|
Gaf je je
kind ooit papier te eten?
Door Porto
Alegre trekken twee grote manifestaties om de internationale vrouwendag niet
ongemerkt voorbij te laten gaan. De ene is het veelkleurige
samenwerkingsverband van vrouwenorganisaties, Fetraf, CUT, NGO’s; de andere
gaat om een drieduizend mensenlange sliert van MST-Via Campesina. De eerste
optocht ‘thematiseert’ vooral het wereldwijde ‘geweld’ tegen vrouwen. De tweede
‘pleegt geweld’. Althans, zo komt het uitvoerig in de pers en zo blijft het in
de perceptie van velen hangen. Zelf weet ik niet zo goed wat ik er moet van
denken. Al jaren ben ik bezorgd om de oprukkende eucalyptus- en
pinusmonoculturen, maar ik stond ook altijd voor geweldloos verzet. Wat doe je
als revolutionaire massaorganisatie, als je deze groene woestijnen van
buitenlandse multinationals een halt wil toeroepen? Wat doe je, als de federale
regering in haar propaganda beweert voor de ‘Agricultura Familiar e Camponesa’
te kiezen, terwijl ze in de feiten de kaart van de ‘agronegócio’ trekt? (1) Wat
doe je met de frustratie van honderdduizenden gezinnen, na zovele beloftes over
landhervorming, terwijl er maar met mondjesmaat grond herverdeeld wordt? Nee,
wat doe je, als de grondconcentratie zich -omwille van soja- en
maïsmonocultures, eucalyptuswoestijnen en dode pinusvlaktes - nog meer
versterkt? Wat doe je, als je midden in een agrarische oorlog zit? (2) Hoe
verdedig je je in die oorlog en welke middelen zet je in? Tenslotte zitten we
midden in een FAO-conferentie over ‘Reforma Agrária’ en is ‘Landhervorming’ dan
niet de corebusiness van Via Campesina?
Wat is er
gebeurd?
Deze
ochtend rond 4 uur breken 2000 mensen (vooral vrouwen) de multinational Aracruz
Celulose binnen en molesteren er in de serres 3 miljoen Eucalyptusplantjes. Op
een half uurtje is de klus geklaard. Bovendien vernietigen ze het hart van het
bedrijf: het laboratorium met experimenten om eucalyptusaanplantingen in
Brazilië nog te ‘verbeteren’. Lees: ‘meer productief te maken’, want alle
onderzoek in de agronegócio is alleen maar op productievermeerdering gericht.
De Australische superboom kent 1000 variëteiten, waarvan er al 500 in Brazilië
gedijen. Hij is economisch bijzonder interessant, want na 7 jaar kan je al
oogsten.Voor zulke bedrijven slaan de winsten dan ook de pan uit (3). De groene
sojawoestijnen verleggen zich van Zuid naar Mid-West, de groene
Eucalyptuswoestijnen nemen in het Zuiden hun plaats in. Aracruz is koploper.
Het bedrijf heeft nu al 250.000 hectare eucalyptus staan, waarvan 50.000 ha in
Rio Grande do Sul. De Amerikaanse international is met zijn 30 % wereldleider
in eucalyptuscellulose en staat juist op het punt om 1,2 miljard dollar in een
nieuwe cellulosefabriek te investeren. De keuze moet nog vallen tussen de
deelstaten Bahia, Espírito Santo of Rio Grande do Sul. Haalt Rio Grande het,
dan komt er een capaciteit bij voor de productie van 1 miljoen ton cellulose.In
totaal zou dan 2 % van het grondgebied vol eucalyptus staan. De huidige
fabrieken van Aracruz produceren nu al in Brazilië 2,4 miljoen ton gebleekte cellulose
per jaar. Dat brengt een enorme water- en luchtvervuiling mee, om nog maar te
zwijgen over de gezondheidsproblemen en de talrijke sociale spanningen. De
multinational kon dankzij de militaire dictatuur in 1967 zijn intrede doen en
werd door de opeenvolgende regeringen financieel constant in de watten gelegd.
De ultieme stoot voor de agronegócio is de ‘Lei Kandir’ van 1997, die bepaalt
dat op ‘onbewerkte of halfverwerkte exportproducten’ geen belasting moet
betaald worden. Daar Aracruz vooral voor de Amerikaanse markt produceert, wordt
er dus geen belasting betaald.
