spacer
spacer
       
Home
Publicaties
Publicatielijst
Wervelkrant
Sojaflitsen
Boeken
 
Home arrow Sojaflitsen arrow 22 dec '05: Rabobank en soja

22 dec '05: Rabobank en soja

Rabobank en soja

Milieudefensie uit Nederland vroeg me dringend een interview voor hun tijdschrift. Ze gaan er namelijk de komende tijd in Nederland hard tegenaan, wat de Rabobank betreft. Door internetomstandigheden kwam het stuk te laat aan. Daarom dopen we ’t interview maar even om in een sojaflits.

1. Kunt u kort iets vertellen over wat uw werk precies inhoudt? Waarom werkt u zowel in Brazilië als in Nederland?

Ik was van 1990 tot 2003 coördinator van Wervel (Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw). Ik geef even de website, want de helft van onze bezoekers zijn NGO’s, universiteiten, hogescholen en individuele personen uit Nederland: www.wervel.be. Van bij het eerste moment van Wervels oprichting thematiseerden we in de Vlaamse pers de intensieve dierhouderij en melkveehouderij in Vlaanderen en Nederland. Die zijn alleen maar mogelijk door de enorme veevoederimporten, aanvankelijk uit de VS. Gaandeweg steeds meer en meer uit Brazilië, Argentinië, Paraguay en nu ook uit Bolivia. Het ‘Gat van Rotterdam’ werd sinds 1962 in het EU-schip geslagen door een deal tussen de VS en de toenmalige EEG in de Dillonronde (1960-1961) van de GATT (nu WTO). Met de militaire dictatuur in de Brazilië (1964-1985) en haar samengaan met de Groene Revolutie eind jaren 60 – jaren 70, wrong Brazilië zich hoe langer hoe meer in het Rotterdamse veevoedergat. Dat maakt dat Nederland op agrarisch gebied een exportreus is, ondanks haar geringe oppervlakte op de wereldkaart. De grond ligt dan ook elders: in Latijns-Amerika, de VS, Thailand, Senegal, de wereldzeeën voor vismeel. De Nederlandse landbouw kan door dit grondbeslag overzee 5 keer intensiever zijn dan de Franse landbouw, terwijl de oppervlakte 15 keer kleiner is. De milieuproblemen zijn dan ook navenant.

Daar de internationale verhoudingen, vooral in WTO-verband, het landbouwbeleid in hoge mate bepalen, vroeg Fetraf-Sul/CUT mij sinds 2003 om in vormingsprocessen van boerenleiders te stappen. Daar WTO in Latijns-Amerika een blinde vlek is en sinds 1990 voor mij een grote (studie)zorg, werd ik voor dit WTO-sojaverhaal aangetrokken. In de toekomst zullen we meer het vage begrip ‘Voedselsoevereiniteit’ concreet proberen in te vullen. Ik leef en werk ongeveer zes maand per jaar in Brazilië en zes maand per jaar in Europa. Eigenlijk aan beide kanten van de oceaan voor dezelfde zaak: het scheefgegroeide landbouwwereldsysteem aankaarten en mee alternatieven uitwerken. Ik probeer ook in regelmatige soja- en andere flitsen het probleem over en weer aan te kaarten en alternatieven die boeren in Europa en in Brazilië uitwerken, kenbaar te maken en aan elkaar te linken.

2. De Rabobank is de initiatiefnemer van de financiering met 230 miljoen dollar van de uitbreiding van de sojateelt van het bedrijf ‘A Maggi’ in Brazilië. Wat vindt u en Fetraf-Sul/Cut daarvan?

Ik ben onafhankelijk raadgever van Fetraf op het vlak van internationale relaties en meer bepaald i.v.m. soja en het effect op het landbouwmodel, WTO, voedselsoevereiniteit etc. Voor het standpunt van Fetraf moet u zich dus rechtstreeks tot Fetraf richten.

