|
Agricultura
Familiar en techniek
In
Guarapuava wordt deze dagen de ‘6e technologische show van
Centrum-Zuid Paraná’ georganiseerd. Een bus uit Curitiba met mensen van AOPA en
met studenten landbouwingenieur ontmoet een bus met boeren van Fetraf uit
Zuid-West Paraná. Opvallend is dat vooral jongeren de bussen en ook de
overnachtingplaats bevolken. De ‘show’ blijkt ook van een heel ander gehalte te
zijn dan wel de grote show van de agronegócio in Cascavel. Daar lopen de
gezinslandbouw en agroecologie verloren tussen de megapropaganda van Monsanto,
BASF, Bayer, Aventis en andere chemiereuzen ‘ten dienste’ van de agronegócio en
ten behoeve van Brazilië’s exportroeping.
Respect
We
verblijven in een vormingscentrum voor inheemse volkeren. Dat laatste brengt
ons gesprek aan de ontbijttafel al vlug op de trieste geschiedenis van de
Europese immigranten in confrontatie met de índios (1). Iemand vertelt
enthousiast: “In de marge van de UNO-conferentie over biodiversiteit maakte ik
enkele dagen geleden een aangrijpend ritueel mee. Het was in het ‘dorp van de
índios’. Onder het nieuwsgierige oog van vele bezoekers die op zoek zijn naar
hun eigen ziel, prevelde een man gebeden en hij offerde thee aan Moeder Aarde.
Voor de índios is zo’n rite even heilig als een pausmis voor de Braziliaanse
immigranten. Zíí hebben zoveel respect voor de Aarde! Ze vragen toestemming om
haar te bewerken. Ze spreken haar teder aan, als ze gaan eten. En wij?”
Een boerin
neemt over: “Ik heb veel respect voor hen. Wij kunnen zoveel van hen leren,
want wij ‘Europeanen’ willen alleen maar produceren en geld verdienen. Het is
goed dat ze zo massaal aanwezig waren op MOP3COP8. Hun alternatieve
conferenties en rituelen werden door heel veel mensen bezocht. Zij zijn voor
ons een levend geweten.”
De índio en
de Agricultura Familiar
Iemand
anders haakt in: “Zoals Monsanto nu de kleine boeren verdrijft, zo hebben wij
Europese migranten de índios behandeld. Onze voorouders pikten de beste gronden
in voor de productie van suikerriet, koffie en andere koloniale producten. De
índios werden opgejaagd en naar marginale gronden verbannen. Dat overkomt ons
nu sinds de Groene Revolutie van de jaren ’70. De echte gezinsboeren werden
omsingeld door fazendeiros van de stad. Het was toen de tijd van de eerste
superzaden gekoppeld aan poederchemie, die zij op hun velden spoten. Er kwam
geen water aan te pas. Het gif vloog in het rond, tot op de chácara van de
kleine boer. De strategie van de groten was om verschillende bedrijven op te
kopen en wie er tussenin bleef met zijn bedrijf en zijn dieren, moest na
verloop van tijd ophoepelen omwille van het giftige poeder. Uiteindelijk werd
ook hùn bedrijf ingepikt. Bovendien kwamen, na de euforie van de jaren ’70 met
zijn subsidies en met de veelbelovende investeringen, begin jaren ’80 vele
boeren in de schuldspiraal terecht . Door de hoge inflatie werden ook vele
gezinnen verleid om hun grond en hun bedrijf te verkopen. Eenmalig hadden ze
dan veel geld, dat toen op de bank meer opbracht dan dat het bedrijf ooit had
kunnen genereren! Dat liedje duurde echter niet lang: ze waren al vlug én hun
geld én hun bedrijf én hun grond kwijt.”
Ik mijmer
verder: “Vorige week vertelde Marfil me over zijn jeugd in de koffiestreek van
Noord-Paraná. Het waren daar toen bloeiende gemeenschappen met vele
gezinsbedrijven, heel wat scholen, winkels, ambachten, cafés, kerken. Het was
een gezonde economie, want het geld bleef op het platteland circuleren. In de
tachtiger jaren begonnen mensen hun bedrijf te verkopen. Ze trokken naar de
stad of kochten met de opbrengst van de uitverkoop een veelvoud aan grond,
hogerop in Mato Grosso. Sommigen werden daar rijk. Anderen gingen ten onder in
the middle of nowhere. Ondertussen zijn in de bloeiende gemeenten van weleer
nog maar enkele grote bedrijven te vinden. De eigenaars, fazendeiros, wonen in
de steden en het geld vloeit dan ook naar die verre steden. Er is niet veel
koffie meer, maar vooral soja en katoen op immense bedrijven. De plaatselijke
economie ligt op apegapen. Nog enkele winkeltjes. Bijna geen scholen meer. Een
zielige restant aan gemeenschapsleven en grote armoede. Het is een triest
verhaal, dat we eigenlijk ook in Europa kennen. In het dichtbevolkte Vlaanderen
valt dat niet op, maar in Frankrijk zijn er ook heel wat streken met quasi
verlaten dorpen, waar alleen nog oude mensen wonen. Tenslotte is het een
globaal probleem. Onlangs las ik op het internet over Indische boeren die twee
dorpen te koop aanbieden. Uit wanhoop, omdat hun geliefde boerenleven niet meer
te harden is. Er heerst daar dan ook een epidemie van zelfdodingen onder de
campesinos.”
