spacer
spacer
       
Home
Publicatielijst
Wervelkrant
Sojaflitsen
Boeken
 

26 nov.'06: Biodieselkoorts
Share/Save/Bookmark

Biodieselkoorts

Ik sta op het punt om naar Bolivia te vertrekken voor een internationaal seminarie over ‘soja bij kleinschalige producenten’. Er werd me gevraagd te spreken over de geschiedenis van kapitaalaccumulatie sinds de jaren ’30 van de 20ste eeuw, namelijk door te kiezen voor de omzetting van voedsel voor menselijke consumptie in veevoer voor intensieve landbouwsystemen (1). Tegelijk is er in Erechim, deelstaat Rio Grande do Sul, een vergadering van 400 Fetrafboeren rond het opwindende wonderwoord ‘Biodiesel’. Velen zien er al dé nieuwe economische cyclus van Brazilië in. De zoveelste! Vooral de regering gelooft in de toekomst van biodiesel, in de feiten en achter de schermen aangevuurd door Monsanto.

 

Met dank aan Al Gore

 

Zie ik geen spoken? Alweer Monsanto!

Monsanto heeft door voldongen feiten van transgene soja de Braziliaanse regering helemaal mee in zijn strategie om de GGO-soja en nu ook de GGO-maïs om te zetten in ‘groene’ biodiesel. De Europese consument blijft argwanend tegenover GGO’s. Ondertussen staan de VS, Argentinië, Brazilië, maar ook bv. Roemenië in Europa vol met GGO-soja. Gelukkig voor Monsanto en co komen de klimaatverandering en het Kyoto-protocol voor de CO2-reductie in sneltreinvaart op ons af. De hype rond de film van Al Gore zet de neuzen internationaal nog méér in dezelfde richting: kost wat kost CO2-vermindering zonder welvaartvermindering (bv. minder en zuiniger auto’s). Wel, we gaan dat eens regelen met biodiesel uit soja, zie! Waar geraken we anders onze miljoenen tonnen sojaolie kwijt? In de jaren ‘90 kon de intensieve veehouderij ons nog antwoorden: “Jij met je kritiek, je mag blij zijn dat wij met onze varkens en kippen het schroot van de plantenoliënindustrie opkuisen.” Als we na 15 jaar vechten deze ballon hebben doorgeprikt, komt ‘biodiesel uit soja’ als een geschenk uit de hemel. De olie is nu eenmaal ‘nodig’ voor het vrachtvervoer en voor de vermindering van onze CO2- uitstoot. Wie kan daar nu tegen zijn? En het ‘afval’, de hoogwaardige (maar transgene) eiwitten, die kunnen we toch moeilijk in tofu voor menselijke consumptie steken?! Geen nood, met China en India neemt de mondiale vleesconsumptie pijlsnel toe. Het sojameel (schroot?) gaat dus vlotjes richting voedertroggen van de vleesfabrieken. Mondiaal als nooit tevoren.

Met dank aan Kyoto

De bossen zijn  nu eenmaal platgebrand en omgezet in monocultuur van soja. We moéten dus verder met de wonderboon. Deze keer voor de motor van de auto én voor de maag van kip/varken/vis/koe. Privé-auto en hoge vleesconsumptie: in de sojaboon ontmoeten ze elkaar, de twee topsymbolen van onze Westerse en wereldwijd uitgedragen levenswijze. Of moeten we de gerooide gebieden misschien omzetten in monoculturen van  transgene eucalyptus of Amerikaanse den?

Ook dàt is volop bezig en dat wordt dan even goed zonder scrupules ‘herbebossing’ genoemd, ook al interessant in ons planetaire gevecht tegen de opwarming. Dus geven we vanuit Kyoto-afspraken nog subsidies ook voor deze genetisch gewijzigde eucalyptuswoestijnen!

Maar laten we’t even bij de rage van biodiesel-uit-soja houden. Het is lovenswaardig dat er gezocht wordt naar hernieuwbare energiebronnen, maar economisch en ecologisch gezien is het hele sojaverhaal toch wel wat vreemd. Terwijl rietsuiker en sorghum tot 6000 liter per hectare kunnen opleveren, gaat het bij soja amper om 560 liter olie. Dendê brengt tot 3,5 ton en mamona tot 1,7 ton/ha op. Is sojaolie dan wel de meest interessante weg?

