsel. Een stabiel handelsysteem kan ertoe bijdragen de algemene verkrijgbaarheid van voedsel te verbeteren, maar voedselzekerheid kan niet altijd worden verzekerd door voedselimporten. Zo kan het zijn dat arme landen niet genoeg deviezen hebben en dat arme mensen zich niet kunnen veroorloven om geïmporteerd voedsel te kopen, in het bijzonder niet als dit ten koste gaat van de lokale boeren en rurale bestaansbronnen vernietigt. Het concept van voedselsoevereiniteit is niet tegen de handel, maar eerder tegen het bevoordelen van exportproductie en van de import van gesubsidieerd voedsel, wat op lokale markten de nering van de lokale boeren vernietigt. Het streeft in de eerste plaats naar voedselzekerheid door een voorkeur voor lokale productie voor lokale markten. De grondidee is dat kleinschalige boerenlandbouw wordt beschermd in zijn rol van het verzekeren van de voedselzekerheid, van de tewerkstelling en van milieudoelen – zolang die bescherming maar geen bedreiging vormt voor het bestaan van andere boeren in andere landen.
    Voedselsoevereiniteit betekent niet komaf met bescherming door subsidies, maar vestigt uitdrukkelijk een daarmee samenhangend recht van importerende landen om aan de grenzen heffingen in te stellen om zich te beschermen tegen dumping van goederen die gesubsidieerd op de wereldmarkt komen. Zoals wordt gesteld : "een van de doelen is de race naar de bodemprijzen te stoppen die leidt tot een ontwrichting van de plattelandsgemeenschappen" zowel in het Noorden als in het Zuiden. Subsidies zijn daarom toegestaan, maar alleen om kleine boeren te steunen die voor de binnenlandse markt produceren en niet voor de export. Binnen de logica van voedselsoevereiniteit moeten subsidies nooit worden toegestaan aan exportgerichte grootschalige landbouw.
    Voedselsoevereiniteit benadrukt lokale kleinschalige boerenlandbouw die produceert voor binnenlandse productie in tegenstelling tot het huidige model van exportgerichte geïndustrialiseerde landbouw. CSO's menen dat het op exportgerichte model de voedselketen in de richting van de industrialisering dwingt en daarbij zowel in het Noorden als in het Zuiden de neergang van kleine bedrijven bespoedigt ten gunste van de grote agro-bedrijven. Miljoenen boeren in de ontwikkelingslanden zijn bezig hun bestaanszekerheid te verliezen, maar kleine boeren in de noordelijke landen lijden er evenzeer onder. In het Verenigd Koninkrijk (Groot-Brittannië en Noord-Ierland) verdwenen in 1999 20.000 boeren uit de landbouw wat alleen maar leidde tot een grotere concentratie van grondeigendom en/of -beheer. Hetzelfde is aan de gang in de rest van Europa en in de VS. Voedselsoevereiniteit suggereert dat kleinschalige boeren veel gemeen hebben zowel in het Noorden als in het Zuiden. Voedselsoevereiniteit is een poging om gemeenschappelijke grond te vinden en de weerstand te overwinnen die ontstaan is door het gegeven van de subsidies, door te erkennen dat de subsidies vooral de grotere boeren en de agro-industrieën hebben bevoordeeld.
    Voedselsoevereiniteit omvat ook een oproep voor een ruimere toegang tot hulpbronnen voor de armen, speciaal voor de vrouwen, en vormt een aanklacht tegen wat wordt beschouwd als een groeiende concentratie van de eigendom van de hulpbronnen (middelen van bestaan). Voedselonzekerheid is zoals armoede, gewoonlijk het gevolg van gebrek aan toegang tot de productiemiddelen, meer nog dan de algemene beschikbaarheid van voedsel. Voedselsoevereiniteit vraagt om een eerlijke toegang tot gronden, zaden, water, krediet en andere productiemiddelen zodat mensen zichzelf kunnen voeden. Dit betekent het in vraag stellen van de bestaande krachtsverhoudingen en verdeling, door bv. in te stappen in land(bouw)hervorming. Het betekent ook de toenemende concentratie van eigendom in de agrarische handel in vraag stellen alsook die in de voedselverwerking en -vermarkting door transnationale agro-industrieën, door bv. verbeterde concurrentiewetgeving (anti-trustvorming) op internationaal niveau en door te beletten dat kennis wordt toegeëigend via een systeem van Intellectuele Eigendomsrechten (IPR's). Het is een oproep voor de erkenning van de rechten van een gemeenschap op hun lokale, traditionele hulpbronnen met inbegrip van de genetische bronnen van hun flora en voor de bescherming van de rechten van de boeren tot het hergebruiken en uitwisselen van zaden.
