spacer
spacer
       
Home
Landbouwbeleid
Eiwittransitie
Landbouwsubsidies
Biobrandstoffen
Agroforestry
WTO
Soja
Melk
Suiker
Kemp
Amarant
Lupine
Biotechnologie
Voedselsituatie en -handel
Denk globaal eet lokaal
Landbouw en cultuur
Diverse info
 

Wervelvisie in revisie
Share/Save/Bookmark
Er wordt binnen Wervel in een proces van 2 jaar gewerkt aan een nieuwe langetermijnvisie.
Hier volgt een kritische benadering die start met het citeren van de huidige formulering van de visie:
“Wij geloven dat de huidige tegenstellingen tussen consument, milieu, derde wereld, en boer(in) aangevoeld worden [als veroorzaakt] door een te ver doorgedreven industrialisatie van de landbouw. Bovendien veroorzaakt het huidige landbouwmodel structureel onrecht voor een groot deel van de wereldbevolking. Verder zijn er grote cultuurverschillen tussen noord en zuid, maar ook tussen boer en niet-boer.

Wij geloven dat die bedreigingen kunnen omgevormd worden tot kansen. Samenwerking tussen de verschillende actoren is mogelijk. Meer nog: landbouw, natuur, consumptie en solidariteit met de derde wereld met elkaar in verband brengen, kan zelfs een synergetisch effect hebben. De landbouwproductiviteit hier en in het zuiden, de biodiversiteit, de kwaliteit van het voedsel, de sociale cohesie en de solidariteit kunnen door een betere dialoog alleen maar meerwaarde krijgen.”

Bovenstaande alinea is een citaat uit het Wervelbeleidsplan 2006-2009. Het is de visie van Wervel, waarop zij haar beleidsplan heeft gebaseerd.[1]

De eerste zin is taalkundig enigszins mank, vandaar de toevoeging tussen rechte haken. Toch kan daaruit verstaan worden dat een te ver doorgedreven industrialisatie door Wervel gezien wordt als de hoofdoorzaak van de huidige tegenstellingen tussen consument, milieu, derde wereld, en boer(in).

De tweede zin ziet het huidige landbouwmodel als oorzaak van structureel onrecht voor een groot deel van de wereldbevolking.

De derde zin is een vaststelling die van invloed kan zijn op politieke en sociale maatregelen die wellicht niet uniform genomen kunnen worden over de hele aarde.

De tweede alinea dringt aan op integratie, samenwerking en dialoog.

In het navolgende ga ik in op een paar aspecten in de visie-uitspraak van Wervel, in het bijzonder op de formulering in de eerste twee zinnen. Ik vind dat die nodig moeten worden bijgesteld.

Het gaat om:

  • een te ver doorgedreven industrialisatie
  • de huidige tegenstellingen tussen consument, milieu, derde wereld, en boer(in)
  • het huidige landbouwmodel.

 

Industrialisatie

Als een te ver doorgedreven industrialisatie de spil is waarom de problemen draaien, moeten we de vraag stellen of daarmee bedoeld wordt dat de landbouw te sterk geïndustrialiseerd is, dan wel de voedselverwerking, dan wel beide.

We moeten zelfs nog een stap terug zetten en ons afvragen of de industrialisatie wel de grondoorzaak is van de problemen en of die niet eerder gezocht moet worden in onze wijze van naar voedsel en landbouw kijken; in de wijze waarop we voedsel transporteren en verhandelen; in de wijze waarop we omgaan met onze lichamelijke en geestelijke gezondheid.

Wervel zet industriële landbouw graag af tegen familiale landbouw, maar is dat niet meten met twee maten? En, is dit geen tegenstelling die per regio verschilt?

Industriële landbouw wordt gekenmerkt door een hoge mate van mechanisatie, door hoge inzet van veelal uit de chemische industrie afkomstige externe inputs en door zoveel mogelijk besparing op menselijke arbeid. Heel wat familiale landbouw, waaronder we verstaan een vorm van landbouw, die in gezinsverband wordt bedreven, verschilt echter niet meer van die karakteristiek, althans in de meer ontwikkelde landen.

Industriële landbouw heeft nog een andere verschijningsvorm, n.l. die van de intensieve veeteelt. Die wordt even goed in gezinsverband bedreven als op grotere schaal in op fabrieken gelijkende landbouwbedrijven. Kippen in etagevorm houden is ook voor de familiale boer niet ongewoon. Voor de varkensteelt geldt iets soortgelijks.

Wanneer is industrialisatie te ver doorgedreven? En in welke sectoren van de landbouw?
Is er iets tegen een hoge graad van mechanisatie?

Het zijn moeilijk te beantwoorden vragen.

Ieder stap naar verhoging van de mechanisatie en naar de inzet van meer chemische inputs en van meer van ver aangevoerde voeders in de veeteelt moet worden afgewogen tegen de sociale, agrarische en ecologische gevolgen.

Als die gevolgen in hoofdzaak negatief zijn is er sprake van te ver doorgedreven rationalisatie resp. industrialisatie. Daarmee is nog niet gezegd dat daarin ook de oorzaak zou liggen van de huidige tegenstellingen tussen consument, milieu, derde wereld, en boer(in).

