|
Zoals elk jaar ben ik te gast bij de familie Marfil. Telkens opnieuw een warm weerzien, maar ook interessant om nieuwe ontwikkelingen in Brazilië te volgen. Deze keer zie ik onmiddellijk effecten op het bedrijf zelf.
Sinds enkel jaren is Marfil afgestapt van het telen van biologische groenten, maar concentreert hij zich op fruit en de verwerking ervan, biologische markten en biologische granen. Voor dat laatste installeerde hij enkele jaren geleden een molen. En wat blijkt nu? Sinds januari 2010 is er een nieuwe federale wet in voege, die bepaalt dat 30 % van alle aankopen voor de ‘alimentação escolar’ (het eten dat de leerlingen op school krijgen) van de Agricultura Familiar moet komen. De wet betreft eigenlijk niet alleen scholen, maar alle publieke aankopen van voedsel voor ziekenhuizen, het leger, etc.
Afgezwakte revolutie
Op het eerste gezicht brengt deze wet een ware revolutie te weeg. En inderdaad, de bedrijvigheid op deze chácara en bij AOPA (Associação para o desenvolvimento da agroecologia) is enorm toegenomen. De wet kwam er na een heftige strijd, want de groten en de agronegócio laten hun macht niet zomaar inperken. Het is te vergelijken met de strijd in de Verenigde Staten i.v.m. de ziekteverzekeringswet. Na een jaar strijd en lobby kreeg president Obama begin 2010 zijn wet erdoor. Ze werd ook flink uitgehold om een meerderheid voor de stemming over de streep te krijgen. Ondanks de afgezwakte versie blijft het een overwinning van formaat, na 100 jaar discussie in het machtigste land ter wereld. Een land waar tientallen miljoenen mensen geen ziekteverzekering hadden. In het Braziliaanse voorstel van wet stond dat de aankopen sociaal, economisch en juridisch via landbouworganisaties zouden moeten lopen. Het zou niet zomaar een handel mogen worden, maar ondersteund door vorming en het organiseren van de boeren. Het lobbywerk van de grote (zogenaamde) coöperatieven bekwam dat het via ‘coöperatieven’ kan en dat het op de eerste plaats juridisch moet in orde zijn. De diverse instanties moeten namelijk aan het eind van het jaar kunnen bewijzen dat ze effectief 30 % van hun aankopen bij de gezinslandbouw doen.
Wat is nu het probleem?
Het is een situatie die vergelijkbaar is met de coöperatievenmacht in Europa. Tot 80 % van de leden van de grote Braziliaanse coöperatieven zijn boeren uit de Agricultura Familiar, maar 90 % van de omzet komt van de fazendeiros. Zij kunnen dus nu vlot bewijzen dat ze de vereiste 30 % leveren, terwijl het in de feiten bulk blijft van de agronegócio. Het is te vergelijken met een recente beslissing van Milcobel, de grootste zuivelcoöperatief in België. Ze groeperen 1/3 van de melkveehouders. Ze pakken nu, na de grote zuivelcrisis van 2009, uit met ‘Faire melk’ in supermarkt Delhaize. Het gaat om een symbolische geste, want consumptiemelk betreft maar 12 % van de Belgische productie. De grote meerwaarde, o.a. voor de export, wordt elders gemaakt. Juist daarom was en is Milcobel niet te vinden voor hogere prijzen, of haar leden nu boeren zijn of niet. Ze zijn namelijk gewoon een machtige speler in de internationale agroindustrie met zijn exportbelangen en daarom goedkope ‘grondstoffen’ wil. Bovendien wordt met de recente beslissing het concept ‘Fair Trade’ uitgehold. Terwijl Max Havelaar een reeks voorwaarden heeft op sociaal, economisch en ecologisch vlak, is hier alleen sprake van een iets betere prijs.
En toch. Als boeren goed georganiseerd zijn, zoals bij Aopa in Curitiba, dan slagen ze er in hun omzet richting scholen en andere instellingen te verhogen. Bovendien bepaalt de wet dat binnen de vijf jaar deze 30 % biologisch voedsel moet zijn. Dat kan een flinke boost geven aan de agroecologia. Temeer daar de gangbare landbouw stilaan in serieuze crisis komt, omwille van de dure en in te voeren chemische meststoffen en pesticiden. Een verschil met openbare aankopen voor overheden in België is dat de laagste prijs het haalt. Hier is er een referentieprijs van de Conab (Companhia nacional de abasteçimento). Deze pakt doorgaans positief uit voor de kleinen, al zijn de gangbare prijzen in de streek van Curitiba hoger voor de gangbare producten dan voor de biologische. Dat vraagt dus dringend nog wat bijschaving. Ondanks deze handicap kunnen de bioboeren, die zich organiseren via Aopa aan 40 scholen van de gemeente Pinhais leveren.
Benieuwd hoe binnen vijf jaar deze wet doorwerkt. Ja, Europa kan heel wat leren van de langzame stappen die in Brazilië gezet worden. Brasil, het land waar de meeste chemische producten gebruikt worden, maar waar tegelijk een onderstroom is die de omkeer doet. Zelfs wetten lijken nu die marginale onderstroom tot stroom te laten aanzwellen.
Luc Vankrunkelsven, Bocaiuva do Sul, 11 april 2010.
|