spacer
spacer
       
Home
Publicatielijst
Wervelkrant
Sojaflitsen
Boeken
 

25 feb.07: van monocultuur naar polycultuur
Share/Save/Bookmark
In Concórdia komt voor de laatste keer dit jaar de cursusgroep van Terra Solidária samen. Het is ook meteen een evaluatiemoment van de voorbije cursus over ‘ontwikkeling’. Er werd me gevraagd om een uiteenzetting te geven over ‘voedselsoevereiniteit’. Kwestie van de basis te betrekken bij het wereldwijde congres in Mali, eind februari 2007 (1). Het is ook al een beetje een aanloop naar de volgende lesmodule: ‘Leefmilieu en agroecologie’.

Het is echt wel interessant om de dynamiek en de evaluatie van zo’n plaatselijke groep mee te maken.

‘Aurora’ of waar het ochtendgloren van herstel zich aandient

’s Namiddags gaan we per bus op bedrijfsbezoek. Opvallend is dat we met ‘gangbare boeren’ bij een agroecologische boer te gast zijn, Gilso en Jovania Paludo Giombelli (2) met zijn gezin. Midden in de bergen, in Seara. Tegelijkertijd bezoekt de studiegroep van Galvão 130 kilometer hogerop een gelijkaardig bedrijf, bij Alavo Ghedini. Je ziet: opvallend veel afstammelingen van Italiaanse immigranten.

Familie Giombelli probeert aan herstel te doen op een bedrijf dat door hun voorgangers volledig in de lijn van de Groene Revolutie werd uitgebouwd. Hier en daar zie je nog eucalyptus tussen de andere bomen, maar het is de bedoeling om die stilaan te laten verdwijnen. Hun buren zitten duidelijk in de klauwen van de integratieteelt. Bij aankomst sloeg de schrik me om het hart dat we bij varkens en kippen in grote hokken zouden terechtkomen. Een plakkaat van integrator ‘Aurora’ leek ons te verwelkomen. Nee, gelukkig stapten we nog iets verder om het leven te delen van ‘zij die de omkeer doen’. De buren zorgen nog wel voor de indringende geuren van vetmesterijen. Brazilië is sinds 2005 de grootste uitvoerder van kippenvlees en we zullen het geweten hebben!

Slingerpatatten

Het gaat om een lote van 15 hectares op een berg. Onder een snikhete zon bestijgen we het terrein. Ik hoor de coördinator van het syndicaat in Concórdia verwonderd zeggen: ‘Differente, nè’. Inderdaad, het bedrijf laat zien dat omkeer uit een doodlopende weg naar nieuw leven wel degelijk mogelijk is. 

Een gezonde afwisseling van akker en bos zorgt ervoor dat je als boer niet ten onder moet gaan in de hitte. Als het ’s namiddags te heet is, ga je gewoon in het bos werken. Blijkbaar kan zo’n bos op een bedrijf best vruchtbaar zijn. Ja, er staan nog enkele eucalyptussen, maar vooral veel nieuw aangeplante soorten. Bomen die voor houtproductie kunnen zorgen en inheemse vruchtbomen: araçá, butiá, pitanga, cereja, guabiroba, sete capotas en guamirim.

Het is de bedoeling dat het bedrijf (bijna) alles kan voortbrengen wat het gezin nodig heeft. Ze hebben dan ook meer dan 50 teelten… en - blijkt aan het eind van het verhaal - evenveel zaden, die als goudkorrels bewaard worden. In het bos staan niet alleen bomen, maar ook de Chu Chu slingert er in de bomen. Een eigenaardige soort patat, de ‘cará áereo’ doet hetzelfde. Je hebt ze in slingervorm en in een versie die vruchten op de grond geeft. De slingerpatat kan knollen leveren, die tot 500 gram wegen en dit tot 10 kilogram per plant.

We stappen langs kleine wegen, die vol staan met een rijkdom aan vruchtgevende planten. Walletjes en zelfs wegen kunnen opbrengen, zo blijkt. Zijn het geen medicinale planten, dan toch aardappelen of pompoenen. Verder: de "quino", zoete patat, mini-aardappeltjes (batatinhas), maxixe, maniok, porongo doce, aardnoten zoveel meer. En de Pinheiro? Wel, die is bijna uitgeroeid in Santa Catarina. Gilso: ‘Laten we hem terug aanplanten. Onze voorouders en vooral de indios waren veel slimmer. Één hectare pinheiro kan meer opbrengen aan eiwitten dan één hectare soja.” Bovendien moet je het bos er niet voor rooien. Integendeel, je kan Chu Chu en patatten in de bomen laten slingeren. Je kan maniok planten en zoveel meer.

Het gaat niet om geïsoleerde opbrengst

Eigenlijk denkt Gelso niet in opbrengst per hectare. Als iemand hem vraagt: ‘Hoeveel maïs heb je op zo één hectare?’, dan blijft hij het antwoord schuldig. Zijn hoofdschudden is te begrijpen, want hij heeft natuurlijk geen hybride maïs van Pioneer staan. Nee, hier mag een semente creola staan, die hij meebracht van de Guarani in Paraguay. ‘Milho Tchipa’ genaamd of nog: ‘milho avati moroti’. Het is de maïs die als eerste voedsel aan de kinderen wordt gegeven, na de borstvoeding.

Op zo’n hectare staat niet alleen maïs. Er slingeren zich ook pompoenen, meer dan tien soorten bonen (feijão de corda) en andere vruchten tussen de opschietende stengels. Bovendien gaat het hem niet alleen om de maïskolf. Van de plant kan je prachtig artisanaat maken. Zijn vrouw maakt trouwens ook mooie halssnoeren van de verschillende gekleurde zaden op het bedrijf. Maïs en verschillende kleuren bonen horen daarbij. Je kan dus veel meer inkomsten van zo’n ‘hectare’ halen, dan alleen maar de maïskorrels voor menselijke of dierlijke consumptie.

