Trop is teveel!
Van de ruim 850 miljoen
mensen die wereldwijd honger lijden, is de overgrote meerderheid boeren. En dat
terwijl ze juist voedsel produceren! De boeren bevinden zich vaak in deze
paradoxale situatie door een moeilijke toegang tot vruchtbare gronden, water,
kredieten en zaden. Nationale overheden hebben maar al te vaak andere
prioriteiten. Bovendien kunnen de kleine boeren in het Zuiden niet opboksen
tegen de overspoeling van goedkope ingevoerde producten op hun plaatselijke
markten. Zo komen ze massaal in het doodlopend straatje van honger en armoede
terecht.
Terwijl voedsel toch een
mensenrecht is! Iedereen heeft het recht op een goede en gezonde voeding. Al te
veel mensen blijven van dit basisrecht verstoken. En het wordt er niet beter op
door alles maar aan de vrije markt over te laten. Ook het milieu is er de dupe
van. De grootschalige en nog steeds toenemende industrialisering van de
landbouw weegt zwaar op het eeuwenoude evenwicht tussen mens en milieu. De
natuur krijgt hiervan de vervuilde rekening voorgeschoteld. Dit kan zo niet
langer!
|
De kleine ontregelende
boon
Wat heeft een kleine
sojaboon uit Brazilië te maken met het lot van de boeren in Afrika? Niets, op
het eerste zicht! Of toch wel? Het voorbeeld van de sojaproductie legt de
verbanden bloot tussen industriële grootschalige landbouw, het vernietigen
van ’s werelds natuurrijkdommen en internationale handelsmechanismen.
Bovendien maakt het de noodzaak duidelijk van duurzame landbouw. In Europa
voeren wij soja in uit Brazilië en Argentinië voor de aanmaak van veevoeder
voor onze intensieve veeteelt. In Zuid-Amerika veroorzaakt de grootschalige
sojaproductie niet alleen een ecologische ramp in het doen verdwijnen van
immense oppervlakten regenwoud. Het betekent voor veel boeren en inheemse
volken ook armoede en honger, wegens geen toegang meer tot hun gronden en het
wegconcurreren van lokale teelten.
In Europa veroorzaakt de
massale vleesproductie het bekende mestoverschot. En onze vleesoverschotten
en ons graan dumpen we dan maar in Afrika tegen spotprijzen. En daarmee
concurreren we ginds de lokale boeren uit de markt. Zo is de productie van
soja, die voornamelijk in handen is van enkele multinationals,
verantwoordelijk voor een ecologische en sociale ramp op wereldvlak. Veel
duurzamer is het om de nodige eiwitten voor dierenvoeding in Europa zelf
voort te brengen. Verschillende eiwithoudende gewassen zoals grasklaver zijn
daarvoor geschikt.
|
Samen de boer op
Het kan anders! Gezamenlijk
moeten we groeien naar een duurzame landbouw die aangepast is aan de lokale
omstandigheden zonder de bodem uit te putten. Dergelijke landbouw is in de
eerste plaats gericht op de regionale voedselvoorziening én respecteert
tegelijk de natuur. Met duurzame landbouw kunnen de boeren de wereld voeden,
niet alleen vandaag, maar ook in de toekomst. Zo kunnen onze kleinkinderen zich
ook goed en gezond voeden.
Met dit in het achterhoofd
slaan de Noord-Zuidbeweging en de milieuorganisaties de handen in elkaar. Met
het samenwerkingsverband 2015 DE TIJD LOOPT voert de Noord-Zuidbeweging tien
jaar lang campagne rond de Millenniumdoelstellingen. 191 landen engageerden
zich binnen de Verenigde Naties om tegen 2015 de honger en de armoede in de
wereld te halveren. Binnen dit kader eisen we samen, vanuit de
Noord-Zuidbeweging en vanuit de milieuorganisaties, meer aandacht voor duurzame
landbouw in Zuid én Noord. En dit om iedereen wereldwijd van voedsel te
voorzien. Onze tien eisen omvatten niet alleen steun aan duurzame landbouw,
maar ook aandacht voor betere handelsregels. En zélf kunnen we er ook iets aan
doen.
Betere handelsregels
In dat eisenpakket hebben we
het ook over handel. Landbouw en handel zijn onlosmakelijk met elkaar
verbonden. Boeren produceren voedsel voor zichzelf, maar ze verkopen hun
producten ook om inkomsten te krijgen. De prijs die ze voor een product
krijgen, bepaalt dus in grote mate de welvaart van het gezin. Lokale markten in
het Zuiden worden op veel plaatsen echter ontwricht door goedkope invoer van
bijvoorbeeld kippen, ajuinen, maïs, rijst en melkpoeder. Als die producten ook
nog eens gesubsidieerd werden, dan hebben we te maken met dumping, wat gelijk
staat met het uitvoeren onder de kostprijs. Dumping is oneerlijke concurrentie
en doet de prijzen kelderen. Hierdoor zakt het gezinsinkomen van de lokale
boerenfamilies als een pudding in elkaar.