In Espírito
Santo waart de gewelddadige kwel-geest van Aracruz al bijna 40 jaar
rond. In samenwerking met de overheid van de deelstaat werden vooral
gronden van de Tupiniquim en de Guarani ontvreemd. Ook zwarte
gemeenschappen van de
quilombos hebben regelmatig onder het geweld te lijden. 20 januari 2006
was er nog een actie
tegen de Tupiniquim, waarbij twee dorpen werden vernietigd. Er vielen
ook heel
wat gewonden.
Bovendien
leveren de groene woestijnen per 185 hectare maar 1 arbeidsplaats op, terwijl
de Agricultura Familiar gemiddeld voor elke 8 hectare 1 job creëert. En
natuurlijk zijn deze kilometerslange aanplantingen verstoken van elke
biodiversiteit, terwijl de droogte in Brazilië jaar op jaar erger wordt. De
ultieme waterzuiger – een volwassen boom kan tot 20.000 liter water per dag
opnemen en verdampen (4) – werkt daar flink aan mee. Eucalyptus en Pinus zijn
een onderdeel van de strategie om niet aan landhervorming te moeten doen. Het
klonen en patenteren van de boompjes (Pinus), het snel groeien en even snel
winst maken zonder met sociale en ecologische ‘details’ te moeten rekening
houden, kadert volledig in het kapitalisme dat de planeet in een wurggreep
houdt. De bosgronden, verstoken van enig leven, degraderen angstwekkend vlug.
Na Pinus kan je boerenlandbouw wel vergeten!
Geweldloos
verzet laf?
Redenen
genoeg om tot actie over te gaan. En toch. Is dit nu de weg om tot verandering
te komen? Moeten we de oude discussie weer aangaan van institutioneel en
onderdrukkend geweld versus bevrijdend geweld? Ben ik te laf om niet in
‘bevrijdend’ geweld te geloven? Of is dit geen geweld, geen vernietiging? Zoals
de propaganda en het belang van eucalyptusbaronnen stelt dat dit geen geweld,
geen agressie tegen mens en natuur is, maar een weldaad voor de samenleving.
Werkverschaffing?! Met een vakbondsactie breng je als arbeiders ook economische
schade toe aan een bedrijf. Dat is in Europa alsnog algemeen aanvaard. Waarom
stuit de destructie van deze ochtend op (bijna) algemene afkeuring? Als José
Bové met zijn kompanen in Frankrijk en ook hier in Brazilië (anno 2002) een
GGO-veld (symbolisch) oogst/vernietigt, dan voel ik mij verbonden met deze
actie. Ik had mee de sikkel ter hand kunnen nemen. Waarom dan nu de wenkbrauwen
fronsen? Is het niet van dezelfde orde? Zouden we niet à la Mahatma Gandhi en
Martin Luther King wat creatiever uit de hoek kunnen komen, zonder meteen zelf
te moeten vernietigen? De Mahatma stond niet voor lafheid, maar zijn zout- en
andere marsen hadden toch wel een iets ander karakter dan de marsen van Mao.
Roept de ‘Satyagraha van het zout’ in zijn tijd niet om een ‘Satyagraha van het
zaad’ in onze tijd? (5) Er wordt terecht geklaagd over de criminalisering van
de sociale bewegingen. De pers heeft er inderdaad een handje van weg om vooral
MST te criminaliseren. Maar wanneer eindigt gerechtvaardigd, creatief verzet en
wanneer begint criminaliteit? En: de agronegócio klaagt over criminaliteit van
de bezetters, maar is grootgrondbezit zélf niet crimineel? Of nog: de
arbeidsomstandigheden, gelijk aan slavernij? Crimineel!
Is
tenslotte de gangbare landbouw, met vooral de vlees’productie’ niet op
vernietiging gestoeld? Denk maar aan de onbeschrijflijke vernietiging van
duizenden tot miljoenen runderen bij Mond- en Klauwzeer, varkens bij
varkenspest, kippen en ander gevogelte bij vogelgriep. In Brazilië wordt dan
het woord ‘sacrificar’ gebruikt. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is:
slachtofferen. De god van het Kapitaal die offers nodig heeft. Offers, waar de
maatschappelijke orde op gefundeerd is.
Als ik
schuchter deze vragen stel, zit ik dan volledig in de hoek van de ‘burgerlijke
pers’, die dagenlang deze ‘gewelddaad’ uitvoerig becommentarieert? De pers die
met alle middelen MST bekampt en aan de kant van de agronegócio staat. De pers
die zelf in handen is van het Groot-Kapitaal? Word ik met zo’n vragen meteen
rechts in het soms wat eenvoudige links-rechtsschema gezet?
