|
Brazilië is
het land van de grote ongelijkheid. Op het eerste gezicht zou je kunnen zeggen
dat ze op het strand, in hun deftige naaktheid, allemaal gelijk zijn.
Brazilianen houden dan ook enorm van het strand. Gostam da praia.
Na drie
dagen intens werken met Terra Solidária is het tijd voor ontspanning. En daar
kennen Brazilianen wat van!We zitten
op meer dan 500 kilometer van de oceaan. Geen nood. Op 80 km. van Francisco
Beltrão werd er een kunstmatig strand aangelegd. Bij een stuwmeer in Nova Prata
do Iguaçu: Het nieuwe zilver van Iguaçu. In een propvol busje met joelende
collega’s scheuren we door het landschap. Na de mooie theorieën van de voorbije
dagen over leefmilieu komt de praktijk van de ontspanning.
We rijden
het terrein op en worden verwelkomd door 13 ‘eenheden’: dakjes met een tafel,
een afwastafel en de onafscheidelijke churrasco. Blijkbaar hoort dit bij het
zondagritueel. Je huurt een huisje af, je viert het samenzijn met een
rijkelijke vleesmaaltijd en als iedereen voldaan is, ga je naar het strand. Het
water in.
Wíj komen
samen in een grotere ruimte, bij een café. We verlustigen ons in bier en vlees.Het is echt
gezellig en ik voel me volledig opgenomen en geaccepteerd door de groep. Toch
blijft het in mijn hoofd bonken om wat ik zie. Is het een afwijking? Een
ziekte? Ik kan er niet aan doen.
Wat houdt
me al geruime tijd bezig? “Naar waar gaat het weggekieperde vlees? Gaat het
naar de honden? Naar de varkens en de kippen? Of wordt het gewoon in de vuilbak
gekapt, in de hoop dat de urubu’s er nog iets aan hebben?”(1)
Vandaag
worden de resten alleszins gewoon bij het afval gekapt. En ik vrees dat het in
de Braziliaanse restaurants gelijkaardig aan toe gaat. In hotels. In
ziekenhuizen. In gezinnen. Het gaat door mijn ziel: zoveel bos, zoveel savanne,
zoveel water, zoveel erosie, zoveel methaanuitstoot van runderen, zoveel
opwarming van de aarde (2) verdwijnen in de vuilbak. Zonder bij na te denken.
Hoe moet ik dit ooit subtiel, maar oprecht, thematiseren. Zonder verwijten
maken. Tenslotte is in Europa ook bijna 50 % van een rund ‘afval’. Omwille van
de angst voor de gekke koeienziekte. Waar maak ik mij als pretentieuze
Europeaan wel druk over?!
De voorbije
dagen waren we intens bezig met de nieuwe vorming ‘Agricultura Familiar,
maatschappij en leefmilieu’. Een sterk werkdocument werd samen gesteld voor de
20 groepen van telkens 30 deelnemers, die de volgende maanden cursus volgen. De
jongeren met hun ‘Consórcio da juventude’ hebben een gelijkaardig programma in
22 groepen. De vrouwenwerking ‘Projeto Mulher’ ontwikkelt in haar 22 groepen,
van eveneens telkens 30 vrouwen, haar dynamiek. Er staat dus heel wat,
gelijktijdig, op verschillende fronten te gebeuren. Vele goede en concrete
voorbeelden van overconsumptie en een te grote ecologische voetafdruk worden in
de diverse uitgaven weergegeven. De immense ontbossing in het eigen land en de
opmars van de exportlandbouw worden aangeklaagd.
Allemaal
heel interessant en voor mij als buitenstaander erg leerrijk, maar dé grote
blinde vlek is toch wel de hoge vleesconsumptie. De exponentieel groeiende
vleesconsumptie, op wereldvlak. Nergens komt dit drama in beeld. Maar hoe kan
het anders, als je land de number one is in export van vlees naar de
wereldmarkt? Hoe kan het anders, als je in een evidente vleesvreetcultuur wordt
opgevoed en in een ontspanningsoord wordt verwelkomd door 13 churrascarias?
