|
Domino
Na de eerste berichten over de besmetting van enkele
scheepsladingen met verboden GGO-rijst uit de VS, was het enkel een kwestie van
afwachten wanneer de dominosteentjes van de verschillende Europese landen
zouden vallen. Na Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Italië en Zwitserland, was
vorige week ook België aan de beurt. Alle inspanningen van het Federaal Voedsel
Agentschap ten spijt, waren het onze noorderburen, die er ons attent op
maakten. De rijst moest onmiddellijk uit de rekken genomen worden, wellicht
nadat een deel ervan al door niets vermoedende landgenoten geconsumeerd werd.
Om tot nog toe 'onverklaarbare' redenen raakte
LLRICE601, een experimentele rijstsoort van Bayer Cropscience, in de wereldwijde
voedselketen. LLRICE601 werd tussen 1998 en 2001 geteeld op proefvelden in de
VS. Tot op vandaag is commerciële teelt van deze GGO-rijst er echter niet
toegelaten. Maar toen duidelijk werd welke omvang dit schandaal zou aannemen,
heeft Bayer enkele weken geleden snel een aanvraag tot goedkeuring ingediend.
Het moge duidelijk zijn dat de belangrijkste beweegreden hiervoor in de eerste
plaats ligt in het vermijden van aansprakelijkheid en schadeclaims allerhande.
De onderneming heeft immers al sinds enige tijd een
goedkeuring voor twee verwante rijstsoorten, LLRICE62 en LLRICE06, maar bracht
ze tot nog toe nooit op de markt, omdat de consumenten er geen (rijst)pap van
lusten. Het stemt tot nadenken dat de Amerikaanse autoriteiten er zich toe
lenen om dit spelletje mee te spelen.
Liberty?
LL
staat voor Liberty Link. Liberty is de merknaam van een
onkruidverdelger, die door – u raadt het nooit – Bayer - op de markt wordt
gebracht. LL-rijst bevat een bacterieel gen dat zorgt voor ongevoeligheid aan
glufosinaat, het actieve bestanddeel van Liberty. Zo kan er Liberty gesproeid
worden zonder dat dit de rijstplanten schade toebrengt. Glufosinaat is een
onkruidverdelger, waarvan het gebruik ernstige risico's met zich kan
meebrengen.
Met betrekking tot LLRICE601, heeft het Europees
agentschap voor de Voedselveiligheid – in tegenstelling met de boodschap die
vorige week in de media overheerste – niet gezegd dat er geen gevaar voor de
volksgezondheid bestaat. Het verklaarde
wel dat de verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor een volledige
risico-analyse, en dat het daarom onmogelijk is om tot een conclusie te komen
over de veiligheid van LLRICE601, maar dat er 'waarschijnlijk' geen dreigend
gevaar is voor de gezondheid van mensen en dieren.
De besmetting van rijstproducten uit China met
GGO-rijst, die in de afgelopen weken ook in het nieuws was , is nog van een
andere orde. Er zijn geen precieze gegevens bekend over de aard van de
wijziging, die in het erfelijk materiaal van deze rijst werd doorgevoerd. Dit
maakt het extra moeilijk om testen uit te voeren. Het is enkel door de
aanwezigheid van een bijzonder eiwit, dat vrij courant in GGO-planten gebruikt
wordt, dat de besmetting achterhaald kon worden.
Kwaad opzet of incompetentie?
In beide gevallen stelt zich evenwel de vraag hoe dit
is kunnen gebeuren. Ofwel is er sprake van kwaad opzet, ofwel van totale
incompetentie. In de eerste hypothese probeert 'iemand' een voldongen feit te
creëren door de voedselketen te besmetten met GGO's en zo aan te sturen op een 'onvermijdelijke' regularistie van
GGO's. In de tweede hypothese is het duidelijk dat de betrokken
onderzoeksinstellingen en bedrijven
niet in staat zijn om besmetting vanuit veldproeven te voorkomen en dat
die dus beter simpelweg verboden worden.
Terecht kan ook de vraag gesteld worden wie eigenlijk
zou moeten opdraaien voor de oplopende kosten van certificeringsschema's
en laboratoriumanalyses.
Maar er kunnen ook toekomstgerichte lessen getrokken
worden uit deze gebeurtenissen. Een eerste belangrijke les is dat Europa en
zijn lidstaten moeten evolueren naar een structurele screening van
voedingsproducten uit landen met een verhoogd risico inzake GGO's.
Een even belangrijke les geldt rechtstreeks onze
eigen Belgische landbouw. Op dit ogenblik zijn de Vlaamse en Waalse overheden
immers bezig met het uitwerken van de zogenaamde 'coëxistentieregeling', die in
theorie het 'samengaan' van GGO en niet-GGO-gewassen moet mogelijk maken.
Als de VS en China er niet in slagen om vermenging te
voorkomen tussen commerciële teelt en experimentele teelten, hoe realistisch is
het dan om te verwachten dat commerciële teelt van GGO- en niet-GGO-gewassen in
onze relatief kleinschalige landbouw met sterk versnipperde landbouwkavels wel
mogelijk is?
Esmeralda Borgo, Bond Beter Leefmilieu
Louis De Bruyn, Wervel
Geert Fremout, Greenpeace
Geert Gommers, VELT
Marianne Vergeyle, Bioforum
|