In "Patents: taken for granted in plans for a global biofuels market"
gaat Steve Suppan van het Amerikaanse IATP
in op de rol van biobrandstoffen in ontwikkelingslanden. Enerzijds erkent
Suppan dat ontwikkelingslanden veel geld zouden kunnen verdienen met het
verbouwen en exporteren van biobrandstoffen, maar anderzijds moet hij
concluderen dat daar in de praktijk weinig van terecht komt.
De oorzaak hiervan ligt volgens Suppan in de patentwetgeving. Alles wat er
nodig is om gewassen tot brandstof te verwerken wordt tot intellectueel
eigendom verklaard. Twijfels of een enzym, een gen of een gewas überhaupt wel
voor een patent in aanmerking komt worden systematisch onder het tapijt
geveegd. Mag de aanvrager van de wet echt zeker geen eigendom claimen? Dan
veranderen we de wet gewoon. Het gevolg is dat vrijwel het hele productieproces
in handen blijft van patenthouders. En die patenthouders, dat zijn uiteraard de
petrochemische reuzen met een vestigingsplaats in hoogontwikkelde landen.
De hele tekst lees je hier
Korte samenvatting:
De omvang van de handel in ethanol en biodiesel
In 2004 omvatte de internationale ethanolhandel 3 miljard
liter, terwijl de productie 32 miljard liter bedroeg. De meeste landen
produceerden in 2004 dus grotendeels voor de binnenlandse markt. De totale ruwe
oliehandel bedroeg in 2004 920 miljard liter.
In 2006 was dit het beeld van de ethanolproductie: VS 18 378
miljoen liter; Brazilië 17 000 miljoen liter; China 3 850 miljoen liter; India
1 900 miljoen liter.
In 2005 bleef de biodieselproductie grotendeels, 89%,
beperkt tot Europa. Het aandeel van Duitsland bedroeg 54,5%. Hoewel op dit
moment de handel in biobrandstoffen in hoofdzaak lokaal is, stellen de VS reeds
alles in het werk om in het licht van de verwachte wereldhandel in de
biobrandstoffen, hun patenten veilig te stellen.
De eerste generatie: biobrandstoffen op basis van
gewassen
In de landbouw is veel aandacht voor de energiegewassen,
maar op iets langere termijn is de hoop daarop niet gevestigd. De handel
verwacht ernstige belemmeringen op grond van de Conventie rond de Biologische
Diversiteit. De biotechindustrie zou graag de Terminator technologie (=
steriele zaden) erdoor drukken om zo zekerheid te hebben dat transgenen zich
niet in het milieu kunnen verspreiden. Dat zou de coëxistentie op de velden
onbeperkt mogelijk maken. De maatschappelijke acceptatie van de Terminator
technologie is echter nog niet voor morgen.
De tweede generatie: biobrandstoffen uit cellulose
Hoewel op dit moment nog niet rendabel, zit er meer
perspectief in de inzet van biomassa uit teeltresten, waaronder te rekenen
stro, snijmaïs excl. de kolf, olifantgras, houtachtige producten en afval van
de houtverwerking. Een meer gesofistikeerde inzet van enzymen zal de
rendabiliteit opvoeren. Enzymen zetten een biochemische reactie in gang en
versnellen deze. Zij kunnen worden toegepast zowel voor de vorming van ethanol
als van biodiesel.
De productontwikkeling gebeurt meestal in kleinere bedrijven
en labo’s; het veiligstellen van de patenten is het werk voor de agrobusiness
die meer gewicht in de schaal kan leggen bij de patentbureaus. Kleinere en
grotere bedrijven vormen kartels; men spreekt van “biogolopoly”. De WTO heeft
geen regels die kartelvorming tegengaan; de EU overigens wel.
Een pijnpunt vormen de samenwerkingsverbanden tussen
privébedrijven en door de overheid en dus door de belastingbetaler
gefinancierde universiteitslabo’s. Belastinggelden monden zo uit in patenten
waar de gemeenschap geen baat bij heeft.
