spacer
spacer
       
Home
Publicatielijst
Wervelkrant
Sojaflitsen
Boeken
 

28 februari: Je bent geboren om te vliegen
Share/Save/Bookmark

Altijd opnieuw vertrek ik naar Brazilië als een onbeschreven blad. Letterlijk: geen plannen om te schrijven. Maar telkens opnieuw draait het anders uit. Van zodra ik voet aan wal zet in São Paulo begint de inspiratie te vloeien. Ik zie, voel, hoor, ruik. 
Deze keer is het al veel vlugger prijs: op de stoep van de TGV in Brussel, richting Parijs.

Het perspectief van de arend én de kip

Het is geleden sinds mei 2007 dat ik nog in Brazilië geraakte. Deze keer zal het zijn voor de lancering van ‘Dageraad over de akkers. Soja anders.’ Uiteraard de Portugese versie: ‘Aurora no campo. Soja diferente.’ Ik kon niet vroeger weg, daar de vertaling en de druk nogal wat tijd opeisten. Bovendien hadden we in de abdij van Averbode de voorbije dagen nog het jaarlijkse werkweekend van ISG (Incest en Seksueel Geweld). Het thema vloeide voort uit het intrigerende boek van Leonardo Boff: “Het perspectief van de arend en de kip’. Een pleidooi voor een gezonde spanning tussen ‘aards leven’ als een kip en ‘overstijgen’/vliegen als een arend. De arend in het verhaal is dan misschien wel geboren om te vliegen, maar daar hij opgroeide tussen kippen, was opstijgen hem niet gegeven. Door het vertrouwen van een natuurliefhebber slaagt hij erin te ontdekken, waarvoor hij geboren is: vliegen. 

Van landbouw naar bouw

Ik stap in Brussel-Zuid op, met twee jonge meisjes uit Goiâna en een jonge man uit de streek van hetzelfde Goiâna, hoofdstad van Goiás. Het valt iedereen op dat er hoe langer hoe meer Brazilianen zijn in België en meer bepaald in Brussel. Bovendien viel het mij al langer op dat er veel uit de streek van Goiâna komen. Centrum Brazilië dus. De streek van oprukkende suikerrietvelden en ethanolfabrieken. Inplantingen, dikwijls gestuurd door Europees of Amerikaans kapitaal. Blijkt dat er vooral Brazilianen uit de deelstaten Goiás en Minas Gerais in het buitenland zitten. Om het geluk te zoeken. 

José Oliveiro ligt mij een tip op van de sluier over de Braziliaanse invasie. Hij werkte ooit in de landbouw, de patronale landbouw wel te verstaan. “Não dá” zucht hij. Het betaalt niet goed. Dus ging hij in de bouw en hij vernam dat er in Europa op korte tijd veel te verdienen valt.

Hoe werkt het?  
Een toerist kan met een eenvoudig visum en met een bankkaart voor drie maand Europa binnen, zoals ik officieel als ‘toerist’ in Brazilië rondtoer. José kon naar Brussel komen met een met de hand geschreven uitnodiging van een Belg (geen fax meer, wegens een zekere verstrenging), vergezeld met een stempel van de gemeente. Hij moet voor een tiental dagen geld kunnen voorleggen, nl. 80 euro x 10= 800 euro. Hij kan meteen aan de slag, want het wemelt in Europa van ‘firma’s ‘ met illegale papieren en illegale werknemers. Valse papieren worden gekocht en verkocht dat het een lust is. Heel wat Brazilianen leggen zich daar full-time op toe. En leven ervan. Vooral Portugese papieren schijnen gemakkelijk verkregen te worden. Er zitten in Brussel dan ook dikwijls ‘Portugese firma’s’, gebaseerd op valse namen en valse papieren. In zijn geval werkte hij 15 dagen voor een zogenaamd Portugese firma, met een Braziliaanse baas in onderaanneming. Deze (illegale) Braziliaan neemt (illegale) Brazilianen in dienst.  De Portugees betaalde de Braziliaan niet; de Braziliaan op zijn beurt betaalt de Braziliaanse bouwvakkers niet. Ze weten dat ze geen rechtszaak kunnen beginnen, daar ze illegaal in het land zijn. José heeft dus 15 dagen gratis en voor niets gewerkt. De twee meisjes knikken. Ze herkennen het verhaal. Zulke toestanden komen blijkbaar veel voor. Eigenlijk is het gewoon een variant van wat veel werknemers in Brazilië zelf meemaken: van Boiás-frias (letterlijk ‘koude borden’, mensen die bv. suikerriet kappen en koud eten krijgen) tot en met arbeidsomstandigheden, die te vergelijken zijn met slavernij.