Ik heb
altijd veel achting gehad (en nog) voor MST en ik voel mij gedragen in de brede
stroming van Via Campesina, maar als ik deze vernietigingsspiraal zie
uitdeinen, dan treurt het in mij. MST dreigt zo hoe langer hoe meer sectair te
worden en geïsoleerd (6). Bovendien gooit de doorsnee Braziliaan alles op een
hoopje. Uit de berichtgeving kan hij niet opmaken waar het eigenlijk om gaat.
Hij maakt ook geen onderscheid tussen MST, Via Campesina, PT, andere
landbouworganisaties die voor agro-ecologie of landhervorming opkomen;
syndicaten en andere sociale bewegingen. Zo’n geweldige actie raakt dus
ongevraagd en onaangekondigd andere organisaties in hun werking.
Zijn er dan
geen andere wegen tot verandering te bedenken? Meer in de stijl van het
Amerikaanse ‘Ploegschaar Acht’ bijvoorbeeld. Midden in de Koude Oorlogstijd
drongen acht mensen General Electric binnen. Ze klopten symbolisch met een
hamertje op kernkoppen en plengden er hun eigen bloed op. De acht waren
christelijk geïnspireerd, zoals velen van MST christelijke roots hebben. O.a.
de jezuïet en vredesactivist Daniël Berrigan was één van hen. De
vernietigingsmachine werd niet materieel vernietigd, maar het hart van het
kapitalisme werd wél grondig geraakt. Er kwam een jarenlange gerechtszaak van,
waardoor het debat over kernbewapening constant gevoerd werd. Natuurlijk zijn
de kernwapens nog altijd de wereld niet uit. Maar zullen de
Eucalyptuswoestijnen dankzij vernietigingsacties vlugger onze planeet verlaten?
De meeste
acties van MST kunnen me trouwens wél enthousiasmeren. Recent drong MST een
bedrijf van de Chemie-Zaadmultinational Syngenta binnen. Het geviseerde
onderzoekscentrum voerde binnen de 10 km.-strook rond het natuurpark van Foz do
Iguaçu GGO-experimenten uit. Dat is 100 % tegen de Braziliaanse wetgeving
i.v.m. bioveiligheid. Er werd geen geweld gebruikt, maar de actie was wel
bijzonder effectief. Ben ik te soft, als ik zo’n actie toejuich en bij de
andere inval meewarig het hoofd schud?
Verandering
eigen levensstijl versus politieke actie?
Vandaag, 8
maart 2006, werd het hart van ‘kapitalisme en patriarchaat’ geraakt. Deze
boodschap straalt de persmededeling van Via Campesina uit. De geschiedenis zal
moeten uitwijzen of dit nu de zaak van landhervorming, van een ander
landbouwmodel en van de boerenlandbouw heeft vooruit gebracht of niet. Als de
actie door journalisten wordt in vraag gesteld, antwoordt João Pedro Stedile
van MST laconiek: “Eucalyptus vult niemands maag. We moeten de vrouwen
proficiat wensen, omdat ze de moed hadden om met deze actie de maatschappelijke
aandacht voor dit probleem te vragen.” Ik merk in de Folha de S. Paulo dat
senator Eduardo Supplicy in een Open Brief aan Stedile vragen stelt. Hij heeft
het over Martin Luther en de successen van de burgerrechtenbeweging in de
Verenigde Staten, over Gandhi en over grotere sympathie bij het Braziliaanse
volk voor creatieve acties.
Ondertussen wordt er met papier gemorst dat het
een lust is. Bij elk hapje dat je koopt, elke caipirinha die je drinkt, krijg
je een overvloed aan serviettes. In het toilet zijn de stukjes WC-papier dubbel
zo lang als in Europa. Reden? Het papier mag niet doorgespoeld worden, maar
moet netjes opgerold in een vuilbakje gelegd worden. Prullen natuurlijk, maar
mij confronteert het telkens opnieuw met Brazilië als het land van de ultieme
verkwisting. Alle internationale conferenties over landhervorming,
biodiversiteit, bevrijdingstheologie ten spijt. Natùùrlijk is de cellulose om
papier te maken vooral voor de wereldmarkt bestemd. De gemiddelde ecologische
voetafdruk in Europa is voorlopig nog groter dan de Braziliaanse (omdàt de
meerderheid is uitgesloten van het consumentenparadijs), maar houdt dat in dat
de verspilling in dit land van melk en honing niet mag aangekaart worden?
