|
Sinds
enkele dagen ben ik terug in Brasil aangewaaid. Een beetje terug thuiskomen, al
is het niet evident om in twee werelden te leven. Overal nergens thuis. Een
zwerver vol verwondering om wat hij ziet en aanvoelt. Een monnik in sponsvorm. Een
spons die alles opzuigt.
Het laatste
halfjaar bouwden we een uitwisselingsproject uit tussen een school in
Dender-monde en een schooltje van de Guarani, in de buurt van Foz do Iguassu
(1). In dat kader mocht ik eerst enkele intense momenten bij deze ‘inheemsen’
meemaken. Aan de rand van het immense stuwmeer, waarvoor ze halfweg jaren ’80
op de loop moesten. Blijkt nu dat São Miguel do Iguassu, de gemeente waar ze
aangespoeld zijn, recent hun levensboom tot plaatselijk cultuursymbool uitriep.
Het kan verkeren! Voor het aanzwellende water moesten de Guarani op de vlucht.
De dieren zochten hun heil in de bomen, waar ze door redders in bootjes werden
uitgeplukt. Dat beeld op TV vergeet ik nooit: een zondvloed voor mens en dier.
En dát voor de grootste stuwdam ter wereld, de Itaipu (2). En voor de
energieverkwisting die ik hier overal om mij heen zie. Het beeld van die dieren
in de takken van de bomen trof de Guarani zó dat ze sindsdien hun
artisanaatswerk verruimden met een eenvoudige levensboom, vol dieren. De
nazaten van de Europese ‘colonos’ hebben nu dus hùn boom tot symbool van hùn
gemeente gemaakt. Is het een eerbetoon aan de Guarani of wordt hen nu het leven
nog eens afgenomen? Worden ze nóg eens gekoloniseerd, ingepakt en weggezet?
Sabor
Colonial en de ‘Week van de Smaak’
Na 10 uren
bus beland ik terug in Chapecó: alweer een naam, geleend van een inheems volk
dat hier oorspronkelijk leefde. De kolonisatoren namen voor hun plaatsnamen
vele plaatselijke benamingen over - denk maar aan Guarapuava (3)- , al moet
gezegd dat je ook op de ‘herstichting’ van Europese steden stoot – denk maar
aan Novo Hamburgo, Fraiburgo, Nova Veneza, alle hier in Zuid Brazilië! Het was
nu eenmaal de ‘Nieuwe Wereld’. Niemandsland om in te pikken. Europa in
spiegelbeeld. Heel wat gemeenten hebben dan ook ‘conquista’ in hun naam. We
hebben het hier veroverd en ze pakken het ons niet meer af.
Ik neem
mijn intrek in het appartementje van Fetraf en deze ochtend ga ik mijn
producten op de boerenmarkt kopen. Fier prijkt op de schorten van de verkopers
en op de producten die ze slijten: ‘Sabor colonial’. ‘Koloniale smaak!’. Aan de
marge van de markt verkopen enkele Kãngãng hun artisanaat. Wat zouden zíj van
de Sabor Colonial vinden? Wrange bijsmaak? Ik haal dus koloniale smaak in huis,
terwijl uitgerekend déze dagen -10.000 kilometer hier vandaan!- Wervel mee zijn
schouders zet onder de eerste ‘Week van de Smaak’. 700 activiteiten in
Vlaanderen en Brussel willen ons, Vlamingen, er aan herinneren dat we
Bourgondische wortels hebben. Bourgondiërs, die zich niet willen laten
koloniseren door de universeel opgelegde smaak van Coca Cola en McDonald’s.
Wervel voegt er zijn eigen accent aan toe met ‘Denk globaal – Eet lokaal’.
De boeren
als colonos
Heel die
smakelijke salade aan indrukken doet mij mijmeren over kolonisering.
‘Kolonisering’
heeft bij ons sinds de zestiger jaren een vieze bijsmaak. Vele Europeanen
schamen zich nu terecht voor onze collectieve koloniale geschiedenis. Als om
een collectieve schuld, die maar beter zou afgelost worden. Moest bijvoorbeeld
Europa al zijn goud en zilver aan Latijns-Amerika teruggeven, dan zou er
helemaal geen ‘schuldenlast Derde Wereld’ zijn. We zouden met een omgekeerde
schuldenlast zitten. Nee, we zítten in de feiten met een omgekeerde
schuldenlast. Het wordt alleen zo niet benoemd.
