|
Medicinale
planten, een herontdekte schat in de eigen buurt.
De laatste
decennia wordt de Braziliaan dagelijks gebombardeerd met propaganda van de
farmaceutische, dus chemische industrie. Bijna dreigden zo vele gemeenschappen
hun voorouderlijke wijsheden te verliezen. Gelukkig is er de laatste 10-15 jaar
een herontdekking van de krachten, die ons in de natuur omgeven. Bovendien is
het een bron van inkomen voor duizenden gezinnen.
Probleem is
wel dat de propaganda niet alleen de pillen in het gezin betreft, maar ook het
landbouwmodel. Het zijn dikwijls dezelfde chemische multinationals, die kost
wat kost hun landbouwchemie willen slijten én hun ‘huis’chemie, gedraaid in
pillen die je bij de apotheker kan kopen.
Door deze
dubbele invasie dreigde niet alleen de kennis te verdwijnen, maar is vooral de
natuur, waar deze geneeskundige krachten te vinden zijn, omgezet in monocultuur
van grote landbouwbedrijven. Zo was Paraná 100 jaar geleden nog voor het
grootste deel bedekt met Auracáriabossen en met campos. De bossen bestonden uit
een bijzondere diversiteit aan pinheiros, imbuia, erva mate en uit de rijkdom
van nog vele andere vruchtsoorten, alsook uit een veelkleurige flora. De campos
waren de natuurlijke grassteppes van Zuid Brazilië. De biodiversiteit aan planten
overtrof er nog de soortenrijkdom van het woud. Van die oorspronkelijke bossen
en savannes is minder dan 1 % bewaard gebleven. Tot de zeventiger jaren had de
camposbloemenpracht de invasie van Europese immigranten nog overleefd. In vele
gebieden liepen op een heel extensieve wijze koeien. Deze praktijk schaadde de
rijke flora niet. Integendeel. Door de Groene Revolutie – alweer het gekende
verhaal – werd de kleurenpracht echter omgezet in groene woestijnen. De
expansie van de agronegócio sinds 1999 zorgde ervoor dat ik met eigen, lede
ogen nog de laatste gebieden rond Guarapuava en in Santa Catarina omgeploegd
zag worden. De internationale sojaprijs was nu eenmaal tot 2004 té interessant
om deze ‘wilde’ gronden zo ‘onbenut’ te laten liggen. De dollar zette de ploeg
in beweging.
En toch
zijn ze er nog: de gezinnen die een goed inkomen vergaren met het verzamelen,
kweken en drogen van medicinale planten. Ik besluit Ana op te zoeken in Turvo,
maar telkens is ze afwezig. De vierde keer heb ik geluk en blijkt dat ze de
drie vorige keren telkens in het bos kruiden aan’t verzamelen was.
“Ana, wat
ben je nu de laatste dagen gaan plukken?”
“Het is
Macela (Braziliaanse kamille), de bloem van een kruidig gewas dat we hier in de
bossen vinden. Ik droog en kuis de bloemen. Vervolgens gaan ze naar Cercopa in
Guarapuava. Daar worden ze in zakjes verpakt en geëtiketteerd. Ze worden vooral
voor thee verkocht in grote steden als São Paulo en Rio de Janeiro. Hier in de
streek plukken de mensen zelf hun planten. De drank is ideaal voor de
ingewanden. Cercopa was oorspronkelijk een coöperatief, maar nu is het een
particulier bedrijf geworden.”
“Doe jij
dit nu alleen in Turvo?”
“Nee, hier
in Turvo alleen al zijn er 50 groepen van ongeveer 10 vrouwen. Meestal werkt
heel het gezin mee. Het gaat dus om honderden mensen die in deze economie
betrokken zijn.”
“Zijn die
groepen spontaan ontstaan?”
“Het was
vooral onder het impuls van het IAF, het Instituto Agroflorestal Bernardo
Hakvoort. Zij dienden ook een project in bij de overheid van Paraná om 15
droogkasten te installeren. Hier stond bij mij ook een droogkast, die de 8
gezinnen van mijn groep konden gebruiken. We hebben nu wel wat pech, want twee
maand geleden brandde de drooginstallatie af.”
“Geeft het
een goed inkomen?”
“In’t verleden
konden we op deze manier meer dan een salário minimo (1) per gezin vergaren. Nu
is het wat moeilijker. Zo is er een dokter weggevallen, die ons 40 real voor
een kilogram paardenstaarten gaf, terwijl we er nu maar 4 real voor krijgen! De
man werd lastig gevallen door de chemische industrie. Het werd hem verboden om
de thee nog te verkopen.
Doorgaans
krijgen we nu 3 tot 7 real voor een kilogram gedroogde planten.”
“Wat vind
je nog zoal in het bos?”
“Espinheira
santa (Maytenus ilicifolia), pata de vaca (Bauhinia forficata), carqueja
(Baccharis trimera).”
“En wat
kweek je thuis?”
“O.a.
kamille, citroengras, salvia, rozemarijn.”
“Wordt je
productie gecontroleerd?”
“Onze
producten zijn nu gecertificeerd, ja. Het is gegarandeerd zonder gif. Het zegel
wil ook mee helpen opdat de levensomstandigheden van de mensen zou verbeteren
en opdat het woud niet vernietigd zou worden.”
“Ana, ik
wens je nog veel geluk op de weg die jullie gezamenlijk gaan. Het is een goede
keuze om onafhankelijk te blijven van de chemische industrie én om een decent
inkomen te vergaren. Bedankt voor het gesprek.”
Luc
Vankrunkelsven,
Turvo, 1
april 2006.
(1)
“Salário
mínimo” is een jaarlijks politiek bepaald minimumloon in Brazilië. Tot
gisteren, 31 maart 2006, was dit 300 real; vanaf vandaag wordt het 350 real.
Één euro is momenteel 2,6 real.
|