spacer
spacer
       
Home
Publicatielijst
Wervelkrant
Sojaflitsen
Boeken
 

18 nov '06: Café Colonial
Share/Save/Bookmark

Sinds enkele dagen ben ik terug in Brasil aangewaaid. Een beetje terug thuiskomen, al is het niet evident om in twee werelden te leven. Overal nergens thuis. Een zwerver vol verwondering om wat hij ziet en aanvoelt. Een monnik in sponsvorm. Een spons die alles opzuigt.

Het laatste halfjaar bouwden we een uitwisselingsproject uit tussen een school in Dender-monde en een schooltje van de Guarani, in de buurt van Foz do Iguassu (1). In dat kader mocht ik eerst enkele intense momenten bij deze ‘inheemsen’ meemaken. Aan de rand van het immense stuwmeer, waarvoor ze halfweg jaren ’80 op de loop moesten. Blijkt nu dat São Miguel do Iguassu, de gemeente waar ze aangespoeld zijn, recent hun levensboom tot plaatselijk cultuursymbool uitriep. Het kan verkeren! Voor het aanzwellende water moesten de Guarani op de vlucht. De dieren zochten hun heil in de bomen, waar ze door redders in bootjes werden uitgeplukt. Dat beeld op TV vergeet ik nooit: een zondvloed voor mens en dier. En dát voor de grootste stuwdam ter wereld, de Itaipu (2). En voor de energieverkwisting die ik hier overal om mij heen zie. Het beeld van die dieren in de takken van de bomen trof de Guarani zó dat ze sindsdien hun artisanaatswerk verruimden met een eenvoudige levensboom, vol dieren. De nazaten van de Europese ‘colonos’ hebben nu dus hùn boom tot symbool van hùn gemeente gemaakt. Is het een eerbetoon aan de Guarani of wordt hen nu het leven nog eens afgenomen? Worden ze nóg eens gekoloniseerd, ingepakt en weggezet?

 

Sabor Colonial en de ‘Week van de Smaak’

 

Na 10 uren bus beland ik terug in Chapecó: alweer een naam, geleend van een inheems volk dat hier oorspronkelijk leefde. De kolonisatoren namen voor hun plaatsnamen vele plaatselijke benamingen over - denk maar aan Guarapuava (3)- , al moet gezegd dat je ook op de ‘herstichting’ van Europese steden stoot – denk maar aan Novo Hamburgo, Fraiburgo, Nova Veneza, alle hier in Zuid Brazilië! Het was nu eenmaal de ‘Nieuwe Wereld’. Niemandsland om in te pikken. Europa in spiegelbeeld. Heel wat gemeenten hebben dan ook ‘conquista’ in hun naam. We hebben het hier veroverd en ze pakken het ons niet meer af.

 

Ik neem mijn intrek in het appartementje van Fetraf en deze ochtend ga ik mijn producten op de boerenmarkt kopen. Fier prijkt op de schorten van de verkopers en op de producten die ze slijten: ‘Sabor colonial’. ‘Koloniale smaak!’. Aan de marge van de markt verkopen enkele Kãngãng hun artisanaat. Wat zouden zíj van de Sabor Colonial vinden? Wrange bijsmaak? Ik haal dus koloniale smaak in huis, terwijl uitgerekend déze dagen -10.000 kilometer hier vandaan!- Wervel mee zijn schouders zet onder de eerste ‘Week van de Smaak’. 700 activiteiten in Vlaanderen en Brussel willen ons, Vlamingen, er aan herinneren dat we Bourgondische wortels hebben. Bourgondiërs, die zich niet willen laten koloniseren door de universeel opgelegde smaak van Coca Cola en McDonald’s. Wervel voegt er zijn eigen accent aan toe met ‘Denk globaal – Eet lokaal’.

 

De boeren als colonos

 

Heel die smakelijke salade aan indrukken doet mij mijmeren over kolonisering.

