spacer
spacer
       
Home
Lees de voedselkrant
 

Kaakslag door vrijhandel ex-koloniën
Share/Save/Bookmark
In de Volkskrant van 17 november een vrij goed stuk (klik) van Olav Velthuis over de huidige stand van zaken rond EPA's en de toekomst van het verdrag van Cotonou. Voor iedereen die het verdrag van Cotonou niet van buiten kent maar wel wil weten waar het over gaat.

Nederlandse bloementelers in Kenia zaten de afgelopen maanden flink in de rats. Tot het einde van het jaar konden zij, zonder invoerrechten te betalen, hun rozen naar de veiling van Aalsmeer transporteren voor de verkoop.

‘De marges op rozen uit Kenia zijn erg klein, dus als we een invoerheffing moeten betalen dan kunnen we wel inpakken’, zegt Peter Barnhoorn, directeur van Sher. Volgens Shers website is het bedrijf de grootste leverancier van ‘importrozen’ ter wereld. In Kenia heeft het 5.000 man in dienst, die dagelijks 1,7 miljoen rozen produceren.

Tot nu toe profiteerden bloementelers als Sher van een overeenkomst uit 1975 tussen de Europese Unie en haar ex-koloniën in Afrika, de Cariben en de Pacific. Die landen kunnen, in tegenstelling tot de rest van de wereld, hun producten in Europa afzetten zonder invoerheffingen te betalen.

Maar die zogeheten overeenkomst van Cotonou loopt per 1 januari af. ‘Daardoor kan op de Keniaanse rozenexport opeens een invoerheffing van 8 tot 11 procent komen te liggen’, zegt Peter van Ostaijen van HBAG, het bedrijfschap voor de groothandel in bloemen en planten.

Andere ontwikkelingslanden, waaronder bananenexporteurs als Colombia en Ecuador, hadden geklaagd dat zij door Cotonou worden gediscrimineerd. ‘Cotonou mag niet van de Wereldhandelsorganisatie, want sommige ontwikkelingslanden krijgen een voorkeursbehandeling ten opzichte van andere’, legt Bertram Zagema van de ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib uit.

Vandaar dat de ex-koloniën en Europa de afgelopen jaren onderhandelden om Cotonou te vervangen door zogeheten Economic Partnership Agreements (EPA’s), een eufemisme voor vrijhandelsakkoorden die wél mogen van de WTO. Voor 1 januari 2008, als Cotonou afloopt, hadden die er moeten liggen. Ze moeten de ex-koloniën niet alleen vrije toegang geven tot de Europese markt, maar Europese bedrijven ook vrije toegang tot de markt van de ex-koloniën. Nu moet op de invoer van bijvoorbeeld auto’s uit Europa doorgaans tientallen procenten invoerheffing worden betaald. De ex-koloniën in Afrika, de Cariben en de Pacific mogen wel een lijstje opstellen met ‘gevoelige’ bedrijfstakken die ze door middel van tarieven en quota’s willen blijven beschermen.

Maar Peter Mandelson, de EU-commissaris voor handel, heeft de hoop inmiddels opgegeven dat die EPA’s er zo snel komen. Want de poorten openzetten voor buitenlandse bedrijven vindt niemand leuk. Stroperige onderhandelingen zijn dan het gevolg.

In plaats van keurige vrijhandelsakkoorden ligt er aan het eind van het jaar, zoals minister Bert Koenders van Ontwikkelingssamenwerking afgelopen woensdag in de Tweede Kamer zei, ‘een potpourri’: alleen met de landen in het Caribisch gebied komt er een EPA, maar met andere regio’s hooguit een bescheiden overeenkomst. Daarin wordt alleen de goederenhandel vrijgegeven. Over andere zaken, zoals de liberalisering van de dienstensector, en afspraken over investeringen van buitenlandse bedrijven, moet dan later onderhandeld worden.

Komende week overleggen de Europese ministers en de Commissie in Brussel hoe het verder moet met de vrijhandelsakkoorden. Commissaris Mandelson, zo veel is zeker, wil op volle kracht verder.

Door Cotonou werden de landen volgens hem te veel afgeschermd van de wereldhandel en ‘afhankelijk gemaakt van een paar grondstoffen’ (denk aan koffie, cacao en olie). Handel, zo zei hij vorige week in het Europees Parlement, is misschien ‘geen toverstokje, maar kan wel een krachtig instrument zijn voor ontwikkeling.’ Door aan concurrentie te worden blootgesteld, zouden de ex-koloniën dus een gezond bedrijfsleven moeten opbouwen.

Maar ontwikkelingsorganisaties vrezen dat het omgekeerde het geval zal zijn. ‘Mandelson zal deels wel goede bedoelingen hebben met de EPA’s, maar ze passen ook in de strategie van Brussel om markten te openen voor het Europese bedrijfsleven’, zegt Zagema van Oxfam Novib.

Het gevolg zal volgens hem zijn dat bijvoorbeeld tomatenpureefabrieken of meubelmakers in Ghana, kippenboeren in Nigeria, of Keniaanse kaarsenmakers over de kop gaan, doordat hun markten overspoeld worden door goedkope Europese waar.

Bovendien zijn de invoerheffingen voor veel ontwikkelingslanden een belangrijke inkomstenbron. Zagema: ‘Ze vormen 10 tot 20 procent van alle overheidsinkomsten.’ Vrijhandel zadelt de ex-koloniën dus op met een fors gat in de overheidsfinanciën. Oxfam Novib vindt daarom dat de ex-koloniën hun markten niet voor Europese bedrijven hoeven te openen.

Vooralsnog lijken de organisaties PvdA-minister Koenders aan hun zijde te hebben. ‘Wat er nu gebeurt, is een ontmanteling van de EPA’s’, zei hij woensdag tegen de Tweede Kamer. ‘Ik ben blij dat het langer gaat duren, want anders waren de akkoorden een aantal landen door de strot geduwd. Europa en Azië hebben in het verleden hun markten ook afgeschermd.’ Bij de ministerraad in Brussel, die onder andere gaat over de Europese onderhandelingsstrategie voor de EPA’s, zullen komende week dus harde noten worden gekraakt.

Bloementelers als Sher kunnen evenwel gerust zijn: de Europese onderhandelaars kwamen afgelopen woensdag met Oost-Afrikaanse landen (waaronder Kenia) overeen dat hun handel volgend jaar in ieder geval tariefvrij blijft.

<!--[if !supportEmptyParas]--> <!--[endif]-->

 
     
spacer

Edinburgstraat 26 - 1050 Elsene - tel 02 893 09 60 e-mail: info AT wervel PUNT be