|
Via Campesina verspreidt een interview met Joao Pedro Stédile, het brein achter MST, de beweging van de landloze boeren van Brazilië. Hij geeft zijn gedachten rond het voortbestaan van het Wereld Sociaal Forum.
“Het WSF moet het eens worden over gemeenschappelijke acties tegen gemeenschappelijke vijanden.” Joao Pedro Stédile denkt dat het WSF een overlegplatform moet zijn voor de samenleving. Het eens worden over resoluties lijkt hem een illusie gezien de enorme breedte en spreiding van de problemen. Ook kan volgens hem de frequentie minder; hij denkt aan eens in de drie jaar. De 54-jarige econoom is de nationale coördinator van MST, en daarnaast een trouwe verdediger van voedselsoevereiniteit en het recht van boeren om hun eigen zaden te blijven voortbrengen. Van ggo’s en van monocultuur bosbouw, in het bijzonder eucalyptus, moet hij niets hebben. IPS- correspondent Mario Osava: Vind je het een goed idee om dit jaar geen internationale WSF bijeenkomst te houden maar in plaats daarvan over de hele wereld lokale acties op te zetten? Brengt dit niet het risico met zich mee van versnippering, verlies aan identiteit en aan effect voor de komende jaren? Stédile: Via Campesina, waartoe MST behoort, heeft altijd al aangedrongen op een Wereld Forum om de drie jaar, zodat lokale en regionale activiteiten voorrang zouden krijgen. We kunnen onze aandacht niet al te zeer verdelen. De toekomst van de beweging hangt af van het scheppen van ruimte om er meer mensen bij te betrekken. IPS: Sommige leden van de Internationale Raad zouden graag zien dat het WSF politieke standpunten zou innemen op basis van consensus. Zij vrezen dat als het een open forum blijft, zoals anderen willen, het zal stagneren en stuurloos worden. Stédile: Het WSF is een forum voor debat, uitwisseling van ideeën en reflectie. Het is denkbeeldig en utopisch dat het meer praktische resoluties zou kunnen aannemen of een meer verenigd ideologisch platform zou kunnen zijn. Dat zou energieverspilling zijn en we zouden kunnen verzanden in een louter ideologisch gevecht. Wij geloven dat het WSF een plaats zou moeten zijn voor het aanbieden van ideeën. Op dit moment in de geschiedenis waarop activisme in de wereld in dalende lijn is, is dit een belangrijke functie. Wij hebben ruimten nodig voor het uitwisselen en bespreken van ideeën zodat we tenminste onze gemeenschappelijke visies kunnen consolideren in tegenstelling tot de vrijemarkteconomie en het imperialisme. IPS: Stelt zich hier niet een probleem van representatie en zelfs van democratie binnen het WSF, omdat sociale bewegingen die uit miljoenen activisten bestaan in talloze landen hetzelfde recht van spreken hebben als plaatselijke NGO’s met slechts een paar leden? Stédile: Er is geen probleem van representatie en democratie als we het WSF opvatten als een ruimte waar iedere deelnemer wordt uitgenodigd om zijn of haar inbreng te hebben. Het is een plaats voor reflectie, niet voor het komen tot beslissingen of het ontwikkelen van actieplannen. We hoeven dus niet overbezorgd te zijn over een juiste afvaardiging en hoe representatief we wel zijn. IPS: De klimaatverandering staat erg op de voorgrond. Dwingt dat het WSF niet om zijn prioriteiten en centrale thema’s aan te passen? Stédile: Onze voornaamste zorg op dit moment is om vast te houden aan de agenda van strijd tegen de vrijemarkteconomie en het imperialisme. En natuurlijk zijn klimaatthema’s en milieuvernietiging nauw verwant aan het ontwikkelingsmodel dat de centra van de wereldmacht aanhangen. We moeten van nu af aan meer tijd besteden aan het thema van klimaatverandering omdat de sociale en ecologische gevolgen duidelijker zijn dan drie of vier jaar geleden. Het is geen kwestie van prioriteit maar van focus. IPS: De invloed van het WSF schijnt te zijn verminderd nu het nieuwe van de eerste bijeenkomsten eraf is. Wat