spacer
spacer
       
Home
Landbouwbeleid
Eiwittransitie
Landbouwsubsidies
Biobrandstoffen
Agroforestry
WTO
Soja
Melk
Suiker
Kemp
Amarant
Lupine
Biotechnologie
Voedselsituatie en -handel
Denk globaal eet lokaal
Landbouw en cultuur
Diverse info
 

GGO's en pesticidengebruik in de VS
Share/Save/Bookmark
De belangrijke GG-teeltvariëteiten die sinds 1996 in de VS in de handel zijn gebracht, zijn ontwikkeld in de strijd tegen een categorie vraatinsecten en ter vereenvoudiging van onkruidbeheerssystemen met herbiciden. Gedurende de eerste negen jaar van commerciële toepassing zijn er 271 miljoen ha bebouwd met GG-teelten, ofwel ongeveer 23% van in totaal 1.202 miljoen ha met teelten die over heel het land zijn geoogst gedurende die periode.

Een opmerkelijk snelle en omvangrijke aanvaarding van de GG-variëteiten in de drie voornaamste teelten heeft de biotech- en zaadindustrie een enorm commercieel succes gebracht en geeft een beeld van de populariteit van deze technologieën bij boeren die zijn ingesteld op regelteelten. De aanvaarding is tot nu beperkt tot twee kenmerken in deze teelten, die voor het merendeel ofwel worden gevoerd aan dieren of een ingrijpend verwerkingsproces doormaken.  Basisvoedsel voor directe menselijke consumptie in de VS blijft GGO-vrij met uitzondering van zeer beperkte experimentele aanplant.
Gewassen die zijn gemanipuleerd om herbiciden te verdragen, de zg. 'herbicide-tolerante' teelten (HT), beslaan het grootste GGO-oppervlak. Ongeveer 197 miljoen ha zijn sedert 1996 hiermee aangeplant, ofwel 73% van het totaal aan oppervlakte met GG-teelten. HT-sojabonen is het meest verbreid en maakt meer dan de helft uit van het totale oppervlak dat sinds 1996 werd aangeplant met GG-variëteiten. Een overgrote meerderheid van HT-teelten zijn gemanipuleerd om glyfosaat (handelsmerk "Roundup") te verdragen, een herbicide die in 1972 door Monsanto op de markt werd gebracht. Teelten die zijn gemanipuleerd om glyfosaat te verdragen heten ook wel "Roundup Ready".
Maïs en katoen zijn genetisch gemanipuleerd om een bacterieel gif te vormen, Bacillus thuringiënsis, ofwel Bt. Dit transgeen kenmerk brengt planten ertoe om in hun cellen een kristallijn eiwit te produceren dat giftig is voor de meeste insecten van de soort Lepidoptera. Ongeveer 74 miljoen ha met Bt-maïs en -katoen zijn sinds 1996 aangeplant, daarbij 27% vormend van het totale oppervlak aan GG-teelten.
 