En toch
De
geschiedenis van de laatste 40 jaar is niet erg opwekkend voor de
gezinslandbouw. Het mag een wonder heten dat ondanks alle gifwolken, hybride
zaden, schuldenlasten, geweld en uitdrijving er nog zoveel boerenfamilies
weerstand boden. Het is vooral hoopgevend dat we deze dagen hier met zoveel
jongeren samenzijn.
In de
universiteit van Guarapuava zijn er een aantal toespraken. Nadien volgen
demonstraties van aangepaste technologie voor kleinschaliger bedrijven.
De eerste
spreker gebruikt de onverwachte term ‘tecnologia socialista’. Ik vermoed dat
het vele toehoorders vreemd in de oren klonk. Mij trouwens ook, als je bedenkt
dat juist de communistische en socialistische bedrijven grootschalige, industriële
boerderijen waren met van de grond losgekoppelde landarbeiders, grote machines,
chemie. Je ziet die erfenis nog in het oosten van Duitsland, de voormalige DDR.
Het is uitgerekend dààr dat nu op deze grote bedrijven de eerste GGO-zaden
worden ingezaaid. Ook in Cuba is de landbouw pas na de implosie van de
Sovjetunie op de agroecologische toer gegaan. Uit noodzaak, omdat de import van
petroleum en chemische meststoffen wegviel. Ook de Braziliaanse MST is pas de
laatste jaren, na de grote socialistische strijd, oog beginnen krijgen voor
agroecologie, eigen zaden, kleinschaliger en milieuvriendelijker aanpak.
‘Groen’ vloeit nu eenmaal niet automatisch voort uit ‘rood’.
Er volgen
nog drie sprekers, die elk een studie naar voren brengen over de situatie en de
noden van de gezinslandbouw. Eén spreker gaat verder op dat zogenaamd
‘socialistische’. Hij stelt terecht dat de laatste 30 jaar de machines alsmaar
groter werden: echte monsters van tractoren en oogstmachines, volledig op maat
van de reuzenbedrijven. Tot en met de opkomst van de sproeivliegtuigen. “In een
kapitalistische samenleving staat de techniek in dienst van de meest
‘efficiënt’ producerende. In een democratie hebben we een industriële
deconcentratie nodig in dienst van rurale ontwikkeling. De sociale bewegingen
hebben sinds de jaren ’80 laten zien dat ze een kracht kunnen ontwikkelen om
deze verandering door te voeren. Socialisme is de versterking van de
democratie, niet meer met wapens, maar met intelligentie. ‘Socialistische
technologie’ is de technologie van de solidariteit.”
Zijn het
oude woorden die een nieuwe invulling krijgen? Ze zijn op de landbouw toe te
passen, maar ook bijvoorbeeld op energieopwekking: kunnen we de immense
stuwdammen ‘deconcentreren’ in kleine eenheden, op maat van de plaatselijke
bevolking? Welk zijn de nieuwe watermolens bijvoorbeeld, die we eeuwen in
Europa hebben gehad? Zonnecellen? Waterstofcellen? Windmolens op mensenmaat?
Ecologisch en sociaal ingepast in het landschap…
De namiddag
staat in het teken van de show. Na de mooie woorden en analyses, roept het om
concrete daden en alternatieven. De aangepaste technieken staan op ons te
wachten: ter ondersteuning van de gezinslandbouw, die het platteland leven en
vreugde geeft.
Zien-oordelen-handelen.
Benieuwd
wat de jonge mensen er van oppikken om hun bedrijf van de toekomst mee te
ondersteunen.
Luc
Vankrunkelsven,
Turvo, 29
maart 2006
(1)
Over
deze ‘trieste geschiedenis’ kan je meer lezen in ‘Brazilië: spiegel van Europa’
van dezelfde auteur, alsook op de Wervelsite onder de hoofding ‘Guarani en het
sojaverhaal’.
|