|
Biodieselkoorts
Ik sta op
het punt om naar Bolivia te vertrekken voor een internationaal seminarie over
‘soja bij kleinschalige producenten’. Er werd me gevraagd te spreken over de
geschiedenis van kapitaalaccumulatie sinds de jaren ’30 van de 20ste
eeuw, namelijk door te kiezen voor de omzetting van voedsel voor menselijke
consumptie in veevoer voor intensieve landbouwsystemen (1). Tegelijk is er in
Erechim, deelstaat Rio Grande do Sul, een vergadering van 400 Fetrafboeren rond
het opwindende wonderwoord ‘Biodiesel’. Velen zien er al dé nieuwe economische
cyclus van Brazilië in. De zoveelste! Vooral de regering gelooft in de toekomst
van biodiesel, in de feiten en achter de schermen aangevuurd door Monsanto.
Met dank
aan Al Gore
Zie ik geen
spoken? Alweer Monsanto!
Monsanto
heeft door voldongen feiten van transgene soja de Braziliaanse regering
helemaal mee in zijn strategie om de GGO-soja en nu ook de GGO-maïs om te
zetten in ‘groene’ biodiesel. De Europese consument blijft argwanend tegenover
GGO’s. Ondertussen staan de VS, Argentinië, Brazilië, maar ook bv. Roemenië in
Europa vol met GGO-soja. Gelukkig voor Monsanto en co komen de
klimaatverandering en het Kyoto-protocol voor de CO2-reductie in sneltreinvaart
op ons af. De hype rond de film van Al Gore zet de neuzen internationaal nog
méér in dezelfde richting: kost wat kost CO2-vermindering zonder
welvaartvermindering (bv. minder en zuiniger auto’s). Wel, we gaan dat eens
regelen met biodiesel uit soja, zie! Waar geraken we anders onze miljoenen tonnen
sojaolie kwijt? In de jaren ‘90 kon de intensieve veehouderij ons nog
antwoorden: “Jij met je kritiek, je mag blij zijn dat wij met onze varkens en
kippen het schroot van de plantenoliënindustrie opkuisen.” Als we na 15 jaar
vechten deze ballon hebben doorgeprikt, komt ‘biodiesel uit soja’ als een
geschenk uit de hemel. De olie is nu eenmaal ‘nodig’ voor het vrachtvervoer en
voor de vermindering van onze CO2- uitstoot. Wie kan daar nu tegen zijn? En het
‘afval’, de hoogwaardige (maar transgene) eiwitten, die kunnen we toch moeilijk
in tofu voor menselijke consumptie steken?! Geen nood, met China en India neemt
de mondiale vleesconsumptie pijlsnel toe. Het sojameel (schroot?) gaat dus
vlotjes richting voedertroggen van de vleesfabrieken. Mondiaal als nooit tevoren.
Met dank
aan Kyoto
De bossen
zijn nu eenmaal platgebrand en omgezet
in monocultuur van soja. We moéten dus verder met de wonderboon. Deze keer voor
de motor van de auto én voor de maag van kip/varken/vis/koe. Privé-auto en hoge
vleesconsumptie: in de sojaboon ontmoeten ze elkaar, de twee topsymbolen van
onze Westerse en wereldwijd uitgedragen levenswijze. Of moeten we de gerooide
gebieden misschien omzetten in monoculturen van transgene eucalyptus of Amerikaanse den?
Ook dàt is
volop bezig en dat wordt dan even goed zonder scrupules ‘herbebossing’ genoemd,
ook al interessant in ons planetaire gevecht tegen de opwarming. Dus geven we
vanuit Kyoto-afspraken nog subsidies ook voor deze genetisch gewijzigde
eucalyptuswoestijnen!
Maar laten
we’t even bij de rage van biodiesel-uit-soja houden. Het is lovenswaardig dat
er gezocht wordt naar hernieuwbare energiebronnen, maar economisch en
ecologisch gezien is het hele sojaverhaal toch wel wat vreemd. Terwijl
rietsuiker en sorghum tot 6000 liter per hectare kunnen opleveren, gaat het bij
soja amper om 560 liter olie. Dendê brengt tot 3,5 ton en mamona tot 1,7 ton/ha
op. Is sojaolie dan wel de meest interessante weg?
