Katrien Van Oost getuigt over Wervel: 'Voedsel moet
leven geven.'
In
de aanloop naar de veertigdagentijd waarin Broederlijk Delen focust op de
Afrikaanse landbouw vertelt Katrien Van Oost haar verhaal. Ze werkt voor de vzw
Wervel, de Werkgroep voor verantwoorde en ecologische landbouw. Haar tocht
voerde haar vanuit Machelen-aan-de-Leie via het koor Effata naar de
landbouw-vzw in Brussel.
"In Wervel, onze werkgroep voor verantwoorde en ecologische landbouw, mag
ik zijn wie ik ben. Ik hou ervan met mensen samen te werken en met hen op weg
te gaan, met een rugzak vol ervaringen uit de boekhoudwereld en de
vrijwilligerswerking. Daarbij voel ik mij veilig begeleid: schijnbaar
toevallige ontmoetingen verrijken mij voortdurend. Niks gebeurt toevallig.
Mijn verhaal begint in Machelen-aan-de-Leie, waar ik mijn voormalige godsdienstleraar,
Gaby De Smaele, weer ontmoette. Hij is daar pastoor en ik engageerde mij in de
parochiewerking. Omdat ik graag zong, sloot ik me aan bij de Effata-gemeenschap
in Gent, waar onder leiding van redemptorist Guido Moons gemeenschap wordt
gevormd en gevierd. Vooral met mensen met een geestelijke beperking, een
mentale handicap. Echt 'redemptio', bevrijding, voor mij: mensen in vrijheid
hun weg laten gaan, in de overtuiging dat ze hun verantwoordelijkheid kunnen
opnemen, en dat met veel mededogen voor de anderen. Zulke 'oude' woorden
bevallen mij echt: waarden als barmhartigheid die ik al eens 'warmhartigheid' noem,
ingetogenheid en zachtmoedigheid kunnen mensen doen leven. Mijn weg leidde mij
naar de Marollen die leefgemeenschap met enkele vaste bewoners en naar Wervel
vzw, omdat ik voedsel en de verantwoorde omgang daarmee levensbelangrijk vind.
Wervel streeft naar duurzame landbouw en naar voedselsoevereiniteit. Dat
proberen we onder andere te bereiken met onze campagne 'Denk globaal, eet
lokaal'. Met onze 'frietflyer' bijvoorbeeld tonen we aan dat enorm veel
kilometers worden afgelegd vooraleer de frietjes met biefstuk op ons bord
belanden. Te veel eigenlijk. Eten we boontjes uit Kenia, dan kost een portie,
uitgedrukt in 'gewogen afstand', 656 kilometer-kilo. Of frieten gemaakt uit
Cypriotische aardappelen kosten zo 215 kilometer-kilo.
Het kan anders, ecologischer en vaak ook eerlijker met onze
'millimetermaaltijd'. In het kader van onze campagne vragen wij de consument
namelijk te letten op het land van herkomst van de producten, seizoensgroenten
te eten en via de korte keten te kopen: op de markt, bij een voedselteam, of in
de hoevewinkel. Maar er is ook de vleesproblematiek. Wij raden consumenten aan
zuinig te zijn met vlees en vragen boeren soja als veevoeder te vermijden. Soja
in het voederrantsoen ondersteunt immers een helse kring. De soja wordt vooral
geteeld in Braziliaanse monoculturen. Daarvoor moeten bossen massaal sneuvelen
en bovendien worden die velden ook intens besproeid met allerlei chemische
middelen. Daar komt nog bij dat die soja niet als voedsel wordt gebruikt en nog
duizenden kilometers moet afleggen voor die hier aan vee kan worden gevoederd.
Wij nemen die hele situatie van in- en uitvoer ter harte. Velen zijn zich er
wel degelijk van bewust dat onze export, zeg maar 'dumping' van afgewerkte
landbouwproducten de markten in het Zuiden uit evenwicht brengt, terwijl
goedkope en massale import van soja en rijst milieuonvriendelijk is en de
producenten schade berokkent.