Gelukkig
zijn er in Porto Alegre 16.000 catadores, mensen die van de recyclage leven.
Recyclage van het afval dat de middenklasse en de rijken produceren. Elke avond
zitten ze in de afvalzakken en vuilbakken te wriemelen, op zoek naar
grondstoffen. Gelukkig? Het komt mij altijd zo mensonwaardig over, als ik de
onderkant van de samenleving zijn stille werk zie doen.
Ondertussen
kom ik telkens
opnieuw in een cultuur terecht die de waterkranen laat lopen. WC-bakken zijn
constant kapot en worden niet hersteld. Lekken op straat worden pas dagen later
gedicht. Honderdduizenden liters water gaan zo dagelijks verloren. Alsof het om
slurpende Eucalyptusaanplantingen in het toilet gaat! Eucalyptusmonocultures
kunnen dan ecologisch en sociaal een ramp zijn, de aanplantingen leveren
tenminste nog vezels op. De toiletten die constant doorspoelen, leiden tot
niets. Alleen maar tot ecologisch en economisch verlies, maar blijkbaar wordt
dit niet gezien, laat staan dat het één aan het ander gelinkt wordt.
Tussenflits
Volgende week wordt het Wereld Water Forum in
Mexico gehouden. Het betreft een initiatief van de UNO, maar het opereert sterk
binnen de invloedssfeer en de ideologie van de Wereldbank.
N.a.v. deze gebeurtenis verschijnen in de pers
weer niet al te bemoedigende cijfers:
1,1 miljard mensen hebben geen toegang tot
drinkbaar water;
2,5 miljard mensen beschikken niet over
basisvoorzieningen voor water.
In 1950 was er 17.000 m3 water per persoon ter
beschikking. Anno 2006 is dit 7000 m3.
Brazilië mag dan alles aan grond, water, woud,
biodiversiteit, vlees, vis in overvloed hebben…, op wereldvlak is het wel even
anders.
22 maart is het weer Wereld Water Dag. Zal het
in Brazilië enige aandacht krijgen?
Probleem is dat de promotoren van het Wereld
Water Forum omwille van bovenstaande cijfers nog méér pleiten voor de
privatisering van drinkwater.
Nu al is
80 % van alle mineraal water in handen van vijf bedrijven: Nestlé, Danone,
Pepsi Cola en Coca Cola.
Déze cijfers komen niet zo vlot in de pers.
Ondertussen moet de dure elektrische
verlichting concurreren tegen de gratis zon. Duur? Er is terecht een ‘Movimento
dos Atingidos por Barragens’ (Beweging van hen die geraakt zijn door de
stuwmeren). Boeren en inheemsen die opkomen voor recht, voor hun grond.
Brazilië is gigantisch groot met een overvloed aan rivieren. Sinds de vijftiger
jaren van de twintigste eeuw wordt dan ook de kaart getrokken van de
hidro-elétricas, de stuwmeren. ‘Propere’ energie, zoals nu biodiesel of alcohol
uit suikerriet-, sojamonocultuurwoestijnen of uit andere bronnen als ‘groene’
energie wordt verkocht. Proper, netjes en goedkoop, maar de sociale en
ecologische kost wordt niet doorgerekend. Zo zette in 1985 Itaipu, de grootste
stuwdam ter wereld, 300 km. land onder water. Boeren werden verdreven. De
Guarani zitten al meer dan twintig jaar opeen gehoopt op een te klein stukje land.
Door de
dagelijkse verkwistende levensstijl zijn er de volgende jaren nog vele
Itaipukes nodig. Tegen de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van stuwdammen
wordt politiek verzet aangetekend. O.a. het Frans-Belgische Tractebel is één
van de doelwitten. Lovenswaardig, maar wie linkt éindelijk eens de eigen
levensstijl aan het grote verzet? Of ben je dan de ultieme zeurpiet, de
niet-begrijpende buitenlander, die constant lichtknoppen omdraait en WC’s
probeert te herstellen? Is het de krenterige Vlaming die maar niet kan
begrijpen waarom een doucheknop zo lang op het bezwete lijf water moet lozen?