Dat getal van 230 miljoen dollar is mij onbekend. Ik dacht dat de ‘coöperatieve’ bank uit de Nederlandse boerenstal de komende jaren 150 miljoen dollar uittrekt om in Brazilië vooral een kredietportefeuille van 2 miljard dollar op te bouwen. Rabo wil in het land 25 nieuwe kantoren opzetten. ABN-Amro uit hetzelfde Nederland ageert al jaren in de Braziliaanse steden. Rabo kan met de Nederlandse sojabelangen toch moeilijk op het platteland ontbreken. Bovendien maken de banken momenteel in Brazilië astronomische winsten.

Als het waar is dat Rabobank 230 miljoen dollar investeert in de grootste soja’boer’ ter wereld, dan is dat inderdaad een regelrechte schande. Temeer als je de geschiedkundige wortels van Rabo kent. Er is wereldwijd een strijd gaande tussen twee landbouwmodellen, namelijk tussen de (meestal) hoogtechnologische, arbeidsuitstotende, op export gerichte, kapitaalintensieve landbouw versus de familiale landbouw, die (meestal) meer ecologisch is, arbeidsscheppend en die op de eerste plaats produceert voor de plaatselijke bevolking. In Brazilië is deze tegenstelling tussen wat ze hier de ‘patronale’ landbouw en de ‘agricultura familiar’ noemen, het scherpst. Dagelijks vallen er doden. En juist in deelstaat Mato Grosso, waar de grootste soja-expansie is en waar Blairo Maggi als gouverneur de scepter zwaait, vallen de meeste doden. Lees in dit verband de flits ‘Soja en oorlog’ op www.wervel.be/sojaflitsen/sojaflits-20051028.htm . Blairo Maggi pakt altijd graag uit met het feit dat ‘alles binnen de wet’ is en dat hij toch 110.000 ha. bos beschermt. Hij vergeet er wel bij te zeggen dat hij voor de 130.000 monocultuur aan soja evenveel oerwoud heeft afgebrand, het water vergiftigt en mee verantwoordelijk is voor de omsingeling van inheemse volkeren door de soja-expansie omheen hun bedreigde reservaten. Bovendien is het zíjn staat die hoog scoort in de nieuwe vormen van slavernij, óók in de grootschalige sojateelt. Zie in dat verband het hoofdstuk ‘Soja en slavernij’ in het boek ‘Kruisende schepen in de nacht. Soja over de oceaan.’ (Dabar-Heeswijk/Wervel-Brussel, 2005).

3. Moet de Rabobank stoppen met het financieren van grootschalige op export gerichte sojateelt ?

Door deze onverbloemde keuze voor de patronale exportlandbouw dreigt Rabo zo mee de doodsteek te geven aan de in Nederland door de, aan dezelfde bank gelieerde boerenbond, zo bezongen ‘gezinslandbouw’. Zowel in Brazilië als in Europa komt dit model van gezinsbedrijven zwaar onder druk te staan. Als Rabo het patronale model zo zwaar ondersteunt, niet alleen in de sojamonocultuur maar ook in de suikerrietmonocultuur, dan kunnen de suikerbiettelers het in de Europese Unie wel vergeten. In Nederland, o.a. op Schiphol, hangt de niet mis te verstane reclame van Rabo dat ze ‘The Number One’ in Agri-investeringen is.

Is het in het licht van deze expansiepolitiek niet bijzonder cynisch dat gelijktijdig met een schaamlapje hulp voor de kleinen wordt uitgepakt?

‘Stichting Rabobank’ doet aan ‘goede werken’. In het Development Program van de Rabobank is er sprake van 25 miljoen dollar voor micro finance-activiteiten in 15 ‘wat beter ontwikkelde ontwikkelingslanden’. Brazilië is blijkbaar “zo’n beter ontwikkeld ontwikkelingsland”. De cijfers spreken voor zich: 25 miljoen voor microkrediet in 15 landen en 150 miljoen voor kredietverlening aan de grootschalige exportlandbouw in Brazilië.