Met dank aan de tweeling Monsanto-Cargill

Het is al langer geweten dat Monsanto-Cargill als een Siamese tweeling door de wereld raast. Samen zijn ze zowel aan de input- (zaden, chemie, meststoffen) als aan de outputkant (opkoop ‘grondstoffen’ en eerste verwerking van bulk) van de boer/in te vinden. Da’s misschien het interessante van mijn leven en werken aan twee kanten van de oceaan. Je stoot zo vlugger op hun internationale strategieën.

Wat spookt Cargill in de Gentse haven uit met zijn  nieuwe biodieselfabriek? Sinds enkele maanden is ze operationeel om 250.000 ton biodiesel te produceren. Stel dat we als grondstof onze eigen maïs zouden aanslepen, dan hebben we 1/3 van het Belgische maïsareaal nodig of 300.000 hectare voor de biodieselbehoefte in hetzelfde België. Vergelijk dit even met de 750.000 hectare landbouwgrond die we met veel moeite in Vlaanderen proberen open te houden. Vermits we in België niet alleen veel auto’s en vrachtwagens hebben, maar ook magen van mensen en vooral nog veel meer exportbelangen aan voedsel, zullen we dit nooit aanvaarden. De 300.000 hectare voor de Cargillfabriek zullen dus niet zozeer in België liggen, maar in: Brazilië, Argentinië, Paraguay, Bolivia en de Verenigde Staten. Dààrom ligt de ‘Vlaamse’ fabriek ook dichtbij de haven, zoals veel varkenshouderijen en kippenschuren al 30 jaar dichtbij de havens samenhokken. Dààrom is de Noordelijke Braziliaanse deelstaat Maranhão zo interessant. Zijn haven São Luis ligt het dichtst bij Europa. Na de soja-voor-vlees-cyclus sinds de jaren ’80 volgt nu de soja-voor-biodiesel-cyclus. En beiden versterken elkaar in het platwalsen van het land en zijn bewoners(2).

Zowel suiker, als soja en andere commodities zijn nu gekoppeld aan de schommelingen van de petroleumprijs. Dat belooft nog interessant te worden. Over de CO-2-uitstoot van de Braziliaanse vrachtwagens tot aan de haven –soms tot 2000 tot 3000 km.- en over de uitstoot van de kruisende wereldschepen zwijgen we even. Laat ons ook maar vergeten dat alleen al in de Mercosul-landen (Brazilië, Argentinië, Uruguay, Paraguay, Chili en Bolivia) momenteel 30 miljoen hectare in een overgangsproces richting woestijn zitten. De monocultuur van soja-voor-vlees-en-nu-voor-biodiesel zijn daar de motor van.

Laten we tenslotte vergeten dat bijvoorbeeld in Maranhão anno 2005/2006 gemiddeld 509,38 kg./ha. aan kunstmest en pesticiden wordt gebruikt. Energie dus, al dan niet uit petroleum. In deze deelstaat alleen al werd in hetzelfde seizoen 189.385 ton chemische meststoffen en pesticiden gebruikt.

Laat ons in de biodieseleuforie vooral leren vergeten.

