|
Recent werd Mato Grosso in twee Amerikaanse studies nog eens betiteld als de kampioen in de ontbossing, al zou het de laatste jaren wat afnemen. Naast de jacht op hardhout en de opmars van het rund (1) is de soja de grote boosdoener. Wat de studies er niet bij vertellen is dat er al decennialang kaarten bestaan over waar de ondergrond razend interessant is voor mijnbouw. Andere kaarten tonen dan weer aan dat uitgerekend daar nu dikwijls soja staat, in handen van buitenlandse bedrijven. Bijvoorbeeld Amerikaanse. Weinigen hadden toegang tot die kaarten, al moeten de opeenvolgende regeringen het toch wel geweten hebben.
Soja als camouflage
Met veel kosten aan input zijn deze bedrijven voor de buitenwereld sojatelers. Het brengt natuurlijk wel wat op, maar de inspanning dient een ander doel en wel op langere termijn. De Braziliaanse wet stipuleert dat niet-productieve bedrijven kunnen onteigend worden en herverdeeld onder de vele landlozen, die het land rijk is. Dàt moet vooral voorkomen worden. Dan maar soja zetten! Daar is toch heel wat vraag naar. Als er ooit tekort komt aan grondstoffen en de prijzen stijgen, dan kan een toelating tot mijnbouw aangevraagd worden.
Mijnbouw is niet alleen in Minas Gerais (Letterlijk: ‘Algemene Mijnen’) een lange traditie. Nee, ook Mato Grosso heeft zijn verhalen en zijn bergen met mijnafval. Zo wordt in de volksmond van Cuiabá verteld dat Margareth Thatcher, Brits ex-premier, hier diverse mijnsites had. In werkelijkheid gaat het om mijnbouw onder de vleugels van BP (British Petroleum), waar inderdaad nogal wat Britten en het Britse koningshuis aandelen in hebben. Ik ontmoette iemand die jarenlang de uitvoer van zakken van 800 kilogram moest controleren. In deze zakken zat een mengeling van diverse ertsen, die recht naar Groot-Brittannië gingen. Beweerd wordt dat er veel minder werd aangegeven voor de belastingen, dan dat er in werkelijkheid uitgevoerd werd.
Zandstormen
Conventionele landbouw heeft iets van mijnbouw: zoveel mogelijk uit de grond halen om haar dan uitgeput achter te laten. Het samengaan van landbouw als een vorm van mijnbouw heeft niet alleen gevolgen voor grond en ondergrond. Ook het klimaat verandert, omwille van de CO2 die vrijkomt en omwille van de aarde die blijvend verhit wordt. Rivieren drogen uit. De waterspiegel daalt. Een beboste streek krijgt haar afkoeling en houdt een subtiel klimaatsysteem in evenwicht. Honderden kilometers ontbossing met monocultuur soja zorgt voor opstijgende warme lucht en wervelwinden. Dat fenomeen begon in de jaren ’30 van de 20ste eeuw in de Verenigde Staten. De Amerikanen werden toen voor het eerst opgeschrikt door voor hen onbekende zandstormen. Mato Grosso kent nu de laatste jaren ook zijn cyclonen….
Je zou er wanhopig van worden
Toch zijn er mensen die standvastig werken aan herstel. De laatste dag in Cuiabá ontmoet ik een broeder van de Salesianen. Hij richtte AMA op en boort al 52 jaar waterputten bij inheemse groepen. Door de oprukkende soja wordt het waterprobleem bij deze groepen alleen maar scherper. Met AMA zijn ze slim: opdat de fazendeiros niet steeds verder in de reservas van de inheemsen zouden binnen dringen, boren ze putten aan de rand van de reservaten. Zo staan de dorpen nu strategisch aan de buitenkant van hun gebieden. Een fazendeiro durft dan minder goed grond in te pikken. Vorig jaar nog hielden ze op deze manier Blairo Maggi buiten. Hij is één van de grootste sojaboeren en tot voor kort gouverneur van Mato Grosso. Je zou van zo iemand verwachten dat hij de wetten kent en respecteert. Als hij zijn soja in Europa komt slijten, proclameert hij zo graag: ‘Wij handelen alleen binnen het wettelijke kader’.
Waterputten schijnen efficiënter te zijn om zo iemand tegen te houden dan wel wetten.
Luc Vankrunkelsven, Cuiabá, 30 april 2010
PS. 1.: Bij het afwerken van deze tekst krijg ik een e-mail uit Brussel binnen. Daar loopt momenteel in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg een toneel over de Belgische kolonisatie in Congo en over ’50 jaar onafhankelijkheid van Congo’. De actualiteit wordt in het toneel verwerkt, o.a. dat de Chinezen nu de rol van de Belgen overnemen in het wegslepen van grondstoffen. In het theater zingen de Congolezen: “Wij hebben de bossen, jullie het hout; Wij hebben het water, jullie de vissen; Wij hebben de petroleum, jullie de auto's...”
Wat zouden de Brazilianen in zo’n toneel zingen?
PS.2.: De laatste avond krijg ik de onverwachte kans om de Braziliaanse kerk ‘Santo Daime’ te leren kennen. In de religie staat het drinken van de Ayahuasca centraal, een thee gemaakt van de slingerplant Cipó Jaguba en de Rainha, een struik verwant met de koffieplant. De religie ontstond tussen de rubbertappers van Acre. De stichter is meer bepaald mestre Raimundo Ireneu Serra (1890-1971). De thee met geestesverruimende krachten is een erfenis van vele inheemse volkeren uit de Andes en van het Amazonegebied. De omvorming in Santo Daime maakt dat de religie nu ook in vele steden verspreid is, tot en met in Europa. Respect voor de natuur en voor het universum staan centraal. De actuele, kortzichtige vernietiging van ecosystemen voor geldelijk gewin zijn voor hen dan ook een gruwel. Het is evident dat de gevestigde kerken uit de joods-christelijke traditie het verspreiden van deze ‘natuurkerk’ met argusogen bekijken. Met hun sterk antropocentrische visie en praktijk (de mens en zijn God centraal) zouden ze van deze beweging nochtans heel wat kunnen opsteken om eindelijk een ecologische spiritualiteit te integreren. Meer info over de opgang van deze ‘ecologische kerk’: www.santodaime.org , www.mestreireneu.org Zie ook de boeken van de Braziliaanse benedictijn Marcelo Barros: “De spiritualiteit van water”, Averbode 2006 en “Hemel en aarde huwen”, Averbode 2010.
(1) Zie ook de studie van Greenpeace-Brazil, voorjaar 2010: “Amazon Cattle Footprint. Mato Grosso: state of destruction.”
|