|
Nieuwe
woning, nieuwe toekomst
Ik schuif
even aan in de rij om met Celso Ricardo Ludwig te spreken. Celso is één van de
dirigenten van Fetraf-Sul. Voorheen was hij verantwoordelijk voor productie
(o.a. soja), maar gezien zijn organisatietalent en de onstuitbare werkijver,
werd hem gevraagd om Cooperhaf te coördineren. Het is voor iedereen duidelijk:
als Celso zich ergens achter zet, dan komt er beweging in de zaak.
“Celso, eerst iets over je thuissituatie.
Je trouwde als Duitse afstammeling een Italiaanse familie in en naar ’t schijnt
heb je nu heel de familie mee om het voorouderlijke bedrijf op een nieuwe leest
te zetten.”
“Zo kan
je’t zeggen, ja. Het is een bedrijf in Sarandi: 17 ha, traditioneel vooral met soja, wat tarwe en
maïs. Er stond ook één hectare druiven op, die zonder verwerking verkocht
werden. Een beetje wijn werd gemaakt voor eigen consumptie, zoals dat bij vele
Italiaanse afstammelingen het geval is. Er was nog een beetje vee voor eigen
consumptie van vlees en melk. Duidelijk dus een bedrijf met weinig verwerking
en weinig inkomen.”
“Met
hoeveel mensen werk je er nu en hoe ziet de toekomst er uit?”
“We werken
met vijf mensen: mijn vrouw en ik, haar ouders en haar broer. Sinds zes jaar
zijn we met omschakeling begonnen. De strategie is om soja en andere granen te
verminderen, de melkproductie te verhogen, de druiven te doen toenemen en te
verwerken tot wijn en fruitsap. De beginsituatie was zero inkomen van de melk;
nu 1000 real per maand. Gaandeweg werd de soja verminderd totdat er dit jaar
geen soja meer was. Er is wel nog wat maïs, die verkocht wordt als veevoer voor
varkens. In Italiaanse kringen wordt er veel polenta van gemaakt.
Momenteel
zoeken we krediet om ons te verbeteren in productie, verwerking en handel. Da’s
een grote uitdaging, want een boer is niet van nature niet met de markt bezig,
dus ook niet met de eisen van kwaliteit en competiviteit. Vanaf 2005 begonnen
we al met een verbreding van de diversificatie met appelsienen, perziken,
vijgen, caqui, aardnoten, etc.
Daar we aan
de grote baan een verkooppunt begonnen met hoeveproducten, moet dit zo divers
mogelijk zijn. Dit jaar zal er nog een serre in orde komen met groenten, we
zullen salami maken, etc. In de buurt van het verkooppunt willen we tegen het
eind van het jaar ook een restaurant beginnen. Alles vormt dus op die 17
hectare een mooi geheel en de eigen producten worden er zoveel mogelijk
gebruikt.
Het geheel
vraagt heel veel handen, temeer daar we de druiven binnen twee jaar nog gaan
opvoeren van 2 naar 10 hectare. We zijn met vijf mensen, maar voor hetgeen ik
hier opsom, zijn negen mensen nodig. Zelf zal ik op termijn ook een keuze
moeten maken tussen werken hier bij Cooperhaf en thuis in het groeiende
project. We zullen voor de wijn stijgen van 12.000 liter naar 100.000 liter en
voor het fruitsap van 250.000 liter naar 400.000 liter binnen 6 jaar. Dat
vraagt veel kennis en gespecialiseerde handenarbeid. De vraag komt dus op ons
af hoe ver de familie hier kan in meegaan? Hoe gaan de verschillende generaties
en de mensen in loondienst kunnen blijven samenwerken?”
“Grootse plannen, maar nu iets over
Cooperhaf.”
Cooperhaf
werd in 2001 als een coöperatief gesticht om de woningen op het platteland te
verbeteren. Het werd al vlug een prioriteit van Fetraf-Sul, want na twee jaar
bleek dat het om véél meer dan woningen zou gaan. De dirigenten zagen het
impact ervan op het leven van de mensen en als een kans voor de verdere uitbouw
van het syndicaat. We begonnen eerst in Rio Grande do Sul. Vanaf 2003 werken we
in de drie zuidelijke deelstaten. Politiek gezien kwamen de woningen niet van
de coöperatie, maar van Fetraf. Het was en is een grote overwinning van Fetraf
als vernieuwend syndicaat van de gezinslandbouw. Cooperhaf is maar de
technicus, een dienstverlening.
