|
Honden en
banktempels
De rek is
er uit. De voedselmarkt krimpt, ook al stijgt jaarlijks en wereldwijd het
aantal hongerende mensen met enkele miljoenen. Helaas, ze hebben geen
koopkracht. Voedsel is blijkbaar nog altijd geen basisrecht, maar een verworvenheid
als je geld hebt. Dat weten de voedselmulti’s maar al te goed. En nu de hevige
concurrentie van de zogenaamde ‘groene’ energie er aan komt, is het hek
helemààl van de dam. De grondstoffen voor de voedingsindustrie worden de
laatste maanden duurder, omdat – na de ‘bio’-industrie - de ‘bio’-energie op
hetzelfde graan en co zit te vlassen. Unilever waarschuwde al voor het
fenomeen. Voedsel zou duurder worden, want de prijzen van hun grondstof –waar
ze al decennialang goud op verdienen - stijgen.
Al enkele
jaren wijkt die belaagde voedingsindustrie uit naar de lucratieve business van
honden- en kattenvoer. Internationaal voeren ze een gevecht op leven en dood om
de beste brokken uit de hondentrog weg te grissen. Zelfs Mars laat zich niet
ongelegen in deze strijd. Als je de supermarkten binnenstapt, dan zie je in één
oogopslag waar het om gaat: de rekken met honden- en kattenvoer zijn er langer
dan de schappen met tandpasta. Nochtans is deze laatste afdeling ook meer dan
behoorlijk gevuld.
Armen en
daklozen hebben dikwijls honden. Zíj eten wel geen dure brokken uit een proper
hondenbord. Ze schuimen straten en pleinen af, op zoek naar eten tussen het
afval. Zoals hun baasjes. Zouden zij de indrukwekkende vleesbrokken krijgen die
de Braziliaanse middenklasser in zijn dagelijks restaurantbezoek achterlaat?
Want, ja, er wordt hier nogal een vracht aan vlees en ander goed voedsel weg
gekieperd.
Hondenman
Deze
muizenissen bezetten me, terwijl ik in
het commerciële hart van São Paulo rondkuier. Op zoek naar boekhandels, die het
sojaboek willen slijten. Ik stap enkele Shoppingcentra binnen, tot en met
Shopping Frei Caneca. Broeder Caneca dus. Inderdaad, zelfs Freis worden
ingeschakeld in de Big Business. Business als de wérkelijk heersende religie,
hoe kerkelijk-religieus dit land op het eerste gezicht ook mag lijken.
Plots duikt
voor mij een grote zak op, met een dakloze er onder. Zijn hele hebben en houden
zit er in. Het opschrift van de zak luidt: hondenvoer. Zou de man er ooit van
gegeten hebben? Of vond hij gewoon de zak in de afvalhoop van bemiddelde
mensen?
Het
concrete aanschijn van deze hondenman laat me niet los, als ik op de luxueuze
Avenida Paulista tegen een grasperkje aanloop. Keurig onderhouden.Gras met
palm- en enkele andere bomen in een steenwoestijn met 18 miljoen mensen. Er
staat een bord bij:: ‘Condomínio Cetenco Plaza – Torre Norte’ met de oproep:
‘Conserva este área’.Op de toren staat ook nog eens juichend: ‘Tribunal
regional federal’. Iemand zette een opvallend vraagteken bij ‘conserva/bewaar’.
Mag ik mee vraagtekens zetten bij wat ik opzuig in deze Avenida van banken en
shoppingcentra?
Op het
Engelse gras prijkt een ander plakkaatje: “Favor não pisa na grama. Proibido an entrade de caes. Jardim
tratado com produto tóxico./ Het gras niet betreden, a.u.b. . Verboden voor honden. Tuin bewerkt met
giftig product.”
Juist op
dat moment komt de zak met de man voorbij. Ik probeer zijn ogen te vinden. Hij
mag hier niet kakken. Te vuil, maar ook meteen gevaarlijk. Gif aan de billen is
niet gezond. Ik moet aan de Goede Bijstandskerk in Brussel denken. Die is heel
de dag open. Het puike toilet wordt speciaal opengelaten voor daklozen. Met of
zonder hond. Goede Bijstand als Goede Stoelgang. Als je niet op het gras of in
de stations terecht kan, dan kan je als dakloze in een grootstad inderdaad geen
kant op. Een kerk kan ontlasting geven.
Banktempel
Personnalité
Ik val van
de ene verbazing in de andere. Nog aan’t bekomen van het giftige gras, zie ik
een dame driftig foto’s trekken. Van een tempel. Een banktempel. En verder nog
iemand en nog iemand. Allen GSM in aanslag om een bizarre tempel, bedekt met
sneeuw en ijs, te fotograferen. Op het balkon van de tempel staan meisjes als
jonge priesteressen in lange gewaden hun nieuwjaarsbrief voor te lezen. Of is het
een kerstbrief?