José hield het voor bekeken, maar bleef nog bij zijn broer, die een Belgische vrouw en kind heeft. De broer heeft officiële papieren. Van zodra er een Belgische vrouw en/of kind in het spel is, is het veel gemakkelijker om in regel te geraken. Een ‘solteiro’, een man alleen zoals José, da’s bijna uitgesloten. 

‘Wij zijn Portugezen’ 

Zijn onthutsende verhaal doet me terug denken aan wat ik onlangs op een bouwwerf in Brussel meemaakte. Ik hoor Braziliaans praten. Ik begin een conversatie en vraag of ze Brazilianen zijn. “Nee, hoor, wij zijn Portugezen.” Ik lees de angst in hun ogen. Ze hopen dat ik het verschil tussen Portugees en Braziliaans niet ken. Zouden zij beter af zijn? Worden ze betaald? Volgens José kunnen ze tot 9 à 10 euro per uur verdienen. In het zwart uiteraard. Ze verdringen de laatste jaren de Poolse bouwvakkers, omdat ze langer en beter werken: 10 tot 12 uur per dag. Hij beweert ook dat ze praktischer zijn in de uitvoering. Polen zijn dan weer beter in het detailwerk.

Worden ze opgepakt, dan worden ze in België niet gestraft, maar gewoon op het vliegtuig gezet. Op kosten van de Belgische staat. Op hun reispas komt een stempel dat ze het land uitgezet zijn. Maar geen nood: ze kopen in Brasil een nieuwe reispas en beginnen van voren af aan. 

En de firma’s? Die bestaan doorgaans tweeënhalf jaar. Als stilaan blijkt dat ze nooit belastingen betaalden, nemen ze de biezen. Richting Brazilië. Vervolging is niet mogelijk, want blijkt dat het om valse documenten gaat.

Zijn die Brazilianen dan alleen zo vindingrijk? Zo corrupt? Neen, grote Belgische bedrijven nemen evengoed massaal Braziliaanse bouwvakkers aan. In het zwart, zonder rechten.

Terwijl de mannen ‘in de bouw’ ingezet en uitgebuit worden, zitten de vrouwen achter veilige muren huishoudelijk werk te doen. Bij Brusselse en Vlaamse  Madammen. Vakbonden komen niet voor hen op, want officieel zíjn ze er niet. Ze werken in de onderbuik van de Belgische samenleving. Onze economie kan hen gebruiken. Gerechtelijke instanties en politiek zien blijkbaar de andere kant op. 

Globalisering van de kip 

Globalisering uit zich in 1001 vormen,van heel nobel tot heel pervers.

Ondertussen bezondig ik mij aan zware ecologische zonden: de ecologische voetafdruk van intercontinentaal vliegen is niet van de poes. Hoe lang mag ik dit nog blijven doen?

Ik lees in het Tammagazine: ‘Você nasceu para voar’. Je bent geboren om te vliegen. Het betreft reclame voor een bankkaart, gelieerd aan de luchtvaartmaatschappij TAM. Bij elke betaling kan je punten sparen. Punten om te vliegen.

Zijn de arme Brazilianen  ook geboren om het luchtruim te zoeken? Als een arend? Of worden ze afgeslacht als kippen aan de lopende band?