Eigenlijk was het de eerste ervaring in Brazilië op dit niveau. Vooraf
waren er wel enkele projecten op gemeentelijk niveau. Gaandeweg kregen we meer
ruimte bij de overheden op gemeentelijk vlak, op het niveau van de deelstaten
tot op het federale niveau. Het thema kreeg meer kracht in alle syndicaten. We
kregen meer kredieten. Het gaat allang niet meer om huizen alleen!
“Liep
het allemaal zo vlotjes?”
“Nee, àlles
was nieuw was voor ons. Op wettelijk vlak bijvoorbeeld was er niets voorzien
voor zo’n onderneming. Het werd dus een enorm werk van onderhandelen en
monitoreren van de programma’s. Voorheen was het een assistentialistische
logica en de boer zag alleen maar ‘muren’. Bleek al gauw dat het een unieke
kans was en is om de vele thema’s waar wij voor opkomen, te integreren in één
groots project. We hadden voordien al veel gediscussieerd over productie
bijvoorbeeld. De inzet was nu: ‘Hoe wonen verruimen met andere aspecten van het
leven?’ Een woning genereert namelijk geen inkomen. Dus er moet méér zijn. Meer
dan het huis. Een huis alleen lost niet de plattelandsproblemen op. Daarom
wordt van elke familie verwacht dat ze vijf vormingsdagen volgen.
- De eerste
dag gaat over het maken van de woning, maar vier dagen handelen over:
Drie
praktische zaken die het wonen verrijken: moestuin, bloementuin en
fruitboomgaard. Dit is een keer geen uiteenzetting, maar het gaat over heel
concrete zaken die het leven van de mensen verbeteren. Het moet mooi zijn!
- De
volgende dag: wat is een syndicaat? Discussiëren ook over de coöperatief,
elektriciteit, agroindústria familiar, etc.
- Relaties
tussen de generaties. Hoe kunnen jongeren enthousiast op het platteland
blijven? Hoe gaan we met zieken en ouderen om? Kortom: het goede samenleven
tussen mensen.
- De
laatste dag is de ‘dia do campo’/’dag van het platteland’.
Vanaf de
eerste dag wordt er al iemand uit de 30 families gekozen om deze dag te
organiseren. Heel de gemeenschap komt dan op hun bedrijf. Een tuin kan al
begonnen worden zonder programma, eh. Iedereen kan daar zien en leren. Deze
familie blijft ook later referentie voor Cooperhaf in die streek. Cooperhaf
zelf heeft 150 coördinatoren op gemeentelijk vlak.
Ook de oude
discussies over agroindustria, etc. landen nu in het project. Ze worden nu heel
simpel en praktisch. Vroeger kwam alleen de man naar vergaderingen. Nu wordt
verwacht dat het koppel altijd samen komt. Het is duidelijk een groter project
geworden i.v.m. sociale relaties, autonomie, je rechten kennen, subject van je
geschiedenis zijn, etc. Zo zijn we zeer geanimeerd om verder te gaan en om de
problemen te overwinnen. Problemen die er natuurlijk komen, financiële en
andere. Anderzijds kunnen we er nog meer uithalen dan dat we tot nu toe doen:
mobilisaties, het verzekeren van toekomst voor jongeren en zoveel meer.”
“Het
gaat om meer dan huizen, maar over hoeveel húizen spreken we nu?”
Tot nu toe
hebben 2271 families al een tijdje een nieuwe woning.
7908 zijn
in aanbouw of zijn we aan het afronden. En er is een projectie van 7000 nieuwe
woningen tegen het einde van 2006. Het
gaat telkens om nieuwbouw of het verbouwen van een oude woning.”
“En wat,
als Lula eind dit jaar niet meer tot president van Brazilië verkozen wordt?”
“Het is een
proces van geloofwaardigheid opbouwen, zodat je niet afhangt van een concrete
regering. Het gaat om
‘políticas públicas’. Dat
kan niet van één persoon of een welbepaalde regering afhangen.”
Luc
Vankrunkelsven,
Chapecó, 8
april 2006.
|