|
Ecovida,
een netwerk van levend voedsel
Op de
biodiversiteitsweken zijn opvallend veel agro-ecologische boeren aanwezig. Het
gaat niet zomaar om ‘biologische’ boeren, maar om boeren met een holistische
visie op leven en landbouw. Ze leunen dichter tegen de kosmische levenshouding
van de inheemse bevolking aan dan wel tegen de conventionele landbouw. Het
groeiend aantal groepen boeren en boerinnen wordt ondersteund door
verschillende expertisecentra, zoals AOPA en AS-PTA. Groepen? Ja, de overgang
naar agro-ecologische is hier eerder een groepsproces dan wel een individueel
en dikwijls eenzaam proces van omschakelende boeren in Europa. Bovendien is hun
stap uit de chemie een onderdeel van een sociale strijd, een ontspanningsroute
uit de tentakels van de chemie-zaadmultinationals.
Tijdens
deze dagen dat het terminatorgen andermaal ter discussie staat, zijn ze vooral
aanwezig met ‘sementes creoulas’, hun eigen zaden die ze met veel zorg bewaren
en uitwisselen. Als een patrimonium van de mensheid. Vooral de enorme
diversiteit aan maïs valt op. Maïs dat oorspronkelijk voedsel van het
Amerikaanse continent is. Wat niet van tarwe of rogge kan gezegd worden. (1)
Vandaag op Wereldwaterdag, ondertekenen Gouverneur Roberto Requião en andere
prominenten, onder véél persbelangstelling, een wet op de etikettering van
GGO-producten. De zaadoorlog is eigenlijk één van de hoofdkwesties, waar het
hier deze dagen om draait.
In Zuid
Brazilië hebben deze boeren een uniek netwerk ontwikkeld met NGO’s, boeren,
consumenten, expertisecentra en andere geïnteresseerde betrokkenen.
In totaal
gaat het om 23 kernen die op hun beurt 300 groepen bevatten. In deze groepen
komen 3000 families samen. Er zijn in totaal 30 NGO’s en 32 andere organisaties
bij betrokken. Hun manier van vergaderen, organiseren, congressen bijeenroepen,
beslissingen nemen, ethiek integreren, verkopen, etc.is bijzonder inspirerend
voor ieder die aan alternatieven en aan herstel van nabijheid wil werken.
Vooral hun ‘participatieve certificering’ is heel vernieuwend. Geen controle
van buitenaf door één of ander ver bio-controlesysteem, maar het zijn de
groepen zélf die garant staan voor de agro-ecologische productiewijze van het
voedsel. Om een eventueel verstikkend effect van de ‘kleine’ groep met
menselijk opzicht te corrigeren, is er ook een ‘olhar externa’ (letterlijk
‘kijken van buitenaf) vanuit de andere groepen ingebouwd. Eliziane Vieira de
Araujo van Aopa kwam op ons seminarie van lokaal verweven landbouw hun systeem
en hun spirit uitvoerig uit de doeken doen (2).
De Vlaamse
Voedselteams die ooit Elcker-Ik Leuven, Wervel en Vredeseilanden oprichtten,
zijn een vergelijkbaar model, al betreft het in Vlaanderen niet alleen
agro-ecologische landbouw. Vlaanderen kent meerdere modellen. Maarten Cleiren
zette ze indertijd op een rijtje in een Wervel-forum (3).
‘Denk
globaal, eet lokaal’ is echt wel een visioen dat velen kan mobiliseren.
Globaal ter
plekke.
Luc
Vankrunkelsven,
Curitiba,
22 maart 2006, wereldwaterdag
(1)
Zie
de ‘wereldkaart van Vavilov’ op www.wervel.be Hier kan je zien vanwaar ons voedsel
oorspronkelijk vandaan komt. Voor maïs is dat Mexico, voor tarwe het
Middellandse Zeegebied en voor Rogge Noord-West-Europa.
(2)
Zie
verslagboek ‘Lokaal verweven landbouw’: weergave van het Colloquium van Wervel,
Vredeseilanden, Fian, Oxfam Solidariteit en Steunpunt Duurzame Landbouw.
Brussel oktober 2003 – uitgave 2004 ISBN
nr. 9080520136
(3)
‘Van
boer tot bord’, Maarten Cleiren, Wervelforum 2, Wervel 1999.
|