spacer
spacer
       
Home
Publicatielijst
Wervelkrant
Sojaflitsen
Boeken
 

29 nov '05: Novo Mundo
Share/Save/Bookmark

Novo Mundo

Ik ben onderweg na enkele dagen van onderdompeling in het oecumenisch-ecologisch benedictijnenklooster te Goiás (1). De monniken proberen er de inheemse spiritualiteit van de zogenaamde indianen en de Afrikaanse spiritualiteit van de gedeporteerde slaven in de joods-christelijke traditie te integreren. Bovendien staat hun middaggebed elke dag in het teken van een andere wereldgodsdienst: Hindoeïsme, Boeddhisme, Jodendom, Islam, andere christelijke kerken en zij die de Eeuwige zoeken buiten gevestigde instituties. Ecologie (blinde vlek in de dominante ‘tradities van het Boek’) en Vrede staan centraal in hun gemeenschapsopbouw, te midden van landloze boeren en verbonden met de Agricultura Familiar. Het bisdom Goiás met de Duitstalige Belgische bisschop Eugênio Rixen is dan ook het bisdom met het grootste aantal assentamentos (2) in heel Brazilië. De monniken waren zeer betrokken bij de eerste grondbezettingen, lang voordat MST (2) bestond. Ze richtten ook een school op voor vorming in de gezinslandbouw.


Pizza en bier


Waarom deze uitwijding over de pogingen tot inculturatie en integratie van een handvol monniken?

Ik moet drie kwartier wachten in de rodoviária van Curitiba. De bus naar Guarapuava vertrekt pas om 18u30. Tijd dus om een pizza achter de kiezen de steken, een bier te drinken en de intense dagen in Goiás te laten bezinken. Ik vergat even dat de menu’s hier op twee mensen berekend zijn en dat het bier in grote gemeenschapsflessen zit. Gemeenschapswaarden die wij in de ‘oude wereld’ niet zo meer kennen. Natuurlijk rukt de Amerikanisering hier razendsnel op: fastfood zit in de lift en bier wordt nu ook duchtig in éénpersoonsblikjes geserveerd. De pizza krijg ik niet op; het bier wel, wegens het dorstige weer.

“Kaiser? Antarctica? Brahma? Bohemia?” (de grote bieren in Brazilië).

“Bohemia, por favor.” (Kaiser is van Coca Cola; Brahma, Antarctica, Skol, Bavaria en Bohemia van Inbev –het voormalige Belgische Interbrew en het Braziliaanse Ambev; met hoofdzetel in Leuven).

Pizza brengt je bij de Italiaanse colonos, Bohemia bij de Duitse immigranten. Ondertussen zitten we met de wilde globalisering: onze wereld, ons dorp. Onze wereldwijde warenmaatschappij. Inbev: het Belgisch-Braziliaanse bierconcern, het grootste ter wereld.

Je bent wat je consumeert. Maar waar vind ik nog ander bier hier?


Van Haloween naar Kerstmis


Ik mijmer verder. Vóór mij zweeft natuurlijk de onvermijdelijke TV. Ik had me opzettelijk met de rug naar deze opdringerige god gezet, maar het mocht niet baten: meteen werd een tweede apparaat voor mijn snuit aangezet. Ik moést en ik zoú kijken. Zin of niet. Het hoort zo. Cultura Brasileira. Cultura Americana. Een Braziliaanse novela (soap) dreigt mijn genieting te verstoren. Naast de godheid zit een vrouw kerstversiering te hangen: dennentakken (die hier niet voorkomen), sneeuw (die hier niet valt), kerstbollen (die waarschijnlijk geïmporteerd werden). In het klooster was nog sprake van de advent, de verwachting, die zondag begonnen is. In de commercie is het meteen een àndere verwachting: de warenverwachting. Zoveel mogelijk waren versassen voor de eindejaarsfeesten. Waarden zoals vrede, gerechtigheid, solidariteit, herverdeling zijn aan deze gezelligheidsindustrie niet besteed.

