|
|
|
|
Moet er nog voedsel zijn in Vlaanderen? |
 Op 18 maart hielden de socialisten een congres voor een moderne, progressieve beweging. Het verheugt ons dat ze in hun beginselverklaring ook enkele regels spenderen aan de landbouw en het platteland. Ze pleiten voor een ander plattelandsbeleid: “Nu worden landbouwers door Europese steun aangezet tot overproductie, met alle gevolgen van dien voor de voedselmarkten in de derde wereld en het gebruik van pesticiden en meststoffen bij ons...” Dat SP-A pleit voor een ander plattelandsbeleid is begrijpelijk. Want er loopt effectief één en ander mis. Er worden inderdaad nog altijd landbouwproducten gedumpt op de wereldmarkt. En ook al zijn de exportsubsidies de laatste 10 jaar zowat gehalveerd, er blijft een vertekening van de markt. Want ook de directe steun aan de landbouw leidt onrechtstreeks tot dumpingpraktijken. Maar het verhaal van de overproductie moet toch genuanceerd worden. We zijn zogezegd zelfvoorzienend, maar we leggen wel beslag op gronden in het buitenland voor de veevoedergrondstoffen. Jaarlijks wordt er in de Europese havens zo’n 39 miljoen ton soja aangevoerd. Daarvoor is meer dan 16 miljoen ha grond nodig, zo’n 5 keer de oppervlakte van België! Die ingevoerde soja overtreft ruim de hoeveelheid granen die we exporteren. Het probleem is dus niet zo zeer de overproductie. Het is wel een probleem dat er nog altijd gesubsidieerde granen, zuivel, suiker e.d. naar de wereldmarkt stromen. Wervel (Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw) pleit dan ook al jaren voor een afschaffing van die exportsubsidies. Maar als wervelaar zijn we ook danig geïrriteerd als het argument van de overproductie nog steeds te pas en te onpas gebruikt wordt om het landbouwbeleid onderuit te halen. Zowel linkse als rechtse politici trachten zo immers een karikatuur te maken van het landbouwbeleid. Het enige resultaat dat ze hiermee bereiken is dat alle publieke steun aan de landbouw over dezelfde kam wordt geschoren. Zo wordt de weg verder geëffend voor een dramatische liberalisering van onze landbouw- en voedselmarkten. Maar “geen nood” stelt de SP-A in haar beginselverklaring. Er moeten meer middelen gaan naar de diensten die landbouwers leveren op het vlak van landschapsbeheer en natuurbehoud. Ze verwijzen hiermee naar een aantal elementen die voorzien worden in de tweede pijler van het landbouwbeleid. Boeren kunnen, ook vandaag al, vergoed worden voor een aantal groene diensten die ze leveren. Zo kunnen ze in een aantal zones rekening houden met bijvoorbeeld weidevogels. Of ze kunnen perceelsranden of houtkanten onderhouden. Op zich zijn dat uiteraard heel interessante pistes. Dat vindt ook Wervel. Maar niemand vertelt erbij dat de vergoedingen die ze hiervoor krijgen, geënt worden op de bedragen die ze ontvangen voor eenzelfde oppervlakte van een landbouwgewas. Volgens de Europese Verordening heet dat ‘het vergoeden van de gederfde inkomsten’. Concreet houdt dat in dat als de landbouwprijzen verder dalen door liberalisering van onze markten, dat op termijn ook de beheersvergoedingen volgen! En dan vergeten we nog te vermelden dat het precies diezelfde kritische politici zijn die de landbouwbegroting verder onder druk zetten. Want door de krappe meerjarenbegroting van onze Europese leiders, komt precies die tweede pijler van het landbouwbeleid nog méér onder druk te staan. En door te focussen op de groene diensten, wordt het landbouwbeleid er zeker niet goedkoper op. Het instrument van groene diensten, is op zich dus wel een interessante piste, maar met de begrotingsperikelen in het achterhoofd, geeft dat de boeren helaas weinig houvast. Maar ook dan is er geen nood, zeggen de socialisten. Want Minister Tobback heeft nog een ander wit konijn onder zijn hoed. Hij zorgt ervoor dat landbouwers straks een tankstation kunnen openen voor PPO (pure plantaardige olie). Energiegewassen lijken wel een nieuwe hype in Vlaanderen. Maar ook daar moeten we vraagtekens bij zetten. In 2003 maakte het Steunpunt Duurzame Landbouw (Stedula) hierover reeds een sterk rapport. Omwille van onze schaarse en dure landbouwgronden, vroegen ze zich toen al af of het sop de kolen waard is. Om een tweetal procenten van ons brandstofverbruik te dekken met energiegewassen, hebben we al gauw 90.000 ha koolzaad nodig. Als je weet dat we minder dan 650.000 ha landbouwgrond in gebruik hebben in Vlaanderen, is de rekening dus snel gemaakt. In landen