|
President Lula da Silva is enkele dagen te gast in Nederland. Nederland: een postzegel groot op de wereldkaart, maar één van de grootste landbouwexporteurs. Kaas, melkpoeder, kippenvlees, varkensvlees, bloemen, … Stilaan begint het door te dringen dat de uitvoer van dierlijke producten maar mogelijk is, dankzij de onbeschrijflijke sojastroom (grond, water, zon van elders) inwaarts - via Rotterdam. Hetzelfde Rotterdam dat schepen over de wereldzeeën stuurt met verwerkte producten. De meerwaarde blijft in het Polderland, mooi in de traditie van de eeuwenoude handelsgeest. Ondertussen is de moderne variant van de Oost-Indische Compagnie te vinden op Schiphol. Varkensvlees per vliegtuig naar Japan. Fantastisch.
De West-Indische compagnie was minder succesvol. Brazilië is nu eenmaal Indonesië niet. Drie eeuwen later komt een Braziliaanse president zijn ‘bio’producten verdedigen: biocombustiveis, biodiesel uit soja en ethanol uit suikerriet. Alsof hij de groeiende kritiek van NGO’s, de milieubeweging, presidenten Morales en Chavez wil pareren, doet hij een pathetische oproep aan zijn eigen landbouwminister. Hij vraagt niet alleen op energiegewassen in te zetten, maar om ook de productie van voedingsgewassen te stimuleren: rijst en bonen, melk, maniok, fruit. Niet alleen voor het eigen volk, maar ook voor de landen die deze basisproducten niet (meer) produceren. Europees agrokapitaal in de tropen Ik heb veel sympathie voor president Lula, maar gaat hij hier nu niet twee keer in de fout? (1) Midden in de internationale voedselcrisis, met opkomende voedselrellen in bijna alle continenten, wil hij met zijn immense land voortrekker worden, zowel in agrocombustiveis als in voedselproducten. Agrocombustivel (veis)? Ja, de internationale boerenbeweging Via Campesina, milieu- en andere bewegingen beginnen bewust het woord ‘bio’ te veranderen in ‘agro’. De nieuwe koorts van biocombustiveis gaat als een wervelwind over het platteland, verwoest de plaatselijke landbouwculturen, vergiftigt nog méér het water, doet de ontbossing versnellen, is één van de belangrijke oorzaken van de huidige voedselcrisis met wereldwijde schaarste en met hoge prijzen. ‘Agro’, omdat deze ‘nieuwe’ ontwikkeling volledig in de lijn ligt van de agronegócio -de internationale agro-industrie -, van de petroleummaatschappijen en van de banksector. ABN en Amro zijn prominent aanwezig in het beloofde land Brasil. De Europese suikerindustrie koopt aan de andere kant van de oceaan suikerfabrieken op en zet er momenteel tientallen ethanolfabrieken bij. ‘Agro’, omdat de nieuwe vernietiging volledig in de lijn ligt, van wat zich al vijf eeuwen in Brazilië en in andere kolonies afspeelt: dode monoculturen, in dienst van het moederland, het buitenland. Lula speelt er zelf op in. Tijdens zijn toespraak in Den Haag verwijst hij naar de Nederlandse aanwezigheid in Noordoost-Brazilië. De ‘Gouden Eeuw’. Welnu, laat ons deze band terug aanhalen. Jullie, Nederlanders, lieten indertijd de slaven suikerriet planten, laat ons nu de ethanol via Rotterdam aan Europa aanbieden. Ondertussen zijn de afhankelijkheidsrelaties toch veranderd en kunnen wij, Brazilianen, er lekker aan verdienen. Toch mooi! Wat kunnen al die criticasters daar toch tegen hebben? Ja, zelfs de katholieke bisschoppen van Brazilië waarschuwen voor een tweede, grootschalige plattelandsvlucht. Zij zien nù al dezelfde perverse effecten van de nieuwe agrarische revolutie. Zoals in de jaren ’60-’70 van de twintigste eeuw, met zijn zogenaamde ‘Groene Revolutie’, die 27 miljoen mensen van het platteland richting favela’s in de grootsteden of richting Amazonegebied deed verhuizen. Bisschoppen, blijf bij je altaar. Schoenmaker, blijf bij je leest. Zwijn en auto vinden elkaar Is dat geen leuk perspectief? Rotterdam, sinds 1962 de ‘muil van het zwijn Europa’. Anno 2008: 50 miljoen ton graanvervangers voor varkens, kippen, koeien, vissen. 37 miljoen ton hiervan is soja, vooral sojameel voor het veevoer. 