Eigenlijk is de mevrouw met de versieringen al wat laat. Begin november, vlak na Haloween, zie je al op TV de kerstman (3) kinderen verblijden. Inderdaad, ondanks al de Europese import wordt Sinterklaas hier overgeslagen. Het is hier na Haloween meteen de rode kerstman die met het witte kindje Jezus in ‘het land met de 134 zwart-bruine varianten’ concurreert. Zag ik daarom vorig jaar in het diocesaan vormingshuis (bij de katholieke bisschop dus) te Londrina de kleine Jezus al twee weken vóór Kerstmis in de kerststal, in de kribbe liggen? Een adventskrans viel er niet te bespeuren. Dat zou zelfs op de markt van Brussel ondenkbaar zijn!

Maar het moet gezegd: de grote meerderheid van de Brazilianen zijn heel religieuze, vrome mensen. Ondanks het opdringerige warenaanbod, slagen ze erin om deze tijd heel intens, emotioneel en biddend te doorleven. Al is er niet meteen een adventskrans te bespeuren, de kaarsen, het bidden, het kerkbezoek zijn er wél. En massaal! Daar kan Vrouwe Europa nog een puntje aan zuigen.


De dagen voor Kerstmis is het helemáál prijs: in de winkelstraten van Curitiba klinkt het ‘Stille nacht, heilige nacht’. Sneeuw en dikke truien moet de kerstgezelligheid ondersteunen, terwijl we dan volop in de zomer zitten! Zijn er dan geen zinvoller symbolen te bedenken, die toch iets met de realiteit van dit volk te maken hebben? Iets met de wortels en de tradities van de inheemse volkeren, met de Afrikaanse religiositeit?

Brazilië mag dan wel een mayonaise zijn van volkeren, culturen, religies…, het is duidelijk één cultuur die domineert. De Amerikaans-Europese warencultuur. Je wordt wat je eet en drinkt. Je bent de kleren die je draagt. De auto, de 4X4, waar je mee rijdt, is een verlengstuk van je identiteit.

Je hebt geen auto. Je bént je auto.

En toch… zou het gefixeerd zijn op ‘Jesus’, zou het passionele bidden een ontsnappingspoging kunnen zijn uit deze godenwereld van glitter en oppervlakkigheid? Een houvast. ‘Hij is de enige die wij Brazilianen kunnen vertrouwen. Voor Hem doe ik alles.’, zei me ooit iemand n.a.v. zijn eerbied bij het grote feest van de jaarlijkse sacramentsprocessie. Straten worden dan in heel Brazilië versierd voor het Heilige Brood dat, gevat in zilver of goud, in priesterhanden passeert.


Je bent, je wordt wat je eet.


Krunkel, je moet het bij landbouw en voedsel houden.

De ‘oude wereld’ bezette massaal de ‘nieuwe wereld’. Vandaag zag ik nog een bedrijf in de rodoviária van Goiâna met de originele naam ‘novo mundo’. Origineel? Nee, je vált over de bedrijven met de allusie op nieuw, veroverd land. Op de landkaart kom je geregeld steden tegen waar ‘conquista’ of ‘vitória’ in zit. Verovering. Overwinning. Of ‘novo’: Novo Hamburgo, New York, …

We hadden in Europa te veel volk en te weinig grond. Daarom bezetten we vooral sinds de tweede helft van de 19e eeuw de grond van de Nieuwe Wereld. Niet alleen daar trouwens. Schiereiland Europa was ook actief in Azië, Afrika en Australië. Maar laten we ’t maar alleen even over de nieuwe wereld van Latijns-Amerika hebben.

Met de mensen kwamen de waarden en de waren mee, de zaden, de koeien en de paarden. In het begin allemaal heel sympathiek: tenslotte waren het arme mensen uit Italië, Duitsland, Polen, Oekraïne, die hier hun heil kwamen zoeken. Daarom kregen zoveel boerderijtjes ook de welluidende naam: ‘Chácara da esperança’/’Hoeve van de hoop’. Dus tóch hoop! Advent?

Gaandeweg werden de koloniale waren, de waren van de ‘colonos’, overklast door merknamen. Wereldwijde merkwaren. De thuisgemaakte pizza werd de keten Pizzahut. Gehakt vlees werd McDonald’s. Bohemia werd Inbev. Sementes crioulas werden sementes transgênicos van Monsanto en van zijn Amerikaanse aandeelhouders. Paard werd pikdorser. Dubbeldoelkoe werd Holsteinerkoe.