Nog niet zo
lang geleden zat het qua bewustzijn rond koloniale verhoudingen in onze
contreien nog gans anders. Neem nu mijn eigen grootvader aan moeders kant.
Bompa Diest deed in ‘koloniale waren’. Koffie & co. Het is ook maar sinds
de zestiger jaren van de twintigste eeuw dat ‘onze’ kolonies één voor één
omvielen: Kongo, Indonesië, Algerije, Angola, etc. Niet omdat wij ze kwijt
wilden, maar omdat zíj zich vrij vochten. Om vervolgens in nieuwe vormen van
kolonisatie terecht te komen. Ik wijdde er uitvoerig over uit in het voorwoord
van ‘Kruisende schepen in de nacht. Soja over de oceaan.’ ‘k Ga dus niet in
herhaling vallen, al was het vijf eeuwen niet van de poes. Zowaar een
geschiedenis met veel bloed en tranen.
Het interessante
is nu dat het ‘koloniale’ hier in Brazilië (nog?) niet deze bijklank heeft.
Nee, het is integendeel een uitdrukking van identiteit. Van vernieuwing
zelfs.‘Colonial’ geeft hier de boeren en de dorpen een eigenheid, zoals
‘norbertijn’ iets over mijn identiteit zegt. Sabor Colonial, soms ook ‘Sabor
Natural’: dat zijn de producten van de Agricultura Familiar. Producten die de
boeren in eigen handen willen houden, wég uit de greep van de agronegócio die
hen wil domineren. Of zouden de boeren hier nog gewoon de oorspronkelijke
betekenis van het Latijnse woord ‘colonus’ bedoelen, wars van heel de
verkrachtingsgeschiedenis van het woord? (4) Alhoewel, het moet gezegd, er zijn
hier nog tal van conflicten tussen boeren en inheemse groepen. Het heeft alles
de maken met de niet zo zachte boereninvasie van de laatste eeuw in dit gebied.
De verhoudingen waren en zijn niet vrij van racistisch gedrag. Zie eerdere
flits van 25/2/06 over ‘Erva Mate’; ten huize van Rose en Orlando
Misschien
is de oorspronkelijke betekenis van het Latijnse woord en de geschiedenis
achteraf wat te vergelijken met die beruchte passage uit het scheppingsverhaal:
Genesis 1, 26-28: “God sprak: ‘Nu gaan Wij de mens
maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend; hij zal HEERSEN over de vissen van
de zee, over de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde
beesten en over het gedierte dat over de grond kruipt.’ En God schiep de mens
als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij
hen. God zegende hen, en God sprak tot hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk;
bevolk de aarde en ONDERWERP haar; HEERS over de vissen van de zee, over de
vogels van de lucht, en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”
Daar is nu wel exegetische uitleg aan te geven. Als we de context, de joodse
spiritualiteit en de grondtoon van de bijbel echt zouden begrijpen, dan moeten
we dit ‘heersen’ en ‘onderwerpen’ anders begrijpen, dan zoals het er staat. Mij
goed, al weet ik dat daar al 40 jaar heftig debat rond leeft (5). Wat ik alleszins
onthoud, is hoe deze passage in de loop der eeuwen een eigen leven ging leiden
en een ideologie van heersen en onderwerping gelegitimeerd heeft. Onderwerping
van de natuur en van inheemse volkeren, die zich meestal als onderdeel van die
natuur beschouw(d)en. Ze hebben een andere relatie tot de aarde, die ons
draagt.