Kippenvlees: sinds 1995 het meest geglobaliseerde vlees dat er bestaat. Elk onderdeel van een kip wordt benut en wordt over de vier windstreken van onze planeet verspreid. Niet als een arend, maar als kippenbout naar Senegal. Poten en koppen richting China. Het hart, de lever: alles heeft zijn planetaire bestemming. De kuikens worden internationaal geleverd door twee multinationals, een Duitse en een Amerikaanse firma. De helft van de cargovluchten van Lufthansa zou voor kuikens en bevruchte eieren zijn. Het veevoer komt van overzee. Soja vooral. Uit Brazilië, Argentinië, Paraguay, Bolivia, de Verenigde Staten.

Soja of die andere metafoor voor globalisering!  

De kippenborst blijft in Europa. De Europese consument wil namelijk de beste stukken.

Met dank aan de WTO, de wereldhandelsorganisatie, die anno 1995 de handelsregels internationaal op de kaart zette. 

Luc Vankrunkelsven, 19 februari 2008

Op het vliegtuig Parijs-São Paulo 

 

Ik stap in Brussel-Zuid op, met twee jonge meisjes uit Goiâna en een jonge man uit de streek van hetzelfde Goiâna, hoofdstad van Goiás. Het valt iedereen op dat er hoe langer hoe meer Brazilianen zijn in België en meer bepaald in Brussel. Bovendien viel het mij al langer op dat er veel uit de streek van Goiâna komen. Centrum Brazilië dus. De streek van oprukkende suikerrietvelden en ethanolfabrieken. Inplantingen, dikwijls gestuurd door Europees of Amerikaans kapitaal. Blijkt dat er vooral Brazilianen uit de deelstaten Goiás en Minas Gerais in het buitenland zitten. Om het geluk te zoeken. 

José Oliveiro ligt mij een tip op van de sluier over de Braziliaanse invasie. Hij werkte ooit in de landbouw, de patronale landbouw wel te verstaan. “Não dá” zucht hij. Het betaalt niet goed. Dus ging hij in de bouw en hij vernam dat er in Europa op korte tijd veel te verdienen valt.

Hoe werkt het?  
Een toerist kan met een eenvoudig visum en met een bankkaart voor drie maand Europa binnen, zoals ik officieel als ‘toerist’ in Brazilië rondtoer. José kon naar Brussel komen met een met de hand geschreven uitnodiging van een Belg (geen fax meer, wegens een zekere verstrenging), vergezeld met een stempel van de gemeente. Hij moet voor een tiental dagen geld kunnen voorleggen, nl. 80 euro x 10= 800 euro. Hij kan meteen aan de slag, want het wemelt in Europa van ‘firma’s ‘ met illegale papieren en illegale werknemers. Valse papieren worden gekocht en verkocht dat het een lust is. Heel wat Brazilianen leggen zich daar full-time op toe. En leven ervan. Vooral Portugese papieren schijnen gemakkelijk verkregen te worden. Er zitten in Brussel dan ook dikwijls ‘Portugese firma’s’, gebaseerd op valse namen en valse papieren. In zijn geval werkte hij 15 dagen voor een zogenaamd Portugese firma, met een Braziliaanse baas in onderaanneming. Deze (illegale) Braziliaan neemt (illegale) Brazilianen in dienst.  De Portugees betaalde de Braziliaan niet; de Braziliaan op zijn beurt betaalt de Braziliaanse bouwvakkers niet. Ze weten dat ze geen rechtszaak kunnen beginnen, daar ze illegaal in het land zijn. José heeft dus 15 dagen gratis en voor niets gewerkt. De twee meisjes knikken. Ze herkennen het verhaal. Zulke toestanden komen blijkbaar veel voor. Eigenlijk is het gewoon een variant van wat veel werknemers in Brazilië zelf meemaken: van Boiás-frias (letterlijk ‘koude borden’, mensen die bv. suikerriet kappen en koud eten krijgen) tot en met arbeidsomstandigheden, die te vergelijken zijn met slavernij.

José hield het voor bekeken, maar bleef nog bij zijn broer, die een Belgische vrouw en kind heeft. De broer heeft officiële papieren. Van zodra er een Belgische vrouw en/of kind in het spel is, is het veel gemakkelijker om in regel te geraken. Een ‘solteiro’, een man alleen zoals José, da’s bijna uitgesloten. 