    Tenslotte houdt het concept van voedselsoevereiniteit de erkenning in van het recht van landen om technologieën af te wijzen die zij ongeschikt achten op grond van het voorzorgsprincipe. Het houdt ook het recht in van comsumenten te kunnen beslissen over wat zij eten en hoe en door wie het wordt geproduceerd. Dit betekent dat consumenten voedsel moeten kunnen kiezen dat in hun eigen land is voortgebracht zonder dat dit wordt beschouwd als een handelsbeperking. Het betekent ook dat consumenten moeten kunnen kiezen of zij GGO-producten willen eten. Etikettering van GGO's mag niet worden gezien als een indirecte handelsbeperking. Voedselsoevereiniteit vraagt de bescherming van consumentenbelangen en een regeling voor voedselveiligheid dat het voorzorgsprincipe omvat en de zorgvuldige etikettering van voedsel en veevoeder ter informatie omtrent inhoud en herkomst. Het vereist ook de participatie van zowel consumenten als producenten in het bepalen van de standaards zowel op nationaal als internationaal niveau. Zo hebben bv. CSO's kritiek uitgeoefend op de FAO/WHO Codex Alimentarius Commissie, die internationaal de standaards bepaalt voor voedselveiligheid en erkend is door de WTO, omdat zij de participatie van de kleine producenten en de consumenten heeft uitgesloten en nogal zwaar beïnvloed is door de lobbying en de participatie van de grote agro-business-, voedings- en chemische ondernemingen. Voedselsoevereiniteit probeert deze balans te hervinden.
    Hoe is nu het verband tussen voedselsoevereiniteit en het concept van het recht op voedsel ? In de ogen van de SR (Speciale Rapporteur) betekent het recht op voedsel dat Regeringen wettelijk gebonden zijn als Staten die partij zijn in het Internationale Convenant inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten de voedselzekerheid voor hun burgers veilig te stellen, in welk politiek of economisch systeem dan ook. Regeringen zijn er wettelijk toe verplicht om het recht op voedsel te eerbiedigen, te beschermen en te vervullen, als zij het Internationaal Convenant hebben geratificeerd. Het is hun plicht de beste oplossing te vinden om voedselzekerheid veilig te stellen voor al hun mensen, aangezien het recht op voedsel pas is gerealiseerd "als iedere man, iedere vrouw en ieder kind, alleen of in gemeenschap met anderen, fysiek en economisch te allen tijde toegang heeft tot passend voedsel of de middelen om het aan te schaffen". Nu het alsmaar duidelijker wordt dat het huidige wereldhandelssysteem een belemmering is voor de voedselzekerheid van de armsten en de meest gemarginaliseerden, en oorzaak is van steeds grotere ongelijkheden, meent de SR dat het nu tijd is om uit te zien naar alternatieve middelen die het recht op voedsel beter verzekeren. Voedselsoevereiniteit biedt een alternatieve visie die voedselzekerheid voorop stelt en handel opvat als een middel tot een doel, eerder dan een doel opzich zelf.
    Aangezien het recht op voedsel een wettelijke verplichting is, vereist het dat Staten als Partijen alles doen wat in hun vermogen ligt om het recht op voedsel te eerbiedigen, te beschermen en te vervullen. Het recht op voedsel is een grondrecht voor de mens, dat moet worden gerespecteerd in de formulering van alle agrarische en voedselpolitiek. Mauritius heeft het recht op voedsel ingeroepen in een tekst die werd aangeboden bij de onderhandelingen over de WTO Overeenkomst inzake Landbouw, toen het in 2000 ging over de ontwikkelingslanden en "niet-handelsbelangen". Mauritius bracht in dat de onderhandelingen over de Overeenkomst inzake Landbouw rekening moest houden met niet-handelsbelangen. Niet-handelsbelangen sluiten de wettelijke verplichting tot het recht op voedsel in. Volgens de zienswijze van Mauritius heeft de Regering een klaarblijkelijke wettelijke verplichting om het recht op voedsel te promoten, daarbij verwijzend naar artikel 11 van het Internationaal Convenant inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten, die door de WTO moeten worden in acht genomen. Internationale handelswetten behoren de verplichtingen te respecteren die Staten reeds zijn aangegaan in het kader van de internationale mensenrechtenwetgeving. Als handelsregels een bedreiging vormen voor het recht op voedsel dan moeten deze handelswetten betwist worden op grond van de mensenrechtenwetgeving. Het recht op voedsel biedt daarom een belangrijke wettelijke grondslag voor het recht op voedselsoevereiniteit.