Met dank
aan de tweeling Monsanto-Cargill
Het is al
langer geweten dat Monsanto-Cargill als een Siamese tweeling door de wereld
raast. Samen zijn ze zowel aan de input- (zaden, chemie, meststoffen) als aan
de outputkant (opkoop ‘grondstoffen’ en eerste verwerking van bulk) van de
boer/in te vinden. Da’s misschien het interessante van mijn leven en werken aan
twee kanten van de oceaan. Je stoot zo vlugger op hun internationale
strategieën.
Wat spookt
Cargill in de Gentse haven uit met zijn
nieuwe biodieselfabriek? Sinds enkele maanden is ze operationeel om
250.000 ton biodiesel te produceren. Stel dat we als grondstof onze eigen maïs
zouden aanslepen, dan hebben we 1/3 van het Belgische maïsareaal nodig of
300.000 hectare voor de biodieselbehoefte in hetzelfde België. Vergelijk dit
even met de 750.000 hectare landbouwgrond die we met veel moeite in Vlaanderen
proberen open te houden. Vermits we in België niet alleen veel auto’s en
vrachtwagens hebben, maar ook magen van mensen en vooral nog veel meer
exportbelangen aan voedsel, zullen we dit nooit aanvaarden. De 300.000 hectare
voor de Cargillfabriek zullen dus niet zozeer in België liggen, maar in:
Brazilië, Argentinië, Paraguay, Bolivia en de Verenigde Staten. Dààrom ligt de
‘Vlaamse’ fabriek ook dichtbij de haven, zoals veel varkenshouderijen en
kippenschuren al 30 jaar dichtbij de havens samenhokken. Dààrom is de
Noordelijke Braziliaanse deelstaat Maranhão zo interessant. Zijn haven São Luis
ligt het dichtst bij Europa. Na de soja-voor-vlees-cyclus sinds de jaren ’80
volgt nu de soja-voor-biodiesel-cyclus. En beiden versterken elkaar in het platwalsen
van het land en zijn bewoners(2).
Zowel
suiker, als soja en andere commodities zijn nu gekoppeld aan de schommelingen
van de petroleumprijs. Dat belooft nog interessant te worden. Over de
CO-2-uitstoot van de Braziliaanse vrachtwagens tot aan de haven –soms tot 2000
tot 3000 km.- en over de uitstoot van de kruisende wereldschepen zwijgen we
even. Laat ons ook maar vergeten dat alleen al in de Mercosul-landen (Brazilië,
Argentinië, Uruguay, Paraguay, Chili en Bolivia) momenteel 30 miljoen hectare in
een overgangsproces richting woestijn zitten. De monocultuur van
soja-voor-vlees-en-nu-voor-biodiesel zijn daar de motor van.
Laten we
tenslotte vergeten dat bijvoorbeeld in Maranhão anno 2005/2006 gemiddeld 509,38
kg./ha. aan kunstmest en pesticiden wordt gebruikt. Energie dus, al dan niet
uit petroleum. In deze deelstaat alleen al werd in hetzelfde seizoen 189.385
ton chemische meststoffen en pesticiden gebruikt.
Laat ons in
de biodieseleuforie vooral leren vergeten.
Juist op
dít moment verschijnt in Brazilië mijn sojaboek ‘Kruisende schepen in de nacht.
