Nieuwe
ronde, nieuwe kansen
In
de zomerperiode van 2006 zijn een aantal stappen gezet om de sojaproductie in
Latijns-Amerika meer verantwoord te maken. Positief is dat enkele grote
bedrijven zich bewust gaan opstellen om ‘foute’ soja uit de Amazone te weren.
Maar hoe moet dat worden geïnterpreteerd? ‘Greenwashing’ menen de
tegenstanders.
Op 31 augustus, vroeg in de morgen, verzamelde een grote groep activisten zich
bij de luxe zeil- en golfclub van Asunción in Paraguay. Met veel muziek en
spandoeken vormden ze een levendige mars tegen de uitwassen van grootschalige
sojateelt in Latijns-Amerika. Binnenin de club spraken vertegenwoordigers van
de agro-business en voedselmultinationals met grote non-gouvernementele
organisaties als het Wereldnatuurfonds. De conferentie in Asunción betrof de
tweede ronde van de zogenaamde ‘Roundtable on Sustainable Soy’, die anderhalf
jaar geleden begon in het Braziliaanse Foz do Iguazu.
Greenwashing
Inmiddels is de naam van de conferentie verwaterd tot ‘Roundtable on
Responsible Soy’, maar het is nog steeds een titel waarachter veel verscholen
blijft, zegt An Maeyens van Aseed die de protesten mede-organiseerde. ‘Het
klinkt mooier dan het in werkelijkheid is; het uitgangspunt van de
vertegenwoordigers van de grootschalige sojateelt, -handel en -verwerking is
toch vooral om door te gaan met de huidige sojaproductie en het areaal liefst
nog te vergroten.’ Greenwashing, noemt zij het, wat neerkomt op
imagoverbetering om de werkelijke problemen te verdoezelen.
Maeyens: ‘We leven in een systeem waarbinnen oplossingen worden gezocht voor de
problemen die het veroorzaakt. Maar de problemen zelf worden uit de weg gegaan
of verdoezeld. Wanneer bijvoorbeeld water vergiftigd wordt door overmatige
besproeiing met glyfosfaat, voert een truck drinkbaar water aan. Dit in plaats van
de besmetting van natuurlijke waterbronnen tegen te gaan. Net zo wil het hele
discours rond verantwoorde soja, de soja-expansie in ‘goede’ banen leiden en
aan de productie ervan criteria opleggen. Maar de huidige productie in deze
omvang kan nooit duurzaam plaatsvinden. Het is de consumptie zelf van
dit welvaartsgewas die ter discussie moet worden gesteld.’
Om dit nog eens duidelijk te maken organiseerden de demonstranten op 1
september acties op het water voor het hotel. Kleine boeren, vissers, vrouwen en
de inheemse bevolking deden tijdens een Tribunaal verslag van de gevolgen van
eenzijdige sojaproductie. Jorge Galeano van de Movimiento Agrario y Popular
uit Paraguay bijvoorbeeld: ‘In de afgelopen vier jaar zijn rond de dertig
boeren vermoord omdat zij hun land verdedigden. De sojateelt neemt elk jaar toe
met 250.000 hectare, wat tot gevolg heeft dat 90.000 kleine boeren van hun land
worden verjaagd. En dat alleen maar om de dieren in de bio-industrie van Europa
te voeden.’ Maeyens voegt toe: ‘Als je deze realiteit niet ziet, de verhalen
van deze mensen niet hoort, dan denk ik - om het scherp te stellen - dat je in
een luxehotel in de hoofdstad met een paar elitaire ngo’s niet de autoriteit
hebt om over de levens van miljoenen campesinos te beslissen.’
Ambivalent gevoel
Wél binnen was Dicky de Morrée. Zij zit namens de ontwikkelingsorganisatie
Cordaid in de Nederlandse sojacoalitie en was aanwezig tijdens de
Rondetafelconferentie. Ook zij is niet positief. ‘De vooruitgang is te beperkt.
Een belangrijk issue als GMO staat nog steeds niet op de agenda. Dat willen de
producenten niet. Dat maakt het moeilijk voor ons om actief te blijven bij de
onderhandelingen. Ik heb er een ambivalent gevoel bij. Of we de Roundtable het
voordeel van de twijfel geven, beslissing we later dit jaar.’