4. Of moet de grootschalige sojateelt duurzamer?

De vraag is of grootschalige soja überhaüpt ooit duurzaam kan worden. Als je iets van ecosystemen afweet, dan weet je dat dit een flagrante leugen is.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat recent in die streken de grootschalige teelt van ‘bio’soja ontstond. In dezelfde deelstaat Mato Grosso zit namelijk de grootste teler ter wereld (2000 hectares) met ongeveer 5000 ton biosoja. Ik heb daar zo mijn vragen bij. Het zal dan wel ‘bio’ zijn, maar of het duurzaam en ecologisch is, dat is nog een heel andere vraag. Nee, de biologische soja van de kleinschaliger familiale landbouw, bijvoorbeeld in de buurt van Capanema (deelstaat Paraná) is een heel ander verhaal. De teelt is daar opgenomen in een normale teeltrotatie op een bedrijf naar mensenmaat. Soja met zijn stikstofbindende kwaliteiten kan dan een goede wisselteelt zijn.

5. Bijvoorbeeld door te streven naar richtlijnen? Dat is de lijn die ingezet wordt het Wereldnatuurfonds met de Round Table on Responsible Soy.
Is dat een goede manier? Doet de organisatie waar u voor werkt, mee aan de Round Table?

Het hoeft voor mij niet allemaal biologische soja te zijn. Ook voor gangbare soja kunnen criteria afgesproken worden. Dat deden Fetrafboeren in 2004, met de financiële steun van het Nederlandse DOEN en Solidaridad, in samenhang met de Nederlandse sojacoalitie. Voor mij is het belangrijker waartoe deze soja dient en hoe we terug regionale, ecologische kringlopen kunnen sluiten; zowel in Brazilië, als in Europa. En de grote vraag, die jullie als Nederlanders nog méér dan wij Vlamingen zouden moeten stellen, is de volgende: “Kunnen wij dit industriële veeteeltsysteem met onze enorme exportbelangen nog langer in stand houden? Is bijvoorbeeld de energiebalans van deze wereldwijd groeiende omzetting van plantaardige eiwitten naar dierlijke eiwitten wel ‘duurzaam’ te noemen? Hoeveel aardes hebben we daar voor nodig, nu ook China en India jaar na jaar meer dierlijke eiwitten beginnen te consumeren? 65 % van alle soja ter wereld komt terecht in de voedingstroggen van kippen, varkens, kalkoenen en runderen. Om niet de pijlsnelgroeiende aquacultuur te vergeten, want de wereldzeeën geraken onderhand leeggevist.

De ‘Ronde Tafel rond duurzame soja’ dacht inderdaad water en vuur te kunnen verzoenen. In de loop van de bijeenkomst in het Braziliaanse Foz do Iguaçu (maart 2005) werd de dubbelzinnige term omgesmeed in ‘meer verantwoorde soja’. Fetraf-Sul/CUT was één van de partners in het opzetten van deze Round Table. Wat Fetrafs engagement in de toekomst nog is, dat kunt u aan het bestuur vragen.

6. De Rabobank is een belangrijke financier van de bio-industrie in Nederland. Ze heeft 80-90 procent van de agrarische financiële markt in handen. Wat zou de Rabobank moeten doen? Milieutechnische verbeteringen (stallen zonder schadelijke emissies) of stoppen met het financieren van de bio-industrie?

