|
Koffieafval van Londen tot Sydney
Ik heb me
laten verleiden. ‘k Moet op de groep Vlamingen wachten, die gaat landen voor
een spirituele reis doorheen Brazilië.
In
busstation Tietê koop ik de Folha de S. Paulo. ’s Zondags is dat een
telefoonboek dik, met veel reclame, maar ook met heel wat interessante
bijlagen. De helft gaat meteen naar het oud papier.
Of naar de
vuilbak, want wat doe ik? Een uitdagende reclame verleidt me: “Caffé Ritazza,
de beste koffie uit Brazilië en Centraal-Amerika die een maand lang met zorg
wordt voorbereid”. En
nog: “Bon gosto (1) em todo os sentidos. Een goede smaak in alle betekenissen.” Laat me
daar mijn Folha triëren en lezen. Ze zullen er wel recycleren en ondertussen
kan ik rustig van een cappuccino genieten. Een keer iets anders voor een
Brusselaar dan de gezoete koffie in Brazilië!
De reclame
gaat verder: “Vandaag drinken 750.000 mensen in één van onze nederzettingen in
23 landen van onze bijzonder uitgelezen koffie. Londen, Brussels, São Paulo, Sydney, New York,
Parijs, Zurich, Madrid, Stockholm, Hong Kong.” Ik voel me op slag een wereldburger. En met
reden! “O mundo do
caffé Ritazza.” Mag ik
vrij vertalen?: “De wereld volgens koffie Ritazza.”
Ik
degusteer de minuscule cappuccino en lees ondertussen interessante artikels
over de restauratie van de Copan, één van de grote gebouwen uit de vijftiger
jaren. Het werd bedacht door de nu 98-jarige Oscar Niemeyer. Over de kruisweg
van het volk in Rosinha (Rio de Janeiro) de grootste favela van
Latijns-Amerika. En over eilandbewoners in de Stille Oceaan, die vechten om te
overleven. Hun eilanden dreigen binnenkort verzwolgen te worden door het
broeikaseffect.
Ik zie de
dienster de bekertjes in piepschuim wegkieperen. Ik vraag haar of ze
gerecycleerd worden. Ze kijkt me aan, alsof ik van Mars kom. “Não”, is het
korte maar duidelijke antwoord. Bij het buitengaan, gaat de trotse reclame
verder: “Moesten we alle bekertjes die bij ons op een jaar gedronken worden op
een rij zetten, dan zouden we een file van Londen tot Sydney hebben.”
Ik slik
even deze vuile nasmaak van de koffie weg en wandel naar het eenvoudige
hotelletje Estação. Mijn buur is weg. Zoals gebruikelijk staat de deur
wagenwijd open: alle lichten aan, TV luid. Of het water nog bleef lopen, is me
niet duidelijk. Een Braziliaan doet het licht zelf niet uit. Dat is voor het
dienstvolk.
Ik heb me
laten verleiden. Niet door een travestiet of een andere prostitué. Maar aan
welke economie prostitueer ik me? Wordt hier één koffieplukker in Espírito
Santo beter van? De internationale koffiehandel kende de voorbije jaren een
serieuze dip (of beter: miljoenen koffieboeren en –plukkers; Douwe Egberts deed
juist gouden zaken). Sinds kort zit koffie wereldwijd weer in de lift door de
uitgelezen koffies van ketens als Starbrucks, Ritazzer e.a. Het is terug chique
voor de opkomende middenklasser om deze exclusieve koffie te drinken.
En de
eilanden in de Stille Oceaan? Piepschuim komt van petroleumraffinage, wat één
van de grootste veroorzakers van hét ‘effect’ is. “De goede smaak in àl zijn
dimensies.”
Of mag ik
deze links niet leggen?
Zal ik in
Brussels in dat duivels oord nog een koffie slurpen?
Luc
Vankrunkelsven,
São Paulo
10 april 2006.
(1)
‘Gosto’
en ‘sabor’ betekenen beide in het Portugees ‘smaak’. ‘Gasto’ kan een adjectief
zijn, zelfstandig naamwoord of is de eerste persoon enkelvoud van ‘gastar’:
verbruiken; één van de betekenissen is: ‘verspillen’. In het Portugees zou je
dus een woordspeling kunnen doen: ‘Gasto em
todos os sentidos’/’Ik verspil in alle betekenissen van het woord’. Ik
neem aan dat Caffé Ritazzer dat niet zal bedenken. Terwijl Starbrucks nog
beweert ecologisch te handelen, pakt Caffé Ritazzer alleen maar uit met zijn
file van koffiebekertjes.
|