spacer
spacer
       
Home
Publicatielijst
Wervelkrant
Sojaflitsen
Boeken
 

24 april 2010: Koffie-rund-soja-strategie
Share/Save/Bookmark

Soja-akkerHet moment is gekomen om me nog eens te confronteren met de trieste sojarealiteit en exportstrategie.
Ik trek een dag rond met João Damásio van CPT in de ‘Cone Sul van Rondônia’, daar waar recent de soja begint op te rukken. We rijden door wijken waar tot voor kort nog leven in overvloed was. Door de opkomst van de soja staan heel wat boerderijtjes leeg, omgeven door de wonderboon. Het gemeenschapsleven sterft uit, terwijl het gif wordt rond gespoten. Terwijl grote silo’s de ‘grãos’ drogen en 20-tonners staan te wachten om hun vracht op te slaan, vertrekken andere gevaartes om de wegen richting Porto Velho kapot te rijden.

Verkrachting van Moeder Aarde. Verkrachting van het kind in ons midden.

Aan de grens met Bolivia ligt Pimental. De estrada is een geliefkoosde route voor trafikanten van drugs en andere louche zaken. In het gat dat de Federale overheid hier laat, is zelfs de overheid van Rondônia gesprongen. Ze zitten mee verstrengeld in de maffia.
In de gemeente is de werkloosheid  dan ook bijzonder hoog en tiert de prostitutie welig. Terwijl de katholieke kerk wereldwijd in crisis is omwille van pedofilie van priesters, is het hier nog ander bier: bijna alle meisjes vanaf 12-13 jaar lopen er zwanger rond. Ik verneem dat de Vlaamse bisschop van Brugge juist is afgetreden wegens seksueel misbruik. Het is goed dat de verborgen, perverse kanten van de kerk worden geopenbaard en bestraft. Anderzijds vind ik het wat hypocriet wat nu in de media gebeurt. Van mijn 22-jarig contact met mensen-met-incestervaring weet ik dat het meeste misbruik binnen de ‘veilige omwalling van het gezin’ plaatsvindt. Incest dus, of we nu in Brazilië zitten of in Europa. Daar hebben een minderheid van de priesters die zich aan kinderen vergrijpen, niet veel mee te maken. Wél vaders, moeders, broers, nonkels, grootvaders of andere personen waar een kind naar opkijkt.

Een strategie van de overheid?

 “Wat is hier gebeurd”, vraag ik João Damásio?
João: “In de jaren ’60-’70 was er een sterke propaganda van de militaire dictatuur om richting Amazonewoud te trekken. De slogan luidde: ‘Mensen zonder grond, grond zonder mensen’, alsof in het woud geen inheemse volkeren en quilombos (afstammelingen van ontsnapte zwarte slaven) zouden leven. Vooral mensen van Paraná, Minas Gerais en Espirito Santo gingen op deze lokroep in. Ze werden gestimuleerd/verplicht om zoveel mogelijk te ontbossen en ze deden wat ze van in hun thuisland kenden: koffie planten, gecombineerd met wat voedsellandbouw voor de locale gemeenschap. Sinds de jaren ’80 kwam er overproductie en zakten de prijzen in elkaar.”
Ik mijmer verder: “Ja, overproductie in het koffieland Brazilië en op de internationale markt kwam een nieuwe speler: Vietnam. Frankrijk en de Wereldbank stimuleerden dit land om vanaf de jaren ’80 massaal koffie aan te planten. Op korte tijd werd het de tweede koffieproducent ter wereld. Met de gekende gevolgen.”
João: “Het is een beetje te vergelijken met wat hier begin 20ste eeuw al eens gebeurde. Het Amazonegebied werd een trekpleister voor de gegeerde rubber en zijn boom, de serinjeira. De Britten namen zaden van de boom mee, plantten hem in Azië en na een tijd stortte de markt in, want de plantages elders leverden goedkoper en meer rubber dan de natuurlijke situatie in Brazilië.”
“Komt er nog bij dat tijdens de Tweede Wereldoorlog de Duitsers niet over rubbertoevoer beschikten. Ze vonden synthetische rubber uit, op basis van petroleum.”
João: “Tijdens dezelfde oorlog legden de Amerikanen aan de Amazone nog een hele infrastructuur aan om rubber naar de Verenigde Staten te verschepen. Na de oorlog werd alles halsoverkop in de steek gelaten.”
“Zo gaat dat.”
João: “In de crisis van de jaren ’80 werden de mensen gestimuleerd om zich op rundvee en melkvee te storten. Dat fenomeen en de fenomenale stijging van de productie ken je. En nu rijden we hier in Zuid-Rondônia rond, waar de soja begint op te rukken.”
“Een recente studie in Curitiba/Paraná maakt zichtbaar hoeveel belasting op een product betaald wordt. Het is niet toevallig, denk ik, dat er bij aankoop van rundvlees maar 17,50 % en van melk 12,50 % belasting wordt betaald. Rundvlees draagt niet veel meer belasting dan rijst (15,30 %), wat toch écht wel een basisproduct is. Vergelijk even met licht (47,10 %) en bier (54,8 %). Dat even terzijde, een waarneming  met de ogen van een Belg voor wie rundvlees bij aankoop bijzonder duur is.
Zijn degenen die nu op soja overschakelen allemaal fazendeiros of hoe gaat dat in zijn werk?”
João: “Zowel fazendeiros als kleinere boeren beginnen soja te zetten. Onze angst is dat de kleinen de mentaliteit van de groten beginnen over te nemen en dat ze niet meer gaan inzetten op de basisproducten feijão, rijst, maniok, groenten, fruit. Als op den duur ons land wordt vol gezet met soja, maïs en suikerriet voor de export, zal er een tekort aan voedsellandbouw komen en zullen de prijzen serieus stijgen.”
“Hoe verloopt het hier?”
Luc: “Niet alle fazendeiros hebben veel grond. Ze huren grond van de agricultura familiar. Deze kleine producenten verhuren gedeeltelijk of helemaal hun grond om er jaarlijks soja en maïs op te laten zetten. Ze behouden voorlopig hun lote, verhuren het, maar velen trekken naar de stad, zoeken daar ander werk en hebben niet meer de moed of de zin om naar de roça/akker terug te keren. Hun huisjes staan zielig leeg tussen de soja. Dit proces voltrekt zich de laatste jaren in deze streek, maar vind je in vele regio’s van Brazilië terug.”

