Groeiende consensus over recht op marktafscherming

Er zijn tekenen dat de reflectie over het hongerprobleem zijn ideologisch harnas afwerpt. Ondanks de onenigheid over de nieuwe 11.11.11-campagne is er volgens De Standaard een gemeenschappelijke ondertoon merkbaar in de teksten die de Boerenbond en de NGO's rondstuurden naar aanleiding van de Wereldvoedseldag. De grote multinationals die de wet dicteren aan corrupte regimes en boven elke internationale controle staan, komen daardoor nadrukkelijker in beeld, luidt het.

Tien jaar geleden verwachtte de FAO dat er tegen 2010 "maar" 680 miljoen mensen honger zouden lijden. Intussen zijn er de VN-millenniumdoelstellingen van 2000. Als die gehaald worden, zullen er in 2015 nog altijd meer dan 600 miljoen mensen honger lijden. Maar het staat al vast dat die millenniumdoelstellingen realistisch gesproken onbereikbaar zijn. Slechts 13 van de pakweg 100 echte ontwikkelingslanden in de wereld halen min of meer het tempo voor 2015, aldus journalist Bernard Bulcke.

Er is de jongste jaren geen gebrek geweest aan debat en internationale topconferenties waar het probleem van honger en onderontwikkeling aan de orde kwam. In 1999, naar aanleiding van de WTO-ministerconferentie van Seattle, leek het dat er een nieuwe wereldbeweging op gang was gekomen die voor de doorbraak zou zorgen. Er kwam in 2001 een Doha-ontwikkelingsronde en een jaar eerder was er de VN-Millenniumconferentie.

Landbouw staat centraal in de discussie. Ruim driekwart van de honger situeert zich immers op het platteland. De remedies voor de strijd tegen de honger werden vroeger vaak verdronken in ideologische discussies over vrijhandel en economische groei. Sloganesk werd en wordt beweerd dat de bescherming van de landbouwsector nefast is voor honger en armoede in de wereld. Niet het minst werd de Europese Unie daarbij met de vinger gewezen. Grotendeels terecht, schrijft Bulcke.

Hij wijst er tegelijkertijd op dat de Unie zijn landbouwbeleid intussen fors bijgestuurd heeft. De exportsubsidies zijn al met een derde verminderd en zullen in 2013 verdwenen zijn. De EU-25 is de grootste importeur uit de ontwikkelingslanden, vaak zonder enige handelsbelemmering. Maar er is nog een veel belangrijker evolutie in de geesten. Het recht op afscherming van lokale landbouwmarkten wordt almaar nadrukkelijker erkend als beleidsdoelstelling.

Veel nadrukkelijker dan voorheen komen daardoor de grote multinationale bedrijven in beeld die in de ontwikkelingslanden de prioriteit opeisen en boven ieders controle de wet van de vrijhandel dicteren aan corrupte regimes. Het inzicht groeit dat niemand greep heeft op die grote conglomeraten die zich boven iedere democratische controle konden plaatsen.

Bulcke haalt als voorbeeld de koffiemarkt aan. Vier bedrijven - Neumann, Volcafé, Ecom en Dreyfus - verhandelen 40 procent van de wereldmarkt en beheersen dus in naam van de vrijhandel de basisproductie. Philip Morris, Nestlé en Sara Lee verwerken onder hun drieën 45 procent van de wereldmarkt. Voor andere belangrijke "landbouwproducten" uit de ontwikkelingslanden is de toestand niet anders. Wie krijgt daar ooit vat op?, vraagt de journalist zich af in De Standaard.

Eerdere berichtgeving over Wereldvoedseldag:
15/10/06: FAO wil meer buitenlandse investeringen tegen honger

"STEEDS MEER GEZINNEN VRAGEN VOEDSELHULP"

Van de meer dan 800 miljoen hongerlijders in de derde wereld, leven er 9 miljoen in het rijke westen. In Limburg kochten de klanten van Delhaize de voorbije dagen etenswaren voor de voedselbanken. "We mogen tevreden zijn", zegt Georges Levecq, verantwoordelijke voor de voedselinzamelactie in de VUM-kranten. "De mensen zijn nog steeds heel vrijgevig en dat is nodig ook. Het aantal gezinnen dat voedselhulp nodig heeft, is de laatste jaren zeker gestegen. Niet alleen wordt het leven steeds duurder, vandaag durven mensen er ook meer voor uit te komen dat ze hulp nodig hebben dan tien jaar geleden".

Tijdens de eerste negen maanden van dit jaar schonk de Limburgse voedselbank eten aan 52 verenigingen in Limburg. De verenigingen selecteren, vaak in samenwerking met het OCMW, wie in aanmerking komt voor een voedselpakket. Dit jaar kregen al 7.200 mensen een voedselpakket van gemiddeld tien kilogram per maand. Verwacht wordt dat de inzamelactie bij Delhaize zo'n achtduizend kilogram opbrengt.

ontleend aan VILT, 16 oktober 2006

 

 
Facebook Twitter Google+ Pinterest