Novo
Eigenlijk
nemen we al meer dan 2000 jaar dat woord ‘kolonie’ als een evidentie mee, ook
al was de term oorspronkelijk misschien zuiverder. Waren in onze streken geen
diverse colonia van Rome? Komt Keulen niet van het Latijnse benaming ‘Colonia
Agrippina’. Kolonie dus. En:
Trier van Colonia Augusta Treverorum. Xanten: Colonia
Ulpia Trajana
Of moeten
we niet verder de geschiedenis ingaan? De Germaanse volksverhuizingen die onze
oorspronkelijke bevolking overspoelden. Was dat geen kolonisering avant la
lettre? En mag ik het nóg verder doortrekken: de mens splitste zich in Afrika
af van zijn broer, de aap. Vanuit Afrika migreerde hij naar, ‘koloniseerde’ hij
in: Europa, Azië, Amerika, Australië. Dat is althans momenteel de vigerende
theorie over het verschijnsel mens.
Heel de
geschiedenis door bleven we gronden ontginnen, koloniseren. Als je boven
Hamburg aan de Sollenspieker (6) de Elbe en het landschap eromheen overschouwt,
dan kan je daar de historische toelichting lezen: ‘De boeren koloniseerden dit
gebied in de 13e eeuw’. Vijf-zes eeuwen later, in de 19e
en 20ste eeuw, deden hun nazaten (7) het nog eens over in Rio Grande
do Sul, in Novo Hamburgo bijvoorbeeld. De Amsterdammers trokken, met
Sint-Niklaas op hun scheepsboeg, naar Noord-Amerika en stichtten
Nieuw-Amsterdam: New York. En zo kunnen we eindeloos doorgaan. Het is een
geschiedenis van koloniseren en gekoloniseerd worden. Het woord is in Brazilië
nog courant taalgebruik. Nieuwe gebieden worden in het Amazonegebied gekoloniseerd;
het officiële staatsorgaan voor de landhervorming heet trouwens INCRA
(Instituto Nacional para a Colonização e a Reforma Agrária – Nationaal
Instituut voor kolonisering en landhervorming).
Waar maak
ik mij dus druk over?!
Wil ik
loyaal meewerken aan de identiteit en de (internationale) versterking van de
Agricultura Familiar? Wel, dan moet ik deze koloniale geschiedenis als een feit
aanvaarden, ook al kan ik niet anders dan télkens opnieuw de slachtoffers
gedenken. De Guarani, de Kãngãng en de 180 andere inheemse volkeren, die dit
land nog rijk is. Neem nu de Xetá in Paraná. In de jaren ’30 van de twintigste
eeuw werden ze pas ‘ontdekt’ door de oprukkende kolonisatoren. In de jaren ’60
waren ze al quasi uitgestorven. Kiko Borges, die me deze week bij de Guarani
bracht, maakte een interessante studie over de laatste leden van deze groep
autochtonen. Als ik dit woord hier achteloos neerschrijf, komt het koppel
autochtonen-allochtonen meteen in een ander daglicht te staan. De Europeanen en
hun nazaten als de allochtonen. In Vlaanderen zijn de Marokkanen en Turken de
allochtonen. De context en de geschiedenis leert ons iets over autochtonen en
allochtonen, kolonisatoren en gekoloniseerden.
Café
colonial
Alomtegenwoordig
zijn hier de woorden ‘Deus’ en ‘Jesus’, maar dus ook ‘colonial’. Ik zag
woensdag in de buurt van de Guarani het woord zelfs op een schoolbus staan.
Gele bus met ‘escolar’ en ‘colonial’. Onderwijs als onderdeel van de kolonie.
‘Café colonial’ zie je op heel wat restaurants geafficheerd staan. De nieuwe
folder van ‘Caminhos da Agricultura familiar’ (een innoverend gebeuren van
Fetraf in Marcelino Ramos/Rio Grande do Sul) verwoordt het treffend. Eén van de
bezoekplaatsen van de toeristische tocht om de gezinslandbouw te leren kennen
heeft de veelbelovende kop: ‘Café colonial da Tia Lili – Koloniale koffie van
Tante Lili’: “Bakkerij en Café colonial, die 33 typische schotels van de
colônia aanbiedt, vergezeld met thee, koffie met melk en sappen. Taarten,
koeken, biscuits, broden, confituren, soorten salami, kazen, vruchten. Recepten
doorgegeven van generatie op generatie, die de sabor da colônia bewaren aan een
tafel vol voldoening. De gezelligheid van het haardvuur, de traditionele
versiering en de gastvrijheid van de familie Lazarin zijn een uitnodiging om te
blijven en om te genieten van de delicatessen op tafel.”
