|
Agroindústria
familiar: verwerking in eigen handen
Ik ben in
gesprek met Celso Prando. Celso werd door Fetraf aangetrokken om de vele vormen
van agroindústria familiar te coördineren en te animeren.
“Celso, kan je eerst iets over je eigen
geschiedenis vertellen? Je bent dirigent van Fetraf. Heb je ook nog een eigen
chácara?”
“Ja, maar
het is juist geen voorbeeld van wat ons hier nu samenbrengt. Het is een typisch
voorbeeld van subsistentie. Vader stierf 30 jaar geleden, zodat moeder met 5
jonge kinderen en met 12 hectare land achter bleef. Drie kinderen verlieten de
‘roça’ (het bewerken van het land). We kochten 3 hectare bij en deze 15 hectare
zijn nu gemeenschappelijk bezit van de kinderen. Mijn zus, mijn schoonbroer en
ikzelf, wij bewerken de grond. Op het grootste stuk land staat soja.
Conventionele soja. Biologische soja is niet mogelijk, daar al onze buren
GGO-soja hebben! Verder telen we bijna alles wat je kan bedenken voor eigen
consumptie: maïs, feijão, aardnoten, maniok, groenten. We hebben kippen voor
vlees en eieren. Wat melk en kaas. Eigenlijk moeten we alleen rundvlees
aankopen.”
“Was je
alleen op je boerderij bezig of zat je mee in het organisatieleven en in de
politiek?”
“Ja, ik was
vice-burgemeester van Sananduva (Rio Grande do Sul) van 1997 tot 2000 en
burgemeester van 2000 tot 2004. In die hoedanigheid ben ik plaatselijk veel
bezig geweest met het ondersteunen van landbouw en verwerking.
Begin jaren
’90 zaten we met de institutionele crisis van president Color de Mello.
Fetraf-Sul/CUT bestond nog niet (opgericht in 2001), maar wel de voorloper,
namelijk de ‘departamento rural’ van CUT. Er bestonden al wat geïsoleerde
initiatieven van verwerking in boeren handen, gesteund door één of andere NGO
of syndicaat, maar we wilden dit veralgemenen en ons differentiëren van de
klassieke FETAG. Het werd een heel debat
en een dynamiek in diverse regio’s, vooral in Rio Grande do Sul. In Sananduva
alleen hadden we toen al 22 productiegroepen. Het werd geanimeerd vanuit het
toenmalige Fórum-Sul.”
“We zijn
nu anno 2006 en Fetraf-Sul bestaat vijf jaar. Hoeveel initiatieven zijn er nu?”
“Momenteel
heeft Fetraf nu als basis onder meer 1200 agroindústrias familiares. De
meerderheid hiervan is in deelstaat Rio Grande do Sul. In Santa Catarina en
Paraná zijn er ook, maar daar worden ze eerder vanuit NGO’s georganiseerd. In
Santa Catarina is vooral APACO sterk in het ondersteunen van de eigen
verwerking in boeren handen. De agroindústrias hebben een belangrijke functie
in het verbeteren van de kwaliteit en in het commercialiseren van de producten.
Op deze wijze kan de verkoop ook legaal gebeuren. De coöperatie of ander
samenwerkingsverband geeft de officiële nota’s bij verkoop.”
“Inderdaad, zijn er geen wettelijke
obstakels in Brazilië. In de Europese Unie en dus ook in België is de wetgeving
op maat van de grote agroindustrie geschreven.”
“We hebben
veel problemen met de wetgeving gehad, want ook hier is de wetgeving volledig
op maat van de agronegócio geschreven. Maar uitgerekend vorige week, 30 maart
2006, verscheen een nieuw decreet (5741): ‘Sistema Unificado de Atenção á
Sanidade’. Op deze wetgeving zullen we nu kunnen steunen om op een
gedifferentieerde wijze te kunnen produceren en verhandelen.”
“Is dat
zonder slag of stoot gegaan?”
“Nee, het
is een mooi resultaat van de kritisch-opbouwende interactie tussen de
boerenorganisaties en de regering. Het vroeg heel wat debat en strijd, want de
agronegócio en Minister Rodriguez wilden dit absoluut niet. Ook CNA, de
organisatie van de fazendeiros en de grote boeren, hebben alles geprobeerd om
dit tegen te houden. Het is een grote overwinning die ons nieuwe mogelijkheden
geeft om serieus vooruit te gaan.