In Wervel sta ik in voor de contacten met de basisgroepen 'te velde': in zowat
alle provincies van het land. Dat werk ligt me. Ik ga letterlijk de boer op om
mensen te ontmoeten en met hen te werken aan een rechtvaardiger wereld. Die
rechtvaardiger wereld kan niet zonder gezond en eerlijk voedsel. Zo brengen wij
in onze basisgroepen producenten land- en tuinbouwers, milieuactivisten,
consumenten en Noord-Zuidwerkers samen. Samen vormen wij een beweging waarin we
stilstaan bij wat in de landbouw wereldwijd gebeurt.
Om die ontmoetingen ben ik heel dankbaar. Ik kijk met bewondering naar de jonge
mensen die vol moed en met hard werken een land- of tuinbouwbedrijf uit de
grond stampen. Ik bewonder hoe ze met taai doorzettingsvermogen hun dieren
verzorgen, hun producten verwerken, een hoevewinkel openhouden, scholen
ontvangen, enzovoort. Zo'n leven dreigt hen evenwel sociaal te isoleren. Met de
basisgroepen kunnen wij hen alvast wat verbondenheid en steun bieden. Doordat
bedrijven elkaar vinden en samen op een plaats diverse producten aanbieden,
overtuigen ze de consument die vaak verwend is door de grootwarenhuizen om
vaker lokaal te kopen. Zo ontstaat ook een binding met de consumenten.
Duurzame landbouw promoten betekent dat we in eerste instantie zelf keuzes
moeten maken in ons koopgedrag. Uiteraard proberen we dat thema ook via de
politiek en de grote organisaties aan te kaarten. Die lijken daar alvast oren
naar te hebben. Ze willen niet allemaal even ver gaan als wij, maar we zien
samenwerkingsmogelijkheden.
Even belangrijk is de voedselsoevereiniteit van een land, van een dorp zelfs.
Boer en consument moeten elkaar leren kennen, zodat de consument keuzes kan
maken, waardoor afhankelijkheid van buitenlandse producten wordt ingedamd. De
consument moet respect ontwikkelen voor alle boeren, net zoals de landbouw door
eerlijke prijzen ook respect heeft voor de dieren, het land en de gewassen. Zo
ontstaat een gesloten ecologische kringloop.
Wat mij bevalt aan onze beweging, is dat we een horizontale werking hebben. Ze
wordt vanuit de basis gestuurd. Niet de betaalde krachten hebben het voor het
zeggen, maar evenzeer de vrijwilligers aan de basis.
We zijn bovendien pluralistisch. We kunnen met iedereen samenwerken, met
respect voor overtuigingen en levensbeschouwingen. Onze thema's 'Ziel van de
landbouw' en 'Landbouw en cultuur' gaan in op ethische aspecten van de
landbouw, op de vraag waarom mensen aan landbouw doen of blijven doen, wat zij
nastreven, wat zij uit die voedselproductie halen, enzovoort. Een van de zaken
die ons zorgen baren, is het feit dat veel landbouwers het knap lastig hebben.
De leninglast is niet te onderschatten en de vergoeding voor hun producten is
vaak oneerlijk.
We zijn als vzw verplicht te werken met beperkte middelen. We moeten het hebben
van subsidies voor innovatieve projecten. Wij krijgen nu ook wel een
bewegingssubsidie voor het animatiewerk dat ik doe, maar voorts rekenen we op
giften en op de verkoop van onze brochures en onze borden en soepkommen met het
'Denk globaal, eet lokaal'-logo.
Wervel laat een uniek geluid horen dat boeren in Noord en Zuid, consumenten en
milieuactivisten verenigt. Samen willen we werken als 'een horzel in de pels',
zoals Jean-Pierre Rondas het ooit zo mooi uitdrukte.
Bron: Tertio, 14/02/2007
|