Geef toe: daar kan je toch niets op tegen hebben! Nee, daarom aten we er
ook graag met de Wervelaars. Tijdens onze uitwisselingstocht van maart 2005.
Zolang ik ook de achterkant van de geschiedenis mag beschrijven, dan deel ik
graag de tafel met een café colonial. En laat me dan maar gewoon colonial
begrijpen als synoniem voor ‘boer en vrijheid’. Uiteindelijk kennen we in ons
taalgebruik ook nog altijd de kolonies als het om landbouwactiviteiten aankomt:
denk maar aan de Veenkolonies in Nederland, of de voormalige
‘landloperskolonie’ in Wortel, de kinderkolonie in Averbode. Het verschijnsel van de psychiatrische
patiënten die in Geel op boerderijen meeleefden (een verre voorloper van de
huidige zorgboerderijen), werden ook als ‘kolonie’ benoemd. En België kende
zijn laatste koloniseringpoging in Lommel anno 1850. Het was een ultieme poging
om de toenmalige hongersnood te bestrijden. De hongersnood trouwens van halfweg
19e eeuw, die vele Europeanen naar beide Amerika’s deed verhuizen om
…daar te gaan ‘koloniseren’(8). We verlegden gewoon onze gronden.
Misschien
komt er ooit een tijd dat boeren en ‘indianen’ elkaar vinden. Ja, zie, zo hier
en daar gebeurt het al. Tot mijn niet geringe vreugde ontmoet ik dezer dagen
tijdens mijn studiewerk i.v.m.
‘Voedselsoevereiniteit’(9) de evidente opsomming ‘kleine en familiale boeren,
herders, landlozen, vissersvolken en inheemse volkeren’. Het gaat om hen allen
samen. In religieuze taal: ‘Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’. Hier en nu.
Een Café
mundial.
Luc
Vankrunkelsven,
18 november
2006.
PS.: De
overbuurvrouw van ons appartement heeft al haar krans met kerstbollen en
kunstkerstrozen aan de deur hangen. De kolonisatie is blijkbaar goed geslaagd.
Het is alsof ze naar de kerstmarkt in Keulen geweest is.
(1)
‘Foz
do Iguassu’ betekent de ‘Monding van de Iguassu (in de Paranárivier)’;
‘Dendermonde’ betekent de ‘Monding van de Dender (in de Schelde).
(2)
‘Itaipu’
is: de zingende steen in het water. De ‘I’ van I-taipu en I-guassu, in het
Guarani ‘eu’ uitgesproken, betekent ‘water’. Water staat in hun geschiedenis en
spiritualiteit centraal. Vooraan in hun gebedshuis hebben ze dan ook een
altaartje staan, gevuld met water.
(3)
Guarapuava:
wilde wolf
(4)
Kolonie
komt van colonus (lat) en betekent boer en dus ‘vrijheid’. Koloniseren betekent
letterlijk ‘boeren’.
Later is het gebruikt om de vrije militairen, die gronden kregen in de
veroverde gebieden, aan te duiden. Het eigene was dat die militairen hun
vrijheidsrechten behielden.Later werden het niet-vrijen.
(Cfr Colonus: Oorspronkelijk vrije, die
sinds 4e eeuw erfelijk grond-gebonden zijn. (uit Logilogi website
van geschiedenis studenten RUG))
Colonus: plural Coloni, farmer of the
late Roman Empire and the European. The coloni were drawn from impoverished
small free farmers, partially emancipated slaves, and barbarians sent to work
as agricultural labourers among landed proprietors. For the lands that they
rented, they paid in money, produce, or service. Some may have become coloni in order to gain
protection…(Encyclopedia Brittanica)
Tot slot:
Taal Woord
Frans agrarien
Fries bouboer
Hongaars földmûves
Italiaans agricoltore
Latijn colonus
Portugees agricultor
Zweeds jordbrukare
En: Colonos:
geboorteplaats van Sophocles (Griekenland)
(5)
Sinds het ophefmakende artikel van
Lynn White in Science, 1967, woedt een heftig debat tussen de
zogenaamde antropocentristen en de ecocentristen. Gaandeweg zijn daar nog
zoöcentristen (komen op voor de rechten van het dier vanuit de notie
pijngevoeligheid) bijgekomen.
