Chimarrão
Amargo doce que eu sorvo
num beijo em lábios de prata!
tens o perfume da mata
molhado pelo sereno
e a cuia, seio moreno
que passa de mão em mão
traduz no meu chimarrão,
em sua simplicidade,
a velha hospidalidade
da gente do meu rinção!
|
Chimarrão / Theepijp
De bittere zoetigheid die ik opslurp
in een lippenkus van zilver!
jij hebt het parfum van het woud
nat door de ochtenddauw
en de cuia, de bruine borst
die gaat van hand tot hand
vertolkt in mijn chimarrão
eenvoudig
de voorouderlijke gastvrijheid
van het volk mijner heimat!
|
Glaucus Saraiva
|
Een weekend te gast bij Roselaine Pasquali en Orlando Vincenci.
Rose werkte voor de verkopersvakbond van CUT. Nu is ze fulltime op het
secretariaat van Fetraf-Sul/CUT en geeft les economie aan de
universiteit van Chapecó. Orlando werkte jarenlang vanuit São Paulo
voor de ‘departamento rural’ van CUT (Central Única dos Trabalhadores).
In die functie reisde hij het immense Brazilië af om plaatselijke
syndicaten op te zoeken. In die pionierstijden was veel nog per bus.
Een man uit deelstaat Pará, Avelino Ganzer (vice-president van
CUT-nationaal, coördinator van ‘departemento rural’) kwam bijvoorbeeld
met de bus naar nationale vergaderingen in São Paulo. Hij had er 10
dagen bus voor nodig om in São Paulo te geraken...
Al woonde Orlando voor zijn werk in São Paulo, hij sneed nooit de band
door met zijn geliefde Rio Grande do Sul. Ondanks het hectische
syndicale werk bleef hij daar zijn land bewerken, 1100 km. van de Grote
Stad.
Amazone nu, Chapecó toen
We praten voluit over verleden en heden. Over de caboclos
(1)
die hier indertijd door de Europese migranten vermoord of verjaagd
werden, over racisme, over de officiële geschiedschrijving en de
geschiedenis van de slachtoffers die pas de laatste jaren bestudeerd
wordt; over transgene soja, over syndicaal werk; over veranderende
gebruiken (“Van één bad per week naar twee-drie douches per dag!”);
over de Braziliaanse nonchalance i.v.m. elektriciteit, water en andere
dagelijkse evidenties; over hoge vleesconsumptie en ontbossing (“Wat nu
in het Amazonegebied gebeurt –ontbossing omwille van explosie
rundvlees- en soja-export – voltrok zich in deze streken vijftig jaar
geleden.”). Over de droom om terug écht op een boerderij te leven en te
werken.
Tien jaar geleden ontmoetten ze elkaar in syndicaal verband op de bus
Brasília – São Paulo en kocht het koppel een chácara in Chapecó.
Rolando bereddert vooral de boerderij van 24 hectare/ 10 alceres met
koeien (9 melkkoeien en een reeks kalveren; Jersey en ‘a vaca
holandesa’ /Holsteinermelk- koe), schapen, enkele varkens, het koppel
soja/maïs, olifantegras, maniok, viskweek, een gevarieerde moestuin. Zo
valt vassoura op, een plant die op maïs gelijkt, maar veel hoger
opklimt. De mensen gebruiken de pluim van de plant nog veelvuldig om
keerborstels mee te maken.
Binnenkort komt Orlando’s zoon op de boerderij mee
werken.Waarschijnlijk wordt het akkerland voor soja dan omgezet in
weiland voor meer melkvee. “Soja zal in de agricultura familiar op
termijn niet meer rendabel zijn. De onkosten-prijzenverhouding en de
Aziatische schimmel zorgen daarvoor”, voorspelt Orlando.
Morene borst
Niet alleen tijdens dit tafelgesprek, maar ook als we de boerderij
verkennen, gaat de eeuwige chimarrão met de thermosfles vol water mee.
De morene borst gaat van hand tot hand, van lippen naar lippen. De
bittere zoetheid zorgt ervoor dat de mensen genoeg (gekookt) water
opnemen, maar tegelijk is het een ritueel dat verbondenheid uitdrukt.
Oorspronkelijk is het een gebruik van de Guarani
(2). De Europese migranten, die zich in Rio Grande do Sul met elkaar vermengden tot Gauchos
(3),
namen het gebruik over. Als de getijden bij monniken wordt minstens ’s
morgens, ’s middags en ‘s avonds warm water opgezet en wordt de cuia
gevuld . En eigenlijk is bij velen de chimarrão de hele dag in de
buurt. Als een aanhoudend gebed met weinig woorden.
In de keuken, aan de tafel waar mensen elkaar ontmoeten, hangt hier de Chimarrão-tekst, op leder gekalligrafeerd.
Intermezzo
Terwijl ik dit
verhaal intik, komt een buurvrouw een kapelletje binnenbrengen met
Mariabeeld, omkranst met kantwerk en rozen. Ze staat op een wolk, die
op haar beurt de aarde omvat. Onderaan vind je een subtiele gleuf. Om
een gift in te steken.
Daar ik niet weet wat er aan de hand is (“Is het een verkoopster van
Mariabeeldjes? Een vrome charlatan?”), verwijs ik naar Orlando en Rose,
die aan’t melken zijn. De vrouw kijkt teleurgesteld, omdat ik het
ritueel niet begrijp en er dus niet instap.
Een beetje later staat het kapelletje naast mijn laptop. Voor het eerst
in mijn leven schrijf ik een tekst onder de hoede van de Moeder Gods.
Over Moeder Aarde. Het kan verkeren!