als Brazilië wrijven ze zich dan ook in de handen om de motor in Europa te voeden. De ontbossing zet er zich immers niet alleen door voor soja en rundvlees, maar ook voor de ‘groene’ energie in dienst van koning auto. We hebben dus stellig de indruk dat SP-A de productie van voedsel in Vlaanderen overbodig vindt. De boer kan best een parkwachter worden. En voedsel halen we wel in Oost-Europa of aan de overkant van de oceaan. Die keuze lijkt ons echter een historische vergissing. De productie van voedsel moet volgens Wervel ook in Vlaanderen kunnen, ook in 2006! Dat is van belang omdat voedsel ook vandààg nog van politiek strategisch belang is. Dat is van belang omdat er ook vandààg nog zowat een miljard mensen zijn met honger in de wereld. Bovendien beschikken we in Vlaanderen best wel over goede productieomstandigheden om aan landbouw te doen. Leterme heeft gelijk als hij in zijn beleidsnota verwijst naar onze “vruchtbare bodems, gunstige klimatologische omstandigheden en een zeer lang groeiseizoen”. Maar voedselproductie in Vlaanderen is vooral van belang omdat het best zo dicht mogelijk bij de consument wordt geproduceerd. En consumenten zijn er! In een duurzame samenleving gaan we niet meer sjouwen met voedsel van de ene kant van de wereld naar de andere kant. Het aantal voedselkilometers moet gereduceerd worden. “Denk globaal, eet lokaal”, stelt Wervel in zijn campagne voor 2006. Door lokale voedselsystemen verder uit te bouwen, kunnen grote stappen voorwaarts gezet worden naar een meer duurzame samenleving. Dat werd vorig jaar nogmaals bevestigd in Brits onderzoek naar de externe kosten van ons voedingspatroon. Dat principe heeft heel wat consequenties, ook voor het kleine Vlaanderen met zijn zes miljoen inwoners. Het betekent o.a. dat er voldoende gronden moeten zijn (en blijven) om voedsel te produceren. In de visie-tekst “Grond om van te eten”, stelt Wervel dan ook duidelijk dat de beschikbaarheid van grond een effectieve hefboom vormt voor een duurzaam landbouw- en voedselbeleid. Een parklandschap voor het stadsgewest Vlaanderen, dat zijn voedsel elders aankoopt, is voor Wervel geen optie. Misschien moet SP-A hierover eens nadenken als ze het heeft over “de afwijzende houding van de landbouwsector tegen bijkomende natuur en bosgebieden”, als ze stelt dat dit een “uitzichtloos achterhoedegevecht is waar we niet mogen aan toegeven”? Dat neemt uiteraard niet weg dat een duurzame landbouw sowieso heel wat “positieve externaliteiten” heeft. Dat is economisch jargon om te zeggen dat een duurzame landbouw ook wel zorgt voor een aantrekkelijk landschap, dat weidevogels er hun gading vinden, dat het leuk is om te logeren op een vakantiehoeve enz. Die elementen horen bij een duurzame landbouw, en ze mogen ook vergoed worden. We zijn dus absoluut niet tegen de groene diensten zoals agrarisch natuurbeheer, noch tegen blauwe diensten zoals bijvoorbeeld het bergen van water op landbouwgronden. Maar de rollen mogen niet omgekeerd worden. Die positieve neveneffecten betekenen niet dat de voedselproductie verwaarloosd kan worden. Het is en blijft een belangrijke opdracht voor onze boeren om gezond en veilig voedsel te produceren. Als boeren en boerinnen een rechtvaardige prijs zouden krijgen voor dat voedsel, zouden ze die positieve neveneffecten er wel gratis bij leveren. Dan was de ganse constructie van groene en blauwe diensten misschien wel overbodig. Wervel doet dan ook een oproep aan de SP-A om in haar beginselverklaring het landbouwverhaal wat grondiger in de verf te zetten. Als de tekst het heeft over de ontwikkelingslanden, dan stelt men (terecht) dat we ze voedselsoevereiniteit moeten garanderen. Dat betekent dat landen, als ze dat verkiezen, hun grenzen kunnen afschermen om de lokale voedselproductie te stimuleren. We vragen ons echter af waarom dit principe niet gehanteerd wordt voor duurzame landbouw in het noorden. Misschien moet die vraag eens klinken in de discours van SP-A. Zou dat iets voor het najaar kunnen zijn? We hebben begrepen dat er dan nog congressen volgen. Misschien kan de voedselproductie in Vlaanderen daar de nodige aandacht krijgen? Zou SP-A dat vraagstuk eens kunnen aankaarten? Wij hopen alvast op een positieve reactie. Wellicht zal SP-A dan ook begrijpen waarom boeren zich in het leefmilieu-verhaal “zo krampachtig opstellen”. Voor Wervel (www.wervel.be), Bavo Verwimp, Frederik Claerbout, Luc Vankrunkelsven (vanuit Brazilië)
|
|
|
|