spacer
spacer
       
Home
Publicatielijst
Wervelkrant
Sojaflitsen
Boeken
 

26 mei 2010: Vlees voor vrede?
Share/Save/Bookmark

Goiâna is altijd bijzonder intens: palestras in universiteiten, interviews voor radio’s, TV, kranten.
Deze ochtend ontspon zich een interessante discussie in de Federale Universiteit.
Na de uitleg over de geschiedenis van het veevoer en de (inter)afhankelijkheid Brazilië-Europa is er debat met de zaal. Een man had een interview op de radio gehoord en stapte prompt naar de universiteit. Hij is landbouwingenieur, werkte voor een chemisch bedrijf, nadien voor het onderzoekscentrum van de federale overheid (Embrapa) en is nu raadgever i.v.m. diervoeding van runderen.

Food for Peace

Blijkbaar bracht de uitleg over het Amerikaanse programma van ‘Food for peace’ (1) de goede man terug bij zijn jeugd. Hij vertelt: “In de jaren ’60 werd inderdaad graan geschonken. Als kind maakte ik mee dat het graan aan de kerk in Goiás Velha werd gegeven. De kerk leverde het graan aan de bakkers en zij zorgden dat we brood hadden. Dankzij deze hulp konden wij ons ontwikkelen. Zo konden we zelf een agroindustrie opbouwen en nu hoor ik dat wij onze kippen goedkoop kunnen leveren aan Afrikaanse volkeren. Wel, ik ben daar fier op! Zoals wij indertijd konden beginnen, dankzij het buitenlands graan, zo kunnen nu de Afrikanen technieken van ons overnemen en zich ontwikkelen.”
Stilte in de zaal. De uitleg voordien was juist dat door ‘Voedsel voor vrede’ de Verenigde Staten heel strategisch de Pax Americana oplegden en nog opleggen. Het werd het begin van het Amerikaanse model van produceren en consumeren, zowel in Europa als in Brazilië en in andere landen. Europa had al de ervaring van het Marshallplan na de Tweede Wereldoorlog. De tot ‘derde’ gemaakte wereld  krijgt sinds de jaren ’50 het graan van Food for Peace over zich heen. De film van de ‘Gekke Kippenziekte’ toont nochtans glashelder aan dat de goedkope, ingevroren kippen van Brazilië en Europa de plaatselijke economie en cultuur in diverse Afrikaanse landen vernietigt. Hoezo ‘ontwikkeling’? Nu Brazilië een economische grootmacht aan’t worden is, krijgt ze gelijkaardige imperiale trekken. ‘Brazilië is fier dat het de magen en de auto’s van de wereld zou kunnen voeden. Wij hebben deze exportroeping. Is dat niet mooi?’

Een andere man uit de zaal vult aan: “In die periode dat de tarwe ons overspoelde, stopte de kleinschalige verwerking van maniok. Ik ben van Espirito Santo. Daar waren heel veel bedrijfjes die maniok verwerkten, op basis van waterkracht. Zoals u uitlegde, is de broodcultuur op basis van tarwe ons opgedrongen. Alleen Zuid-Brazilië kan nu tarwe telen. Het grote volume wordt ingevoerd vanuit de Verenigde Staten en Argentinië. De broodcultuur vervreemdt ons en maakt ons structureel afhankelijk van import. Nochtans behoort maniok tot ons basisvoedsel. Bovendien bevat het groen van de plant veel proteïnes. Dat is ideaal als diervoeding.”