Juist op dít moment verschijnt in Brazilië mijn sojaboek ‘Kruisende schepen in de nacht. Soja over de oceaan.’. Ik twijfelde lang of we in deze Portugese uitgave een brief van 7 februari 2004 aan Altemir Tortelli, algemeen coördinator van de boerenvakbond Fetraf, zouden opnemen. De persoonlijke brief handelde over ‘soja en biodiesel’ en wordt nu door deze publicatie een ‘Open Brief’. Onvoorzien wordt dit schrijven plots tegelijk politiek relevant en controversieel. Het ‘Ministerie voor Agrarische Ontwikkeling’ bestelde deze week het boek. Uitgerekend zíj gaan voor het biodieselverhaal in de gezinslandbouw. Ze hebben het over ‘sociale energie’ en vechten ervoor dat de agro-industrie in zijn ijver om biodieselfabrieken neer te poten, 30 % van de sojatoevoer aan de gezinslandbouw zou gunnen. Het hoofdstuk dat in deze verhitte CO-2-tijden het meest opvalt, wordt nu onverwachts deze kritische overweging over de nieuwste economische hype. Boeren komen samen en nemen het boek ter hand. Een boek lezen behoort nochtans niet meteen tot hun cultuur. Uit heel het land stromen bestellingen binnen en wel uit de meest diverse kringen: professoren van de landbouwuniversiteit in Campinas, vegetariërs uit Florianópolis, GGO-activisten uit Belém, syndicalisten van Santa Catarina.

Met dank aan boerenzaden en plantaardige olie

Ondertussen komt er bij nogal wat boeren en consumenten een tegenbeweging op gang. Voor de GGO-soja en dito-maïs is er blijkbaar geen weg meer terug. Monsanto heeft zijn slag écht wel thuis gehaald. Parabéns. Proficiat. De akkers zijn voor het grootste deel gecontamineerd. De enige weg van verzet die nog rest is de agrobiodiversiteit aan zaden bewaren en herstellen. Boeren vinden elkaar terug in het koesteren en uitwisselen van ‘sementes creoulas’: de diversiteit aan boerenzaden, die van generatie op generatie worden doorgegeven. Het blijkt dé mogelijkheid te zijn om alsnog uit de klauwen van de zaad- en chemiemultinationals te blijven.

Tegelijk met het heroveren van de zaadautonomie (3) beginnen boeren en consumenten van Rede Ecovida (netwerk in Zuid-Brazilië, vergelijkbaar met Voedselteams in Vlaanderen) met het frituurvet, na gebruik in de keuken, in de eigen motor te stoppen. Brazilianen frituren veel voedsel. Gemiddeld consumeren ze rechtstreeks 6 kg. soja per jaar, voornamelijk voor de olie.Het afgedankte vet gewoon in de natuur lozen, zou vervuiling betekenen. Het in je tank stoppen vermindert vervuiling en werkt mee aan de reductie van CO-2-uitstoot. Het is bovendien de correcte volgorde: boerenlandbouw staat op de eerste plaats voor voedselproductie; in afgeleide zin pas voor non-food. Ecovida weigert dan ook van ‘biodiesel’ te spreken, maar heeft het steevast over ‘plantaardige olie’. Om onafhankelijk te blijven van de nieuwe fabrieken die als paddestoelen opschieten. Fabrieken om geld te maken, op de rug van de boer en van de natuur. Wat Ecovida opzet, is te vergelijken met wat sommige boeren in Europa beogen met eigen energie uit plantaardige olie. Zie o.a.: www.ppo.be .

Benieuwd wat dit nog aan vuurwerk gaat geven.

Zal het hernieuwbaar vuurwerk worden?

Luc Vankrunkelsven,
Bocauiva, 26 november.

(1)   Zie het hoofdstuk ‘Internationale vrouwendag en …soja’, in: ‘Kruisende schepen in de nacht. Soja over de oceaan.’, Wervel, 2005.

(2)   Zie het aangrijpende werkje van Mayron Régis: ‘Nem à vista e nem a prazo. Os cerrados e suas lutas’. Fórum Carajás, São Luis, 2006; www.forumcarajas.org.br

(3) Velt, Vredeseilanden, Wervel, Intach en Greenpeace organiseerden 3 november 2006 een avond in Leuven over zaadautonomie. ’s Namiddags was er ook een vruchtbaar overleg met de Vlaamse Administratie Land- en Tuinbouw over het belang om onze agrobiodiversiteit te herstellen en te bewaren. N.a.v. deze avond verscheen de uitgave ‘Biodiversiteit’ over het herstel van zaadautonomie. Te bekomen bij www.wervel.be

 
     
spacer

Edinburgstraat 26 - 1050 Elsene - tel 02 893 09 60 e-mail: info AT wervel PUNT be