conclusies en aanbevelingen
    De SR dringt er bij Regeringen op aan het recht op voedsel te eerbiedigen, te beschermen en te vervullen overeenkomstig hun mensenrechtenverplichtingen. Disbalansen en onbillijkheden in het wereldhandelssysteem die ernstige negatieve invloeden kunnen hebben op het recht op voedsel, zouden dringend moeten worden aangepakt. Nieuwe en alternatieve modellen voor landbouw en handel moeten dringend worden onderzocht, zoals de gepresenteerde visie van voedselsoevereiniteit die voor alle mensen op ieder ogenblik voorrang geeft aan voedselzekerheid en het recht op voedsel. De groeiende macht van de multinationale ondernemingen en hun machtsuitbreiding door privatisering, deregulering en het terugtreden van de Staat, betekent ook dat het nu tijd is om bindende wettelijke normen te ontwikkelen die ondernemingen houden aan mensenrechtennormen en omschrijven wat misbruiken van die macht zijn.
    De SR doet de volgende aanbevelingen:
1.    Alle Regeringen komen onmiddellijk in actie om te beantwoorden aan hun verplichtingen aangegaan tijdens de Wereld Voedsel Top van 1996 om het recht op voedsel te realiseren, en overeenkomstig de Millennium Verklaring van de VN om het aantal slachtoffers van honger te halveren per 2015;
2.    Alle Staten die partij zijn in het Internationale Convenant inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten, overwegen hun verplichtingen om het recht op voedsel te eerbiedigen, te beschermen en te vervullen, binnen de context van het internationaal handelsoverleg bij de WTO, en in overeenkomsten met het IMF en de Wereldbank;
3.    WTO-leden lossen de bestaande onbillijkheden en disbalansen in de WTO Overeenkomst inzake Landbouw op om te beantwoorden aan de noden en rechten van zowel de ontwikkelings- als de ontwikkelde landen zodat het recht op voedsel verzekerd wordt en niet wordt bedreigd door wereldhandelsregels;
4.    Dringend moet er aandacht worden gegeven aan de bestaandszekerheid van arme boeren die 75% uitmaken van 's werelds 1,2 miljard armste mensen opdat zij in staat zouden zijn in waardigheid zichzelf te voeden overeenkomstig het recht op voedsel. Modellen van op exportgerichte landbouw die de bestaanszekerheid van miljoenen kleine boeren bedreigen, zouden herzien moeten worden, vooral indien economische herstructurering niet leidt tot nieuwe tewerkstelling in andere sectoren;
5.    Voedselsoevereiniteit moet worden beschouwd als een alternatief model voor landbouw en landbouwhandel om te beantwoorden aan de verplichtingen van de Staat om het recht op voedsel te eerbiedigen, te beschermen en te vervullen;
6.    Staten hebben ook een verplichting om hun burgers te beschermen tegen de negatieve invloeden van multinationale bedrijven op het recht op voedsel, water inbegrepen. Staten moeten de activiteiten van hun multinationale ondernemingen opvolgen en regelen om te verzekeren dat zij het recht op voedsel niet overtreden;
7.    Multinationale ondernemingen eerbiedigen het door Regeringen gestelde wettelijke kader, alsook hun directe verplichtingen tegenover het recht op voesel met inbegrip van water volgens de internationale mensenrechtenwetgeving, nationale wetgeving en intergoevernementele instrumenten en vrijwillige gedragscodes;
8.    De Commissie aanvaardt op zijn zesde zitting de "Normen inzake de verantwoordelijkheden van multinationale ondernemingen en andere zakelijke ondernemingen met het oog op de mensenrechten", zoals die zijn opgesteld door de Sub-Commissie;
9.    Alle Staten zorgen ervoor dat het recht op voedsel voor iedereen werkelijkheid wordt. Honger is noch onvermijdelijk, noch aanvaardbaar. Het is een dagelijkse massamoord en een schaamte voor de mensheid.


(vertaling Gert Coppens, 040326)

Facebook Twitter Pinterest