Waar die wel liggen, probeer ik verderop aan te tonen.

“Tegenstellingen tussen consument, milieu, derde wereld, en boer(in)”: De opsomming is erg compact en daardoor verwarrend geworden.

  • Is er sprake van een tegenstelling tussen consument en boer(in)?
  • Is er sprake van een tegenstelling tussen landbouw en het leefmilieu?
  • Wat doen de woorden “derde wereld” in dit rijtje?

 

Tegenstelling consument – producent

Is daar wel een tegenstelling?

Naarmate de wereld meer en meer verstedelijkt, is er in kwantitatieve zin sprake van een groeiende tegenstelling tussen de stedelijke consument en de producerende boer(in), die in de meeste gevallen aan het platteland gebonden blijft. Het duurt niet lang meer of de helft van de wereldbevolking leeft in steden; misschien is het nu al een feit afhankelijk van de definitie van het begrip stad. De mechanisatie van de landbouw is een van de eerste oorzaken van de ontvolking van het platteland. Het relatief goedkope transport van voedsel vanuit het platteland naar de steden maakt mede de trek naar de stad mogelijk. Zou de stad niet voortdurend bevoorraad worden, zou ze ook niet bestaan.

Dat alles hoeft echter de tegenstelling tussen consument en producent niet aan te scherpen. Voedselteams en boerenwinkels proberen daaraan te verhelpen; ook boerenmarkten zijn belangrijk.

Wat is dan wel een belangrijke oorzaak dat consument en producent uiteengroeien?

De handel en de voedselverwerking zit daar voor iets tussen.

Afgezien van de afdelingen aardappelen, groenten en fruit vindt men weinig agrarische basisproducten in de supermarkt. Zelfs de granen die men daar aantreft zijn meestal bewerkt. Sojabonen vind je niet in een supermarkt; daarvoor moet je naar de Chinees.

De echte oorzaak van de groeiende tegenstelling tussen producent en consument schuilt in de zich oprekkende voedselketen in wisselwerking met ons koop- en eetgedrag. Meer en meer eten wij industrieel verwerkte en bewerkte voeding. Het werk in de eigen keuken loopt drastisch terug; de koelkast en de diepvriezer vormen de buffer tussen de supermarkt en onze maag.

Is Wervel bereid ons koop- en eetgedrag op scherp te stellen?

 

Tegenstelling landbouw en leefmilieu

Als dochters van de natuur zouden landbouw en veeteelt in vrede moeten leven met hun moeder. Waarom doen ze dat niet? Waarom kunstmest, waarom chemische bestrijdingsmiddelen tegen “onkruid”, tegen schimmels en insecten? Waarom genetica en biotechnologie?

Landbouw en veeteelt zijn minder natuurlijk dan wij vaak denken.

Ieder menselijk ingrijpen is cultuurlijk. Dat geldt ook voor landbouw en veeteelt. Het Latijnse woord cultura betekent: verzorging, verbouwing; zelfs: landbouw en veredeling. Ook wij spreken i.v.m. landbouw over culturen.

Het is goed om de moeder en haar dochters niet verder dan strikt nodig uit elkaar te laten groeien.

Vandaar dat Wervel streeft naar verzoening en onderlinge afstemming. Waar de Boerenbond zegt: “Verweven waar nodig, maar scheiden waar mogelijk”, legt Wervel de nadruk op verweving, verzoening en afstemming. Scheiden waar mogelijk is niet het uitgangspunt en niet aan te bevelen.

Natuurlijke processen moeten de landbouw en de veeteelt zoveel mogelijk blijven beheersen. Bestrijding van plagen moet zoveel mogelijk door de inzet van biologische bestrijdingsmiddelen. Voor het in de hand houden van het onkruid zijn andere mogelijkheden dan sproeien van chemicaliën. En als de inzet van chemicaliën onvermijdelijk is, dan moet dit met de grootste zorg en matigheid gebeuren.

 

Wat doet de derde wereld in ons rijtje?

Wat bindt ons als het over voeding en landbouw gaat met de derde wereld?

Dat is in de eerste plaats de handel. We halen er heel wat en we brengen ook heel wat terug. De handel leeft van transport. Het huidige transport is duur, maar uit ecologisch oogpunt te goedkoop omdat de kosten van de milieuschade extern blijven. Handel en milieu staan op zeer gespannen voet.

Wat halen we op agrarisch vlak uit de derde wereld en wat brengen we er terug?

Ogenschijnlijk niet veel. Van alle agrarische producten komt maar ca 10% op de wereldmarkt en van die 10% komt een fractie ten slotte uit de derde wereld. Toch betekent dat lage percentage niet dat de voedselhandel onbelangrijk zou zijn. De EU haalt per jaar meer dan 50 miljoen ton eiwitrijke producten van overzee, en voor een deel ook uit ontwikkelingslanden. Die eiwitrijke producten zijn sojabonen en daarvan afgeleide producten (samen ca 40 miljoen ton/jr.), maar ook cassave, maïsgluten, enz.

