spacer
spacer
       
Home
Landbouwbeleid
Eiwittransitie
Landbouwsubsidies
Biobrandstoffen
Agroforestry
WTO
Soja
Melk
Suiker
Kemp
Amarant
Lupine
Biotechnologie
Voedselsituatie en -handel
Denk globaal eet lokaal
Landbouw en cultuur
Diverse info
 

Moleculaire merkers
Share/Save/Bookmark
Passen moleculaire merkers bij de zoektocht naar biologische rassen?
Internationale discussie legt praktische en principiële bezwaren bloot.
Genomics is dé trend in het huidige verede­lingsonderzoek. Vooral de zogenaamde 'mer­kergestuurde selectie' wordt gezien als een zeer waardevolle methode om snel op specifieke planteigenschappen te kunnen voorselecteren. Het wordt gepromoot als een groene techniek, waarbij de biologische landbouw geen kansen moet missen. De vraag is of dat zo vanzelfspre­kend is. Wat houdt deze techniek in en wat zijn de voor- en nadelen?

Genomics is een paraplube­grip voor al het onderzoek naar de relatie tussen gen en eigenschap. Het doel is meer inzicht krijgen over de genetische achtergrond van eigenschappen en hun onderlinge relaties. De ontwikkeling van mole­culaire merkers is daar een onderdeel van. Moleculaire merkers zijn eigenlijk niet meer dan kleine specifieke stukjes DNA die gerelateerd zijn aan een bepaalde eigenschap. Heeft een plant dit bepaalde stukje DNA dan zal hij hoogstwaarschijnlijk ook de gewenste eigenschap hebben. In het laboratorium kan je dan al aan de zaailingen snel bepalen welke planten wel of niet het gewenste stuk DNA hebben. Zo kan je een voorselectie maken. Met de voorgeselecteerde planten ga je verder in het veld voor selectie op andere kenmerken.

Voordelen techniek

De techniek is nog sterk in ontwikke­ling. In de praktijk wordt merkerge­stuurde selectie nog slechts toegepast in de groenteveredeling bij selectie op eenvoudige, overervende ziekteresis­tenties. Die berusten op een enkel gen en komen onafhankelijk van het mi­lieu tot uitdrukking. Met name bij het inkruisen van resistentiegenen uit wil­de soorten biedt de merkertechnologie grote voordelen omdat de planten met de minste ongewenste 'wilde' genen makkelijker herkend kunnen worden. Ook kan het een hulpmiddel zijn om in specifieke gevallen een voorselectie te maken voor eigenschappen die moeilijk visueel te beoordelen zijn of die pas laat, na een of meerdere genera­ties, in de ontwikkeling van een plant of fruitboom tot uiting komen. Bij de groenteveredeling is dit hulpmiddel dan ook niet meer weg te denken. De merkertechnologie maakt het moge­lijk de duur van de rasontwikkeling te verkorten.
Maken deze voordelen de techniek ook geschikt voor de ontwikkeling van biologische rassen?

Biologische plantenveredeling

Een gecertificeerde biologische plan­tenveredeling bestaat nog niet. Hoe we die kunnen vormgeven en aan welke eisen een gecertificeerde biologische veredeling zou moeten voldoen is al enige jaren onderwerp van discussie. De rol die moleculaire merkers daarin kunnen spelen is onderdeel van deze dis­cussie. De vraag of moleculaire mer­kers passen bij de uitgangspunten en doelstellingen van de biologische landbouw is vanuit diverse invalshoeken te benaderen. Het gaat niet alleen om de vraag wat voor rassen de sector nodig heeft, maar ook hoe die verkregen worden. Het concept van natuurlijk­heid kan een hulp zijn voor dergelijke discussies. Het begrip natuurlijkheid zoals dat in de biologische sector ge­hanteerd wordt, omvat drie aspecten: het geen-chemie aspect, de agro-ecologische benadering en de integriteit var organismen.

Geen-chemie aspect

Wat veel mensen niet weten is dat er voor de ontwikkeling van moleculaire merkers altijd genetisch gemanipu­leerde bacteriën, gisten of planten nodig zijn. En dat in veel gevallen kankerverwekkende of radioactieve stoffen gebruikt worden voor de toe­passing ervan, afhankelijk van het type DNA-merker. Alleen al op grond van de geen-chemie en geen-GMO bena­dering past deze techniek dus niet bin­nen de biologische plantenveredeling.

Agro-ecologische benadering

In plaats van chemie past de biologi­sche landbouw een agro-ecologische benadering toe. Dat betekent dat de biologische sector aangepaste, robuuste rassen zoekt met een goede plantgezondheid, kwaliteit en smaak. Eigenschappen die daaraan bijdragen zijn opbrengststabiliteit, een goed ontwikkeld wortelstelsel, onkruidonderdrukkend vermogen en een brede weerstand tegen ziekten en plagen. Dit zijn complexe eigenschappen die deels bepaald worden door meerdere genen op meerdere chromosomen en deels door het teeltmilieu. Hiervoor zijn nog geen merkers beschikbaar, en ook niet eenvoudig te ontwikkelen. Fundamenteel onderzoek moet nog veel werk verzetten om de interactie tussen genen, fysiologie en omgeving te doorgronden; een veldtoets blijft bij complexe eigenschappen altijd on­misbaar. Robuustheid is bij uitstek een verzameling van eigenschappen die zich alleen in gezamenlijkheid op het veld kan tonen, in het samenspel tus­sen het genotype en de teeltomgeving. Dus ook vanuit een agro-ecologische benadering zijn moleculaire merkers geen logische en bruikbare stap in de biologische veredeling.