Wég dat bos! 


We rijden door het land. De meeste soja is juist geoogst en maïs werd al ingezaaid. Camions staan in rijen aan de recent opgebouwde droogsilo’s. Nadien rijden ze naar Porto Velho, waar de soja in grote bakken op de Rio Madeira tot aan de Amazonerivier geduwd wordt. Van daaruit gaat het goedje met oceaanreuzen richting Europa, Japan en China. De meeste soja van Mato Grosso verdwijnt op dezelfde manier richting oceaan.
We zien met eigen ogen de strategie om hun sojagrond uit te breiden. Branden en met vliegtuigen sproeistoffen verspreiden mag in deze streek niet meer, maar beide praktijken blijven doorgaan. Onmiddellijk rooien zou te zeer opvallen voor de satellieten. Daarom wordt eerst het beste hout uit het bos gehaald om dan met een vliegtuigje Roundup over de binnen te halen bossen/grond uit te strooien. ‘Op een onverklaarbare wijze’ verdrogen de bossen. Nadien worden ze stoemelings in brand gestoken. Bij voorkeur ’s nachts, omdat dan de satellieten de ontbossing niet detecteren. Gaandeweg wordt dan het land ingelijfd en vol soja-maïs gezet.

Onze jarenlange onderhandelingen in Europa met de veevoedersector om de sojahandel wat meer ‘verantwoord’ te maken, schieten me door het hoofd. De agroindustrie en de Boerenbond hebben zich nu op de internationale ‘Round Table on responsable soy’ gestort: om de eigen industriële belangen toch vooral maar niet te schaden. Welkom is het dan om aan de internationale machinerie een sociaal-groen tintje te geven. Binnenkort komen er criteria die zullen gelden om soja ‘maatschappelijk verantwoord’ te noemen. De soja zal niet meer mogen komen uit recent-ontboste gebieden, maar wie gaat ooit deze sluipende ontbossing controleren of in rekening brengen? Niemand. Houden we dan met onze labels geen onverantwoorde, dikwijls criminele situatie in stand door ze ‘maatschappelijk verantwoord’, laat staan ‘duurzaam’ te noemen?

Complicado… Legal! 


Urucum vruchtenWe bezoeken Aparicido Santana en Denize Monteiro. Zij hebben nog vier alceres ‘urucum’ in productie en verhuren 19 alceres voor het schema soja-maïs. Ze hebben hiermee een goed inkomen, maar ze merken wel dat door het gif dat de huurder op de soja spuit, hun fruit geen goede vruchten meer geeft. Het is bijna gedaan met papaya, acerola en pocan.  
Denize: “Als we deze veranderingen waarnemen bij de planten, wat moet dat dan betekenen voor de mensen die dat gif zonder enige bescherming spuiten?”
Ik merk even op: “En voor jullie die er tussen leven?”
Ze knikken instemmend.
“Complicado”, zucht Aparicido.

