|
We troepen
samen in Bolivia. Santa Cruz, het Heilige Kruis. Het wordt me al vlug duidelijk
dat ik van een kale reis terug zal komen wat het “typische Bolivia van de
foto’s “ betreft. Cochabamba en co. Nee, de namen alleen al spreken boekdelen.
Terwijl Cochabamba in het Andesgebergte meer westwaarts een inheemse naam is,
klinkt ‘Santa Cruz’ welluidend Spaans. Kruis en zwaard hebben het hier samen
goed gedaan.
Wereldbank
als Messias
Santa Cruz
is het rijkere deel van Bolivia, dat zijn autonomie opeist. Losser van het
armere deel van Bolivia. Waar hebben we dat nog gehoord? Het straatbeeld komt
dan ook weinig ‘indiaans’ over. Tenzij, tenzij. Als je goed toekijkt, zie je ze
wel: Bolivianas in typische klederdracht uit de hoogvlaktes, terwijl ze het
hier in de hitte van de laagvlakte moeten zien uit te houden. In de jaren ’80
van de 20ste eeuw werden ze door de militaire dictatuur uitgenodigd
om het vlakke gebied achter Santa Cruz te koloniseren. Ze kregen allen 50
hectare toegewezen. Doelstelling: als de bliksem ontbossen en handenarbeid
leveren voor de suikerplantages. In vergelijking met Brazilië stelt het niet
veel voor (300 suikerfabrieken tegenover 5 Boliviaanse), maar toch.
Vijftig
hectaren is – naar Vlaamse normen – niet niks om te bewerken, maar als er
voldoende kinderen komen, dan kunnen ze best tewerk gesteld worden in het
kappen van suikerriet. Het is onthutsend om zien hoe Messias Wereldbank i.s.m.
de militaire dictaturen in diverse landen gelijkaardige projecten opzette. Messias?
Ja, als je de teksten van de jaren ’50-60 er op na leest, dan is het vanuit een
Messiaanse zending dat ‘redding’ en ontwikkeling in ‘onderontwikkelde’ landen
gebracht werd. Nieuwe vormen van kolonialisering, investeringskansen en afzet
voor Amerikaanse bedrijven, onder het mom van (eindelijk!) ‘ontwikkeling’.
Voorwaar een ‘redding’, na de Economische Werelddepressie van de jaren ’30.
In Brazilië
was het de tijd van de grote ontsluiting van het Centrum-Westen van Brazilië.
Zo werden in 1981 landlozen vanuit Rio Grande do Sul naar Mato Grosso gelokt
met het vooruitzicht een lote van 200 hectare te kunnen ontginnen. De meesten
hielden het niet vol, verkochten hun grond of hun stuk werd gewoon opgeslokt
door de groten. Met dank voor de gratis ontbossing. Sommige van deze landloze
gezinnen zijn nu, 25 jaar later, grote boeren met soms 1500 hectare soja en
meer. De kleinen dienden voor de ontsluiting van het gebied, opdat de weldaden
van de Groene Revolutie ook dààr geopenbaard zouden kunnen worden. En of dat gelukt
is?! Blairo Maggi, grootste soja’boer’ ter wereld en huidig gouverneur van Mato
Grosso, is er het autoritaire bewijs van. Hij is nu Redder van het ontboste
‘Grote Bos’, Mato Grosso.
De Redder
en zijn vele redders
Maar goed,
we zijn hier in Bolivia met vertegenwoordigers van boerenorganisaties uit
Argentinië, Paraguay, Uruguay, Brazilië en Bolivia. Een internationaal
seminarie over soja bij kleine boeren. De Argentijn moet al beginnen met te
erkennen dat er in Argentinië helemààl geen kleine boeren met soja zijn. Het
zijn allen fazendeiros. Hetzelfde verschijnsel voltrekt zich momenteel in
deelstaat Maranhão, Noord-Brazilië. De Cerrado en zijn bewoners (caboclos)
worden er platgewalst door wat zij de ‘Gauchos’ noemen. Inderdaad, het zijn de
sojazendelingen uit het Zuiden, die sinds de jaren ’80 in hun prachtige gebied
neerstrijken en heel de samenleving ontwrichten. Vermomd als redders met
handenvol ontwikkeling.
De
camponeses en de gezinslandbouw hebben er geen soja, maar worden opgejaagd door
de sojadictaten. In Zuid-Brazilië zit soja nog wel degelijk in het
teeltrotatiesysteem van de Agricultura Familiar, al vielen ook daar in de jaren
’80 honderdduizenden slachtoffers. Geruïneerd trokken de ex-boeren naar de
favela’s of ze vluchtten hoger op naar Rondônia en naar andere deelstaten. Op
zoek naar geluk, ontbossing, grond en soja. Naar redding.
De
genodigden van de jaren ’80 in Bolivia hebben in Santa Cruz niet alleen ijverig
ontbost. Ze zijn inderdaad op de suikerplantages gaan werken, maar ze zijn gaandeweg
ook soja gaan inzaaien op hun eigen stuk grond. Daarom speelt ons seminarie
zich op twee plaatsen af: een eerste dag in het binnenland, in San Pedro. De
volgende dagen in Santa Cruz zelf.