Tijdens de conferentie in Asunción zijn negen principes vastgesteld. Maar die
zijn te zwak geformuleerd, vindt De Morrée. Zo staat er wel iets in over
arbeidsrechten, maar niets over het tegengaan van slavernij bij de landontginning.
Ook de principes over het behoud van biodiversiteit en mensenrechten zijn te
beperkt geformuleerd. De Morrée: ‘Die principes zijn belangrijk omdat ze dienen
voor het uitwerken van de criteria. De Roundtable is bezig zich om te vormen
tot een rechtspersoon, een organisatie met leden. Daarbinnen ontstaat voor
maatschappelijke organisaties een belangrijke commissie: Criteria
Development Workinggroup. Deze commissie krijgt twee jaar de tijd om tot
minimale criteria te komen voor verantwoorde sojaproductie.’
Er is volgens haar dus vooruitgang geboekt na de eerste conferentie in het
Braziliaanse Foz do Iguazu, maar het proces is té langzaam, het is téveel een
praatclub, de bedrijven hebben een té grote vinger in de pap en de problemen
worden té zwak gedefinieerd of - zoals in het geval van de GMO’s - helemaal van
de agenda gehouden. De Morrée: ‘Aan alle afspraken blijken losse eindjes te
zitten. Het organisatiecomité heeft zich nog twee maanden de tijd gegeven voor
de omvorming tot rechtspersoon. Tevens worden de principes op punten nog
geherformuleerd. Daar wachten wij op voor we een eindoordeel geven.’
De Morrée was blij verrast met de opstelling van enkele Nederlandse bedrijven.
In Asunción waren aanwezig: ABN-AMRO, Rabobank, veevoerproducent Nutreco, Unilever,
brancheorganisatie voor veevoer Nevedi en het Productschap voor Margarine,
Vetten en Oliën (MVO). ‘Zij maakten zich hard voor verdergaande afspraken en
een snellere procedure. Het is uiterst jammer dat hun inbreng niet is
meegenomen in de slotverklaring.’ Ook Fefana (Europese brancheorganisatie voor
de veevoederindustrie) betoonde zich voorstander van veranderingen. Volgens De
Morrée is Fefana een belangrijke partner in Europees verband. ‘Het is een van
de grootste importeurs met 40 miljoen ton soja per jaar, dus ze hebben in keten
wel wat te vertellen.’
De Campina Code
De ontwikkelingen aan het sojafront gingen heel snel in de maand juli.
Zuivelbedrijf Campina besloot komende herfst 10.000 ton 'verantwoorde' soja te
gaan kopen en te leveren aan de veevoederindustrie, en over twee jaar nog eens
40.000 ton. Over vijf jaar wil Campina 115.000 ton verantwoorde soja afnemen.
Hiermee kan het bedrijf haar koeien uitsluitend verantwoorde soja voorschotelen
in Nederland, België en Duitsland. Campina gaat duidelijk verder dan veel
andere bedrijven. Sojaboeren mogen volgens de Campina-criteria straks niet
verbouwen op grond die na 2004 is ontbost, geen genetisch gemodificeerde zaden
gebruiken, ze moeten milieuschade zo veel mogelijk beperken en lokale wetgeving
respecteren.
De Nederlandse sojacoalitie hoopt dat voorlopers als Campina de rest snel
meekrijgen. In juli bekende vleesproducent Vion Food Groups zich
voorzichtig tot voorstander van gesprekken zoals die nu plaatsvinden in de
Round Table. Dit toch grote verbazing van de sojacoalitie. Vion, een van de
grootste spelers in de sojaketen, liet lange tijd niets van zich horen ondanks
aanhoudende kritiek van maatschappelijke organisaties. In een opiniestuk in het
Agrarisch Dagblad van 21 juli schreef de vleesproducent alsnog de dialoog aan
te willen gaan met maatschappelijke organisaties over de productie van soja in
Zuid-Amerika. ‘Die handschoen pakken we graag op. Maar het moet géén praten om
het praten worden. We willen uitzicht krijgen op daadwerkelijke stappen,’ zegt
De Morrée. Alleen maar verwijzen naar het Round Table onderhandelingsproces,
zoals Vion nu doet, in onvoldoende ‘Zo'n proces, leert de ervaring, kan jaren
duren voor het tot concrete resultaten komt. Zolang er geen harde afspraken op
papier staan, blijven de schending van mensenrechten en de vernietiging van
onvervangbare natuur voortduren.’