Soja over de oceaan.’. Ik twijfelde lang of we in deze Portugese uitgave een
brief van 7 februari 2004 aan Altemir Tortelli, algemeen coördinator van de
boerenvakbond Fetraf, zouden opnemen. De persoonlijke brief handelde over ‘soja
en biodiesel’ en wordt nu door deze publicatie een ‘Open Brief’. Onvoorzien
wordt dit schrijven plots tegelijk politiek relevant en controversieel. Het
‘Ministerie voor Agrarische Ontwikkeling’ bestelde deze week het boek. Uitgerekend
zíj gaan voor het biodieselverhaal in de gezinslandbouw. Ze hebben het over
‘sociale energie’ en vechten ervoor dat de agro-industrie in zijn ijver om
biodieselfabrieken neer te poten, 30 % van de sojatoevoer aan de gezinslandbouw
zou gunnen. Het hoofdstuk dat in deze verhitte CO-2-tijden het meest opvalt,
wordt nu onverwachts deze kritische overweging over de nieuwste economische
hype. Boeren komen samen en nemen het boek ter hand. Een boek lezen behoort
nochtans niet meteen tot hun cultuur. Uit heel het land stromen bestellingen
binnen en wel uit de meest diverse kringen: professoren van de
landbouwuniversiteit in Campinas, vegetariërs uit Florianópolis, GGO-activisten
uit Belém, syndicalisten van Santa Catarina.
Met dank
aan boerenzaden en plantaardige olie
Ondertussen
komt er bij nogal wat boeren en consumenten een tegenbeweging op gang. Voor de
GGO-soja en dito-maïs is er blijkbaar geen weg meer terug. Monsanto heeft zijn
slag écht wel thuis gehaald. Parabéns. Proficiat. De akkers zijn voor het
grootste deel gecontamineerd. De enige weg van verzet die nog rest is de
agrobiodiversiteit aan zaden bewaren en herstellen. Boeren vinden elkaar terug
in het koesteren en uitwisselen van ‘sementes creoulas’: de diversiteit aan
boerenzaden, die van generatie op generatie worden doorgegeven. Het blijkt dé
mogelijkheid te zijn om alsnog uit de klauwen van de zaad- en
chemiemultinationals te blijven.
Tegelijk
met het heroveren van de zaadautonomie (3) beginnen boeren en consumenten van
Rede Ecovida (netwerk in Zuid-Brazilië, vergelijkbaar met Voedselteams in
Vlaanderen) met het frituurvet, na gebruik in de keuken, in de eigen motor te
stoppen. Brazilianen frituren veel voedsel. Gemiddeld consumeren ze
rechtstreeks 6 kg. soja per jaar, voornamelijk voor de olie.Het afgedankte vet
gewoon in de natuur lozen, zou vervuiling betekenen. Het in je tank stoppen
vermindert vervuiling en werkt mee aan de reductie van CO-2-uitstoot. Het is
bovendien de correcte volgorde: boerenlandbouw staat op de eerste plaats voor voedselproductie;
in afgeleide zin pas voor non-food. Ecovida weigert dan ook van ‘biodiesel’ te
spreken, maar heeft het steevast over ‘plantaardige olie’. Om onafhankelijk te
blijven van de nieuwe fabrieken die als paddestoelen opschieten. Fabrieken om geld
te maken, op de rug van de boer en van de natuur. Wat Ecovida opzet, is te
vergelijken met wat sommige boeren in Europa beogen met eigen energie uit
plantaardige olie. Zie o.a.: www.ppo.be .
Benieuwd
wat dit nog aan vuurwerk gaat geven.
Zal het
hernieuwbaar vuurwerk worden?
Luc
Vankrunkelsven,
Bocauiva, 26 november.
(1) Zie het hoofdstuk ‘Internationale
vrouwendag en …soja’, in: ‘Kruisende schepen in de nacht. Soja over de
oceaan.’, Wervel, 2005.
(2) Zie het aangrijpende werkje van
Mayron Régis: ‘Nem à vista e nem a prazo. Os cerrados e suas lutas’. Fórum
Carajás, São Luis, 2006; www.forumcarajas.org.br
(3) Velt, Vredeseilanden, Wervel, Intach en Greenpeace organiseerden 3
november 2006 een avond in Leuven over zaadautonomie. ’s Namiddags was er ook
een vruchtbaar overleg met de Vlaamse Administratie Land- en Tuinbouw over het
belang om onze agrobiodiversiteit te herstellen en te bewaren. N.a.v. deze
avond verscheen de uitgave ‘Biodiversiteit’ over het herstel van zaadautonomie.
Te bekomen bij www.wervel.be
|