De Braziliaanse doucheknop namelijk die onnoemlijk veel elektriciteit vreet…
Wat mij
altijd wat bevreemdt, is dat organisaties en hun leden die opkomen voor duurzaamheid,
duurzame landbouw, herverdeling land, etc. in het dagelijkse kantoorleven en in
de persoonlijke levensstijl thuis, zelf geen oog hebben voor consuminderen. Ook
de have-nots hopen ten diepste op ‘hebben en consumeren’. Gaat het niet om een
grondhouding, die we allen op één of andere manier delen? Dat is in Europa zo,
maar –naar mijn aanvoelen - is dat nog scherper het geval in het land van
overvloed dat Brazilië heet. Zijn ‘verandering levensstijl’ en ‘politiek werk’
dan toch gedoemd van op twee eilanden te zitten? Twee eilanden die met elkaar
niets te maken hebben? Is de zaak opgelost, als we de aarde en alle middelen
rechtvaardig verdelen en vervolgens de zware ecologische voetafdruk van degenen
die nu al consument zijn, democratiseren?
Ondertussen
En toch. Er
is nog een ander ‘ondertussen’. De machtsvraag moet altijd opnieuw gesteld
worden. De vernietigende pletwals van de multinationals en van de agronegócio
gestopt. Het discussiepunt is alleen: met welke middelen doe je dat?
Terwijl dit
grote werk moet gebeuren, timmeren gezinsboeren en campesinos aan de weg. Ze
fleuren hun bedrijven en gemeenschappen op met planten en bomen. Ze herstellen
gaandeweg wat er in de loop der jaren vanuit een niet-weten teloorging.
Inheemse boomsoorten worden terug op de boerderijen geplant. Tegelijkertijd
zorgen bevriende politici dat, dankzij het Kyoto-protocol, niet alleen grote
buitenlandse maatschappijen met het geld gaan lopen. Ook de gezinsboer zal
vergoed worden voor natuurbehoud, natuurherstel en aanplantingen op zijn
bedrijf. Er valt veel kritiek te geven op de regering Lula, maar zelden is iets
alleen maar wit of zwart. Het globale plaatje pakt slecht uit, omdat nog altijd
de agronegócio en de banken in de harde feiten met het grootste geld gaan
lopen. Toch zijn er ondertussen ook zeer ingrijpende en structurele zaken
veranderd. Om platteland, gezinslandbouw, jongeren op het land te laten
herleven. Om biodiversiteit terug te laten toenemen.
Komt er een
tijd dat het globale het lokale de hand geeft?
Versnellen
we de tijd dat het grote politieke werk en de kleine, plaatselijke
veranderingen elkaar voeden en inspireren?
‘Denk
globaal, eet lokaal!’ is alleszins de oproep die Wervel voor de volgende jaren
lanceert.
Hét
antwoord? Nee, een oriëntatie. In de richting van een andere wereld.
Luc
Vankrunkelsven,
Porto
Alegre, 8 maart 2006.
(1)
‘Gezinslandbouw
en boerenlandbouw versus agro-industrie’. In de periode 2003-2005 ontvingen de
grote bedrijven van de Federale Overheid onder de vorm van krediet 115 miljard
real. In dezelfde tijdsspanne vloeide 20 miljard real naar 1 miljoen gezinnen
van de ‘Agricultura Camponesa e Familiar’. Tien economische groepen (vooral
buitenlandse) ontvingen van de Banco do Brasil sinds 2003 rond de 8 miljard
real. Aracruz cellulose was één van hen. Voor de oogst van 2003/2004
incasseerde het 1.167.000.000 real; voor de oogst van 2004/2005 was de open
hand van het bedrijf goed voor 455.000.000 real. Omdat leningen niet werden
terug betaalt, participeert de overheid nu voor 12,50 % in het bedrijf. Dit is
een truck die in Brazilië al decennia lang gebruikt wordt en die één van de
oorzaken is dat de overheid steeds verder in de schulden wegzinkt.
(2)
Zie
op www.wervel.be mijn eerdere flitsen over
het conflict tussen twee landbouwmodellen en over de verpletterende dominantie
van de agronegócio. Lees vooral ‘Soja en oorlog’ van 28 oktober 2005.
(3)
De
commerciële balans van de agronegócio registreerde in februari 2006 voor 2,887
miljard dollar aan export; een groei van 3,8 % t.o.v. het voorbije jaar.