‘Kolonisering’ heeft bij ons sinds de zestiger jaren een vieze bijsmaak. Vele Europeanen schamen zich nu terecht voor onze collectieve koloniale geschiedenis. Als om een collectieve schuld, die maar beter zou afgelost worden. Moest bijvoorbeeld Europa al zijn goud en zilver aan Latijns-Amerika teruggeven, dan zou er helemaal geen ‘schuldenlast Derde Wereld’ zijn. We zouden met een omgekeerde schuldenlast zitten. Nee, we zítten in de feiten met een omgekeerde schuldenlast. Het wordt alleen zo niet benoemd.

Nog niet zo lang geleden zat het qua bewustzijn rond koloniale verhoudingen in onze contreien nog gans anders. Neem nu mijn eigen grootvader aan moeders kant. Bompa Diest deed in ‘koloniale waren’. Koffie & co. Het is ook maar sinds de zestiger jaren van de twintigste eeuw dat ‘onze’ kolonies één voor één omvielen: Kongo, Indonesië, Algerije, Angola, etc. Niet omdat wij ze kwijt wilden, maar omdat zíj zich vrij vochten. Om vervolgens in nieuwe vormen van kolonisatie terecht te komen. Ik wijdde er uitvoerig over uit in het voorwoord van ‘Kruisende schepen in de nacht. Soja over de oceaan.’ ‘k Ga dus niet in herhaling vallen, al was het vijf eeuwen niet van de poes. Zowaar een geschiedenis met veel bloed en tranen.

Het interessante is nu dat het ‘koloniale’ hier in Brazilië (nog?) niet deze bijklank heeft. Nee, het is integendeel een uitdrukking van identiteit. Van vernieuwing zelfs.‘Colonial’ geeft hier de boeren en de dorpen een eigenheid, zoals ‘norbertijn’ iets over mijn identiteit zegt. Sabor Colonial, soms ook ‘Sabor Natural’: dat zijn de producten van de Agricultura Familiar. Producten die de boeren in eigen handen willen houden, wég uit de greep van de agronegócio die hen wil domineren. Of zouden de boeren hier nog gewoon de oorspronkelijke betekenis van het Latijnse woord ‘colonus’ bedoelen, wars van heel de verkrachtingsgeschiedenis van het woord? (4) Alhoewel, het moet gezegd, er zijn hier nog tal van conflicten tussen boeren en inheemse groepen. Het heeft alles de maken met de niet zo zachte boereninvasie van de laatste eeuw in dit gebied. De verhoudingen waren en zijn niet vrij van racistisch gedrag. Zie eerdere flits van 25/2/06 over ‘Erva Mate’; ten huize van Rose en Orlando

Misschien is de oorspronkelijke betekenis van het Latijnse woord en de geschiedenis achteraf wat te vergelijken met die beruchte passage uit het scheppingsverhaal: Genesis 1, 26-28: “God sprak: ‘Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend; hij zal HEERSEN over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten en over het gedierte dat over de grond kruipt.’ En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. God zegende hen, en God sprak tot hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk; bevolk de aarde en ONDERWERP haar; HEERS over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, en over al het gedierte dat over de grond kruipt.” Daar is nu wel exegetische uitleg aan te geven. Als we de context, de joodse spiritualiteit en de grondtoon van de bijbel echt zouden begrijpen, dan moeten we dit ‘heersen’ en ‘onderwerpen’ anders begrijpen, dan zoals het er staat. Mij goed, al weet ik dat daar al 40 jaar heftig debat rond leeft (5). Wat ik alleszins onthoud, is hoe deze passage in de loop der eeuwen een eigen leven ging leiden en een ideologie van heersen en onderwerping gelegitimeerd heeft. Onderwerping van de natuur en van inheemse volkeren, die zich meestal als onderdeel van die natuur beschouw(d)en. Ze hebben een andere relatie tot de aarde, die ons draagt.

 

Novo

 

Eigenlijk nemen we al meer dan 2000 jaar dat woord ‘kolonie’ als een evidentie mee, ook al was de term oorspronkelijk misschien zuiverder. Waren in onze streken geen diverse colonia van Rome? Komt Keulen niet van het Latijnse benaming ‘Colonia Agrippina’. Kolonie dus. En: Trier van Colonia Augusta Treverorum. Xanten: Colonia Ulpia Trajana

Of moeten we niet verder de geschiedenis ingaan? De Germaanse volksverhuizingen die onze oorspronkelijke bevolking overspoelden. Was dat geen kolonisering avant la lettre? En mag ik het nóg verder doortrekken: de mens splitste zich in Afrika af van zijn broer, de aap. Vanuit Afrika migreerde hij naar, ‘koloniseerde’ hij in: Europa, Azië, Amerika, Australië. Dat is althans momenteel de vigerende theorie over het verschijnsel mens.