Belastingssysteem bevordert export

Ik mijmer verder: “Het is niet dat we persé tegen handel en export moeten zijn, maar voedselsoevereiniteit is toch wel iets anders dan kippen die als symbool van globalisering elders culturen vernietigen. Of is het normaal dat importland Brazilië anno 2010 vanuit deelstaat Paraná tarwe uitvoert naar tarwe-exporteur Frankrijk? Paraná voert jaar na jaar meer en meer tarwe uit. Als de manieren van eten in Goiás dan toch veranderd zijn en de mensen tarwebrood eten, waarom voert Paraná dan uit, terwijl het land structureel miljoenen tonnen moet invoeren? Zou het kunnen dat het belastingssysteem deze anomalie verklaart? Sinds1996 kent Brazilië de ‘Wet Kandir’: onverwerkte (bv. tarwe en soja) of halfverwerkte (bv. Eucalyptuspulp) bulkproducten kunnen zonder belasting te betalen het land verlaten. Als deze producten van deelstaat naar deelstaat getransporteerd worden, moet er wel belasting betaald worden. Versterkt deze wet niet in extreme mate het landbouwexportmodel? Gecombineerd met het feit dat er in de Europese Unie sinds 1962 geen belasting betaald wordt op de import van oliehoudende gewassen, brengt dit mee dat de EU extreem afhankelijk werd gemaakt van (te) goedkope proteïnen overzee: 39 miljoen ton soja, waarvan 20 miljoen ton uit Brazilië. Het gaat dikwijls om wetten en internationale dictaten, op maat gesneden van de groten der aarde: Nestlé, Cargill en co. Hetzelfde Nestlé dat in Goiâna het departement landbouw van de Federale Universiteit sponsort. Hetzelfde Cargill dat in de eeuwenoude universiteit van Leuven heel wat lonen verzekert. En laat ons last but not least Monsanto niet vergeten. Anno 1997, midden het hevige GGO-dispuut openbaarde Wervel dat een debat aan de Vrije Universiteit Brussel over de ‘objectiviteit van de wetenschap’ betaald werd door Monsanto. Via het lobbybureau Interel. ‘Via’, om het opgezet spel onzichtbaar te maken. Vandaar de ‘openbaring’. (2)

De dochter van de agrônomo is ook in de zaal. Ze vertelt dat de generatie van haar vader opgegroeid is tijdens de militaire dictatuur. Aan de universiteit werden voor hen vakken zoals geschiedenis en filosofie geschrapt. Een louter technische vorming, gestoeld op de Amerikaanse ideologie van vooruitgang, maakt dat de grote meerderheid van deze mensen niet anders meer kàn denken. “We zaten in de miserie. Als we het Amerikaanse model kopiëren, dan geraken we eruit. Terwijl de dependentietheorie juist aantoont dat de periferie (bv. Brazilië) moet zorgen voor goedkope grondstoffen voor het centrum. De conservatieve modernisering voltrok zich eerst op het platteland en nu volop in de steden. Het consumisme viert nu hoogtij: ieder zijn auto, ieder haar GSM, met zijn allen samen Fastfood en Coca Cola. Het consumptiemodel van Europa en Amerika is een icoon. Om te aanbidden en na te volgen .”

De dependentietheorie is niet achterhaald, maar met de opkomende landen (Brazilië, China, India, Rusland) liggen de kaarten toch iets anders dan 40 jaar geleden. De Braziliaanse kippen, de Braziliaanse suiker en ethanol zorgen nu evengoed voor ontwrichting van economie en cultuur in andere continenten. Het mag dan nog dikwijls buitenlands kapitaal zijn dat hier de ethanolfabrieken zet, de eigen Banco do Brasil financiert volop de agronegócio om de wereldmarkten te veroveren.
Noemde Landbouwminister Rodrigues de internationale landbouwmarkt niet de ‘Derde Wereldoorlog’ die Brazilië moet winnen? (3)

Luc Vankrunkelsven,
Goiâna, 26 mei 2010.

(1) ‘Food for Peace’, sinds 1955 programma van de Verenigde Staten om via voedselhulp hun graan kwijt te geraken. Meer info: ‘Veevoer, een geschiedenis van (inter)afhankelijkheid’ in: ‘Brazilië-Europa in fragmenten?’, Wervel, 2010.
(2) Zie de verslagkrant (‘Gentechnologie, een hapklare brok op ons bord’) van Wervel i.v.m. een seminarie  over Genetisch Gemanipuleerde Organismen (GGO’s), vlak  nadat de eerste boot met GGO-soja in Antwerpen binnenkwam. De krant verscheen tijdens het debat in de VU over de ‘objectiviteit’ van de wetenschap.
(3) Zie ‘Soja en oorlog’ van dezelfde auteur in ‘Dageraad over de akkers. Soja anders.’ Dabar-Wervel, 2007.

 
     
spacer

Deze site kwam tot stand in het kader van het E-Coop project
Website gemaakt met Joomla! AWStats