Integriteit van de plant

In de biologische landbouw spelen ethische aspecten zoals respect voor de integriteit van het leven[1] een rol in de productie. Zo zijn naast eco­logische argumenten ook ethische ar­gumenten bepalend voor de afwijzing van GMO's. Merkergestuurde selectie heeft het gevaar in zich dat men zich te eenzijdig gaat richten op het DNA van de plant. Dit doet geen recht aan de integriteit van de plant. De kwaliteit van een plant ligt verborgen in het sa­menspel van erfelijke en actuele omge­vingsfactoren. Bij veelvuldig gebruik van DNA-merkers wordt een plant volgens die zienswijze gereduceerd tot slechts een klontje DNA.

Kosten

Naast bovenstaande overwegingen spelen ook de kosten een rol. Het ontwikkelen van moleculaire merkers slokt een groot deel van het gangbare onderzoeksbudget op. Is dit een tech­niek waar de biologische sector haar beperkte biologisch onderzoeksbudget aan moet besteden?  Dat ligt niet voor de hand. De nadruk ligt in biologische landbouw immers op de ontwikke­ling van duurzame resistenties voor een plant in een bredere context. De ontwikkeling van moleculaire merkers voor bijvoorbeeld een goed wortelstel­sel zal vele jaren duren. Dan nog zullen dergelijke merkers slechts een deel, bijvoorbeeld 30-40%, van de vari­atie op het veld kunnen voorspellen. De vraag is hoeveel winst dat voor de praktijk oplevert in vergelijking met louter veldselectie. Bovendien staand kosten daarvoor niet in verhouding te andere noodzakelijke onderzoekswen sen in de biologische sector.

Gewenste ontwikkeling?

Zowel uit praktisch als uit principieel oogpunt zijn er diverse bezwaren aan te voeren tegen merkergestuurde se­lectie voor duurzame, robuuste rassen voor de biologische landbouw. Zolang er geen merkers ontwikkeld kunnen worden zonder gebruik te maken van gmo's is het toepassen in de biolo­gische veredeling in ieder geval niet acceptabel.

De discussie gaat vaak ook over de vraag of je in specifieke gevallen, als er ooit 'schone' DNA-merkers komen, dergelijke merkers kan inzetten zonder het zicht op robuuste rassen te verlie­zen. Bijvoorbeeld in het geval van luis­resistente sla: het is denkbaar planten uit een kruising voor te selecteren in het lab met merkers (of met een tradi­tionele bio-toets) op aanwezigheid van de specifieke luisresistentie. Vervolgens kun je met die geselecteerde planten in de volgende generaties op het veld naar andere noodzakelijke kenmerken kijken en de meest robuuste planten selecteren. Echter, het gevaar van moleculaire merkers zit hem in de ver­leiding om te eenzijdig op monogene eigenschappen te richten, hetgeen niet de gewenste biologische, duurzame ontwikkelingsrichting is. De uitkomst van de internationale discussie (ECO­PB, Driebergen 2005) over gebruik van moleculaire merkers in de biologi­sche landbouw was duidelijk: enerzijds zijn op korte termijn geen merkers te verwachten voor de praktische biolo­gische veredelingsprogramma's. An­derzijds kunnen DNA merkers in het fundamentele onderzoek helpen om meer inzicht te krijgen in de genetische achtergronden van eigenschappen. Wellicht kan ook de biologische land­bouw hier op termijn haar voordeel meedoen. Maar gezien de bezwaren bij het ontwikkelen en toepassen van DNA merkers in de praktijk kan het onderzoeksbudget bestemd voor fundamenteel onderzoek in de biolo­gische landbouw beter aan andere on­derzoeksvragen besteed worden. Het blijft dus zaak om de wetenschap uit te dagen duurzame veredelingsstrate­gieën te ontwikkelen die bijdragen aan robuuste, biologische rassen.

Met dank aan de resultaten van de ECO-PB/COST workshop en het werk van een groep Wageningse stu­denten binnen het AMC programma. Rapport'Proceedings of che COST SUSVAR/ECO-PB Workshop on Organlc Plant Breeding Strategies and the Use of Molecular Markers' is te bestellen bij het LBI, 0343-523860

ontleend aan Ecoland 2006, 2


[1] INTEGRITEIT VAN DE PLANT

Het respect voor de integriteit van de planten refereert aan het respect voor hun autonomie, hun heelheid of com­pleetheid, hun soortspecifieke karak­teristieken en het in balanszijn met hun soortspecifieke omgeving.

 

 

 
     
spacer

Edinburgstraat 26 - 1050 Elsene - tel 02 893 09 60 e-mail: info AT wervel PUNT be