Brood en wijn


Tijdens deze mijmering eet ik pizza en drink bier, gemaakt van tarwe en van gerst. Granen die hier niet thuishoren. In de meeste staten van Brazilië moet je er niet aan dénken om tarwe te telen. Gaat niet. Te heet. Te nat. Te droog. Alleen in de drie zuidelijke staten en in Mato Grosso do Sul – dààr waar de meest uitgesproken Europese bevolking woont – is het mogelijk om tarwe en gerst te telen. Bijna als een wisselteelt van soja. Paraná op kop. Door de onverwacht grote oogst, als spiegelbeeld van de soja-expansie, moest Paraná in 2003 voor het eerst in de geschiedenis zelfs tarwe proberen exporteren. Maar het grootste volume aan tarwe stroomt binnen vanuit de Verenigde Staten, Europa en Argentinië.

In één van de vorige flitsen had professor Kinupp het over het mediterrane voedselimperialisme: “Gemiddeld worden maar een 100 plantensoorten geconsumeerd uit het universum van 17.000 soorten die ons ter beschikking staan.”

Tarwe is daar hét voorbeeld bij uitstek van. De volkeren rond de Middellandse zee kennen het al duizenden jaren en namen het mee in hun veroveringstochten. Het zoete brood van het Noorden verdringt nu het eerder zure voedsel van het Zuiden. Valt dat in Brazilië niet meer zo op, omwille van de alomtegenwoordigheid van zoetigheden – een erfenis van de Portugezen -, in zwart Afrika is dat maar al te duidelijk.

In dat verband vergeet ik nooit de hartenkreet van de Kameroenese priester en bevrijdingstheoloog Jean-Marc Ela. In één van zijn geschriften is de grondtoon van wat hij hard stelt: “Tarwe is het graan van de overheerser. Een dumpproduct dat onze eigen teelten en cultuur verdringt. Hoe kunnen wij dan eucharistie vieren met dit graan van de onderdrukking?!” (Mijn samenvatting, zie: (4)) Ondanks zulke thesis, werd hij later gelauwerd als Doctor Honoris Causa van de Katholieke Universiteit te Leuven.


Om even in de sfeer van advent en kersttijd te blijven: is het niet sprekend dat het Romeinse wetboek van de Katholieke Kerk eist dat de wijn van druiven is en het brood van tarwe? Twee producten van het Middellandse zeegebied waar de joods-christelijke traditie ontstond en vervolgens via Rome de wereld domineerde en domineert. Tot in het voedsel en de drank. Tot in lijf en leden. Tot in de ziel van de mensen.

Uitgesloten om palmwijn met maïsbrood te gebruiken. Of maniokbrood. Rijstwijn.

Of is de totale globalisering de oplossing? De globalisering die zorgt dat nu in het droge Noord-Oosten druiven worden geteeld om op de Kersttafel van de Europeanen te kunnen serveren. Druiven en soja van de internationale agronegócio, waar nu zonodig de rio São Francisco moet voor gekanaliseerd en leeggezogen worden.


Het was verfrissend om in Goiás de Vlaamse benedictines, Ione Buyst, te ontmoeten. Zij is bezig met liturgie op te bouwen en te boek te stellen vanuit de leefwereld van en voor het gewone volk. Ze doen met hun equipe prachtig werk, o.a. met de daklozen in São Paulo, maar evengoed met vorming aan universiteiten.

Ik vraag me alleen af of de ‘imperiale brood- en wijnkwestie’ in Brazilië nog kan gesteld worden. Is dit nieuw verzamelde volk geen onderdeel van de ‘oude wereld’ met de dominantie en evidentie van mediterrane waarden? Ik denk dat het niet toevallig is dat deze scherpte vanuit zwart- Afrika komt.


En toch.


In deelstaat Bahia lopen nu overheidsprojecten om maniokbrood te bakken. Maniok: oorspronkelijk een basisproduct van de inheemse bevolking en nu nog van vele gewone mensen.

Brazilië is de hoorn des overvloeds, o.a. van allerhande fruit.

Zag ik vorig jaar niet in een pousada te São Luis een bijzonder Laatste Avondmaal hangen. Een onverwachte, goddelijke, fantasie van een schilder die me zeer trof. Een ketter natuurlijk, maar toch interessant als doordenkertje.