Terwijl het sojacomplex met 3,2 % zakte, stegen vooral: tabak (22,4 %), papier
en cellulose (18,3 %), leder (15 %) en koffie (14 %). Niet meteen
voedsellandbouw dus. Het financierskapitaal, waar agronegócio en banken een onderdeel
van zijn, doet het niet slecht. De banken maakten in 2005 gezamenlijk 36 % meer
winst (nl. 28,3 miljard real) dan het jaar voordien, wat ook al een topjaar
was. De rendabiliteit van de banksector is 22,65 %. M.a.w. investeer je in
aandelen, dan verdien je voor elke 100 real 22,65 real. Anno 2000 was de
gemiddelde rendabiliteit maar 11,49 %. De winst heeft vooral te maken met de
explosieve groei van kredietverlening en met de hoge rentevoet.Terwijl ik dit
schrijf, hoor ik vertwijfelde daklozen waanzinnig in de straten roepen. Zou je
niet van minder waanzinnig worden? Een man is blind en roept urenlang iets
onverstaanbaars, maar steeds dezelfde mantra, over een chuveiro (douche). Wie
is er stekeblind voor de weldoende douche over de kapitaalkrachtigen? Deze
arme, roepende man of de centrale bank en de regering die de rente in dit land
op het hoogste niveau ter wereld houden? De blinde als de ziener.
(4)
Een
eucalyptusboompje om aan te planten kan tot 30 liter per dag opzuigen.
Een
volwassen boom in een monocultuur tussen de 700 à 1000 liter,
afhankelijk van
de afstand tot elkaar. Een volwassen boom, die volledig vrij staat, kan
tot
20.000 liter per dag opnemen. Hoe te verklaren? Eucalyptus komt
oorspronkelijk
uit Australische woestijngebieden.Vanuit de evolutie van miljoenen
jaren
verstaat hij de kunst om met een grote kracht het weinige water dat er
is op te
zuigen. Zet je dan zo’n uitzonderlijke boom in een (sub)tropisch gebied
met
veel water, dan krijg je heel andere resultaten. Terwijl een Eucalyptus
in Australië
100 jaar nodig heeft om een bepaalde omvang te krijgen, dan kan hij in
een
vochtige omgeving dezelfde klus in 10 jaar
klaren. Lees van
dezelfde auteur ‘Eucalyptus
en Canada’ in: “Brazilië: spiegel van Europa? Op zoek naar eigen
spirituele bronnen.”
Dabar/Luyten, 2000. Of zie ‘Irak, soja, Pinus en Eucalyptus’ in:
“Kruisende
schepen in de nacht. Soja over de oceaan.” Dabar/Heeswijk en
Wervel/Brussel,
2005.
(5)
‘Satyagraha’:
‘de kracht van de waarheid’. Vandana Shiva eindigt in haar betoog voor polycultuur
versus monocultuur met de ‘Satyagraha van het zaad’. Zie: Wervel-forum 1,
‘Patent op leven?’, Wervel, 1996. De Indische boeren beroepen zich nu op Gandhi
en de Satyagraha. Vanuit een diepe verontwaardiging, omdat hun zaden worden
ontvreemd, vernietigen zij sinds eind jaren ’90 ook de GGO-kantoen van
Monsanto. Hoe Gandhi tegenover deze werkwijze nù zou staan, is mij niet
duidelijk.
(6)
Juist
in de periode van de actie komt er een onderzoek naar buiten van Ibope
(Instituto Brasileiro de
Opinião Pública e Estatística (interviews op straat opgenomen,
tussen 16 en
20 februari, bij 2002 personen in 142 steden): ‘Wat vindt de doorsnee
Braziliaan van de acties van MST?’ 56 % vindt dat de acties negatief
uitpakken,
terwijl 32 % ze positief vinden; 13 % heeft geen mening. Dienen de
invasies de
democratie? 76 % antwoordt ‘nee’, 16 % ‘ja’ en 8 % heeft geen mening.
In
vergelijking met vorige onderzoeken blijkt dat de sympathie en de steun
van de
bevolking afkalft. Uiteraard gebruiken de agronegócio en de grootgrond
bezitters zulke enquêtes om hùn belang te ondersteunen. En misschien
zijn de
vragen door hen zelfs subtiel
gestuurd.
Van democratie in
multinationals als Aracruz is er bij mijn weten geen sprake. De
democratische
relatie met de samenleving is onbestaande. Lobbywerk in Washington DC,
Brussel,
Brasília zorgen voor aangepaste wetgeving en geldstromen richting Coca
Cola,
Aracruz, Monsanto, Chevrolet, Mercedez, etc.
|