 

Heel de geschiedenis door bleven we gronden ontginnen, koloniseren. Als je boven Hamburg aan de Sollenspieker (6) de Elbe en het landschap eromheen overschouwt, dan kan je daar de historische toelichting lezen: ‘De boeren koloniseerden dit gebied in de 13e eeuw’. Vijf-zes eeuwen later, in de 19e en 20ste eeuw, deden hun nazaten (7) het nog eens over in Rio Grande do Sul, in Novo Hamburgo bijvoorbeeld. De Amsterdammers trokken, met Sint-Niklaas op hun scheepsboeg, naar Noord-Amerika en stichtten Nieuw-Amsterdam: New York. En zo kunnen we eindeloos doorgaan. Het is een geschiedenis van koloniseren en gekoloniseerd worden. Het woord is in Brazilië nog courant taalgebruik. Nieuwe gebieden worden in het Amazonegebied gekoloniseerd; het officiële staatsorgaan voor de landhervorming heet trouwens INCRA (Instituto Nacional para a Colonização e a Reforma Agrária – Nationaal Instituut voor kolonisering en landhervorming).

 

Waar maak ik mij dus druk over?!

Wil ik loyaal meewerken aan de identiteit en de (internationale) versterking van de Agricultura Familiar? Wel, dan moet ik deze koloniale geschiedenis als een feit aanvaarden, ook al kan ik niet anders dan télkens opnieuw de slachtoffers gedenken. De Guarani, de Kãngãng en de 180 andere inheemse volkeren, die dit land nog rijk is. Neem nu de Xetá in Paraná. In de jaren ’30 van de twintigste eeuw werden ze pas ‘ontdekt’ door de oprukkende kolonisatoren. In de jaren ’60 waren ze al quasi uitgestorven. Kiko Borges, die me deze week bij de Guarani bracht, maakte een interessante studie over de laatste leden van deze groep autochtonen. Als ik dit woord hier achteloos neerschrijf, komt het koppel autochtonen-allochtonen meteen in een ander daglicht te staan. De Europeanen en hun nazaten als de allochtonen. In Vlaanderen zijn de Marokkanen en Turken de allochtonen. De context en de geschiedenis leert ons iets over autochtonen en allochtonen, kolonisatoren en gekoloniseerden.

 

Café colonial

 

Alomtegenwoordig zijn hier de woorden ‘Deus’ en ‘Jesus’, maar dus ook ‘colonial’. Ik zag woensdag in de buurt van de Guarani het woord zelfs op een schoolbus staan. Gele bus met ‘escolar’ en ‘colonial’. Onderwijs als onderdeel van de kolonie. ‘Café colonial’ zie je op heel wat restaurants geafficheerd staan. De nieuwe folder van ‘Caminhos da Agricultura familiar’ (een innoverend gebeuren van Fetraf in Marcelino Ramos/Rio Grande do Sul) verwoordt het treffend. Eén van de bezoekplaatsen van de toeristische tocht om de gezinslandbouw te leren kennen heeft de veelbelovende kop: ‘Café colonial da Tia Lili – Koloniale koffie van Tante Lili’: “Bakkerij en Café colonial, die 33 typische schotels van de colônia aanbiedt, vergezeld met thee, koffie met melk en sappen. Taarten, koeken, biscuits, broden, confituren, soorten salami, kazen, vruchten. Recepten doorgegeven van generatie op generatie, die de sabor da colônia bewaren aan een tafel vol voldoening. De gezelligheid van het haardvuur, de traditionele versiering en de gastvrijheid van de familie Lazarin zijn een uitnodiging om te blijven en om te genieten van de delicatessen op tafel.”

