Biotechnologie en biologische landbouw staan op gespannen
voet met elkaar. De biologische landbouwbeweging behoort heel duidelijk tot
het kamp dat biotechnologie afwijst, terwijl de voorstanders stellen dat we
deze technieken nodig hebben om een duurzame wereld te bereiken. Om nu eens een
wat breder licht te werpen op deze discussie gingen we op bezoek bij Guido
Ruivenkamp, die zich zowel aan de WUR als aan de VU met dit onderwerp
bezighoudt. Al sinds de jaren tachtig bestudeert hij de ontwikkelingen rond biotechnologie.
In zijn proefschrift (1989) blijkt hij veel van huidige ontwikkelingen al te
hebben voorzien. Daarna heeft hij zich bezig gehouden met de vraag of het mogelijk
is om vanuit boerenorganisaties andere vormen van biotechnologie te
ontwikkelen. Eenmaal in Wageningen terechtgekomen heeft hij zich in het kader
van een aantal projecten verdiept in biotechnologie in relatie tot biologische
landbouw. Tegenwoordig houdt hij zich vooral bezig met regionale toepassingen
van biotechnologie-op-maat in ontwikkelingslanden.
Nieuwe technieken
Het begrip biotechnologie is complex en voortdurend in
ontwikkeling.
In het begin van ons gesprek met Guido Ruivenkamp vragen wij
hem daarom een definitie te geven. Hij knijpt zijn ogen even dicht en citeert
uit zijn hoofd de oorspronkelijke OECD-definitie: "Simpel gezegd is
biotechnologie het gebruiken van (levensprocessen van) planten, micro-organismen,
cellen en delen daarvan voor het omzetten van het ene product in het
andere." Glimlachend achter zijn brillenglazen wil hij maar zeggen dat
biotechnologie dagelijkse kost is - ook in de biologische landbouw. Denk maar
aan de processen bij de bereiding van bier, wijn, kaas en yoghurt. Tegenwoordig
denkt met bij biotechnologie echter vooral aan de nieuwe technieken waarbij
gebruik gemaakt wordt van genetische modificatie (of manipulatie, zoals het
eerst genoemd werd). De rest van het gesprek hebben we ons geconcentreerd op
deze nieuwe technieken, waar de biologische sector - vooral in de veredeling -
op dit moment veel mee te maken heeft.
Het belang van de context
"Het is zinvol," stelt Ruivenkamp, "om
biotechnologie te bekijken vanuit de samenhang tussen techniek en de
maatschappelijke en historische context waarin die techniek tot stand
komt." Hij schetst de ontwikkeling van de laatste decennia door te wijzen
op drie onderling verbonden aspecten: toenemende controle op afstand door
multinationals, toenemende concurrentie tussen gewassen en de opkomst van
patenten. Net als bij de groene revolutie, waarbij hybride rassen
geïntroduceerd werden, krijgen leveranciers van genetisch veranderde rassen
steeds meer controle over de boerenpraktijk. Via het zaaizaad worden
landbouwkundige handelingen gedicteerd: bijvoorbeeld een ingebouwde
herbicideresistentie verplicht tot het gebruik van het betreffende herbicide.
Daarnaast werd een toenemende uitwisseling van landbouwgrondstoffen mogelijk
door de opkomst van enzymtechnologie. "Omdat nu bijvoorbeeld ook suiker
gemaakt kan worden uit maïs(overschotten) of zelfs uit houtpulp, moeten riet-
of bietsuikerproducenten ineens gaan concurreren met maïstelers en
bosbeheerders," zegt Ruivenkamp: "Agrarische producten worden hiermee
politiserend, omdat ze in toenemende mate de landbouwpraktijk wereldwijd
programmeren." Coca cola is bijvoorbeeld van rietsuiker overgestapt op
maïssuiker, waarmee de prijs van suiker gedrukt kon worden. Als laatste noemt
Ruivenkamp de opkomst van patenten die hij leest als politieke pamfletten,
omdat je hier de verwachtingen van de multinationals ten aanzien van de
toekomstige landbouwpraktijk terug kunt vinden. Kortom, we hebben hier te maken
met een nieuwe, internationale organisatie van arbeid en verschuivende
machtsverhoudingen.