‘Wij zijn Portugezen’ 

Zijn onthutsende verhaal doet me terug denken aan wat ik onlangs op een bouwwerf in Brussel meemaakte. Ik hoor Braziliaans praten. Ik begin een conversatie en vraag of ze Brazilianen zijn. “Nee, hoor, wij zijn Portugezen.” Ik lees de angst in hun ogen. Ze hopen dat ik het verschil tussen Portugees en Braziliaans niet ken. Zouden zij beter af zijn? Worden ze betaald? Volgens José kunnen ze tot 9 à 10 euro per uur verdienen. In het zwart uiteraard. Ze verdringen de laatste jaren de Poolse bouwvakkers, omdat ze langer en beter werken: 10 tot 12 uur per dag. Hij beweert ook dat ze praktischer zijn in de uitvoering. Polen zijn dan weer beter in het detailwerk.

Worden ze opgepakt, dan worden ze in België niet gestraft, maar gewoon op het vliegtuig gezet. Op kosten van de Belgische staat. Op hun reispas komt een stempel dat ze het land uitgezet zijn. Maar geen nood: ze kopen in Brasil een nieuwe reispas en beginnen van voren af aan. 

En de firma’s? Die bestaan doorgaans tweeënhalf jaar. Als stilaan blijkt dat ze nooit belastingen betaalden, nemen ze de biezen. Richting Brazilië. Vervolging is niet mogelijk, want blijkt dat het om valse documenten gaat.

Zijn die Brazilianen dan alleen zo vindingrijk? Zo corrupt? Neen, grote Belgische bedrijven nemen evengoed massaal Braziliaanse bouwvakkers aan. In het zwart, zonder rechten.

Terwijl de mannen ‘in de bouw’ ingezet en uitgebuit worden, zitten de vrouwen achter veilige muren huishoudelijk werk te doen. Bij Brusselse en Vlaamse  Madammen. Vakbonden komen niet voor hen op, want officieel zíjn ze er niet. Ze werken in de onderbuik van de Belgische samenleving. Onze economie kan hen gebruiken. Gerechtelijke instanties en politiek zien blijkbaar de andere kant op. 

Globalisering van de kip 

Globalisering uit zich in 1001 vormen,van heel nobel tot heel pervers.

Ondertussen bezondig ik mij aan zware ecologische zonden: de ecologische voetafdruk van intercontinentaal vliegen is niet van de poes. Hoe lang mag ik dit nog blijven doen?

Ik lees in het Tammagazine: ‘Você nasceu para voar’. Je bent geboren om te vliegen. Het betreft reclame voor een bankkaart, gelieerd aan de luchtvaartmaatschappij TAM. Bij elke betaling kan je punten sparen. Punten om te vliegen.

Zijn de arme Brazilianen  ook geboren om het luchtruim te zoeken? Als een arend? Of worden ze afgeslacht als kippen aan de lopende band?

Kippenvlees: sinds 1995 het meest geglobaliseerde vlees dat er bestaat. Elk onderdeel van een kip wordt benut en wordt over de vier windstreken van onze planeet verspreid. Niet als een arend, maar als kippenbout naar Senegal. Poten en koppen richting China. Het hart, de lever: alles heeft zijn planetaire bestemming. De kuikens worden internationaal geleverd door twee multinationals, een Duitse en een Amerikaanse firma. De helft van de cargovluchten van Lufthansa zou voor kuikens en bevruchte eieren zijn. Het veevoer komt van overzee. Soja vooral. Uit Brazilië, Argentinië, Paraguay, Bolivia, de Verenigde Staten.

Soja of die andere metafoor voor globalisering!  

De kippenborst blijft in Europa. De Europese consument wil namelijk de beste stukken.

Met dank aan de WTO, de wereldhandelsorganisatie, die anno 1995 de handelsregels internationaal op de kaart zette. 

Luc Vankrunkelsven, 19 februari 2008

Op het vliegtuig Parijs-São Paulo 
 

 
     
spacer

Edinburgstraat 26 - 1050 Elsene - tel 02 893 09 60 e-mail: info AT wervel PUNT be