We rijden
met een minibusje door de immense vlakte. Interessant om mee te maken is dat
het asfalt stopt, als de grote suikerriet- en de sojavlaktes stoppen. Nadien
wordt het een rodeo door slijk en zand. Aan de kant zien we typische houten
huisjes van de ‘colonos-indios’. Het verwondert me dat hun huizen uit dik, massief
hardhout zijn gemaakt. Het doet me denken aan het Poolse dorp in Curitiba: de
soliede huizen van de eerste immigranten in de 19e eeuw. Schijn
bedriegt. Deze huizen zijn zeker geen traditioneel verschijnsel, maar gewoon
een getuige van wat hier in de jaren ’80 gebeurd is, namelijk het tropisch
regenwoud neerleggen. De huizen in de toekomst zullen er zeker anders uitzien,
gewoon omdat het hout niet meer te vinden is. Met dank aan de Wereldbank.
Ondertussen rijden we door een bos van reclamepanelen, juichkreten vanwege de
chemische toeleveringsindustrie. Ook van octopus Cargill en van andere geile
sojaopkopers. Blijkbaar kunnen de boeren hier voorlopig nog telen zonder
kunstmeststoffen, wat hen financiële ruimte geeft om nóg meer pesticiden te
gebruiken. Dat heeft de industrie goed begrepen. Nooit gezien hoe ongegêneerd
ze zichzelf hier aanprijzen. Het is even een verademing als we tussen het
chemische platenbos ook een plakkaat van Probioma opmerken. Deze keer gaat het
om zeldzame informatie over biologische ziektebestrijding. Probioma (1),
organisator van dit internationaal seminarie, weet dat het tegen de bierkaai
vechten is, maar ze houden dapper vol.
De redding
komt uit het volk dat zich organiseert
In San
Pedro komen we terecht in een sympathieke gemeenschap. Bijna iedereen is van
inheemse huidskleur. Het zijn zij die in de jaren ’80 naar deze vlakte afzakten
en het zijn ook zij, die nu bepalen dat President Evo Morales in Santa Cruz
toch nog een machtsbasis heeft van 30 %. Het zijn duidelijk niet de Brazilianen
die hier voor de cocaboer Evo zouden stemmen.. De Brazilianen zijn niet zo
graag gezien, want ze kwamen hier in bosjes de vruchtbare grond met grote
vlaktes monocultuur bezetten. Soja wel te verstaan. Zoals in Paraguay. Een
vertegenwoordiger van Paraguay stelt: “We moeten over de grenzen heen
samenwerken in onze strategie om de natuur en de Agricultura Familiar te
beschermen. Als in Paraguay de grond nu 1500 dollar/hectare kost, 1000
dollar/hectare in Paraná en 500 dollar/hectare in Bolivia, dan is het duidelijk
waar het geld naartoe trekt.” En dus ook dat dit perverse sojamodel in Bolivia
nog meer doorbreekt. Wat we niet willen.
De volgende
dagen zijn we samen om uit te zoeken welke strategie we kunnen opzetten om de
eigenheid van de gezinslandbouw te versterken. Bijvoorbeeld: wat moet onze
houding zijn t.o.v. de ‘Round Table on Responsible Soy’ (RTRS)? Een arrogante
Zwitser komt de plannen van de RTRS uiteenzetten. Het gekke is dat hij me in
heel zijn doen en laten doet denken aan Messias Blairo Maggi. Niet meteen dus
een companeiro om een ander model mee op te zetten. Probleem is wel dat die
Zwitsers er veel geld tegenaan gooien om hun Ronde Tafel met
grootgrondbezitters, soja- en andere industrieën door te drukken. Een
zogenaamde Ronde Tafel. Een ontwikkelingstafel? De Wereldbank achterna?
De dagen
eindigen spannend. Tijdens ons verblijf keurde de senaat onverwacht de
landhervorming goed. Uiteraard staan Santa Cruz en de grootgrondbezitters op
hun achterste poten. Na de gedeeltelijke nationalisering van de
petroleumsector, moeten de Brazilianen deze keer niet zoveel vrezen. Petrobrás,
hun nationale petroleumtrots, werd wat ingebonden. De sojavlaktes van de
Braziliaanse inwijkelingen worden als ‘productief’ beschouwd en zullen niet
meteen onteigend worden.
Als we
richting luchthaven willen, is gans de stad gebarricadeerd. Nationale staking.
Benieuwd
hoe dit gaat aflopen. Zal er ooit een herverdeling komen?
Luc
Vankrunkelsven,
Santa Cruz,
30 november 2006.
Interessante websites www.probioma.org.bo, de organisatoren in
Bolivia. Zij verspreiden ook diverse organische fungicides ‘Biosulfocal’,
Tricodamp, e.a. . Verspreid door Probiotec. Claes (Centro Latino Americano de Ecologia Social), Uruguay: www.ambiental.net ;
i.v.m. de sojaproblematiek: www.agropecuaria.org
|