De voor-tegen discussie voorbij
"Nu is het opmerkelijk," zegt Ruivenkamp,
"dat deze context van de techniekontwikkeling door zowel voorstanders als
tegenstanders als vaststaand wordt aangenomen. De voorstanders van
biotechnologie stellen dat machtsrelaties niet thuishoren in discussies over
biotechnologie. Dat is iets ánders zeggen ze dan, het gaat toch om de
(zegeningen van de) techniek. En de tegenstanders zeggen: zie je wel,
biotechnologie ontwikkeling eindigt altijd met machtsconcentratie. Ook de
biologische sector komt vaak niet verder dan deze voor-tegen discussie. Dat is
jammer, want je kunt ook de uitdaging aangaan om te kijken of
biotechnologieontwikkelingen plaats kunnen vinden binnen het kader van andere
maatschappelijke belangen." Dit noemt hij het 'herontwerpen van
biotechnologie'.
Herontwerp
Ruivenkamp geeft een aantal voorbeelden van dit
'herontwerpen' van biotechnologie binnen projecten waar hij bij betrokken is.
Hier wordt voornamelijk regionaal en participatief gewerkt aan het verbeteren
van landbouw. Zo wijst hij op de stadslandbouwprojecten in Cuba.
De grootschalige suikerrietteelt daar stortte ineen tegelijk
met de Sovjetunie waarvoor men produceerde. De landbouwactiviteiten in Cuba
richtten zich vanaf dat moment sterk op de stadsrand waar de producenten de consumenten
opzochten. De wetenschap in Cuba heeft deze ontwikkelingen gevolgd; in kleine
onderzoekscentra wordt in overleg met lokale boeren gewerkt aan producten en
technieken die zijn toegespitst op hun vragen. Ze ontwikkelen bijvoorbeeld
specifieke biologische bestrijdingsmiddelen of weefselkweek voor vermeerdering
van uitgangsmateriaal. Zo zijn er ook voorbeelden te noemen uit India, Brazilië,
Equador, Ghana en Kenia.
Geen bedreiging?
Wat betekent dit voor de biologische landbouw in Nederland?
Ruivenkamp heeft geen pasklare antwoorden, maar stelt dat er binnen elke
context gezocht moet worden naar de relaties tussen maatschappelijke
doelstellingen en technieken, zonder de technieken bij voorbaat te verwerpen.
"Het zou kunnen dat bijvoorbeeld genomics - het in kaart brengen van de erfelijke
eigenschappen van een soort - onder bepaalde condities helemaal niet zo'n
bedreiging hoeft te zijn voor de principes van de biologische landbouw. Het is
een genetische analysetechniek, die eigenschappen kan opsporen, waarna er met
traditionele veredelingstechnieken verder gewerkt kan worden. Hetzelfde geldt
voor moleculaire merkers die na veredeling snel aangeven of een bepaalde
eigenschap is ingekruist (zie ook Ekoland 2-2006). Het is de context die
bepaalt of daarmee de focus te eenzijdig op veredeling van die eigenschappen
komt te liggen, niet de techniek zelf. Of zelfs cisgenese, waarbij soorteigen
genen met DNA technieken worden ingebracht, bijvoorbeeld phytophtora
resistentiegenen van een wilde aardappel in moderne rassen. Natuurlijke
soortgrenzen worden hiermee dus niet overschreden, maar het is wel genetische
modificatie. Ruivenkamp: "Ook hier geldt dat de techniek niet per
definitie afgekeurd moet worden, maar dat hij bekeken moet worden binnen de
doelstellingen van duurzame ontwikkeling." ∎
STUDIEDAG EN DISCUSSIE
De Studiekring Biologische Landbouw organiseert op 5 oktober
a.s. een studiedag over 'Biotechnologie in de biologische landbouw' in
Wageningen. In de ochtend wordt eerst uit de doeken gedaan welke
biotechnologische technieken mogelijk zijn (Michel Haring, UvA), hoe de
biologische landbouw daar tegen aan kijkt (Edith Lammerts van Bueren, WUR/LBI)
en hoe er in de praktijkvan de biologische landbouw met biotechnologie wordt
omgegaan (Jan Velema, Vitalis Biologische Zaden). In de middag is tijd
voordiscussie in een aantal werkgroepen met inhoudelijke inbreng door sprekers
uit verschillende werkvelden: onderzoek en onderwijs (Guido Ruivenkamp),
overheid (Margreet Hofstra, LNV) en de biologische sector (Bert van Ruitenbeek,
Biologica onder voorbehoud). Het doel is om met een frisse blik naar de
problematiek te kijken.
Begin september volgt een definitief programma. Voor meer
informatie en aanmelden: www.klv.nl/studiekringen/sbl
of studiekringbiolb@yahoo.com
Ecoland 7/8, 2006