20 miljoen ton van deze soja komt uit Brazilië. Laten we nu éindelijk het verhaal eens compleet maken: Rotterdam, als ‘tank van de auto Europa’. De Nederlandse staatssecretaris voor Buitenlandse handel, Frank Heemskerk, ziet het al helemaal zitten. Hij droomt van Rotterdam als ‘ethanol-hub’ voor de Europese Unie. Nieuwe gouden tijden breken aan. Op de kade zetten varkens en auto’s een rondedans in. Hand in hand. Ze ontmoeten elkaar in de wonderboon: sojameel voor de één, biodiesel voor de ander. Zo gaat er niets verloren. Exportroeping De caboclos (2) in Maranhão zullen het geweten hebben. Hun typische cultuur en hun voedsellandbouw worden de laatste jaren overruled door de soja uit Zuid-Brazilië. São Luis is niet alleen de hoofdstad van hun deelstaat, maar ook de haven die het dichtst bij Europa ligt. Bij Rotterdam. President Lula mag dan wel een warme oproep doen om meer rijst en bonen te planten, het zijn juist deze basisproducten die in het gedrang komen door de opmars van wat zwijn en auto vragen. Geld kan je maar één keer uitgeven. Grond kan je niet in twee verdiepingen bewerken. Er zullen internationaal keuzes gemaakt moeten worden. In Nederland. In België. In Europa. In Washington DC. In Brasília. President Lula gelooft in de agro-exportroeping van zijn land. In de lijn van de Verenigde Staten van Amerika. De Amerikanen belijden sinds de 19e eeuw het geloof dat ze de roeping hebben om de wereld te voeden. De Nieuwe Wereld, het Nieuwe Amsterdam dat de Oude Wereld, het Oude Amsterdam, zal voeden. De Brazilianen belijden in de 21ste eeuw het nieuwe geloof dat zij de wereld én van bio-ethanol én van voedsel moeten voorzien. Bioposto Ik schreef deze wat verontwaardigde flits vanuit het wondermooie Florianópolis. Om het eiland in de Atlantische Oceaan te kunnen bezoeken, moeten we even tanken bij Texaco. Ja, hoor, soms een auto: geen probleem. Zo nu en dan vlees: geen probleem. Het tankstation heeft de welluidende verkoopsnaam ‘Bioposto’. Moeten de vele bio- en eco-voorzetsels verhullen dat we onze levenswijze, onze politiek, onze economische verhoudingen niet willen veranderen? Supermarkten die bio op hun producten zetten, terwijl ze niets met ‘biologisch’ te maken hebben. Komen Bioforum en de beweging voor biologische producten hiertegen niet terecht in verzet? Frans kapitaal dat in Brazilië bóias-frias (3) riet doet kappen in uitgestrekte rietsuikerwoestijnen. Komen vakbonden en milieubeweging daar niet met serieuze argumenten tegen in opstand? De Belgische en Nederlandse veevoederindustrie die zijn belangen wil verdedigen met ‘duurzame’, ‘groene’ sojastromen. Zetten Greenpeace en Wervel hier niet met reden grote vraagtekens bij? De eco-vervuiling van ons taalgebruik, die de onwil om onze levensstandaard te her-ijken moet verhullen. Mag deze schijnvertoning geopenbaard worden? Luc Vankrunkelsven, Florianópolis, 13 april 2008. (1) We gaan in dit stuk alleen even in op de versterking van de exportlandbouw. Als antwoord op het conflict tussen twee landbouwmodellen stellen sociale bewegingen het nieuwe concept voor van ‘voedselsoevereiniteit’. Elk land, elk volk, elke regio moet zelf kunnen beslissen hoe het zijn landbouw- en voedselvoorziening wil organiseren. Het is niet de bedoeling dat enkele landen met hun goedkope voedselexporten de landbouweconomieën elders vernietigen (bv. Braziliaanse kippenbillen die de Senegalese kippen uit de markt prijzen of Nederlandse melkpoeder die in hetzelfde Senegal eigen zuivel onmogelijk maken). Wie meer info zoekt over ‘Voedselsoevereiniteit’, concreet en theoretisch, kan terecht in: ‘Dageraad over de akkers. Soja anders.’, Dabar/Luyten-Heeswijk en Wervel/Brussel, 2007. (2) Caboclos: afstammelingen van Portugezen en inheemse volkeren, vanuit de gedwongen vermenging die zich in de 16e eeuw heeft voorgedaan. (3) Boiás-frias: (letterlijk) koude borden. Mensen, die dikwijls in mensonwaardige omstandigheden voor de agronegócio moeten werken, bv. rietsuiker kappen. Het Braziliaanse Ministerie van Arbeid spreekt van ‘arbeidsomstandigheden, analoog aan slavernij’.
|