Onderzoek en veredeling brengen ons enzymen en bacteriën die
in gewassen en ook in bomen hun voorbereidende werk doen tijdens de
groeiperiode om de omzetting in ethanol te bevorderen.
Reikwijdte van patenten
Patentrechten op synthetische biologische producten en
processen zijn verreikend en zo gecompliceerd dat het kluwen van patenten en
licenties een gevaar vormt voor de verdere ontwikkeling. Soms hebben
patenthouders niet de bedoeling de verdere ontwikkeling te ondersteunen, maar
patenten strategisch te gebruiken om de concurrentie te dwarsbomen.
De vrees bestaat dat deze tactiek ook wordt gevolgd in de
wereld van de biobrandstoffen.
Intellectuele eigendom beschouwd als een investering
De multinationale bedrijven hebben er baat bij dat de
overheid hen door begeleidende maatregelen steunt in het wekken van vertrouwen
in biobrandstof en meer in het algemeen in biotech-producten bij de consument.
Regelgeving en patenten zijn vormen van begeleidende maatregelen. Als daardoor
een vruchtbare bodem is gelegd, zoeken multinationale bedrijven om datgene wat
tot nu toe beperkt bleef tot binnenlandse activiteiten en handel, hoofdzakelijk
in Brazilië en de VS, om te vormen in een op export gerichte industrie in een
klimaat van vrijhandel. Daarbinnen gedijen patenthouders en private
investeerders – gewoonlijk multinationale ondernemingen – het beste.
Regeringen die uit zijn op private investeringen bieden
investeerders bescherming om het risico van een investering te beperken.
Bescherming van het intellectuele eigendomsrecht maakt daarvan deel uit. Ook
biedt de overheid transportinfrastructuur aan en opslagcapaciteit.
In bilaterale investeringsverdragen en in
vrijhandelsovereenkomsten wordt intellectuele eigendom, dus patenten, vaak
gedefinieerd als investering. Ook dat vermindert het risico voor de private
investeerder. Langs die weg worden patenten vaak zwaarder beschermd dan volgens
het algemene TRIPS-verdrag van de WTO (1995) (het TRIPS-verdrag is het verdrag
dat de intellectuele eigendomsrechten binnen de handel veilig stelt).
Patenten die worden gedefinieerd als investeringen zijn
verreikend. Een bacterie, die ontdekt wordt tijdens een expeditie en dus deel
uitmaakt van het gemeengoed, kan de grondslag vormen van een gepatenteerd
procédé.
Milieueffecten
Zelden komt men er voor uit dat men met de promotie van
biobrandstoffen ook een promotie van de wereldhandel op het oog heeft. Het
wordt eerder voorgesteld als een neveneffect.
De echte reden voor de ontwikkeling van de biobrandstoffen
is echter de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te beperken en vooral de
emissie van broeikasgassen te beperken. Ondersteuning van lokale opwekking van
biobrandstof in plaats van een wereldomspannende handel daarin zou
daadwerkelijk milieuvoordelen hebben. Plaatselijke systemen, in lokale eigendom
en beheer, vormen een grotere prikkel om het milieu niet te schaden.
In het bijzonder ontwikkelingslanden leggen andere
prioriteiten. Zo verwacht een Braziliaanse suikerrietverwerker dat de komende
15 jaar eenderde deel van alle Braziliaanse weidegronden, zo’n 100 miljoen
hectare, zal worden ingeplant met suikerriet. Het huidige beeld in Brazilië is:
22 miljoen ha soja; 6 miljoen ha suikerriet (waarvan 40% bestemd voor ethanol);
3 miljoen ha eucalyptus.
