spacer
spacer
       
Home
Publicatielijst
Wervelkrant
Sojaflitsen
Boeken
 

29 maart '06 : Agricultura Familiar en techniek
Share/Save/Bookmark

Agricultura Familiar en techniek

 

In Guarapuava wordt deze dagen de ‘6e technologische show van Centrum-Zuid Paraná’ georganiseerd. Een bus uit Curitiba met mensen van AOPA en met studenten landbouwingenieur ontmoet een bus met boeren van Fetraf uit Zuid-West Paraná. Opvallend is dat vooral jongeren de bussen en ook de overnachtingplaats bevolken. De ‘show’ blijkt ook van een heel ander gehalte te zijn dan wel de grote show van de agronegócio in Cascavel. Daar lopen de gezinslandbouw en agroecologie verloren tussen de megapropaganda van Monsanto, BASF, Bayer, Aventis en andere chemiereuzen ‘ten dienste’ van de agronegócio en ten behoeve van Brazilië’s exportroeping.

 

Respect

 

We verblijven in een vormingscentrum voor inheemse volkeren. Dat laatste brengt ons gesprek aan de ontbijttafel al vlug op de trieste geschiedenis van de Europese immigranten in confrontatie met de índios (1). Iemand vertelt enthousiast: “In de marge van de UNO-conferentie over biodiversiteit maakte ik enkele dagen geleden een aangrijpend ritueel mee. Het was in het ‘dorp van de índios’. Onder het nieuwsgierige oog van vele bezoekers die op zoek zijn naar hun eigen ziel, prevelde een man gebeden en hij offerde thee aan Moeder Aarde. Voor de índios is zo’n rite even heilig als een pausmis voor de Braziliaanse immigranten. Zíí hebben zoveel respect voor de Aarde! Ze vragen toestemming om haar te bewerken. Ze spreken haar teder aan, als ze gaan eten. En wij?”

Een boerin neemt over: “Ik heb veel respect voor hen. Wij kunnen zoveel van hen leren, want wij ‘Europeanen’ willen alleen maar produceren en geld verdienen. Het is goed dat ze zo massaal aanwezig waren op MOP3COP8. Hun alternatieve conferenties en rituelen werden door heel veel mensen bezocht. Zij zijn voor ons een levend geweten.”

 

De índio en de Agricultura Familiar

 

Iemand anders haakt in: “Zoals Monsanto nu de kleine boeren verdrijft, zo hebben wij Europese migranten de índios behandeld. Onze voorouders pikten de beste gronden in voor de productie van suikerriet, koffie en andere koloniale producten. De índios werden opgejaagd en naar marginale gronden verbannen. Dat overkomt ons nu sinds de Groene Revolutie van de jaren ’70. De echte gezinsboeren werden omsingeld door fazendeiros van de stad. Het was toen de tijd van de eerste superzaden gekoppeld aan poederchemie, die zij op hun velden spoten. Er kwam geen water aan te pas. Het gif vloog in het rond, tot op de chácara van de kleine boer. De strategie van de groten was om verschillende bedrijven op te kopen en wie er tussenin bleef met zijn bedrijf en zijn dieren, moest na verloop van tijd ophoepelen omwille van het giftige poeder. Uiteindelijk werd ook hùn bedrijf ingepikt. Bovendien kwamen, na de euforie van de jaren ’70 met zijn subsidies en met de veelbelovende investeringen, begin jaren ’80 vele boeren in de schuldspiraal terecht . Door de hoge inflatie werden ook vele gezinnen verleid om hun grond en hun bedrijf te verkopen. Eenmalig hadden ze dan veel geld, dat toen op de bank meer opbracht dan dat het bedrijf ooit had kunnen genereren! Dat liedje duurde echter niet lang: ze waren al vlug én hun geld én hun bedrijf én hun grond kwijt.”

Ik mijmer verder: “Vorige week vertelde Marfil me over zijn jeugd in de koffiestreek van Noord-Paraná. Het waren daar toen bloeiende gemeenschappen met vele gezinsbedrijven, heel wat scholen, winkels, ambachten, cafés, kerken. Het was een gezonde economie, want het geld bleef op het platteland circuleren. In de tachtiger jaren begonnen mensen hun bedrijf te verkopen. Ze trokken naar de stad of kochten met de opbrengst van de uitverkoop een veelvoud aan grond, hogerop in Mato Grosso. Sommigen werden daar rijk. Anderen gingen ten onder in the middle of nowhere. Ondertussen zijn in de bloeiende gemeenten van weleer nog maar enkele grote bedrijven te vinden. De eigenaars, fazendeiros, wonen in de steden en het geld vloeit dan ook naar die verre steden. Er is niet veel koffie meer, maar vooral soja en katoen op immense bedrijven. De plaatselijke economie ligt op apegapen. Nog enkele winkeltjes. Bijna geen scholen meer. Een zielige restant aan gemeenschapsleven en grote armoede. Het is een triest verhaal, dat we eigenlijk ook in Europa kennen. In het dichtbevolkte Vlaanderen valt dat niet op, maar in Frankrijk zijn er ook heel wat streken met quasi verlaten dorpen, waar alleen nog oude mensen wonen. Tenslotte is het een globaal probleem. Onlangs las ik op het internet over Indische boeren die twee dorpen te koop aanbieden. Uit wanhoop, omdat hun geliefde boerenleven niet meer te harden is. Er heerst daar dan ook een epidemie van zelfdodingen onder de campesinos.”

