Fetraf-BahiaWat in 2001 als Fetraf-Sul/CUT in de drie zuidelijke staten van Brazilië (Rio Grande do Sul, Santa Catarina en Paraná) begon, deinde de voorbije jaren al vlug uit over andere Braziliaanse deelstaten. Bahia in het droge Noord-Oosten is één van de reuzenstaten met massaal veel campesinos en gezinsboeren. Het was dan ook een goede keuze om de internationale delegatie van het oprichtingscongres Fetraf-Brasil een voorprogramma aan te bieden in deze deelstaat, die groter is dan Frankrijk. Er leven en werken ongeveer 1 miljoen gezinnen van de Agricultura Familiar, op de 4 miljoen die Brazilië rijk is.
Het is een heel andere realiteit dan die ik gewoon ben in Zuid-Brazilië. Vanuit de grote kolonisering in de 19e en 20ste eeuw beschikken vele boeren in het Zuiden over 24, 2 hectare grond (1). Een eigenaardig getal, maar dat heeft te maken met de andere maat die hier gehanteerd wordt, namelijk de alquère. In Bahia hebben 650.000 van de 1 miljoen gezinnen een lapje grond, waarvan de grote meerderheid maar 2 hectare bezit, al zijn er ook met 20 hectare of meer. Zoals geweten is de strijd tussen twee landbouwmodellen in dit land bijzonder hevig. In Bahia is dat niet anders. Terwijl de grote massa het met 2 hectaren moet zien te rooien, zijn er families in het andere landbouwmodel die met 600.000 hectare kunnen uitpakken. De eigenaars zijn wel een familie, maar het kan bezwaarlijk ‘familiale landbouw’ genoemd worden. In Brazilië spreekt men dan ook van ‘patronale landbouw’ tegenover ‘familiale landbouw’.
De vele boerengezinnen met 2 hectare kunnen van hun grond geen ‘salário mínimo’ (jaarlijks, politiek vastgelegd, minimumsalaris: momenteel ongeveer 300 reais. 1 euro = 2,6 real) halen, maar verdienen met moeite 250 reais. De meeste mensen gaan dan ook elders, vooral in de steden, bijklussen. Meestal op de informele arbeidsmarkt. We bezochten met de groep allerlei alternatieven: afstammelingen van slaven, die samen een florerend bedrijf runnen; groenteteelt; een cacaoplantage op mensenmaat.
De groenten betreft een bedrijf van 8 hectaren, met groenten, fruit (vruchtbomen) en bloemen. Heel de vermarkting, grotendeels op de locale markt of iets verder in Salvador da Bahia, is volledig in eigen handen. Zodoende kunnen 10 (!) gezinnen van deze 8 hectares leven en ze halen er bovendien alle 10 meer dan een salário mínimo van af. Ze telen een twintigtal verschillende soorten groenten en gebruiken zo min mogelijk gif. Ze betalen 800 reais voor vier vrachtwagens kippenmest, d.w.z. de mest van één lote kippen van een integratror.
De aartsvader van de familiale cacaoplantage heeft 12 kinderen. Vijf hiervan werken op het bedrijf, zeven werken elders. Het bedrijf heeft 95 hectare grond, waarvan 40 ha. cacaobomen. De rest is bos en maniok. De cacaoplantage zelf is ook een uitstekend middel tot herbebossing, want hij wordt geteeld in de schaduw van grote bomen. Bovendien is het een mengteelt met vruchten als de coco van palmbomen, mango, cajú (cashewnoten, gekoppeld aan de cashewvrucht waar fruitsap van gemaakt wordt) en jáca. Ze gebruiken ook hier bijna geen gif. Eén van de zonen weet ons te vertellen dat er in de streek nog maar weinig traditie van coöperaties is. Zo zijn er voor de maniok en de cacao wel tot drie tussenhandelaars, die er allemaal willen aan verdienen. Het idee van in coöperaties te gaan werken, begint echter sterk te leven. Fetraf-Bahia speelt daar een niet onbelangrijke rol in.
Als uitsmijter geeft hij ons nog mee dat er nog veel meer mogelijkheden zijn met maniok. Er lopen nu overheidsprojecten om van maniok brood te maken, want tarwe kan in de hitte niet geteeld worden en wordt dus hoofdzakelijk ingevoerd. Alleen Zuid-Brazilië en Mato Grosso do Sul hebben tarweteelt. De maniokplant op zich heeft ook meer mogelijkheden dan wat er momenteel wordt uitgehaald. Bij het persen van de wortel zou het sap kunnen opgevangen worden en als meststof dienen. De stok van de maniokplant wordt niet gebruikt, terwijl die nochtans veel proteïne bevat, wat als ideaal veevoer zou kunnen dienen. In Zuid Brazilië wordt die inderdaad aan de varkens gegeven.
We bezoeken drie totaal verschillende gebieden, wat droogtegraad en begroeiing betreft. In een drogere streek vinden we uiteindelijk de afstammelingen van Afrikaanse slaven in de ‘Matinho dos negros’ (‘Het kleine woud van de zwarten’). De vrouw die ons ontvangt, is duidelijk getekend door de strijd van generaties. Officieel werd de slavernij in 1888 afgeschaft, maar de praktijk bleef doorwerken tot begin 20ste eeuw en steekt nu trouwens terug de kop op, o.a. in de grootschalige sojateelt.
Waar we nu te gast zijn, is één van de vele voorbeelden in de Braziliaanse geschiedenis van ontsnapte slaven, die een eigen gemeenschap opbouwden in het woud. In de zeventiger jaren vochten ze hier een juridische strijd uit om de grond. Ze wonnen het pleit tegen de grootgrondbezitter, wat niet evident is. Vandaag leven ze met zeven gezinnen van 9 hectare grond: drie gezinnen werken op het bedrijf, de anderen elders. Vruchten als mango en cajú zorgen voor een goed inkomen, alsook veel maniok.
In Bahia leeft heel wat. Ook hiér, in het droge Noord-Oosten rukt de sojamonocultuur op. Deze immense vlaktes voor de exportlandbouw zuigen met irrigatie het water weg van de kleine mensen, boeren en consumenten.
Maar in deze drie voorbeelden wordt de omkeer gedaan.Het is dan ook geen toeval dat enkele dagen later een boerin uit deze deelstaat als eerste voorzitster van Fetraf-Brasil wordt verkozen.
Luc Vankrunkelsven, Salvador da Bahia, 20 november 2005
terug (1) 1 alquère is 2,42 ha, geldig in het Zuiden van Brazilië; dit wordt de ‘alquère paulista’ genoemd.
1 alquère is 4,84 ha; dit is meer naar het Noorden toe geldig, boven de deelstaat São Paulo.
In Mato Grosso is een alquère ook 2,42 ha. Dit heeft te maken met de invloed van de Gauchos in Mato Grosso.
1 colonia is 10 alquère of bijna 25 ha (24,2 ha).
Vele immigranten die sinds eind 19e eeuw in golven toekwamen kregen elk één ‘colonia’. Een boer wordt dan ook dikwijls ‘colono’ genoemd.
|