|
"Green but
not clean" ofwel "Groen onfatsoen"
Waarom een alomvattende
herziening van de Groene Doos subsidies noodzakelijk is Gezamenlijke NGO-informatie,
november 2005
Uitgevers : Action Aid
international; Caritas internationalis; CIDSE, Coopération internationale pour
le Développement et la Solidarité en Oxfam international.
Volgens de definitie van de
Wereldhandelsorganisatie (WTO) mogen subsidies die behoren tot de Groene Doos
de handel niet verstoren. Anders gezegd, subsidies die door de WTO zijn toegelaten
tot de Groene Doos verstoren in de ogen van WTO de handel niet. Het begrip
Groene Doos heeft betekenis binnen de Overeenkomst inzake Landbouw, zoals die
in de WTO bestaat sinds het afsluiten van de Uruguay Ronde, eind 1994.
Naar de mening van de organisaties,
ActionAid, Caritas, CIDSE en Oxfam, gebruiken de VS en de EU de Groene Doos om
de ondersteuning van hun landbouw te rechtvaardigen terwijl het manifest is dat
die subsidies wel handelsverstorend zijn en ernstige schade toebrengen aan de
boeren in ontwikkelingslanden.
Zij oordelen dat jaarlijks 40
miljard $ uit de Groene Doos handelsverstorend is en de eigen WTO-regels
breekt. Verder stellen zij dat alleen subsidies die ten goede komen aan sociale
doelen, of aan het milieu of aan plattelandsontwikkeling terecht mogen worden
gerekend tot de Groene Doos.
Wat zit er in de Groene Doos
?
Aan EU-zijde zit er bijna 50
miljard Euro jaarlijks in de Groene Doos, zodra de laatste hervorming van het
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, GLB, volledig zal zijn doorgevoerd
(2006-2007). De VS maken melding van 50,7 miljard $ als hun jaarlijks deel van
de Groene Doos.
Niet alles wat valt onder
deze reusachtige bedragen, kan worden aangemerkt als handelsverstorend. Er
behoort ook EU-geld bij dat wordt gebruikt voor ondersteuning van brede sociale
doelen die samenhangen met de landbouw, zoals plattelandsontwikkeling en
milieubescherming. Tesamen gaat het om ca 10% van het EU-landbouwbudget.
Daarnaast gaat een belangrijk deel van het EU-budget naar productiebeheersing.
In de VS gaat 33 miljard $
naar binnenlandse programma's van voedselbonnen die echt bestemd zijn voor behoeftige
mensen. Van dit geld kan niet gezegd worden dat het de handel verstoort.
Maar de rest – in zijn geheel
gezien is dat meer dan 50% - is zonder meer ten nadele van de boeren in de
Derde Wereld. De EU is daarbij een grotere zondaar dan de VS. Naar de mening
van de gezamenlijke NGO's is naar rato van de huidige wisselkoers het EU-budget
voor 22 miljard $ ten onrechte opgenomen in de Groene Doos; het VS-budget voor ca
18 miljard $.
Als in de EU de
bedrijfstoeslag binnen nu en twee jaar eenmaal is ingevoerd, dan gaat er 25
miljard Euro naar toe (waarvan 14 miljard Euro gerelateerd aan vroegere
graanproducties). Investeringssteun zal 5 miljard Euro bedragen. Aan
plattelandsontwikkeling, sociale steun en milieumaatregelen ca 5 miljard Euro. De
overige 15 miljard Euro zitten in hoofdzaak in de ondersteuning van de sectoren
zuivel, suiker, granen en rundvlees; en natuurlijk ook in algemene kosten om
het systeem draaiende te houden.
De Groene Doos en dumping
Veel geld uit de Groene Doos moedigt
aan tot resp. geeft kansen aan grotere productie dan de regionale markt vraagt,
immers het werkt sterk kostprijsverlagend en biedt daardoor toegang tot de
wereldmarkt ondanks het feit dat de arbeidskosten in de EU hoger liggen dan in
derdewereldlanden. De kostprijsverlaging is dermate dat zelfs de extra kost van
intercontinentaal transport geen belemmering vormt. Het geld uit de Groene Doos
werkt dus dumping in de hand en drukt boeren in de DW weg uit hun lokale
markten.
Om een voorbeeld te geven : volgens
een studie van de Australische regering zou een halvering op de wereldmarkt van
het volume van EU- en VS-zuivelproducten de prijs in die sector met 34% doen
stijgen, waardoor de kans dat importen van die producten lokale boerenmarkten
in de Derde Wereld verstoren aanzienlijk kleiner wordt.
Herziening van de Groene
Doos
De gezamenlijke NGO's vragen
dat de Groene Doos wordt opgeschoond en dat dit zou gebeuren door of onder
toezicht van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO).
Zij stellen voor dat :
- betalingen volgens de
Groene Doos de samenleving ten goede moeten komen, en gericht moeten zijn
op kleine boeren, duurzame landbouw, milieubescherming, plattelandsontwikkeling,
voedselzekerheid en armoedebestrijding.
- inkomenssteun zich beperkt
tot familiale boerenbedrijven met een plafonnering van de bijdrage per
bedrijf om de vlucht in de schaalvergroting te voorkomen
- accumulatie van betalingen
wordt voorkomen
- en referentieperioden
worden vastgesteld, bekend gemaakt en niet meer worden veranderd.
|