Ik neem een
duik en wandel wat op het immense terrein in een mooi natuurgebied. Brazilianen
houden niet meteen van stilte, ook al zitten ze in de natuur. Tal van auto’s
staan met hun koffer open. Een ware discobar. Decibels die je niet voor
mogelijk houdt!(3)
In mijn
nostalgie zie ik ook hier en daar een lamp van de straatverlichting branden. In
het felle zonlicht. Zoals in heel Brazilië. Bijna in elke straat, van Noord tot
Zuid, zie ik steeds opnieuw minstens één lamp branden. Waarom? Alweer die
waaromvraag? Als symbool dat we in een land van melk en honing leven? Of juist
als flitsende wachter overdag om waakzaam te blijven? Of is het gewoon een
technisch probleempje van een elektronisch oog dat niet goed werkt en het licht
laat branden? Maar waarom dan in élke straat in héél Brazilië?! Als een kind
dat voor het eerst eigenaardige dingen ziet, blijf ik maar vragen stellen.
Ik vraag me
af of dit detail ooit door een Braziliaan is opgemerkt.
Misschien zien zij ook wel allerlei irrationele zaken in Europa. Details die
voor ons Europeanen onzichtbaar, maar wel reëel zijn.
Zou voor
deze evidenties in ons beider zwemwater een uitwisseling met vissen van elders zin
kunnen hebben?Laat mij
dan maar zo’n vis zijn, die af en toe naar de overkant zwemt. Vissen kunnen van
elkaars eigenaardigheden leren.
Luc
Vankrunkelsven,
Nova Prata
do Igauçu, 10 december 2006.
(1) ‘Urubu en
kokmeeuw’ in: ‘Brazilië: spiegel van Europa? Op zoek naar eigen spirituele
bronnen.’ Dabar/Luyten, Heeswijk, 2000.
(2) Methaangas
is 23 keer sterker voor het opwarmingsproces van de aarde dan de veelbesproken
C02, waar nu in het kader van het Kyotoprotocol zoveel maatregelen rond genomen
worden. De FAO trok eind november 2006 nog de alarmklok en schijnt een Duitse
studie in deze kwestie te bevestigen.Volgens de ‘Schutz der
Erdatmosphäre’ van de Duitse Bondsdag (Bonn, 1995) komt 8,5 % van de
klimaatbelasting voor rekening van het vee. De 1,3 miljard runderen gebruiken
namelijk niet alleen 600 miljoen ton veevoer, maar het methaangas dat uit hun
magen ontsnapt, heeft per koe het broeikaseffect van een gemiddelde
personenauto. Methaangas zou namelijk 23 keer meer vervuilend zijn dan CO2.
Voor de situatie in Australië, de derde grootste producent van rundvlees, is de
situatie alleszins alarmerend. Jared Diamond, Amerikaans auteur van de
bestsellers als ‘Armas, Germes e Aço’ en thans ‘Colapso – Como Sociedades
Escolhem Falhar ou Ser Bem-sucedidas’, stelt dat in Australië van de 19,2 % die
de landbouw daar aan gasuitstoot heeft, het merendeel van het rundvee komt.
Voor ‘maar’ 14,4 % van de opwarmingsgassen zijn de Australische auto’s
verantwoordelijk. Wie durft de berekening maken voor de grootste commerciële rundveestapels
ter wereld, namelijk voor Brazilië? Zie ook de slottekst van de uitwisseling
Fetraf-Wervel ‘WTO en voedselstromen Brazilië-Europa’, maart 2005.
(3) Zoals er in vleesland toch stilaan ook een sterke
vegetarische beweging ontstaat, zo komt er ook protest tegen het lawaai. Zie: www.chegadebarulho.com
|