Nederland was tot voor kort de grootste importeur van veevoedergrondstoffen (recent voorbij gestoken door China) en de tweede exporteur van landbouwproducten en voedsel. Als Rabo 80-90 % van de financiering in handen heeft, dan is deze bank in hoge mate mee verantwoordelijk voor dit onevenwichtige landbouwmodel. Zowel ecologisch en sociaal in Nederland, als in de verhoudingen met import- en exportlanden. De Nederlandse zuivelproducten worden wereldwijd met EU-subsidies gedumpt, o.a. in Brazilië, en brengen zo de melkveehouderij van kleine boeren hier in Brazilië in het gedrang. Terwijl de intensieve melkveehouderij met Holsteinerkoeien maar mogelijk is met krachtvoer. Nederlandse kippen bekampen Braziliaanse kippen in Rusland. Er heerst dus een wereldwijde vlees- en zuiveloorlog, waarin Nederland een niet onbelangrijke rol speelt. Het is geweten dat methaangas 23 keer meer effect heeft op het broeikaseffect dan wel CO2 (1). Runderen produceren zoveel methaan, gelijkaardig aan het vervuilingseffect van een kleine auto. Het wereldprobleem van de opwarming van de aarde, waar de runderen een groot aandeel in hebben, los je niet op met andere stallen. Dat zijn oplapmiddelen van een in wezen onecologisch ‘productie’systeem (dat woord ‘productie’ alleen al, terwijl het over leven gaat). De twee topsymbolen van ons consumptiepatroon zijn de privé-auto en de overdreven vleesconsumptie. En juist deze twee topsymbolen eisen het meeste grond en water op. Bovendien nemen ze een groot deel van de luchtvervuiling voor hun rekening. Het is gemakkelijk om op de boeren af te geven, als we niet ons leefpatroon wereldwijd willen bijstellen. Nee, we dringen dit model nog wereldwijd op ook!

Ik pleit er dus voor dat we in Vlaanderen, in Nederland, in Europa, wereldwijd hoogdringend dit consumptiemodel in vraag stellen en veranderen. Ik weet dat dit een taboe is, want vleesminderen en autodelen snijden dagelijks in je eigen vlees. En in de handelsbelangen van je land. Als we dit gaandeweg planetair omsmeden tot een meer ‘duurzame’ leefwijze, dan kan financiering van bijvoorbeeld een Rabobank daar een ondersteunende rol in spelen.

7. De Zuid Nederlandse Land en Tuinbouw-organisatie (ZLTO) is een van de machtigste boerenbonden in Nederland, uit het gebied waar de bio-industrie het sterkst is : Noord-Brabant. Tegelijkertijd is de ZLTO een van de belangrijkste aandeelhouders van Dumeco (een van de grootste varkensslachters van Nederland). Wat vindt u daar van?

Pater Van den Elsen, mijn confrater norbertijn van Heeswijk uit de 19e eeuw, had het goed voor met de verbetering van de arme boeren in Brabant en in Zuid Nederland. Hij stichtte de Boerenbond, waar ook de latere Rabobank zou uit ontstaan. Hij deed dat naar aanleiding van de grote landbouwcrisis, die ontstond door de goedkope graanimport uit de Verenigde Staten. Die import was mogelijk door het samengaan van de stoomtrein in de VS, waar de boeren ginds afhankelijk van werden gemaakt, en de stoomboot die het graan in Europa dumpte. Trein, havens en schepen waren al in de 19e eeuw in handen van Cargill. Het ‘familiebedrijf’ Cargill is nu nog de grootste octopus ter wereld, die samen met Bunge en ADM wereldwijd de graanvervangers- en de graanhandel in handen heeft. Hun schepen kruisen in de nacht over de oceanen. We hebben er weinig weet van en het is hoog tijd dit vernietigende systeem te openbaren. Hun schepen deden in de 19e eeuw hun werk en ze maken vandaag het model mogelijk dat Nederland veel grondloze varkenshouderijen geeft, dat Brabant een gigantisch mestprobleem heeft en dat Nederland met een interessante handelsbalans kan uitpakken. ZLTO en Dumeco handelen in de logica van dit systeem. Ik vermoed dat pater Van den Elsen zich in de abdij omdraait in zijn graf, als hij ziet wat er met zijn emanciperende initiatieven is gebeurd.