(6)
Sollenspieker:
een soort tolhuis uit de Middeleeuwen. Er moest tol betaald worden om de Elbe
over te steken. Zie: http://www.zollenspieker-faehrhaus.de/umgebung.htm
(7)
Vele immigranten die sinds eind
19e eeuw in golven toekwamen, kregen elk één ‘colonia’. Een boer wordt dan ook
dikwijls ‘colono’ genoemd. 1 colonia is 10 alquère of bijna 25 ha (24,2 ha). In
São Paulo staat het interessante ‘Museum van de immigrant’. Op een levendige
wijze wordt de geschiedenis opgeroepen van de honderdduizenden migranten, die
sinds de 19 e eeuw toestroomden. Omwille van het internationaal verbod op
slavenhandel in 1850 en de afschaffing van de slavernij in Brazilië anno 1888,
waren er dringend nieuwe werkkrachten nodig. Vooral de sinds eind 18 e eeuw
opkomende mode in Europa van koffie te drinken, deed arme Italianen, maar ook
Duitsers, Polen en andere Europeanen tot diep in de 20 ste eeuw toestromen.
Koffie en zijn immigranten deden begin 20ste eeuw São Paulo
exploderen tot een miljoenenstad. Heel deze migratie viel samen met grote
hongersnoden in Europa. Zie volgende voetnoot.
(8)
“De laatste kolonisatiepoging in
België vond plaats in de jaren 1850 in Lommel. Slechts weinigen kennen de
geschiedenis. Daarom besloot de stad Lommel enkele jaren geleden een van de
staatsboerderijen in de Koloniestraat te kopen en op te knappen. Een tentoonstelling
vertelt het verhaal achter Lommel-Kolonie.
We gaan even terug in de tijd. 1850. De textielnijverheid die even daarvoor nog
hoogtij vierde in Oost- en West-Vlaanderen bloeide uit. Vlaanderen was
overbevolkt en de mislukking van de aardappeloogst zorgde voor heel wat armoede
en hongersnood. "De overheid dacht de hongersnood te kunnen oplossen door
de schrale Kempische grond te ontginnen", vertelt Veerle Leysen van Museum
Kempenland in Lommel. Er werd in de Kempen een kanalennet aangelegd om het
vervoer tussen steden en platteland te vergemakkelijken.
"In Lommel was de belangrijkste functie van het kanaal de aanleg van
vloeiweiden om de ontginning van de droge heidegronden te bevorderen",
gaat Leysen verder. De mensen gingen uit van het principe: met water wint men
gras, met gras voedt men vee, met vee produceert men mest en met mest kan men
ontginnen.
De overheid koos goedwerkende arbeiders uit Oost- en West Vlaanderen en
Antwerpen om ze naar de Kempen te sturen voor het project 'colonie agricole'. "Twintig
hoeves werden er gebouwd. Tien aan elke kant van het kanaal, wat vandaag de
Koloniestraat is, samen met een kerk, pastorij en schooltje", legt Veerle
uit. "De landbouwers kregen zo goed als niks. Elke boerderij kreeg vijf
hectare grond, waarvan een hectare vloeiweide en verder werd een hectare
omgeploegd en gemest en zelfs voor de helft ingezaaid met rogge. Daarnaast
bevond zich in elke boerderij wat mest.''
De overheid wilde aantonen dat het project kon slagen zonder investeringen en
hoopte zou dat privé-initiatiefnemers het voorbeeld zou volgen. "De boeren
konden zich met zo weinig niet overeind houden. Ze besloten dan maar te helpen
met de aanleg van het kanaal en overleefden als dagloners op de vloeiweiden. Al
na tien jaar ging het project ter ziele. En dat betekende meteen het einde van
het laatste Belgische kolonisatieproject". De boerderijen werden verkocht
aan vooral eigen mensen uit de streek en zo ontstond het gehucht
Lommel-Kolonie.
( http://www.vilt.be/nieuwsarchief/detail.phtml?id=10878
)
(9)
www.foodsovereignty.org
|