|
Perverse
effecten Kyoto-protocol
Vandaag is
er een interessante dag in de marge van de biodiversiteitconferentie.
Boerenleiders en hun assessores uit diverse staten van Brazilië scholen samen
om over een meer ecologische landbouw uit te wisselen. Inzet is hoe er middelen
kunnen voorzien worden om de ecologische inspanningen van gezinsboeren te vergoeden. Het is een beetje
vergelijkbaar met de ‘beheersovereenkomsten’ in Vlaanderen. De ruimere context
is het Kyoto-protocol dat sinds januari 2005 in werking trad en dat zich
onmiddellijk in niet-bedoelde verschijnselen aandient. Er komt weinig van
terecht bij mensen, die al generaties lang in relatieve harmonie leven met de
natuur. Integendeel: er zijn, o.a. in de buurt van Curitiba, heel wat
voorbeelden van hoe mensen uit de bossen worden verbannen, terwijl ze er al
sinds mensenheugenis in wonen en er van leven. Omwille van een enge visie op
natuurbehoud en met middelen die voortvloeien uit een kapitalistische logica,
wordt aan natuurherstel gedaan, terwijl de mensen naar de favelas van de steden
worden geloodst. Ook dit is weer vergelijkbaar met een dominante visie in
Vlaanderen: een scheidingsdenken van de functies ‘landbouw en natuur’, eerder
dan een natuurherstel vanuit een verwevingvisie. Deze mentaliteit zit zowel
ingebakken in het ‘Structuurplan Vlaanderen’ als in de hoofden van sommige
natuur- en landbouworganisaties. Het is duidelijk dat Wervel voor verweving van
landbouw en natuur staat, althans waar dit mogelijk is ter verrijking van
beiden (1). ‘Scheiding’ is een goede oplossing voor kwetsbare gebieden. Dat
zijn de natuurreservaten in Vlaanderen en de natuurparken in Brazilië.
Voor ons in
Europa klinkt het allemaal mooi: de rijke landen gaan geld doorschuiven voor
behoud van natuur in het Zuiden. In werkelijkheid is het een mechanisme om
elders ‘zuivere lucht’ te kopen. Ondertussen kan het eigen vervuilende
ontwikkelingsmodel, waar onze rijkdom op gestoeld is, rustig overeind blijven.
Er zijn
hier twee mensen van het federale ministerie voor leefmilieu om toelichting te
geven over mogelijkheden en onmogelijkheden van toekomstige financiering voor
een meer ecologische landbouw. Ik vis er in wat volgt alleen de logica en
enkele effecten van het Kyoto Protocol uit. Het gaat in Kyoto om het counteren
van het opwarmingseffect van de aarde. Nogal wat wetenschappers stellen dat,
als er niets veranderd, we aan het eind van de eeuw met een gelijkaardig
klimaat zitten, als 130.000 jaar geleden. De zeespiegel was toen 6 meter hoger
dan vandaag. Het smelten van gletsjers en ijsbergen zijn hier de trieste
voorbodes van. CO-2 zou de grootste boosdoener zijn. Zeg dus maar: het verkeer,
verwarming, zware industrie, petroleumraffinage, elektriciteitsproductie met
fossiele brandstof, etc. De verhouding i.v.m. de CO-2 uitstoot is wereldwijd:
80 % door verbanding van fossiele brandstoffen en 20 % door bosbranden voor
ontbossing. In Brazilië is het net omgekeerd: 80 % door bosbranden en 20 % door
‘combustivel’. Het is duidelijk waar het geld zit en waar ‘alternatieven’ dus voorrang
krijgen. De 80 % van de industriestaten stuurt de alternatieven. Enkele
voorbeelden, die in mij opkomen:
-
opgroeiende
biomassa capteert meer CO2 dan oorspronkelijk woud. In een antropocentrische,
mercantilistische logica, die bovendien alleen op vermindering van CO-2
gefixeerd is, kan dus zogenaamde herbebossing door pinus of eucalyptus vlot op
Kyoto-geld rekenen.
-
Biodiversiteit
is niet meteen aan de orde, wél vermindering van de opwarming. Het klinkt
natuurlijk erg cynisch tijdens deze veertiendaagse van de biodiversiteit. Zo
kan een slimme fazendeiro niet alleen veel geld verdienen met de hoge prijs
voor rietsuiker en ‘groene’ energie uit dat riet, nee, zijn monocultuur kan nog
eens extra geld opbrengen in het kader van Kyoto. Het is dezelfde mentaliteit
die in Europa zonder verpinken stelt dat een hectare suikerbiet meer CO2
opneemt dan het ecosysteem van volgroeid bos.
-
Suikerriet
is een apart geval. Terwijl bijna alle prijzen van ‘commodities’ in dalende
lijn zijn, blijft de prijs voor suikerriet al jaren gelijkmatig, ja, heeft hij
zelfs een tendens om te stijgen. Momenteel heeft een fazendeiro in de deelstaat
São Paulo voor 1 hectare soja een opbrengst van 220 reais. Voor een hectare
suikerriet loopt dit vandaag op tot 900 reais. Als je daar de mogelijkheid van
Kyotogeld tegenaan legt, dan is de rekening vlug gemaakt. Dankzij de
wereldwijde hype van ‘groene’, hernieuwbare energie zal rietsuiker nog jáááren
in de lift blijven. Het feit dat de Europese Unie het in WTO-verband niet haalt
om zijn suikerregime te verbeteren, doet de koorts op de plantages in Brazilië
nog extra stijgen. Er wordt sinds 2005 driftig meer suikerriet gezet, in de
hoop om het Europese aandeel op de wereldmarkt én in Europa zelf in te pikken.
