|
Dorpen in India staan te koop
Devinder Sharma, 060212: 'Het
aanmoedigen van contract-farming, van handel in futures van agrarische
grondstoffen, leasing van gronden, het vormen van bedrijven die land
uitwisselen, toekenning van woon-en-kostgrondjes, directe inkoop van
landbouwgrondstoffen, en het opzetten van speciale inkoopcentra zal een
meerderheid van de 600 miljoen boeren uit de landbouw verdrijven.' Zoals
God verdween uit Jorwerd, verdwijnt hij nu ook uit India, alleen
schrijnender, zoals veel in India schrijnender is dan hier.
Harkishanpura was een onbekend
dorp in het district Bathinda in de staat Punjab in Noordwest-India.
Het kwam plotseling in het nieuws toen de dorpsraad aankondigde dat het
dorp te koop stond. Dat was in januari 2001; nooit eerder was zoiets
voorgekomen. Sindsdien staan nog vijf andere dorpen in de Punjab te
koop – de Punjab, de graankom van het land.
Wat
begon als een geïsoleerd en extreem geval van plattelandsellende
verspreidt zich nu langzaam maar zeker over het land. In december 2005
bood het dorp Dorli in het district Wardha van de staat Maharashtra
zich als eerste buiten het gebied van de agrarische koploper Punjab –
de voorbode van de Groene Revolutie in India – te koop aan. Met overal
aangeplakte affiches en de slogan "het dorp Dorli is te koop",
geschilderd op de ruggen van het vee en op bomen, wordt wat eerst een
bizar verhaal leek, nu een droevige en wijdverspreide realiteit.
Het
dorp Dorli heeft 270 inwoners, 500 stuks vee, en bijna 250 ha
landbouwgronden. Iedere dorpeling, de kinderen inbegrepen, heeft een
schuld van 30.000 roepie (700 Euro).
Een
paar weken later nodigden honderden bewoners van het dorp Chingapur in
de Yeotmal-streek van Maharashtra de president van India en zijn eerste
minister uit voor de opening van een markt van mensennieren. De
dorpelingen die hun groeiende rekeningen niet konden betalen, hadden
besloten tot een massale verkoop van nieren. In naburige dorpen is de
situatie niet beter. De landbouwellende is alom.
In
het naburige dorp Shivani Rekhailapur staat op spandoeken te lezen :
"Dit dorp staat op het punt om in de verkoop te gaan. Sta ons toe om
massaal zelfmoord te plegen." De schulden op het platteland hebben
zulke alarmerende proporties aangenomen dat dorpsgemeenschappen niet
alleen gedwongen worden lichaamsorganen te verkopen maar ook hun grond
– bereid als ze zijn om afstand te doen van hun middelen tot
economische zekerheid.
Malsinghwala
is een dorpje in het Mansa-district van de Punjab. Het dorp staat voor
50 miljoen roepie in de schuld bij banken en voor 25 miljoen roepie bij
particuliere geldschieters en commissionairs. "We zitten tot onze nek
in de schulden. Wij hebben geen andere keuze dan onze gronden te
verkopen," zegt het hoofd van de dorpsraad, Jasbir Singh. Hij toont het
besluit van de dorpsraad dat de verkoop goedkeurt en zegt dat ieder van
de 4000 inwoners een schuld heeft van 13.000 roepie. Met teruglopende
oogstopbrengsten en geen ander vooruitzicht op de terugbetaling van
openstaande schulden, heeft het dorp besloten zijn troeven te verkopen,
bestaande uit 730 ha grond.
Harkishanpura
in het Bathinda-district staat nu vijf jaar te koop en wacht nog steeds
op zijn koper. Zoals ieder ander dorp in de welvarende Punjab heeft
Harkishanpura niets wat erop wijst dat het van andere verschilt. Met
zo'n 125 gezinnen en 475 ha land blijft het dorp hoe dan ook zwoegen om
te overleven. Toenemende schuldenlast en de onverschilligheid van de
regering van Punjab duwt langzaam maar zeker verschillende dorpen in de
omgeving in een ernstige socio-economische crisis.
Bhuttal
Kalan in het Sangrur-district heeft 400 ha; het naburige Bhuttal Khurd
bijna 500 ha. Op 80% van de dorpsgronden rust al een hypotheek van
geldschieters en commissionairs. Terwijl beide dorpen klaar zijn voor
de verkoop, is de situatie in de naburige dorpen niet beter. "De
situatie is alarmerend. Maar niemand schijnt aandacht te hebben voor
onze noodkreet," zegt Hardayal Singh, sarpanch van het nabijgelegen
dorp Govindpura Jawaharwala. Geen wonder dat 40% van de boeren uit de
landbouw wil stappen, volgens het laatste rapport van de NSSO,
Nationale organisatie voor steekproefsgewijs onderzoek.
