Invloed van dioxinecrisis op menselijke gezondheid

De dioxinecrisis die in de lente van 1999 uitbrak in ons land, had wel degelijk effect op de gezondheid. Dat meldt professor Nik van Larebeke van de Universiteit Gent dinsdag, 31 oktober 2006, in een persbericht. Hij reageert daarmee op de documentaire 'Keerpunt: de dioxinecrisis' die maandagavond werd uitgezonden op Canvas.

Van Larebeke, die destijds lid was van de wetenschappelijke dioxinecommissie, heeft het naar eigen zeggen moeilijk met sommige beweringen uit de uitzending "als zou de crisis geen belang gehad hebben voor de gezondheid". Vlaamse biomonitorstudies hebben aangetoond dat de dioxinecrisis bij Vlaamse vrouwen een toename met ongeveer 33 pct in de lichaambelasting aan pcb's 153 en pcb's 138 heeft veroorzaakt.

Pcb's 138 en 153 waren de belangrijkste componenten van de besmetting tijdens de dioxinecrisis. Uit die toename met 33 pct van die pcb's kan volgens van Larebeke afgeleid worden dat de stijging in dioxines 5,5 pct bedroeg in de lichaamsbelasting, wat minder was dan wetenschappers hadden geschat. Dat laat volgens de prof vermoeden dat "slechts" 23,5 pct van de dioxinebesmetting bij de bevolking is terecht gekomen.

"Verheugend is wel dat de gegevens van het Voedselagentschap en van het Vlaamse Steunpunt Milieu en Gezondheid tonen dat de dioxine- en pcb-besmetting van onze voedingsmiddelen en van ons lichaam afnemen", luidt het in het persbericht. Ook al ligt de besmetting met dioxines en pcb's lager dan wetenschappers hadden vermoed, toch vormen die stoffen ook in lage dosis een belangrijke bedreiging voor de gezondheid, benadrukt van Larebeke. Heel wat vervuilende stoffen werken trouwens sterker in bij een lage dosis dan bij een hogere dosis. Dat is ook het geval voor dioxines, een "receptorbindende stof".

Receptoren zijn specifieke proteïnen waaraan stoffen zich kunnen "binden". Bij receptorbindende stoffen is het zo dat lage dosissen "relatief meer effect hebben dan zeer hoge dosissen, omdat het opdrijven van de dosis, boven een concentratie waarbij de receptor nagenoeg verzadigd is, geen betekenisvolle stijging van het effect met zich zal brengen", luidt het.

Het is al overvloedig aangetoond dat dioxines ook bij zeer lage dosissen, die veel lager zijn dan de concentraties in ons lichaam, al biologische effecten hebben. Studies bewijzen ook dat dioxines een belangrijk kankerverwekkend effect hebben bij de mens. Toch zijn er volgens van Larebeke goede redenen om te denken dat kanker niet het belangrijkste gezondheidseffect van dioxines en pcb's is. Verstoring van het hormonaal evenwicht, van de immuunweerstand, van de vruchtbaarheid en van de intra-uteriene ontwikkeling, in het bijzonder van het zenuwstelsel, zijn wellicht nog belangrijker volgens de wetenschapper.

Professor van Larebeke werkt bij het Studiecentrum Carcinogenese en Primaire Preventie van Kanker aan de Universiteit Gent.

via VILT, 31 oktober 2006

Facebook Twitter Google+ Pinterest