Het is aan jullie, Nederlanders, om jullie huiswerk van omkeer te doen. Wij moeten het onze in Vlaanderen maken…, Vlaanderen dat onlangs door de EU volledig tot kwetsbaar gebied is uitgeroepen. Ook ónze grondloze kippen en varkens zijn maar mogelijk door de havens, door de cluster aan financieringskapitaal van banken, door veevoedermaatschappijen, slachthuizen, uitsnijderijen. Inderdaad, ook bij ons zijn deze dikwijls in handen van dezelfde integratoren.

8. De grote boerenbonden, veevoederproducenten, vleesverwerkende bedrijven en Rabobank zijn nauw met elkaar verknoopt. De voorzitter van de ZLTO is bijvoorbeeld vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen van de Rabobank, voorzitter van de Raad van commissarissen van Sovion (waar vleesverwerker Dumeco onderdeel van uitmaakt) en bestuurslid van de LTO (landelijke boerenbond). De voorzitter van de samenwerkende Nederlandse en Europese veevoederbedrijven, is bijvoorbeeld commissaris bij de Rabobank. Wat vindt u van die verknoping van belangen? Is daar wel wat tegen te doen? En het is zo’n hecht, gesloten bolwerk met grote belangen: kunnen maatschappelijke organisaties daar wel iets tegen uitrichten? Zo ja, wat?

Ik zie dezelfde vervlechting tussen de syndicale en de economische boerenbond op Europees vlak. COPA is de Europese internationale van de syndicale boerenbonden, COGECA is de internationale van de economische belangen die u daar opsomt. Het is duidelijk dat ook in Brussel, waar beide zetelen, COGECA de lakens uitdeelt. Officieel natuurlijk niet, maar deze dingen werken heel subtiel. In sommige landen worden naar de buitenwereld toe formeel de petjes op andere hoofden gezet, maar informeel worden de belangen gediend ‘zogenaamd voor het welzijn van de boerenstand’. Dat is nog maar de vraag: de koploperbedrijven gaan gebukt onder een grote financiële last, jonge boeren vinden geen vrouw meer, het aantal zelfdodingen onder de boeren is onrustwekkend hoog. Als u mijn gedacht vraagt, dan vind ik dat erg bedenkelijk. Het is zoals een abt die tegelijk econoom is van een abdij. Of zoals de voorzitter van Milieudefensie, die tegelijk penningmeester zou zijn. Dat kan niet goed gaan. Door deze vervlechting van belangen wordt een welbepaald landbouwmodel doorgedrukt. Alternatieven krijgen weinig kans of worden hoogstens met wat kruimels gefinancierd.

Wat kunt u doen? Ik heb de indruk dat u goed bezig bent met deze vervlechting en deze machtsconcentratie te ontrafelen en openbaar te maken. Dat is het eerste werk dat moet gebeuren. Tegelijk proberen alternatieven te formuleren, niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. Want er is de samenhang van de dingen: import zonder enige rem van veevoedergrondstoffen van overzee (1962!), WTO en EU, bio-industrie, milieuproblemen, exportbelangen. We zijn planetair behept met een vernietigend landbouwmodel.

In dit ‘openbaringswerk’ moet ik altijd denken aan een werkje van Vaclav Havel: ‘Poging om in de waarheid de staan.’ Een kleine groep, een eenling zelfs, kan in de waarheid staan. Niet dat je de waarheid in pacht hebt, maar je kan een poging doen om de waarheid te benaderen. Plots blijkt dan de grote leugen.

En de eens zo machtige keizer staat dan naakt.



Luc Vankrunkelsven, 22 december 2005




terug  (1) Lees in dit verband de slotverklaring van de uitwisseling tussen Vlaamse en Braziliaanse boeren: ‘WTO en voedselstromen Brazilië-Europa. Vlaams en Braziliaanse boeren willen deelnemen aan de beslissingen.’, Chapecó, april 2005, te bekomen bij Wervel, Vooruitgangstraat 333/9a, B-1030 Brussel, België; Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken of te consulteren op www.wervel.be in het Engels, Portugees en Nederlands.
 
     
spacer

Deze site kwam tot stand in het kader van het E-Coop project
Website gemaakt met Joomla!