|
We rijden vier uur van Laranjeiras do Sul naar Chapecó. Van Campus naar Campus, beide onderdeel van de gloednieuwe universiteit ‘Fronteira Sul/ UFFS’. Over de baan denderen vrachtwagens met net geoogste soja. Opeengestapelde kippen krijgen een douche ‘dankzij’ de hevige regen. Varkens verkeren in dezelfde situatie. Dicht op elkaar in camions. Of je nu in Europa of in Zuid-Brazilië bent: overal hetzelfde scenario. Varkens worden na 6 maand in vrachtwagens gejaagd, richting slachthuis. Kippen na 5 weken.
De weg ligt bezaaid met soja. Het oogsten en het vervoer van soja tot aan de haven brengen een verlies mee van 6 %; in sommige streken met de slechtste wegen: tot 8 %. Het is maar een begin van de eindeloze ketting die voedselketen heet. Verspillingketen.
Laranjas
De motorista weet veel over de streek. Ook over de ‘laranjas’/’appelsienen’ of hoe via stromannen/vrouwen overheidsgeld voor eigen gebruik wordt overeind gedrukt. Zo privatiseerde toenmalig gouverneur Jaime Lerner in de jaren ‘90 een deel van de wegen in Paraná. Hij gaf voor 25 jaar concessie aan een firma, waarvan hijzelf grootaandeelhouder blijkt te zijn. De motorist meent te weten dat indertijd 3 miljoen real per dag bij Banco do Brasil werd binnengebracht. Het was goed voor een deel van de opbrengst van de door iedereen gecontesteerde te hoge taksen op de autowegen. Het werd met een privé-auto naar de bank gebracht. Met volle medewerking van de bankdirecteur werd dagelijks deze som naar Lerners dochter in Argentinië gestort. Lerners dochter, een laranja? Zo vallen er duizenden verhalen van corruptie te noteren in dit immense land, waar ondertussen miljoenen mensen proberen te overleven. Probleem is dat niemand het durft of kan bewijzen. Of de praktijk nu nog doorloopt, kan hij niet bevestigen.
Jaime Lerner is de internationaal geroemde architect-burgemeester-gouverneur die Curitiba uitbouwde tot een zogenaamde ‘groene’ stad.
Brazilië, een land van overvloed en verspilling
’s Avonds ga ik eten in pizzaria Don Sini. Ja, eenmaal per jaar ga ik naar deze vreetbarak. Eigenlijk alleen maar voor de dessertpizza’s met ‘Calzone de morange’/’Calzone van aardbeien’. Onbestaande in Europa: zoete pizza’s! Of althans, ik ken ze niet. Maar wat moet je er hier zoal bij nemen? Het is een ‘rodígio de pizza’, zoals je hier rodízio de carne (churrasco) hebt, rodígio de peixe (vis), etc. Eten tot je er bij neer valt, met andere woorden. La grande bouffe. Ze blijven met stukken pizza’s afkomen, tot je echt uit: ‘Nu is’t genoeg geweest!’. Ondertussen hoor je niet de randen van de pizza op te eten. Die worden in’t midden op een bord gelegd. Om weggegooid te worden. Als zuinige, beleefde Vlaming eet ik die wel op. Het vuilbakbord blijft leeg en ik kan de toevloed aan diverse pizza’s duidelijk niet aan. Best stresserend, want ze staan om de minuut met nieuwe pizza aan je tafel.
En Europa dan?
Er wordt veel weggegooid in restaurants, maar hoe zit dat globaal genomen in de gezinnen? In Brazilië zou gemiddeld 30 procent van wat geoogst wordt, uiteindelijk verloren gaan aan vervoer, rotten, weggooien. Bijna zes op de tien van de Europese huishoudens meent dat zij niet teveel afval produceren, zo blijkt uit een Eurobarometerstudie. Dat staat in sterk contrast met de halve ton afval die Europeanen elk jaar weggooien. EU-burgers zijn zich evenmin bewust van de hoeveelheid voedsel dat verspild wordt. Uit een Britse studie blijkt immers dat een vierde van de voedingsmiddelen weggegooid wordt, terwijl 60 procent van die verspilling vermeden kan worden. Het is niet alleen een onnodige ecologische belasting. Denk maar wat er aan water, grond, energie nodig was om een stuk vlees in de ijskast te krijgen… om het daar vervolgens te laten rotten. “Zuiniger omspringen met voedsel zou gezinnen ongeveer 500 euro per jaar besparen”, zegt EU-Commissaris voor Leefmilieu Janez Potocnik. (1)
Agro-ecologische intensivering
Op een studiedag in het Europese Parlement (EP) (2) stelde Bob Watson het onlangs op zijn manier: “30 tot 40 procent van de voedselproductie wordt wereldwijd verspild, zowel in het Noorden als in het Zuiden van onze planeet.” Watson coördineerde tot drie jaar geleden het VN-rapport ‘Landbouw op een kruispunt’ (IAASTD) (3). In dit onderzoek van 400 wetenschappers wordt gesteld dat we geen industrialisering van de landbouw nodig hebben, maar dat de boerenlandbouw met agroforestry- en andere agro-ecologische systemen moet ondersteund en verder uitgebouwd worden. Een warm pleidooi voor agro-ecologische intensivering i.p.v. input-intensivering. VN-rapporteur voor het recht op voedsel, Olivier de Schutter, is in het EP dezelfde mening toegedaan: “De overheden hebben een kortzichtige reflex op de voedselcrises: ze stimuleren vooral de productie. Zo wordt er geen link gelegd tussen de voedsel-, de milieu- en de armoedecrisis. Agro-ecologie is de enige uitweg.”
Als we aan eiwittransitie willen werken, is het niet alleen zaak van minder dierlijke eiwitten te eten, maar ook van wereldwijd minder voedsel te verkwisten. In de agro-ecologische intensivering zal er minder plaats zijn voor een hoge consumptie van dierlijke proteïnen. Gelukkig maar.
Luc Vankrunkelsven,
Chapecó, Hoofdstad van het vlees, 1 april 2011.
(1) Eurobarameter ‘Attitudes of Europeans towards resource efficiency’: http://ec.europa.eu/public_opinion/flash/fl_316_en.pdf
(2) Voor verslag en alle toespraken, zie: http://www.futurefarmsandfood.eu
(3) www.wervel.be/downloads/IAASTD.pdf en www.agassessment.org
|