Geef toe: daar kan je toch niets op tegen hebben! Nee, daarom aten we er ook graag met de Wervelaars. Tijdens onze uitwisselingstocht van maart 2005. Zolang ik ook de achterkant van de geschiedenis mag beschrijven, dan deel ik graag de tafel met een café colonial. En laat me dan maar gewoon colonial begrijpen als synoniem voor ‘boer en vrijheid’. Uiteindelijk kennen we in ons taalgebruik ook nog altijd de kolonies als het om landbouwactiviteiten aankomt: denk maar aan de Veenkolonies in Nederland, of de voormalige ‘landloperskolonie’ in Wortel, de kinderkolonie in Averbode.  Het verschijnsel van de psychiatrische patiënten die in Geel op boerderijen meeleefden (een verre voorloper van de huidige zorgboerderijen), werden ook als ‘kolonie’ benoemd. En België kende zijn laatste koloniseringpoging in Lommel anno 1850. Het was een ultieme poging om de toenmalige hongersnood te bestrijden. De hongersnood trouwens van halfweg 19e eeuw, die vele Europeanen naar beide Amerika’s deed verhuizen om …daar te gaan ‘koloniseren’(8). We verlegden gewoon onze gronden.

 

Misschien komt er ooit een tijd dat boeren en ‘indianen’ elkaar vinden. Ja, zie, zo hier en daar gebeurt het al. Tot mijn niet geringe vreugde ontmoet ik dezer dagen tijdens mijn studiewerk  i.v.m. ‘Voedselsoevereiniteit’(9) de evidente opsomming ‘kleine en familiale boeren, herders, landlozen, vissersvolken en inheemse volkeren’. Het gaat om hen allen samen. In religieuze taal: ‘Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’. Hier en nu.

Een Café mundial.

 

Luc Vankrunkelsven,

18 november 2006.

 

PS.: De overbuurvrouw van ons appartement heeft al haar krans met kerstbollen en kunstkerstrozen aan de deur hangen. De kolonisatie is blijkbaar goed geslaagd. Het is alsof ze naar de kerstmarkt in Keulen geweest is.

 

 

(1)   ‘Foz do Iguassu’ betekent de ‘Monding van de Iguassu (in de Paranárivier)’; ‘Dendermonde’ betekent de ‘Monding van de Dender (in de Schelde).

(2)   ‘Itaipu’ is: de zingende steen in het water. De ‘I’ van I-taipu en I-guassu, in het Guarani ‘eu’ uitgesproken, betekent ‘water’. Water staat in hun geschiedenis en spiritualiteit centraal. Vooraan in hun gebedshuis hebben ze dan ook een altaartje staan, gevuld met water.

(3)   Guarapuava: wilde wolf

(4)   Kolonie komt van colonus (lat) en betekent boer en dus ‘vrijheid’. Koloniseren betekent letterlijk ‘boeren’.

Later is het gebruikt om de vrije militairen, die gronden kregen in de veroverde gebieden, aan te duiden. Het eigene was dat die militairen hun vrijheidsrechten behielden.Later werden het niet-vrijen.
 (Cfr Colonus: Oorspronkelijk vrije, die sinds 4e eeuw erfelijk grond-gebonden zijn. (uit Logilogi website van geschiedenis studenten RUG))
 Colonus: plural Coloni, farmer of the late Roman Empire and the European. The coloni were drawn from impoverished small free farmers, partially emancipated slaves, and barbarians sent to work as agricultural labourers among landed proprietors. For the lands that they rented, they paid in money, produce, or service. Some may  have become coloni in order to gain protection…(Encyclopedia Brittanica)

      Tot slot:
    Taal    Woord
    Frans agrarien
    Fries bouboer
    Hongaars földmûves
    Italiaans agricoltore
    Latijn colonus
    Portugees agricultor
    Zweeds jordbrukare

 

En: Colonos: geboorteplaats van Sophocles (Griekenland)

 

 

(5)   Sinds het ophefmakende artikel van Lynn White in Science, 1967, woedt een heftig debat tussen de zogenaamde antropocentristen en de ecocentristen. Gaandeweg zijn daar nog zoöcentristen (komen op voor de rechten van het dier vanuit de notie pijngevoeligheid) bijgekomen.