We kunnen daarom de
productie, de verdeling en de toegang tot voedsel niet aan de grillen van de
vrije markt overlaten. Alle regio’s (en vooral de armste landen) moeten het
recht krijgen om hun eigen markten af te schermen tegen deze goedkope invoer en
ecologische dumping. Veel kleine boeren zijn ook afhankelijk van
exportlandbouw zoals koffie en cacao. Schommelingen en te lage
prijzen van deze grondstoffen hebben miljoenen gezinnen getroffen.
Een eerlijke en stabiele
prijs voor de landbouwproducten is de beste manier om de boeren een waardig
bestaan te garanderen. Maar ook de milieukost moet in de prijs verrekend
worden. Het gaat bovendien niet op dat zwakkere milieuregels gelden voor ingevoerde
producten dan voor de binnenlandse productie.
Steun kleinschalige
duurzame landbouw
Anno 2006 is landbouw big
business. Een handjevol gigantische landbouwmultinationals bepalen
momenteel de wereldmarkt en gaan met het grootste deel van het geld lopen. Om
meer winst te maken, zoeken de multinationale ondernemingen steeds goedkopere
productieomstandigheden. Er moeten maatregelen genomen worden om de macht van
de multinationals in te perken en de positie van de landbouwers te versterken.
Boeren overal ter wereld
kunnen de gemeenschap voeden. Maar dan is er wel nood aan toegang tot gronden,
water, … en tot markten met stabiele en lonende prijzen. En er is ook nood aan
meer onderzoek rond duurzame landbouw en steun aan sterke boerenorganisaties.
In de meeste delen van de
wereld is landbouw een vrouwenzaak. Afrikaanse vrouwen bijvoorbeeld staan in
voor tachtig procent van de voedselproductie. Zij trekken ook naar de lokale
markt om hun producten aan de man te brengen. Toch worden plattelandsvrouwen
nog op veel gebieden achtergesteld. Zo bezitten ze zelden het land dat ze
bewerken, en mogen ze hun geldpotje niet altijd zelf beheren. Duurzame landbouw
zal dan enkel een toekomst hebben als we de obstakels uit de weg ruimen die
boerinnen ervan verhinderen te leven van hun landbouw.
Overheden moeten ook een
milieuvriendelijke landbouw stimuleren, die rekening houdt met de draagkracht
van de aarde. Daarbij is het promoten van regionale markten zeer belangrijk.
Het is toch al te gek dat landbouwproducten de halve wereld moeten afreizen,
als ze ook ter plaatse kunnen geteeld worden.
In het winkelwagentje
Het is duidelijk dat veel
van onze eisen gericht zijn aan overheden op diverse beleidsniveaus en
internationale instanties. Maar zelf zijn we ook consumenten en dus beschikken
we over een behoorlijke portie macht. Elke dag krijgen we landbouwproducten op
ons bord. Dat maakt dat we zelf keuzes kunnen maken. Door producten te kopen
die op een duurzame manier zijn voortgebracht, bij een Wereldwinkel,
bioproducten uit je buurt, door je aan te sluiten bij een voedselteam of door
af en toe wat minder vlees te eten, tonen we een bewust consumptiegedrag. Zo
steunen we de boeren en het milieu in het Zuiden én het Noorden met een
eerlijke prijs. En daarvoor hoeven we niet op beleidsveranderingen te wachten.
|
De 10 eisen van de
Noord-Zuidbeweging en de milieuorganisaties:
- Recht op afschermen van
lokale markten garanderen
- Kwaliteitsbevorderende
handelsregels stimuleren
- Dumping van
landbouwproducten stoppen
- Eerlijke en stabiele
prijzen voor landbouwproducten
- De greep van
multinationals op de landbouw beperken
- Kleinschalige duurzame
landbouw in het Zuiden steunen
- De positie van de vrouwen
in de landbouw versterken
- Regionale
landbouwmarkten stimuleren
- Milieuvriendelijke
productie in het Noorden stimuleren
- Duurzaam
consumentengedrag promoten
zie Voedselkrant 12.06.06.
|
[website] Meer info over
deze gemeenschappelijke eisen: www.detijdloopt.be
Deze campagne is een
gezamenlijke actie van Africa Europe Faith and Justice Network, Bioforum
Vlaanderen, Bond Beter Leefmilieu, CDI-Bwamanda-België, FIAN-Belgium, Greenpeace,
Ieder voor Allen, Jeugdbond voor natuur en milieu, KWIA, Natuurpunt, Netwerk
Bewust Verbruiken, VELT, Vlaams Agrarisch Centrum, Voedselteams, VODO, Voor Moeder
Aarde, Wervel en het samenwerkingsverband 2015 DE TIJD LOOPT: Bevrijde Wereld, Broederlijk
Delen, Fos, Globelink, Intal, KBA, Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging
11.11.11, Noë, Oxfam Solidariteit, Oxfam Wereldwinkels, Plan België, Protos,
Studio Globo, Trias, Vlaams Guatemala Comité, Volens, Vredeseilanden,
Wereldsolidariteit, Wereldcentrum, Wereldmediatheek.