We bezoeken nadien het unieke bedrijf van Dionísio Martins de Oliveira. Ook hij deed mee aan de ontbossing, maar vanuit vorming bij de CPT, eigen waarneming van de natuur en studeren, ontdekte hij dat we met agroforestry-systemen en met polycultuur veel meer kunnen bereiken dan met de afhankelijkheid van één of twee producten. Het is een feest om in zijn eetbos rond te lopen. Te veel om op te sommen wat een diversiteit hij om zich heen heeft. Voor het eerst zie ik in Brazilië o.a. koffie onder bomen staan. Zoals in Midden-Amerika. Hij doet heel wat waarnemingen. Zo beweert hij dat op de stukken waar nooit vuur gemaakt werd, de biodiversiteit heel wat hoger is dan op de afgebrande stukken.
Mooi op een rijtje liggen hier drie verschillende landbouwmodellen: de buur links heeft koffie in monocultuur en in de verzengende zon, zoals Brazilianen dat al van de 19e eeuw doen.  Zijn buur rechts heeft het gezien in soja met het nodige gif. Middenin ligt het paradijs van Dionísio waar in de lommer geteeld wordt en waar veelvormigheid van leven troef is. Het is alleszins een bewijs dat amper op 15 jaar tijd er een herstel aan biodiversiteit kan intreden, als we de zaak maar verstandig en vooral met wijsheid aanpakken. Ik leen hem even de DVD over de recente opmars van agroforestry-initiatieven in Europa. Hij is in zijn nopjes, al weet hij dat de Europeanen op het vlak van agroforestry bij Brazilianen, Indonesiërs en andere volkeren in de leer moeten gaan. De recente hoofdstroom in die landen is natuurlijk die van het grote geld. Geld dat vlug veel moet opbrengen, wat bomen niet gegeven is. Op iets langere termijn brengt het echter een veelvoud op van wat monocultuur soja in het laadje kan brengen. Legal.

Zijn hier dan gezinnen verdreven? 


’s Namiddags moet ik even spreken voor de plaatselijke katholieke gemeenschap of voor wat er van overblijft. Deze keer ligt het niet meteen aan de concurrerende evangelische kerken, maar aan de pletwals van soja-maïs. Waar 10 jaar geleden voor zo’n bijeenkomst 500 mensen zouden opdagen, vallen er nu amper 40 zielen te tellen. Na mijn inleiding vraagt een man: “Is hier eigenlijk wel iemand verdreven? Zijn ze niet allemaal uit vrije wil naar de stad gegaan?” Inderdaad, met de god TV die dagelijks het stadsleven idealiseert, is het moeilijk om enthousiast op het platteland te blijven. Velen trekken nadien zelfs verder naar ‘uitstalraam Amerika’ of ‘supermarkt Europa’. Dààr is iedereen rijk. Zo laat de TV het althans overkomen.
Blijkt achteraf dat de man één van de aanwezige sojaboeren is. Het is dan ook een typische vraag, die de agronegócio altijd wat ‘onschuldig’ stelt: “Hoe? Verdreven?! Ze zijn toch uit vrije wil weggegaan!”.
Vrije wil, ja, als je geleeg wordt platgespoten! Als de ‘pensée unique’ de streek begint te teisteren. Als de ‘modernisering’ en de exportbelangen van de god agronegócio het land naar zijn beeld en gelijkenis omturnen.

Kerktoren in de opgespoten haven. 


De kerkgemeenschap wordt hier drastisch uitgedund door de lokroep van de stad. Door het dictaat van de soja ten behoeve van de vleesetende planeet en zijn dieselmotoren. Ik moet willekeurig terugdenken aan wat zich in de jaren ’60 van de twintigste eeuw elders voltrok. Aan de andere kant van de oceaan, met de uitbreiding van de haven van Antwerpen. Dààr waar de containers aankomen en de bulk van, euh, laat ons een voorbeeld geven: soja. De goede poldergrond werd ondergespoten. Hele dorpen verdwenen. Alleen een geklasseerde kerktoren mocht tussen de containers blijven staan. Als een herinnering uit ver vervlogen tijden.
Is dat het beeld van de moderniteit dat ons gegeven is? Ons toekomstvisioen?

“Als het visioen ontbreekt, verwildert het volk”, zegt Deuteronomium.
Zitten we nu met een modernisering opgescheept of met een verwildering?

Luc Vankrunkelsven,
Vilhena, 24 april 2010

 
     
spacer

Deze site kwam tot stand in het kader van het E-Coop project
Website gemaakt met Joomla! AWStats