Die eiwitten worden nauwelijks door mensen gegeten, neen, die gaan grotendeels naar de kippen, varkens en koeien.

Als in verband met landbouw de woorden derde wereld vallen moet er bij ons een lampje gaan branden. Het gaat om handel, oneerlijke handel vaak, en onwijze handel ook omdat het milieu onnodig geschaad wordt.

Oneerlijke handel? Ja, hoewel de Wereldhandelsorganisatie zegt zijn best te doen voor eerlijke handelsregels, lukt dat nog niet zo goed. Men zoekt naar handelsregels die wereldwijd gelden. Uitzonderingen voor basisvoedsel (Special Products), zodat landen in de gelegenheid zijn of blijven om hun eigen agrarische markt af te schermen, vinden weinig gehoor bij de sterkere handelsblokken. De zware jongens vergeten nogal gemakkelijk dat het toepassen van gelijke regels op ongelijke partners neerkomt op het toepassen van ongelijke regels.

Als het om de derde wereld gaat is het eerste wat Wervel in het vizier krijgt de oneerlijke handel. Maar sociaal onrecht door dubieuze arbeidsverhoudingen, en milieu- en gezondheidsschade wegen niet minder zwaar. Overigens geldt dat hier evengoed als in de derde wereld.

 

Het huidige landbouwmodel als de oorzaak van structureel onrecht voor een groot deel van de wereldbevolking

Kan een landbouwmodel de oorzaak zijn van structureel onrecht voor een groot deel van de wereldbevolking? De vraag veronderstelt een wereldwijd geldend landbouwmodel, dat bestempeld kan worden als huidig landbouwmodel.

Maar zijn landbouwmodellen niet regionaal verschillend en zijn ze per regio niet ook nog verschillend?

Zijn de landbouwmodellen van Brazilië niet heel anders dan die van de EU? Zijn de landbouwmodellen die gangbaar zijn in de VS niet volstrekt anders dan die van de meeste Afrikaanse en Aziatische landen?

Het antwoord is ja, en dit betekent dat de zin: “Het huidige landbouwmodel als de oorzaak van structureel onrecht voor een groot deel van de wereldbevolking.” ongegrond is.

Niet alleen dat er op de wereld zeer uiteenlopende landbouwmodellen zijn, ook het landbouwbeleid is zeer uiteenlopend. Dat komt bvb tot uiting in conflictsituaties in de WTO.

Landbouwmodellen zijn regionaal verschillend. Zij kunnen regionaal onrechtvaardige effecten hebben op een deel van de bevolking. Voor landbouwbeleid geldt hetzelfde.

En ook geldt dat agrarisch overheidsbeleid een specifiek landbouwmodel kan bevoordelen dat meer dan andere modellen onrechtvaardig is voor alle of voor een gedeelte van de boeren.

Brazilië is daarvan een goed voorbeeld met zijn tweesporig landbouwbeleid. Enerzijds een minister voor de grootschalige exportlandbouw, met zijn vaak dubieuze tewerkstelling en een minster voor de kleinschalige landbouw, die merendeels de eigen bevolking voedt en bedreven wordt door de kleinere boeren, onder de noemer Agricultura Familiar. Deze laatste beheert daarnaast de portefeuille van milieu. De financiële middelen gaan in hoofdzaak naar de exportlandbouw; de inlandse voedselvoorziening wordt verwaarloosd. De kleine boeren leiden daaronder; de bevolking voor een belangrijk deel ook.

Men kan de vraag stellen naar de rechtvaardigheid van regionaal verschillende landbouwmodellen. Maar misschien is het zinvoller te vragen naar de rechtvaardigheid van een landbouwbeleid. Er is ongetwijfeld verband tussen landbouwbeleid en landbouwmodellen, omdat landbouwbeleid stimulerend of remmend kan werken voor bepaalde landbouwmodellen.

Het Europese landbouwbeleid van de laatste 50 jaar heeft invloed gehad op de verschillende landbouwmodellen en heeft bepaalde soorten van bedrijfsvoering en bepaalde sectoren zoals de keuterboeren grotendeels uitgewist; andere sectoren echter bevorderd.

Heeft bvb de EU maar één landbouwmodel? Het ligt voor de hand dat er sprake is van meerdere landbouwmodellen in een dergelijk groot gebied.

Als ik het boek “De virtuele boer” van Jan Douwe van der Ploeg erbij neem, tref ik diverse landbouwmodellen aan, die hij eerder omschrijft als bedrijfsstijlen. Voor hem is een belangrijk criterium in welke mate een boerderij beroep doet op externe inputs; hij spreekt van vreemde of eigen resources en de ontwikkeling en benutting van juist de eigen resources.

Hiermee zijn een aantal overwegingen gegeven die nuttig kunnen zijn bij een herformulering van de visietekst van Wervel.

Gert Coppens, 20-7-2007



[1] Het Wervelbeleidsplan staat op deze website. En is gedateerd 5 november 2005.

 
     
spacer

Edinburgstraat 26 - 1050 Elsene - tel 02 893 09 60 e-mail: info AT wervel PUNT be