Op tafel stonden geen brood en wijn, maar schalen met de rijkdom aan fruit die wij hier kennen.

De middelste figuur brak een mango en deelde die onder zijn vrienden.

Een vogel zat op Johannes’ schouder en keek ernaar.

Paradijselijk gewoon.

Gewoon. Paradijselijk.



Luc Vankrunkelsven, Op de bus van Curitiba naar Guarapuava, 29 november 2005



terug  (1) Uitgeverij Averbode gaf onlangs een boek uit van de benedictijn van Goiás, Marcelo Barros: ‘De spiritualiteit van water’, Averbode, 2005, zie: www.averbode.com/barros

terug  (2) Assentamento: herverdeeld land in het kader van de Braziliaanse landhervorming. MST, Movimento dos Sem Terra, de beweging van landloze boeren, zet de regering constant onder druk om eindelijk van die landhervorming werk te maken. Waar MST minder aanwezig is, is het Fetraf-Brasil (de vakbond van de gezinslandbouw) die sterk opkomt voor deze ‘reforma agrária’.

terug  (3) Sinterklaas is al sinds de Middeleeuwen een belangrijk feest in Europa. Vooral in Italië, Duitsland en Nederland was en is hij erg populair. In Nederland was hij de patroonheilige van de zeevaarders en van Amsterdam. Wanneer de Nederlanders Nieuw Amsterdam (het huidige Manhattan, NewYork) koloniseerden, kreeg Sinterklaas een bijzondere plaats. Ze deden al het mogelijke opdat hun cultus en hun tradities in de ‘Novo Mundo’ zouden bewaard blijven. Hun devotie was zó diep en tegelijkertijd zo pittoresk dat de Noord-Amerikaans schrijver Washington Irving (1783-1859) er in 1809 een satire van maakte in ‘Knickerbocker’s History of New York’. Irving ontdeed hem van zijn bisschopskleren en doopte hem tot beschermer van New York. Daardoor, maar ook door een gedicht (‘A visit from St. Nicholas’) van de theologieprofessor CC. Moore in 1922, explodeerde zijn populariteit en werd 6 december het feest van de Amerikaanse Santa Claus. CC. Moore baseerde zich op de figuur van Irving, maar maakte hem concreter. Zijn St. Nicholas vertoont alle typische trekjes van Santa Claus.

Een Duitse immigrant, Thomas Nast, tekende voor het eerst in 1863 zijn kerstman (nu: ‘Papai Noel’ in Brazilië) in de Harper’s Weekly. Tussen 1873 en 1940 was hij een cultfiguur in het kinderblad St. Nicholas. In de tweede helft van de 19e eeuw zette de secularisering van zijn figuur zich door en werd hij voor alle Noord-Amerikaanse kinderen een cultureel symbool van vrede, solidariteit en voorspoed. De ultieme inschakeling van de kerstman in de commercie vond plaats in 1931, toen Coca Cola hem van kleur deed veranderen. Zijn bruine kleur sinds Thomas Nast werd omgetoverd in rood-wit, de twee officiële kleuren van Coca Cola. Bij de aankondiging van Coca Cola’s kerstcampagne werd de Kerstman neergezet in een commercieel centrum, terwijl hij welwillend naar de wensen van de kinderen luisterde. (Rodriguez, Pepe, Mitos y ritos de la Natal: origen y significado de las celebraciones navideñas. Barcelona, 1997).



terug  (4) ELA J.-M., Zwart is anders. Pleidooi voor een Afrikaanse kerk, 's Hertogenbosch, Bijeen-publicatie 34, (zonder jaartal) (Oospr. Frans: Le cri de l'homme africain. Questions aux chrétiens et aux Eglises d'Afrique, Paris, Harmattan, 1980). In dat boek (in het Nederlands): het artikel 'De Eucharistie, teken van heil of onafhankelijkheid?', blz. 13-22 (in het bijzonder blz.16-19). Bovenstaand citaat is míjn samenvatting van zíjn stelling.
 
     
spacer

Edinburgstraat 26 - 1050 Elsene - tel 02 893 09 60 e-mail: info AT wervel PUNT be