Ik ga
kijken. Het is 28 °, maar ik passeer wel een Kerstman en sneeuwman. Bij het
overschrijven van de vredesboodschap krijg ik bijna een zonneslag:
Mensagem de
Natal
Me da a sua
mão e juntos vamos desejar o mundo de Paz, Harmonia e Amor.
Bote fé pro
desejo se realizar América, Europa, África, Ásia, China e Japão.
Somos
iguais, direitos iguais.
Temos o
mesmo coração.
Desejo de
criança é como estrela lá no céu.
Brilham
forte.
Na noite de
natal é nosso direito ser feliz aonde for
Toda criança
merece um mundo só de Paz e Amor”
“Kerstboodschap
Geef me je
hand en samen gaan we een wereld van Vrede, Harmonie en Liefde wensen.
Geloof heel
sterk zodat deze wens waar wordt in Amerika, Europa, Afrika, Azië, China en
Japan.
We zijn
gelijk, we hebben gelijke rechten.
We hebben
eenzelfde hart.
Een
kinderwens is als een ster aan de hemel.
Ze
schitteren sterk.
In de
Kerstnacht is het ons recht om gelukkig te zijn waar wij ons ook bevinden.
Elk kind
verdient een wereld met alleen maar Vrede en Liefde.”
Een
veiligheidswachter komt even kijken wat ik daar zo lang bij de priesteressen
uithang.
Hij moet de
tempel van ‘Itaú, personnalité’ bewaken.
Ik vraag:
“Waarom in het Frans?! ‘Personnalité’ ?”
“Het is
hier een bank voor ondernemers.”
“Ah,
vandaar het Frans.” Sinds de 19e eeuw met de keizers Dom Pedro I en
II is voor de Braziliaanse elite het Frans de voertaal. Parijs het icoon van de
stad der steden. Blijkbaar geilen de ondernemers anno 2006 in dezelfde lijn
verder, maar zijn China en India er bij gekomen als ‘continenten’. Ze laten de
kinderen vroom voorlezen: “We zijn gelijk, we hebben gelijke rechten.” Ja,
straathond en ondernemer, we zijn gelijk.
Waar zijn
de kruimels voor de honden?
Ik laat nog
een laatste blik vallen op de banner van Itaú Personnalité:
“Um Natal
perfeito para você. Shows diária até 5 de janeiro entre 18 horas en 20 horas
30. Cada 20 minutos.”
Sneeuwman
en wachter groeten me. The
show must go on.
De 20
minuten zijn blijkbaar gepasseerd, want plots beginnen de Kerstman en de Sneeuwman
te spreken en te bewegen. De kinderen zingen hun lied. De tempel spuwt sneeuw.
Waarlijk, dit is voor mij een ‘perfecte Kerstmis’. Ik kan er dan wel van
walgen, de Brazilianen staan in bosjes met hun kinderen te genieten. Hun
gezicht straalt als bij een gedaanteverandering. Eles adoram. Wie ben ik wel dat ik hier vragen zou bij
stellen!? In Kerstmis wordt expliciet uitgebeeld wat een heel jaar lang wordt
uitgeleefd: de Wijzen en de Wijsheid komen van elders. Brazilië: spiegel van
Europa. Brazilië: spiegel van de Verenigde Staten van Amerika. Naar waar is de
ziel van de Indio gevlucht? Waar is de ziel van de Negro verstopt?
Ik zie geen
kruimels onder tafel. Geen kruimels voor de honden.
Er liggen
alleen maar grote kerstpakken voor de bankiers en hun klanten.
Verslagen
neem ik de metro naar busstation Tietê. Aan station Armênia zie ik de kerk
‘Igreja internacional da graça de Deus’.
Inderdaad,
de geldreligie is een internationale kerk (1). Met zijn tempels, zijn priesters
en priesteressen. Zijn sneeuwmannen en zijn bewakers. Zijn giftig Engels gras
en wuivende palmbomen. Voor enkelen; ten koste van velen. Graças à Deus.
Achter het
busstation neem ik mijn almoço. Middagmaal in een volksbuurt.
Een
verademing. Het loopt er vol honden. Kruimels. Geen priesteressen. Geen foto’s.
Een
colablikje gunt me een troostende knipoog: ‘Viva o lado Coca Cola da vida.’
Aan welke
kant sta ik?
Luc
Vankrunkelsven, 27 november 2006.
(1) Zie het werk van Franz Hinkelammert en van
andere ‘economische theologen’. Zij ontmaskeren het kapitalisme als de
heersende religie. Theologie zou voor hen kritiek op deze dominante religie
kunnen zijn.
|