Moratorium
De Morrée wijst er fijntjes op dat de sojaproblematiek in Latijns-Amerika te
vaak wordt vereenzelvigd met ontbossing van de Amazone. ‘Een groot misverstand,’
zegt ze. ‘Ook in het zuiden van Brazilië, Paraguay en Argentinië zijn grote
problemen met grootschalige sojaproductie. Deze problemen zijn niet alleen
milieu gerelateerd. De soja-sector veroorzaakt ook sociaal-economische
misstanden, als moderne slavernij en gedwongen onteigening van gronden van
kleine boeren.’ Met die opmerking geeft ze indirect kritiek op het akkoord dat
Greenpeace deze zomer binnenhaalde.
Met het bereiken van dat akkoord stemde de Braziliaanse soja-industrie in met
een moratorium van twee jaar op de handel in soja uit ontboste gebieden in de
Amazone. Dit betekent dat de sojagiganten Cargill, Bunge, ADM en Amaggi geen
soja meer zullen aanvoeren afkomstig van ontbost gebied in de Amazone. Het
moratorium gaat oktober 2006 in. Volgens Hilde Stroot, campagneleider Bossen
van Greenpeace Nederland, is het een eerste stap. ‘Greenpeace vindt wel dat het
moratorium moet worden gehandhaafd totdat de bescherming van de Amazone op
lange termijn wordt gegarandeerd.’
Onderzoek van Greenpeace en Cordaid stelde eerder dit jaar de illegale
praktijken van sojagiganten als Cargill aan de kaak. Aangetoond werd dat de
sojateelt direct verantwoordelijk gehouden kan worden voor de vernietiging van
het Amazonewoud. Ook onthulde het onderzoek het directe verband tussen grote,
bekende voedselmerken en -ketens en de grootschalige sojateelt in de Amazone.
Het succes van zo’n akkoord staat of valt met de uitvoering ervan en de
handhaving. De Braziliaanse overheid heeft op dit moment met 71 milieu-inspecteurs
in de gehele regio. Onvoldoende om het akkoord veilig te stellen. Het is dus de
vraag of het voornemen de Amazone beter in kaart te brengen en de wetgeving en
de openbare orde in het Amazonegebied te handhaven wel ingelost kunnen worden.
Met het akkoord krijgt de Braziliaanse overheid wel een steun in de rug bij het
tegengaan van de ontbossing en opleggen van goed bestuur. ‘De eerste stap is
gezet, maar in Brazilië én in Nederland blijft Greenpeace strijden voor het
behoud van de Amazone,’ zegt Stroot.
Welk nut?
An Maeyens van Aseed verwacht er allemaal maar weinig van. Vooral in Paraguay
waar zij op dit moment woont, nemen de confrontaties tussen grote
sojaproducenten en kleine boeren gewelddadige vormen aan. Zeker nu, zegt ze.
‘Want het oogstseizoen staat er aan te komen. Gisteren heb ik voor het eerst
weer een ingezaaid veld gezien met GMO’s. Dat zal de spanning weer doen
toenemen. Ik houd mijn hart vast’. (Lees ook Maeyens’ artikel
Paraguay’s gewelddadige oogst)
De realiteit die ze om zich heen ziet, vormt de basis van haar verzet tegen
initiatieven die grootschalige sojaproductie moeten goedpraten. ‘De
maatschappelijke organisaties en ngo's die bij dit proces betrokken zijn,
lijken te vergeten dat het praten over duurzaamheid en verantwoordelijkheid
niet past in een marktmodel dat als enige doelen winst en expansie heeft.
“Vrijwillige criteria” betekenen niets in een land als Paraguay, waar
straffeloosheid en corruptie hoogtij vieren en wetten niet nageleefd worden.
Welk nut heeft zo'n model voor de inheemse bevolking en de kleine boeren voor
wie land, investeringsmogelijkheden en een gezond milieu nu al geen haalbare
kaart zijn?’
Auteur
van deze tekst is Evert-jan Quak (Noticias)
060914 , ontleend
aan http://www.noticias.nl/soja_artikel.php?id=1386
|