In het voorgeborchte van het huis worden we ontvangen met tererê. Inderdaad, voor hen is het chimarrão met warme erva mate in de winter en de frisse tererê in de zomer. Boven ons zwermt een inheemse bijensoort, de ‘jataí’ ou ‘mirim’. Bijen zonder angel! Ideaal dus om hen een nest aan te bieden op je terras en zo opperbeste honing in huis te halen. Zoals de Guarani geven ze deze honing ook aan de kleine kinderen.

 Een vogeltje, de ‘coleirinha’, trekt zich niets aan van de drukte en komt verder broeden tussen het gezelschap. De groep uit regelmatig vreugdkreetjes bij al dat moois, bij al dat ‘differente’: ‘Meu Deus!’. Of, een variant: ‘Meu …(‘Deus’ onder verstaan, maar niet uitgesproken. Een beetje zoals bij de Joden. ‘Spreek de Naam van de Heilige niet uit’.).

We zijn nu in twee groepen. De vrouw laat haar prachtige artisanaat zien op basis van ‘sementes creolas’. Gilso leidt ons in de wondere wereld van zijn aarden huis rond. Inderdaad, bij aankomst viel ons meteen een nieuw gebouw op. Het deed mij denken aan experimenten die ik ook hoe langer hoe meer in Vlaanderen terug zie: leembouw. Laat dit een variant zijn. Doelstelling van de familie is niet alleen van zich te voeden met de enorme diversiteit op het bedrijf. Het is ook zaak om een huis te kunnen bouwen met materialen uit de buurt. Het gaat om een gebouw met dikke muren, op basis van gevulde zandzakken. In tien dagen tijd bouwden drie mensen, zonder enige bouwkundige ervaring, de muren van het aantrekkelijke gebouw op. Het is buiten ondraaglijk heet, maar het is opvallend hoe koel het in dit gebouwtje is. Koel in de zomer en warm in de winter, door eenvoudige maar vernuftige systemen. Het is dan ook een goede ruimte om de vele bokalen met tientallen eigen zaden te bewaren en fier aan de gasten te tonen.

In het huisje heeft hij een kleine molen staan om ‘a hora’ te malen. Vlak voor het bakken.Dit in kleine hoeveelheden en vers malen schijnt de smaak van tarwe, maïs en andere granen serieus te bepalen.

Inspiratie?

Dat blijkt dan ook bij het afscheid: in een bijna eucharistisch gebaar reikt de vrouw ons een stuk volkorenbrood aan. Inderdaad, zelden zo’n smaakvol brood in Brazilië gegeten. Ja, ze hebben hier iets van de boer-bakker Supiot die we in Frankrijk ontmoetten.  Het verschil is misschien dat deze mensen het vanuit een opvallende christelijke inspiratie doen, wat je dan weer in Europa bijna niet vindt.

Blijkbaar werkt hun voorbeeld aanstekelijk. Om 16u. verlaten we het bedrijf. Een tweede groep komt aan. Op zoek naar nieuwe, àndere wegen.

Luc Vankrunkelsven,

Seara, 16 december 2006.

PS. Na de rijke dag zit ik met de jonge leerkracht, Silvete, te wachten. In Seara, voor de bus richting Chapecó. We mijmeren wat over de voorbije dag. Plots zie ik een tekst op haar schooltas schitteren in waarheid. Naast de prachtige term Terra Solidária lees ik: “Em chão que se planta educação, colhe-se uma terra solidária”. Dat is echt wat hier gebeurt: Op grond waar je vorming plant, oogst je een solidaire aarde.”

1. http://nyeleni2007.org/?lang=pt&lang_fixe=ok 

2. Gilso Giombelli werkt voor APACO: Associação dos Pequenos Agricultores do Oeste Catarinense/Organisatie van kleine boeren van West-Catarina. Gilso en Joviana hebben lak aan praters zonder praktijk. Gilso vertrouwt me nog toe dat ze indertijd zeer gevormd werden door de ‘Pastoral da juventude/ Jeugdpastoraal’. Ze werken in de lijn van de bevrijdingstheologie, meer bepaald vanuit de ideeën van Leonardo Boff. Gilso: “Men moet geloven om te zien. Men moet wat doen om te laten gebeuren. We zien vele mensen praten over landbouw, maar niet aan landbouw doen. We zien velen de landbouwers vertegenwoordigen, maar het zijn geen boeren. We zien veel mensen praten over agroecologie, maar ze doen niet aan agroecologie. Velen praten over productie van voedsel voor eigen consumptie, maar ze produceren niet. Velen begeleiden de agroecologische productie en consumeren conventionele producten. Velen spreken over herverdeling van inkomen, maar ze delen niet het hoge salaris van hun hogere opleiding. Velen hebben het over de bescherming van de agrobiodiversiteit, maar slagen er niet in om daar iets aan te doen. Deze en andere overwegingen inspireren ons om onze uiteenzettingen meer in praktijk te brengen en permanent maken we de reflectie wat we nog meer kunnen doen om meer duurzaamheid in onze bioregio te  realiseren.

Woorden overtuigen; de effectieve praktijk ontroert. We zijn vanuit onze religieuze basis overtuigd dat de bescherming van het leven dagelijks moet gebeuren en niet sporadisch.”
 
     
spacer

Edinburgstraat 26 - 1050 Elsene - tel 02 893 09 60 e-mail: info AT wervel PUNT be