spacer
spacer
       
Home
Landbouwbeleid
Eiwittransitie
Landbouwsubsidies
Biobrandstoffen
Agroforestry
WTO
Soja
Melk
Suiker
Kemp
Amarant
Lupine
Biotechnologie
Voedselsituatie en -handel
Denk globaal eet lokaal
Landbouw en cultuur
Diverse info
 

The State of Food and Agriculture
Share/Save/Bookmark
Naar aanleiding van de publicatie van dit rapport schreef de FAO het volgende persbericht.

De genenrevolutie : een kans voor de armen, maar geen allesoplosser
Maar weinig landen hadden er tot nu toe voordeel van – voedselteelten voor de armen vragen meer aandacht.
17 Mei 2004, Rome -- Biotechnologie is veelbelovend voor landbouw in de ontwikkelingslanden, maar tot nu toe plukken alleen boeren in een paar ontwikkelingslanden deze voordelen, aldus de FAO in zijn jaarrapport 'De toestand van voedsel en landbouw, 2003-04', vandaag verschenen (te raadplegen en ook af te tappen op de website van de FAO).
The State of Food and Agriculture, 2003-04
Agricultural Biotechnology
Meeting the needs of the poor ?
een op 17-5-2004 verschenen rapport van de FAO, Food and Agriculture Organization of the United Nations, Rome


Naar aanleiding van de publicatie van dit rapport schreef de FAO het volgende persbericht.

De genenrevolutie : een kans voor de armen, maar geen allesoplosser
Maar weinig landen hadden er tot nu toe voordeel van – voedselteelten voor de armen vragen meer aandacht.
17 Mei 2004, Rome -- Biotechnologie is veelbelovend voor landbouw in de ontwikkelingslanden, maar tot nu toe plukken alleen boeren in een paar ontwikkelingslanden deze voordelen, aldus de FAO in zijn jaarrapport 'De toestand van voedsel en landbouw, 2003-04', vandaag verschenen (te raadplegen en ook af te tappen op de website van de FAO).


Teelten van basisvoedsel voor de armen zoals cassave (maniok), aardappel, rijst en tarwe krijgen weinig aandacht van wetenschappers, aldus de FAO.

"Noch de privé- noch de openbare sector heeft in belangrijke mate geïnvesteerd in nieuwe genetische technologieën voor de zg. 'weesteelten' zoals cowpea (Vigna sinensis), gierst, sorghum en tef, die essentieel zijn voor het voedselaanbod en de bestaanszekerheid van de armsten op de wereld," aldus FAO Directeur-Generaal Jacques Diouf.

"Andere hindernissen die armen de toegang tot en het voordeel van de moderne biotechnologie ontzeggen, zijn onaangepaste regelgeving, ingewikkelde zaken rond intellectuele eigendom, slecht functionerende markten en systemen van zaadlevering, en een nauwelijks bestaande lokale plantenveredeling," voegde hij eraan toe.

Biotechnologie, een van de instrumenten van de genenrevolutie, omvat veel meer dan genetische gewijzigde organismen (GGO's), soms ook transgene organismen genoemd.

Terwijl de mogelijke voordelen en risico's van GGO's zorgvuldig geval voor geval moeten worden beoordeeld, zou de controverse rond transgenen ons niet moeten afleiden van de mogelijkheden die andere toepassingen van biotechnologie bieden, zoals genomics, veredeling gesteund door markers en vaccins voor dieren, aldus de FAO.

Voedsel en inkomen zijn nodig voor nog eens 2 miljard mensen

Landbouw zal binnen nu en dertig jaar nog 2 miljard mensen extra moeten voeden vanuit in toenemende mate kwetsbare natuurlijke bronnen. De uitdaging is om technologieën te ontwikkelen die verschillende doeleinden combineren – opbrengstverhoging en kostenverlaging, milieuberscherming, tegemoetkoming aan consumentenzorgen om voedselveiligheid en –kwaliteit, verbetering van ruraal bestaan en voedselzekerheid, aldus de FAO.

