Bloemen in de favela
Van de ene
internationale conferentie naar de andere. Vandaag begint hier in Curitiba een
14-daagse van de UNO over biodiversiteit. Het weekend tussen de twee happenings
doorgebracht in Florianópolis, de hoofdstad van Santa Catarina. Om Rogério en
Eliziana van AOPA (expertisecentrum
biologische landbouw in Paraná) te bezoeken in één van de mooiste steden ter
wereld. Niet dat de stad op zich zo mooi is, maar ze is onderdeel van een groot
eiland, midden in de oceaan. Adembenemend zicht.
Curitiba
Ik slenter
door de ‘Rua Quinze de Novembro’. Tal van hoofdstraten in Braziliaanse steden
heten ‘15e november’, de datum waarop in 1889 de republiek werd
uitgeroepen. De slogan van de militairen en van de eerste president ‘Ordem e
Progresso’/’Orde en vooruitgang’ moest er voor zorgen dat Brazilië vlot in de
vaart der volkeren zou worden opgenomen. Brazilië zou het enige land worden
waar het positivisme een georganiseerde godsdienst werd, met catechismus en al.
Eigenlijk klonk het ideaal wel goed: ‘De liefde als uitgangspunt, de orde als
basis, de vooruitgang als doel.’
Ik voel me
geïntegreerd, want ik heb een ‘identiteit’. Er zijn zo van die symbolen die
haarfijn uitdrukken dat je bij de club hoort: één of twee cellulars (GSM’s),
minstens één of liever een reeks bankkaarten, een 4 x 4, reizen per vliegtuig.
In Brazilië gaat dat nog meer op dan in Europa. Ik heb mijn plaats in de ‘orde’
van degenen die veilig en wel in de boot zitten. Is het geen wanorde voor de
massa mensen die er buiten valt?
Juist
ontdekt dat mijn geld bijna op is. Geen nood: met een Maestro-kaart kan je
ongeveer overal in Europa, maar ook in Brazilië geld uit de muur halen. Ik hou
het bij één simpele cellular en één Maestro-kaart, maar het contrast is toch
telkens groot als je de bank in- en uitstapt. Met je kleinood, je plastikje in
de hand, je chip dat je toegang tot internationaal kapitaalverkeer geeft, val
je bijna over de daklozen en bedelaars. Ik ben misschien te gevoelig, te zeer
observator van buitenaf, want –helaas- ik kan er maar niet aan wennen. Moet je
hier een ziel met eelt aankweken om niet meer te zien, niet meer te voelen?
Biodiversiteit
In de Rua
Quinze staan prachtige panelen. Gesponsord door de diverse overheden (federaal,
deelstaat Paraná, stad Curitiba), onderrichten ze over de ‘geschiedenis van het
leefmilieu in Paraná’. Interessant, didactisch opgevat, n.a.v. MOP-3 en COP-8
in het Expo-Trade van de stad. Laten we’t simpel houden: ‘in het kader van de
hoogmis over de biodiversiteit’. De panelen hebben het over de teloorgang van
die biodiversiteit- hoe in 150 jaar tijd de natuur in Paraná verkwanseld werd -
en over de pogingen om nu te redden of te herstellen, wat nog te redden of te
herstellen valt. Stuwdam Itaipu is daar een mooi voorbeeld van: eerst de
Guarani en kleinschalige boeren verjagen. Meer dan 300 km. onder water zetten
en vervolgens lovenswaardig aan herstel doen: inheemse bomen terug aanplanten,
biodiversiteit aan fauna en flora herstellen of instandhouden, volksopvoeding
i.v.m. het bewuster omgaan met water, sociale bewegingen in Paraná financieel
ondersteunen.
Itaipu
heeft dus ook zíjn panelen staan.
Biodiversiteit
zit in de mensen
Wat verder
sta ik als aan de grond genageld. Naast zo’n paneel, midden het tumult van
tienduizenden mensen, is een arme vrouw een struik aan’t vernielen. Althans,
dat was het eerste wat mij opviel. Maar dan kwam de ontroering. Het gaat om een
vrouw, die in de ‘ecologische’ stad Curitiba gemarginaliseerd is en verbannen
naar één van de buitenwijken. Naar de favela’s waar een hoog percentage aan
‘negros’ woont. Weggestopt, want dit is een blánke stad. Aan de rand is geen
plaats voor biodiversiteit, laat staan voor struiken in een bloempot. Geen geld
voor bloemen. Wat doet deze anonieme vrouw in de anonimiteit van de massa? Twee
takken proberen losrukken uit een bloempot. Twee takken met twee wondermooie
bloemen. Ze hinkt verder, want ze is gehandicapt en getekend door het harde
leven. Ik volg haar, krop in de keel. Ik zie haar regelmatig trots en genietend
naar haar buit kijken. Vanuit een universiteitsvenster hoor ik een
operazangeres. Ze oefent haar stem om mensen die kunnen betalen, te verblijden.
Cultuurbeoefening. Twee vrouwen in twee gescheiden werelden. In dezelfde stad.
In Belindië . Brazilië wordt in de literatuur soms ‘Belindië’ genoemd: België
en India in één land. ‘België’ staat dan voor het rijke deel, ‘India’ voor de
overgrote meerderheid van uitgeslotenen. Het België dat in 1865 de bruggen
leverde voor de gewaagde bergtrein van de keizer? De trein die nú de soja
doorheen de bergen van Curitiba naar de haven van Paranaguá versast. Richting
Rotterdam. Richting kippen, varkens, runderen en vissen in België en Nederland.
‘Mijn’
vrouw verdwijnt achter een bus. De vuurrode bloemen fleuren haar dag op en
straks ongetwijfeld haar voddenhuisje. Misschien is het één van de 30 miljoen
mensen, die de laatste 40 jaar het platteland moesten ontvluchten? Omwille van
de ‘Groene’ Revolutie, die de (agro)biodiversiteit maar niks vindt. De Groene
Revolutie die de dreigende ‘Rode’ Revolutie van landhervorming perfect
counterde. De ‘Contra’ Revolutie van de militairen van de 20ste
eeuw, die voor ‘Orde en Vooruitgang’ stonden. Het Brazilië van de 21ste
eeuw, in de vaart der volkeren. Geordend. Ieder op zijn plaats.
Wedden dat
de bloemenvrouw saudade/heimwee heeft naar de bloemenpracht op de Campos, de
savannes van Zuid Brazilië? Die staan hier op de panelen beschreven, als een
reliek uit het verleden. “1 % van het
oorspronkelijke gebied rest nog”, zeggen de panelen over de biodiversiteit.
Op de bus
en op het bushoekje staat iets moois geschilderd: ‘A biodiversidade está na
gente’/’De biodiversiteit zit in de mensen’.
Met veel
liefde en heimwee ga ik vannacht met deze vrouw slapen. En met de velen, die de
bloemenpracht en het boerenleven in het binnenland missen.
Zou herstel
nog tot deze wereld behoren?
Luc
Vankrunkelsven,
Curitiba,
13 maart 2006.
|