vraagt het van het Forum om een grotere invloed uit te oefenen op de politiek, op het leven van de mensen en op samenlevingen? Stédile: Het is waar dat de invloed is afgenomen van een wereldforum dat de vermetelheid had om Davos uit te dagen, waar de jaarlijkse ontmoeting plaats vindt van het Wereld Economisch Forum. Het nieuwe is eraf. In 2001, toen het samenlevingsforum begon, beschikte niemand die zich verzette tegen het neoliberale economische vrijemarktmodel, over media-aandacht. Het WSF slaagde erin de ideologische hegemonie in de media te doorbreken – niet langer een eensgezind goedkeuren van het neoliberalisme. Maar nu moeten we overlegruimte scheppen dichter bij de bewegingen, de mensen en de onderzoeksinstituten en universiteiten. IPS: Wat zijn de verworvenheden van het WSF afgezien van haar bestaan en haar uitbouw? Heeft het wel enige invloed gehad op de verandering van het globaliseringmodel? Stédile: Zijn voornaamste verdienste is geweest intellectuelen en sociale leiders over de hele wereld bijeen te brengen om na te denken over de beperkingen en gevolgen van de neoliberale en imperialistische economische en politieke modellen. Vergeet niet dat een brede sector van het linkse veld, speciaal de politiek partijen, zelfs steun verleenden aan bepaalde vrijemarktideeën, en dat anderen zwegen. In Europa, maar even goed in Latijns Amerika, pasten zogenaamde socialistische partijen die aan de macht waren economische vrijemarktprogramma’s toe die de belangen dienden van het internationale financiële kapitaal. Het was dus zeer belangrijk dat wij in staat waren een antiliberale cultuur te vestigen en een mogelijkheid boden voor reflectie, zodat sociale bewegingen hun ideologische verwarring konden ophelderen. IPS: Welke zijn naar uw mening de grenzen van het WSF? Hoeveel kan het bijdragen aan de sociale veranderingen die het voorstaat? Stédile: De beperkingen van het WSF zijn duidelijk. Het kan niet de ambitie hebben van een arbeidersinternationale, want dat is het gewoon niet. Het kan ook niet een centraal comité zijn dat politieke richtlijnen uitschrijft die iedereen moet volgen. Maar er ligt de uitdaging voor de sociale bewegingen en alle verschillende volksorganisaties om het WSF te gebruiken als een mogelijkheid tot het bouwen van massale acties. Mij lijkt het essentieel dat sectoren met een sociale basis en met invloed in de samenleving zouden opschuiven naar een volgend stadium, wat bestaat in het houden van gecoördineerde massale acties op wereldschaal. Wat wij allen gemeenschappelijk hebben is een uiterst belangrijke maar smalle focus. Wij zijn allen tegen imperialisme, oorlog en een neoliberale economie. Op basis van een minimale mate van eenheid moeten wij acties plannen tegen multinationals en tegen multilaterale lichamen zoals de Wereldhandelsorganisatie, de Wereldbank, het Internationale Monetaire Fonds en de vrijhandelovereenkomsten. Betogingen waren en zijn nog steeds belangrijk als middel om ideeën uit te dragen, maar zij kunnen de vrijemarktpolitiek niet stoppen. We moeten nu naar voren komen en het eens worden over gemeenschappelijke acties tegen onze gemeenschappelijke vijanden. IPS: Studies naar het profiel van de deelnemers hebben aangetoond dat het WSF is samengesteld uit een intellectuele elite met overwegend universitairen behorende tot de middenklassen. Is dat niet in strijd met de idealen van sociale inclusie en verandering van de wereld? Stédile: Het lag voor de hand dat dit het geval zou zijn. Als je kijkt naar het WSF als een wereldbijeenkomst om te discussiëren over ideeën is het duidelijk dat er geldmiddelen moeten zijn en een zeker niveau van intellectuele ontwikkeling bij de mensen die deelnemen. Daarom zijn wij er voorstander van om de forums minder vaak bijeen te laten komen en meer aandacht te geven aan lokale en regionale activiteiten. |