Bovendien investeert Frans, Japans en ander buitenlands kapitaal in
‘Braziliaanse’ suikerraffinaderijen. Ik kan mij vergissen, maar ik voorspel dat
in grote delen van Brazilië het landschap in razendsnel tempo weer zal
veranderen. Vele sojawoestijnen zullen omgezet worden in rietsuikerwoestijnen.
Een beetje te vergelijken met de omtovering van het Vlaamse landschap na 1992
(2) in nóg meer maïsvelden. Deze keer is het dankzij Kyoto en dankzij het feit
dat wij in Europa ons consumptiepatroon (van bijvoorbeeld ieder zijn
privé-auto) niet willen bijsturen. Biodiesel en bioethanol zijn nu dé hoop voor
de boer. Hij krijgt éindelijk een maatschappelijk relevante taak: niet zozeer
meer de maag voeden, maar de motor.
-
Door
bovenstaande, wereldwijde 80 % - 20 %-verhouding is het evidenter dat de bussen
in Curitiba op biodiesel investeringsgeld aantrekken, dan wel de gezinslandbouw
die er sinds mensenheugenis voor zorgde dat niet àlle biodiversiteit op hun
bedrijf verdween.
-
In
de buurt van Guarapuava heerst er sinds de vijftiger jaren van de twintigste eeuw
een Duitse kolonie. Ze werden er door het internationale Rode Kruis neergezet,
nadat ze in de Tweede Wereldoorlog met Hitler mee geheuld hadden. Ze zijn er de
laatste decennia in geslaagd om 600.000 hectare akkerland te vergaren, zonder
zich om de 20 % regel (3) te bekommeren. De laatste tijd kopen ze bosgronden
op, in een poging om hun illegale praktijk, alsnog te legaliseren. Bovendien
zagen zij wél de Kyotogelden aankomen, wat niet van de kleinere, familiale
boeren kan gezegd worden. Nee, deze laatsten worden soms in een nieuwe golf van
grondconcentratie uit hun habitats, de bossen, verjaagd.
Ben ik
dan niet bezorgd om de uitputting van de fossiele brandstoffen?
Ja zeker,
ik wil alleen wat vraagtekens zetten bij de oplossingen die nu met zoveel geweld
worden opgedrongen.
Ben ik
dan niet voor alternatieven?
Ja zeker,
maar mogen we elk alternatief bevragen op zijn merites? Mogen we vragen stellen
waarom de ontwikkeling van waterstofmotoren aan de verre einder blijft, terwijl
biodiesel nu blijkbaar dé oplossing is voor landbouw- en opwarmingsproblemen?
Ben ik
dan tegen internationale verdragen?
Nee,
absoluut niet, als de politici met zulke verdragen maar geen gebakken lucht
verkopen en uiteindelijk de eigen industrie eerder nieuwe markten gunnen dan wel
van de fundamentele problemen op te lossen. Zijn bij de internationale vrije
markt van vervuilingsrechten geen serieuze vragen te stellen?
Ben ik
dan tegen vermindering van CO-2 uitstoot en voor de opwarming van de aarde?
Nee, maar
is het geen erg selectieve keuze om de opwarming een halt toe te
roepen? Het is
algemeen geweten dat methaangas 23 keer meer opwarmend is dan CO-2.
Nochtans
zie ik op dat vlak geen maatregelen genomen worden. Het zijn vooral de
herkauwers, die een niet te onderschatten hoeveelheid methaan de
atmosfeer
injagen. Ik merk tot mijn ontzetting dat het Amazonegebied niet alleen
ontbost
wordt, maar dat uitgerekend dààr de grootste aangroei van de veestapel
is. Anno 1991 was er in Amazonië niet genoeg vee om de eigen bevolking
te
voeden. Met de opmars van het vee in de regio, verhoogde Brazilië de
vleesexport van 500 miljoen dollar in 1995 naar 1,5 miljard in 2003. 80
%
hiervan komt uit het Amazonegebied. Eén rund zou qua methaanuitstoot
goed zijn
voor het vervuilingpotentieel van een kleine personenwagen. Dàg Kyoto !?
In een kleine personenwagen kunnen we nog
biodiesel stoppen of, wie weet, op termijn zelfs een waterstofmotor. Wat gaan
we met de toenemende ecologische druk van de groeiende vleesconsumptie
aanvangen? Een grote ballon aan elk rund hangen?
Of mogen we over die heilige koe (nog?) niet
hebben?
Planetair vinden rund en auto elkaar in een
buitengewoon grote landbezetting en in de opwarming van de aarde.
Luc Vankrunkelsven,
Bocaiuva, 25 maart 2006
(1)
Zie
Wervelkrant ‘Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Blijft duurzame landbouw
in de kou?’, Wervel, 1997.
(2)
Door
de hervorming van het Europese landbouwbeleid (de McSharryhervorming, anno
1992) werd het financieel plots bijzonder interessant om maïs in te zaaien.
Eeuwenoude graaslanden werden open gerijt en in maïsvelden omgezet. Lees: ‘Het
McSharryplan en het GATT-voorakkoord, gekaderd in de doelstellingen,
achtergronden en evolutie van het EG-landbouwbeleid’, Wervel, 1993.
(3)
De
wet bepaalt dat 20 % van het oorspronkelijke bos moet bewaard blijven. In het
Amazonegebied is dat 80 %. Lees over de Duitse kolonie ook het sojaverhaal in
MO*-magazine van mei 2005. Het boek ‘Brazilië: spiegel van Europa? Op zoek naar
eigen spirituele bronnen.’ (Luc Vankrunkelsven, Dabar-Luyten, 2000) heeft er
ook een bijdrage over.
|