Tot voor
kort was het bijvoorbeeld alleen maar mogelijk om in een gemeente volgens de
plaatselijke wetgeving te verkopen. Je kon dus met je product elders niet
terecht, als de goedkeuring van je product niet op een hoger niveau geregeld
was. Voortaan, als een product op gemeentelijk niveau is goedgekeurd, zal het
ook nationaal en zelfs internationaal
kunnen gecommercialiseerd worden. Er gaat nu ook een raad opgericht worden,
waarin niet alleen technici zullen zetelen, maar ook de organisaties van boeren
zullen vertegenwoordigd zijn.”
“Daar
kunnen we in België nog van leren. Uitgerekend in dezelfde week (23 maart 2006)
werd er een petitie overhandigd aan de Belgische Minister van Volksgezondheid,
Rudy Demotte, om de wetgeving aan te passen of op zijn minst te versoepelen
voor hoeveproducten. Het is een initiatief van DUVO (een samenwerkingsverband
van Vredeseilanden, Voedselteams, Wervel en Plattelandsontwikkeling) en van
Waalse organisaties. Een poging ook om van onderop druk uit te oefenen en
inderdaad de regels voor zelfverwerkers zouden nu al wat vereenvoudigd worden.
Celso,
is het hier in Brazilië dan alleen maar rozengeur en maneschijn?”
“Nee, we
moeten nog heel wat problemen overwinnen. Er blijft het probleem van de
kwaliteit en de kwantiteit. Grote afnemers willen gelijke kwaliteit, terwijl
niet elke loot telkens hetzelfde is. Ook de constante toevoer van producten is
een probleem. In de tijd van de oogst hebben de meeste verwerkingseenheden veel
producten, maar in de tussentijd is het nog een probleem. Er is ook de
moeilijkheid van de grote afstanden. Het is niet evident om onze producten in
de steden te krijgen. Anderzijds gebruiken de grote supermarkten juist de grote
afstanden en lage prijzen om ons uit te sluiten. In Porto Alegre worden zelfs
producten vanuit São Paulo aangevoerd, terwijl wij ze zouden kunnen leveren. Er
blijft de moeilijkheid om markten te openen. Tenslotte heeft Fetraf nog geen
organisatie voor de vele afzonderlijke agroindústrias. Ieder heeft zo zijn
contacten, maar we zouden meer kracht kunnen hebben, als het één geheel werd.”
“Heb je
dan geen schrik van machtsconcentratie en dat de economische poot binnen Fetraf
het syndicale werk zou gaan overheersen en dicteren. Dat zien wij toch in
Europa bij de grote boerenbonden.”
“Dat
probleem stelt zich nog niet, maar inderdaad is er altijd macht in het spel.
Dat is goed noch slecht. Het is belangrijk van dit te onderkennen en dan te
zien hoe de machtsverhoudingen gezond kunnen blijven. Machtsconcentratie in de
economie kan inderdaad het syndicale werk niet dicteren. We zullen daar alert
moeten voor zijn. We moeten nu vooral als Fetraf nadenken over strategie van
‘hoe ons beter organiseren’. Nadenken ook hoe onze verwerking een serieuze
plaats kan krijgen in de voedselsoevereiniteit van het land, etc. Wat gaan we
bijvoorbeeld met onze soja doen, nu de vleesvraag in de wereld zo groeit?”
“Ja,
valt er nog iets te melden over soja?”
“Volgende
week komen we samen om onze nieuwe strategieën rond soja te bepalen. De tendens
is alleszins om ons in de toekomst ook met dit product te richten op eigen
verwerking en commercialisering voor menselijke consumptie. Er is op dat vlak
heel wat aan’t bewegen.”
“Celso, bedankt, nog veel werk voor de
boeg, maar er is al veel gerealiseerd.”
“De grote
verdienste is toch ,denk ik, dat we hiermee indertijd gestart zijn. Voor heel
wat bedrijven betekent dit 70 % tot meer inkomen dan als ze gewoon
‘grondstoffen’ hadden blijven leveren. Er zit dus zeker nog muziek in.”
Luc
Vankrunkelsven,
Chapecó 4
april 2006.
|