En
toch is het geweten van 's werelds grootste democratie er niet door
geschokt. Er was geen publieke woede toen eerdere rapporten aantoonden
dat 65 van de 243 boeren die in de Vidhrabha-streek van Maharashtra -
in 2004 alleen - zelfmoord pleegden, schulden hadden van niet meer dan
8.000 roepie (175 Euro). Dat Meena Prakash Rechpade, de weduwe van de
36-jarige boer Prakash uit het dorp Dhanori in de buurt van Warha in
Maharashtra geen geld had om de uitvaart van haar man te regelen,
leidde nauwelijks tot reacties. Toch koos deze man voor de dodelijke
stap om te ontsnappen aan de ellende van de Groene Revolutie. Afgezien
van routineus onderzoek en idem beloften, zijn zulke verhalen niet in
staat gebleken de natie te beroeren.
Niet
alleen in Punjab en Maharashtra verhuizen tienduizenden boeren ieder
seizoen op zoek naar klusjes in stedelijke gebieden elders in het land.
Moffusil-kranten [in de taal Telugu] in het centrum van de cyberstaat –
want zo wil Andhra Pradesh in Zuid-India genoemd worden – staan vol
advertenties om mensen aan te sporen hun gouden en zilveren eigendommen
te verpanden. In Karnataka waar het zelfmoordpercentage onder de boeren
eveneens hoog is, heeft de overmatige aandacht voor technologie een
groot percentage van de boerende bevolkingsgroepen alleen maar
afgehouden van economische groei en ontwikkeling. Het is een grote
tragedie dat beide staten zijn veranderd in een nationaal kapitaal van
schaamte voor de boerenellende die zichtbaar wordt door het toenemend
aantal zelfmoordgevallen op het platteland.
Terwijl
de rurale ellende voortdurend toeneemt zien we tot ons verdriet dat de
regering geen weet heeft van de redenen waarom de agrarische crisis
verergert. Evenmin wordt er enige poging gedaan door agrarische
wetenschappers, economen of sociologen om voorstellen te doen om een
eind te maken aan deze beschamende smet op de beeldvorming van het
land. De reden ligt voor de hand. Niemand heeft de politiek moed om de
vinger te leggen op de fundamentele oorzaak achter het instorten van de
Groene Revolutie. Dit verergerde niet alleen de crisis die leidde tot
een milieuramp maar verwoestte ook het landelijke bestaan van miljoenen.
De
alarmbel luidt nu al een tijdje. Bijna een decennium is de groei eruit
in de landbouwproductie en heeft zich een weg omlaag ingezet. Dit is
allemaal gebeurd op een ogenblik dat de op hoge inputs gebaseerde
technologie de gronden al heeft uitgeput en er tenslotte toe heeft
geleid dat ze naar adem snakken. De watergulzige teelten trekken het
grondwater weg en de markten falen om de boeren te redden van een
ineenstorting van de landbouwsystemen. Door geen oog te hebben voor de
kritische samenhang tussen landbouwproductie en de toegang tot voedsel
– door het verleggen van de aandacht naar agro-processing gekoppeld aan
buitenlandse investeringen en export – moest dit wel gebeuren.
Terwijl
de kosten van inputs met de jaren toenamen en de boeren aanzetten tot
het aangaan van meer leningen, veranderden de productie-opbrengsten
niet. De verhouding tussen input en output kwam op zijn kop te staan en
onderwijl raakten een groot aantal boeren steeds dieper in de schulden.
Een recent UNCTAD-rapport laat zien dat de landbouwproducten nog altijd
verkocht worden aan prijzen van 1985. Met andere woorden de prijzen die
de boeren vandaag krijgen zijn nog gelijk aan die van 20 jaar geleden.
De
apathie is zo groot dat men zonder zich eerst te overtuigen waarom en
hoe de boerderijbalans fout liep en zonder te leren van de bloedige
nasleep van de Groene Revolutie, een tweede groene revolutie afdwingt
die de afhankelijkheid van externe inputs zal doen toenemen en het
kostenplaatje voor de boeren nog zal verhogen. De tweede Groene
Revolutie heeft alle ingrediënten om de huidige duurzaamheidscrisis aan
te scherpen en de marginalisering van de boerengemeenschappen te
bespoedigen.
Agrarische
hervormingen die nu worden geïntroduceerd omwille van toenemende
voedselproductie en het verlagen van de prijsrisico's waarmee de boeren
voortdurend worden geconfronteerd, leidt eigenlijk tot een vernietiging
van de productiecapaciteit van de landerijen en zou de oorzaak kunnen
zijn van een verdere marginalisering van de boerengemeenschappen. Het
aanmoedigen van contract-farming, van handel in futures van agrarische
grondstoffen [een vorm van voorverkoop terwijl er nog niet geoogst is],
leasing van gronden, het vormen van bedrijven die land uitwisselen,
toekenning van woon-en-kostgrondjes [homestead-cum-garden plots],
directe inkoop van landbouwgrondstoffen, en het opzetten van speciale
inkoopcentra zal een meerderheid van de 600 miljoen boeren uit de
landbouw verdrijven.
"Dorp te koop" zul je voortaan overal in het landschap van India tegenkomen.
(Devinder Sharma is schrijver en commentator, gevestigd in New Delhi)
|