Het is hier voornamelijk een katholieke gemeenschap met blijkbaar
een oud gebruik, waar ik het bestaan niet van kon vermoeden. Morgen
wordt het beeld verder gedragen naar de volgende buur. En zo verder,
dag aan dag, het hele jaar door. Ik word er even stil van. Je kan er
als geseculariseerde Europeaan om glimlachen, maar welke riten hebben
wíj nog? Vinden we nieuwe riten om verbondenheid te vieren?
Mensen, gemeenschappen hebben riten nodig om het leven, het
samenleven uit te drukken en zin te geven. De Chimarrão is er zo
eentje. Het kapelletje kan dat in sommige contexten ook zijn
(4).
|
De erva maté is een boom, die in de uitgestrekte araucária bossen
van nature voorkwam. De Guarani snoeiden de bladeren en droogden ze. De
cuia maakten ze uit een vrucht, die op een kleine pompoen lijkt, maar
dan een harde versie. Een doorgesneden kalebas, ‘o purongo’. En zo doen
nog steeds de Gauchos hen na. Al lang niet meer de Gauchos alleen in
Zuid-Brazilië. Nee, samen met de Guachos en de Groene Revolutie trok
niet alleen de soja hoger het land in (Santa Catarina, Paraná, Mato
Grosso do Sul, Mato Grosso, Rondônia, Goiás, Maranhão, Bahia en ga zo
maar door); óók de chimarrão met zijn erva maté. Mijn eerste chimarrão
zag ik anno 2000 in hoofdstad Brasília. De man, een medewerker van
Padre (en toenmalig parlementair) Roque uit Paraná, dronk
tegelijkertijd de chimarrão en rookte een sigaret. Complete verwarring
bij de Vlaamse observator. Ik dacht dat het een soort Turkse waterpijp
was. Sigaret en pijp tegelijk? Totaal mis dus!
‘De bittere zoetheid die ik slurp’.
De Brazilianen houden van zoete erva maté. De Argentijnen zijn meer
voor bittere thee. Argentijnen, Uruguayanen, Paraguayanen en Bolivianen
hebben trouwens naast de hete erva maté een ijskoude variant, de
tererê. Ook in warmere streken van Brazilië, zoals in Mato Grosso,
wordt hij zo gedronken. Erva maté die onder andere grote bomen groeit,
levert zoete thee op. Wordt hij op een meer industriële wijze in
plantages en in de blakende zon geteeld, dan krijg je bittere thee. In
de negentiger jaren dreigde de meer artisanale thee in Zuid-Brazilië
verdrongen te worden door de grootschalig geteelde en dus goedkopere
thee uit Argentinië. Daar hij bitterder is, werd hij met suiker bij
gezoet.
Voor de Agricultura Familiar was dit een ramp, want vooral in
bosrijke gebieden is het op een chácara een belangrijke bron van
inkomsten. Het is ook een niet te verwaarlozen onderdeel van de
plaatselijke economie, al zijn we nu ver verwijderd van de 19e eeuw,
toen dit ongeveer de enige economische activiteit was die in Paraná wat
gewicht in de schaal legde.
Door gezamenlijke politieke actie in de drie zuidelijke staten
konden de boeren bekomen dat er een wet kwam, die verbiedt om erva maté
bij te zoeten.
Als in Zuid Brazilië over een meer duurzame landbouw wordt nagedacht,
dan is erva maté daar een belangrijk onderdeel van. De Guarani haalden
alleszins meer voedsel uit een hectare bos dan de Europese nazaten nu.
Ze voedden zich met pinhão van de pinheiro/araucária, erva maté, wilde
vruchten, wat aangeplante maïs en maniok, zo nu en dan een wild dier.
Qua (divers) voedsel per hectare staken ze ver boven de huidige
hoogtechnologische productie uit, waar de soja/maïsmonocultuur van
vandaag wil mee uitpakken. Bovendien brengt sojacultuur complete
ontbossing mee, terwijl erva maté roept om bos en biodiversiteit.
Luc Vankrunkelsven, Chapecó, 25 februari 2006.
terug (1)
Caboclo: een mix van inheemsen met Europese immigranten. Ze zijn nu
grotendeels uit het platteland en uit het (gerooide) woud verdwenen. Ze
kunnen, volgens Orlando, alleen nog overleven in de grote steden.
terug (2)
Zie: ‘Chimarrão’ in Vankrunkelsven, Luc, Brazilië: spiegel van Europa.
Op zoek naar eigen spirituele bronnen. Dabar/Heeswijk, 2000.
terug (3)
Gauchos: de fiere bewoners van de meest zuidelijke deelstaat Rio Grande do Sul.
terug (4)
Het ontstaan van de Fátima-cultus in Latijns-Amerika is wel erg ideologisch beladen.
Toen in 1917 de Russische revolutie slaagde, werd een Portugese traditie om met een
Maria-beeld van huis tot huis te gaan, massaal naar Latijns-Amerika geëxporteerd.
Zo zou Onze Lieve Vrouw van Fátima in Brazilië heel wat gebedsgroepen en heiligdommen
genereren om te bidden tegen het ‘dreigende gevaar van het communisme’. De rondgang
van deze Maria-beeldjes in tal van gemeenschappen stamt uit deze tijd van het
bezweren van de ‘goddeloze communisten’...
Het is niet omdat een rite in dubieuze omstandigheden ontstond, dat ze in een andere
context en tijd geen zin kan hebben. Hier zorgt het rondgaande beeld alleszins voor
cohesie tussen een plaatselijke gemeenschap van gezinnen die ver van elkaar op het
platteland leven. De herhaling van de rite is uitdrukking van verbondenheid, zin
en leven van deze mensen.
|