(6)   Sollenspieker: een soort tolhuis uit de Middeleeuwen. Er moest tol betaald worden om de Elbe over te steken. Zie: http://www.zollenspieker-faehrhaus.de/umgebung.htm

(7)   Vele immigranten die sinds eind 19e eeuw in golven toekwamen, kregen elk één ‘colonia’. Een boer wordt dan ook dikwijls ‘colono’ genoemd. 1 colonia is 10 alquère of bijna 25 ha (24,2 ha). In São Paulo staat het interessante ‘Museum van de immigrant’. Op een levendige wijze wordt de geschiedenis opgeroepen van de honderdduizenden migranten, die sinds de 19 e eeuw toestroomden. Omwille van het internationaal verbod op slavenhandel in 1850 en de afschaffing van de slavernij in Brazilië anno 1888, waren er dringend nieuwe werkkrachten nodig. Vooral de sinds eind 18 e eeuw opkomende mode in Europa van koffie te drinken, deed arme Italianen, maar ook Duitsers, Polen en andere Europeanen tot diep in de 20 ste eeuw toestromen. Koffie en zijn immigranten deden begin 20ste eeuw São Paulo exploderen tot een miljoenenstad. Heel deze migratie viel samen met grote hongersnoden in Europa. Zie volgende voetnoot.

(8)   “De laatste kolonisatiepoging in België vond plaats in de jaren 1850 in Lommel. Slechts weinigen kennen de geschiedenis. Daarom besloot de stad Lommel enkele jaren geleden een van de staatsboerderijen in de Koloniestraat te kopen en op te knappen. Een tentoonstelling vertelt het verhaal achter Lommel-Kolonie.

We gaan even terug in de tijd. 1850. De textielnijverheid die even daarvoor nog hoogtij vierde in Oost- en West-Vlaanderen bloeide uit. Vlaanderen was overbevolkt en de mislukking van de aardappeloogst zorgde voor heel wat armoede en hongersnood. "De overheid dacht de hongersnood te kunnen oplossen door de schrale Kempische grond te ontginnen", vertelt Veerle Leysen van Museum Kempenland in Lommel. Er werd in de Kempen een kanalennet aangelegd om het vervoer tussen steden en platteland te vergemakkelijken.

"In Lommel was de belangrijkste functie van het kanaal de aanleg van vloeiweiden om de ontginning van de droge heidegronden te bevorderen", gaat Leysen verder. De mensen gingen uit van het principe: met water wint men gras, met gras voedt men vee, met vee produceert men mest en met mest kan men ontginnen.

De overheid koos goedwerkende arbeiders uit Oost- en West Vlaanderen en Antwerpen om ze naar de Kempen te sturen voor het project 'colonie agricole'. "Twintig hoeves werden er gebouwd. Tien aan elke kant van het kanaal, wat vandaag de Koloniestraat is, samen met een kerk, pastorij en schooltje", legt Veerle uit. "De landbouwers kregen zo goed als niks. Elke boerderij kreeg vijf hectare grond, waarvan een hectare vloeiweide en verder werd een hectare omgeploegd en gemest en zelfs voor de helft ingezaaid met rogge. Daarnaast bevond zich in elke boerderij wat mest.''

De overheid wilde aantonen dat het project kon slagen zonder investeringen en hoopte zou dat privé-initiatiefnemers het voorbeeld zou volgen. "De boeren konden zich met zo weinig niet overeind houden. Ze besloten dan maar te helpen met de aanleg van het kanaal en overleefden als dagloners op de vloeiweiden. Al na tien jaar ging het project ter ziele. En dat betekende meteen het einde van het laatste Belgische kolonisatieproject". De boerderijen werden verkocht aan vooral eigen mensen uit de streek en zo ontstond het gehucht Lommel-Kolonie.

( http://www.vilt.be/nieuwsarchief/detail.phtml?id=10878 )

(9)   www.foodsovereignty.org

 

 

 
     
spacer

Edinburgstraat 26 - 1050 Elsene - tel 02 893 09 60 e-mail: info AT wervel PUNT be