|
Agroforestry
en herstel
In het
kader van 11.11.11 werkte enkele jaren geleden heel de gemeente Oud-Turnhout
samen rond Brazilië. In die dynamiek zochten ze een spreker die een algemene
avond over dat immense, exotische land zou kunnen geven. Het zou op het
gemeentehuis zijn voor alle medewerkers, leerkrachten, actievoerders en andere
geïnteresseerden. Het werd de auteur van enkele Braziliëboeken, die nu ook deze
flits schrijft.
Na de avond
kwam een leraar naar me toe: “We zouden graag met onze kinderen van de lagere
school een actie doen om het Amazonewoud te beschermen.” Ik probeerde hem uit
te leggen dat dit wel heel sympathiek is, maar dat we het woud en de mensen die
er in/van leven best samen toekomst geven. Dat we misschien het herstel zouden
kunnen ondersteunen. En dat ik niet meteen contacten heb in het Amazonegebied,
maar wel in Zuid-Brazilië.
Zo gezegd
zo gedaan. Ik zou een zinnig project zoeken in Brazilië en de kinderen zouden
allerlei acties ondernemen. Het einde van hun actie werd een aandoenlijk
moment. Heel de school zat samen in de turnzaal. Een klas speelde een stukje
toneel over het woud dat bedreigd wordt. Dan moest ik naar voor komen en de
kinderen overhandigden me 8 kilogram munten. Of ik dit mee naar Brazilië wou
nemen? Ik beloofde dit zeker te doen en vertelde hen over wie en wat ze nu
steunden.
Na deze
happening bond ik het geld achter op mijn plooifietsje, richting trein. Een
bijzonder zicht. Uiteraard liet ik het in een bank wisselen voor briefjes. Een
hele klus.
Welk
project werd het nu?
Welnu, de
Portugezen begonnen het land te koloniseren langs de kuststrook. In het Oosten
dus. Daar zijn nu in het Zuid-Oosten nog de grote steden: Rio de Janeiro, São
Paulo, Curitiba. Gelukkig, omdat het zo’n immens berggebied is, is er nog een
behoorlijke lap woud overgebleven. De ‘Mata Atlântica’. Als je met de bus van São Paulo naar Curitiba reist, dan rij je wel vijf
uur door dat prachtige gebied. Op 150 kilometer van Curitiba, nog juist in de
deelstaat São Paulo, ligt Barro de Turvo. Daar is AOPA met de boeren een
project van herstel begonnen. Toen ik er naar toe reed om het geld te
overhandigen, was het een triest zicht hoe daar de bergen tóch ontbost werden
voor het alomtegenwoordige rund. Bovendien bleek dat de arme gezinnen erg
geteisterd werden door het agressieve gras dat gezaaid wordt door de grote
fazendeiros. Ook hier werd het een emotioneel moment. Ik had echt het gevoel
van bij mensen terecht te komen, die al eeuwen zijn achtergelaten en die nu aan
hun opstanding begonnen. Het geld van de kinderen was een ondersteuning van het
proces dat ze probeerden op te zetten. Ondertussen is het een groots project
met meer middelen, alhoewel de federale overheid nog altijd geen integrale
visie heeft op ‘agrofloresta’ en geen krediet geeft voor zulk een integrale
aanpak. Je vindt er nu weelderige tuinen, met bomen, fruit, groenten, dieren.
Maar vooral is bij deze mensen de hoop teruggekomen. En de glans in hun ogen.
Momenteel komen 65 families in tien groepen samen. Wekelijks houden ze
‘mutirões’, bijeenkomsten waarbij ze op de bedrijven samen werken en elkaar
ontmoeten. Zo leren ze elkaars bedrijf kennen.Ondertussen wisselen ze ideeën
uit en groeit de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor meer ecologische
kwaliteit. Elke groep kiest een vertegenwoordiger, die maandelijks in de raad
van ‘cooperfloresta’ mee de belangrijkste beslissingen neemt.
De
verzamelde, herontdekte kennis van de boerenfamilies zit vervat in een intiem
leven met het woud en zijn processen van regeneratie. Het wordt nu een hele
beweging van ‘agrofloresta’. Verenigd in de coöperatief hervinden ze terug hun
waarde. Het is hen nu een grote vreugde om regelmatig geïnteresseerde groepen
te ontvangen. De jongeren zien dat er terug toekomst is op het platteland en
vluchten niet meer naar de grootstad. Tegelijk hebben de gezinnen het gevoel in
een groeiende beweging te zitten, omdat ze onderdeel zijn van het grotere
netwerk van ‘Ecovida’.
Zoals de
honderden andere gezinnen van Ecovida staan ze wekelijks op markten. Voor hen
is het vooral op de uitgebreide biomarkt in Curitiba. Het is heerlijk om hen te
zien met hun vruchten en met zoveel meer. Ze verkopen er ook allerlei verwerkte
producten van hun lekkere bananen.
Landbouw en
bosbouw kunnen elkaar verrijken.
Iedereen
wordt er beter van: het bos, de vruchten, het water, de grond, de vruchten, de
(agro)biodiversiteit. De mensen en hun gemeenschappen.
Barro de
Turvo is er het bewijs van.
Luc
Vankrunkelsven,
Curitiba,
25 maart 2006.
|