Cijfers die vermindering van het pesticide-gebruik claimen, zijn ongegrond
 
"Sinds 1990 zijn de voor bepaalde soorten onkruid aanbevolen glyfosaatrantsoenen met 50 tot zelfs 200% vermeederd."
Het debat over de kosten, risico's en voordelen van de agrobiotech loopt al ongeveer 10 jaar en het einde is niet in zicht. Biotech-voorstanders hebben gedurende deze periode herhaaldelijk geclaimd dat de huidige GG-teelttechnologieën het pesticidengebruik verminderen. Een uitgebreide beoordeling van de invloed van HT en Bt transgene technologieën op het totale pesticidengebruik toont ongetwijfeld aan dat in de eerste drie jaar van de commerciële toepassing deze claim gerechtvaardigd was. Maar sinds 1999 is dit niet langer zo.
Transgene maïs, soja en katoen hebben geleid tot een toename van 55 miljoen kg in pesticidengebruik sinds 1996. Terwijl Bt-teelten over die periode het insecticidengebruik met 7 miljoen kg hebben verlaagd, hebben HT-teelten geleid tot een vermeerdering van het herbicidengebruik van 63 miljoen kg. Bt-teelten hebben hebben het insecticidengebruik op maïs en katoen met ongeveer 5% verlaagd, terwijl de HT-technologie het herbicidengebruik heeft doen toenemen met ongeveer 5% voor de drie belangrijkste teelten. Maar aangezien zoveel meer herbicide wordt gebruikt voor maïs, soja en katoen, vergeleken met het volume aan insecticide toegepast voor maïs en katoen, is het totaal pesticidengebruik op akkers met GG-variëteiten met 4,1% gestegen.
De toename van het herbicidegebruik bij HT-teelten is wel geen verrassing. Onkruiddeskundigen waarschuwen al tien jaar voor veranderingen in onkruidbestanden en hun weerstand, wat boeren verplicht aanvullende herbiciden te gebruiken en/of de rantsoenen te verhogen van de herbicidentoepassingen. Het ecologisch aanpassingsvermogen zoals voorspeld door wetenschappers, vindt in geval van Roundup Ready-teelten in drie of vier jaar plaats en schijnt zich nog te versnellen. Boeren van de Amerikaanse Midwest kijken met trots terug op de aanvankelijke doeltreffendheid en eenvoud van het Roundup Ready-systeem en velen missen de "dagen van weleer".
                "Verschuivingen in de onkruidopstand en de weerstand tegen herbiciden zijn een direct gevolg  van een gebrek aan diversificatie in de onkruidbestrijdinssystemen".
Terugvallen op één enkel herbicide, glyfosaat, als de voornaamste methode om het onkruid te beheersen op miljoenen hectaren met HT-variëteiten is de eerste reden tot de noodzaak om meer herbicide per ha toe te passen om dezelfde mate van onkruidbeheersing te bereiken.
De gemiddelde rantsoenen van glyfosaat in het onkruidbeheerssysteem bij HT-gewassen is de laatste paar jaar sterk gestegen als gevolg van de verspreiding van een glyfosaat-resistente of -tolerante soort paardestaart (Hippuris vulgaris) , veranderingen in de samenstelling van de onkruidbestanden en aanzienlijke prijsverlagingen en quantumkortingen door concurrerende producenten van herbiciden op basis van glyfosaat. [Nb het patent op glyfosaat is verlopen.]
 
Terwijl ecologische veranderingen het herbicidengebruik voor HT-teelten doen opvoeren, leidt regelgeving en industriële innovatie tot een inperking van het gemiddeld gebruik op akkers met conventionele teelten. S-metolachloor herbicide werd tijdig geregistreerd voor het teeltseizoen van 1997. Het is een nieuwe en biologisch actievere versie van metolachloor, een ouder, hooggekwalificeerd herbicide. S-metolachloor wordt toegepast met een 65%-rantsoen tov. het originele metolachloor en heeft het herbicidegebruik vanaf 1998 jaarlijks verminderd met ongeveer 5 miljoen kg. Het EPA, Environmental Protection Agency, Mileubeschermingsbureau (VS-overheidsorganisatie), stelde nieuwe beperkingen in voor het bij maïs meest gebruikte herbicide, atrazine, wat leidde tot aanzienlijke vermindering van de per ha toegepaste rantsoenen in 2000 en opnieuw in 2002.
Bij gevolg is het verschil in het totale gewicht aan herbiciden per ha voor HT-teelten sinds 2000 voortdurend toegenomen vergeleken met conventionele teelten. Drie factoren – het opduiken en de verspreiding van onkruid dat bestand is tegen of minder gevoelig voor glyfosaat, verminderd aanbod van zaad voor conventionele teelten in de populaire sector en sterke prijsdalingen voor herbiciden door firma's die een groter marktaandeel nastreven, versterken elkaar in het ondergraven van de effectiviteit van de HT-technologie.
In de nabije toekomst zullen HT-teelten het pesticidengebruik opvoeren meer dan dat de Bt-teelten het verminderen. Anders dan de zorglijke terugloop van de effectiviteit vande HT-technologie, blijven de transgene Bt-maïs, die de Europese maïsboorder te lijf gaat, en de Bt-katoen het goed doen. De daarbij toegepaste weerstandbeheersing blijkt te werken [oa. vluchtstroken (refuges) met conventionele soortgelijke teelten].
Voor alle huidige en toekomstige plaagbeheersing mbt GG-technologieën geldt dat wanneer en hoe GG-variëteiten worden toegepast , bepalend zal zijn voor de kosten, de voordelen en de duurzaamheid. De ontwikkeling van de HT-technologie is het meest recente voorbeeld dat ons eraan herinnert dat te veel van het goede bij plaagbeheersing verkeert in zijn tegendeel.


Charles M. Benbrook; BioTech InfoNet; Technical Paper Number 7
October 2004
vrij toegankelijk op internet via http:/www.biotech-info.net/highlights.html#technical_papers
- Technical Paper #7 -- "Genetically Engineered Crops and Pesticide Use in the United States: The First Nine Years".
 
 
---

 
     
spacer

Edinburgstraat 26 - 1050 Elsene - tel 02 893 09 60 e-mail: info AT wervel PUNT be