 

En toch

 

De geschiedenis van de laatste 40 jaar is niet erg opwekkend voor de gezinslandbouw. Het mag een wonder heten dat ondanks alle gifwolken, hybride zaden, schuldenlasten, geweld en uitdrijving er nog zoveel boerenfamilies weerstand boden. Het is vooral hoopgevend dat we deze dagen hier met zoveel jongeren samenzijn.

In de universiteit van Guarapuava zijn er een aantal toespraken. Nadien volgen demonstraties van aangepaste technologie voor kleinschaliger bedrijven.

De eerste spreker gebruikt de onverwachte term ‘tecnologia socialista’. Ik vermoed dat het vele toehoorders vreemd in de oren klonk. Mij trouwens ook, als je bedenkt dat juist de communistische en socialistische bedrijven grootschalige, industriële boerderijen waren met van de grond losgekoppelde landarbeiders, grote machines, chemie. Je ziet die erfenis nog in het oosten van Duitsland, de voormalige DDR. Het is uitgerekend dààr dat nu op deze grote bedrijven de eerste GGO-zaden worden ingezaaid. Ook in Cuba is de landbouw pas na de implosie van de Sovjetunie op de agroecologische toer gegaan. Uit noodzaak, omdat de import van petroleum en chemische meststoffen wegviel. Ook de Braziliaanse MST is pas de laatste jaren, na de grote socialistische strijd, oog beginnen krijgen voor agroecologie, eigen zaden, kleinschaliger en milieuvriendelijker aanpak. ‘Groen’ vloeit nu eenmaal niet automatisch voort uit ‘rood’.

Er volgen nog drie sprekers, die elk een studie naar voren brengen over de situatie en de noden van de gezinslandbouw. Eén spreker gaat verder op dat zogenaamd ‘socialistische’. Hij stelt terecht dat de laatste 30 jaar de machines alsmaar groter werden: echte monsters van tractoren en oogstmachines, volledig op maat van de reuzenbedrijven. Tot en met de opkomst van de sproeivliegtuigen. “In een kapitalistische samenleving staat de techniek in dienst van de meest ‘efficiënt’ producerende. In een democratie hebben we een industriële deconcentratie nodig in dienst van rurale ontwikkeling. De sociale bewegingen hebben sinds de jaren ’80 laten zien dat ze een kracht kunnen ontwikkelen om deze verandering door te voeren. Socialisme is de versterking van de democratie, niet meer met wapens, maar met intelligentie. ‘Socialistische technologie’ is de technologie van de solidariteit.”

 

Zijn het oude woorden die een nieuwe invulling krijgen? Ze zijn op de landbouw toe te passen, maar ook bijvoorbeeld op energieopwekking: kunnen we de immense stuwdammen ‘deconcentreren’ in kleine eenheden, op maat van de plaatselijke bevolking? Welk zijn de nieuwe watermolens bijvoorbeeld, die we eeuwen in Europa hebben gehad? Zonnecellen? Waterstofcellen? Windmolens op mensenmaat? Ecologisch en sociaal ingepast in het landschap…

De namiddag staat in het teken van de show. Na de mooie woorden en analyses, roept het om concrete daden en alternatieven. De aangepaste technieken staan op ons te wachten: ter ondersteuning van de gezinslandbouw, die het platteland leven en vreugde geeft.

Zien-oordelen-handelen.

Benieuwd wat de jonge mensen er van oppikken om hun bedrijf van de toekomst mee te ondersteunen.

 

Luc Vankrunkelsven,

Turvo, 29 maart 2006

 

(1)   Over deze ‘trieste geschiedenis’ kan je meer lezen in ‘Brazilië: spiegel van Europa’ van dezelfde auteur, alsook op de Wervelsite onder de hoofding ‘Guarani en het sojaverhaal’.

 

 

 

 
     
spacer

Edinburgstraat 26 - 1050 Elsene - tel 02 893 09 60 e-mail: info AT wervel PUNT be