Behalve milieuschade als gevolg van de verdwijning van de
oerwouden en de Cerrado, is er sociale pijn: de inheemse bevolking die wordt
verdreven uit zijn biotoop, verliest niet alleen zijn gronden maar neemt ook de
traditionele kennis mee van biologische bronnen – iets wat van grotere waarde
is dan de hele biobrandstof.
Volgens een rapport van de VN (Special Rapporteur. United Nations Permanent Forum on
Indigenous Issues.” July 2007.) gaat het om ca 60 miljoen inheemsen als
de huidige investeringsplannen worden doorgezet.
Amerikaanse dominantie
De grondslag voor een patent, volgens de definitie van de
WTO, is al gauw aanwezig. Te gauw in de ogen van sommige deskundigen. Men
spreekt van “patent pathologie” en meent dat de innovatieve waarde waar
patenten voor staan, in gevaar komt. Er is een grondig ander aanpak nodig om te
zorgen dat patenten het algemeen belang dienen en zo een investering van
openbare middelen rechtvaardigen.
Volledig in tegenstelling daarmee is het gedrag van de
Amerikaanse regering zoals dat tot uiting komt bij de onderhandeling over een
recent vrijhandelsverdrag met El Salvador. De VS eisen van El Salvador 108
wijzigingen in haar wetgeving die intellectuele eigendom regelt. Enkel
voorbeelden van de eisen:
-
natuurlijke en genetische bronnen moeten gepatenteerd
kunnen worden
-
er moeten boeten, gevangenisstraffen en beslagleggingen
worden vastgesteld voor inbreuken op patenten
-
verplichting tot betaling van verwachte winsten en
wettelijke honoraria voor patenthouders is een voorwaarde
-
bij een aanklacht wordt schuld als uitgangspunt genomen
tenzij onschuld wordt bewezen
-
inbreuken op patentrecht moet in de nationale pers
worden bekend gemaakt.
-
inbreuken op patentrecht, eerder aangeduid als een misdrijf,
worden nu aangemerkt als een misdaad volgens het burgerlijk recht (de volgorde
van ernst is: overtreding, misdrijf, misdaad)
-
als de regering van El Salvador nalaat zijn burgers
voldoende te straffen ter bescherming van de patenthouders, kunnen patenthouders
de regering van El Salvador aanspreken voor compensaties en sancties. Zij
worden daarin gesteund door de bepalingen in het CAFTA (het vrijhandelsverdrag
met Midden Amerika), waarin patenten gelijk worden gesteld aan investeringen.
Kortom, de VS laten haar wetten prevaleren boven
internationale handelsovereenkomsten. Zij staan in bilaterale of regionale
handelsovereenkomsten aan andere partijen niet toe wat zij voor zich zelf
opeisen.
Hervorming van het patentrecht en voorrang voor
gemeengoed
Welke hervorming er ook plaatsvindt in het patentrecht, zij
kan geen halt toeroepen aan de aanspraak op grond ten behoeve van productie van
de biobrandstoffen. Hier moeten regeringen inspringen, maar zij schieten daarin
vaak tekort. Dat geldt bvb in Brazilië, niet alleen in zake de energieteelten
maar ook inzake de sojateelt.
Conclusie
Overheidsbeleid in de vorm van verplichte bijmenging van
biobrandstof bij fossiele brandstof, belastingtegemoetkomingen en subsidies
geven de biobrandstoffen een duw in de rug. Patenten doen dat niet, maar zij
hebben wel invloed op de hele ontwikkeling en op de resultaten.
Wijziging van het patentrecht zal traag verlopen, te traag
om een gunstige invloed te hebben op de ontwikkeling van de biobrandstoffen.
Er zijn echter voldoende argumenten aangehaald om de
investering in biobrandstoffen in vraag te stellen. Stop de huidige heilloze
investeringplannen voor biobrandstoffen en onderhandel over krachtige milieu-
en sociale voorwaarden voor de ontwikkeling daarvan met aandacht voor het
‘gemeengoed’ op alle niveaus.
071031
|