Landbouwkundig onderzoek kan mensen uit de armoede tillen door verhoging van het boereninkomen en verlaging van voedselprijzen.

Meer dan 70% van de armen van de wereld leeft op het platteland en hangt voor zijn overleven af van de landbouw. Landbouwkundig onderzoek, met inbegrip van biotechnologie, is een belangrijke sleutel om aan deze noden tegemoet te komen.

Biotechnologie zou een aanvulling, niet een vervanging, moeten zijn van de conventionele agrarische technologieën, aldus de FAO. Biotechnologie kan conventionele veredelingsprogramma's bespoedigen en kan oplossingen bieden waar conventionele methodes falen.

Zij kan boeren voorzien van ziektenvrij plantmateriaal en teelten ontwikkelen die bestand zijn tegen plagen en ziekten, met als gevolg een verminderd gebruik van chemische stoffen die het milieu en de menselijke gezondheid schaden. Zij kan instrumenten bieden voor diagnose en vaccins om ernstige ziekten onder de dieren in de hand te houden. Zij kan de voedingskwaliteit van basisvoedsel zoals rijst en cassave verbeteren en nieuwe producten scheppen ter wille van gezondheid en industriële toepassingen.

Maar arme boeren kunnen alleen voordeel halen uit producten van de biotechnologie als zij "daar tegen gunstige voorwaarden toegang toe hebben," zegt het rapport. "Tot dusverre is aan deze voorwaarden slechts in een handvol ontwikkelingslanden voldaan."

Verwaarloosde teelten

Gegevens over het onderzoek en in de handel brengen van transgene teelten toont aan dat veel teelten en kenmerken die van belang zijn voor de armen, verwaarloosd worden.

"Er zijn geen belangrijke programma's in de openbare of privé-sector om de echte problemen van de armen aan te pakken of die zich richten op de teelten en de dieren waarvan zij afhankelijk zijn," alsdus het rapport.

Een groot deel van de investeringen in de privé-sector draait rond vier gewassen : katoen, maïs, koolzaad en sojabonen.

Zes landen (Argentinië, Brazilië, Canada, China, Zuid-Afrika en de VS), vier gewassen (maïs, sojabonen, koolzaad en katoen) en twee kenmerken (insectenresistentie en herbicide-tolerantie) staan voor 99% van het mondiaal areaal dat in 2003 werd aangeplant met transgene teelten, aldus het rapport.

Waar het geld voor onderzoek heen gaat

Een van de grootste hindernissen voor ontwikkelingslanden bij het opnemen en aanpassen van biotechnologische innovaties is hun gebrek aan agrarische onderzoekscapaciteit, vooral mbt. veredeling van planten en dieren, aldus de FAO.

Het onderzoek in de private-sector beheerst mondiaal de biotechnologie. De wereld-toptien van de transnationale bedrijven in de biowetenschappen besteedt bijna 3 miljard $ per jaar aan landbouwkundig biotechnologisch onderzoek en ontwikkeling. Privé-biotechonderzoek is in de meeste ontwikkelingslanden verwaarloosbaar.

Brazilië, China en India, die in de ontwikkelingslanden de grootste openbare onderzoeksprogramma's hebben voor landbouw, besteden daaraan elk jaarlijks minder dan een half miljard $.

De grootste internationale openbare leverancier van agrarische technologieën, het CGIAR, heeft een totaal jaarbudget van slechts ongeveer 300 miljoen $ voor gewasverbetering.

Transgene gewassen – een economisch succes

In de paar ontwikkelingslanden waar transgene gewassen zijn geïntroduceerd, hebben kleine boeren er economisch bij gewonnen en is het gebruik van agrochemische stoffen verminderd, aldus de FAO.

"Transgene teelten hebben in sommige delen van de wereld gedurende de afgelopen zeven jaar grote economische voordelen opgeleverd," aldus het rapport. In sommige gevallen zijn de winsten per hectare groot geweest in vergelijking met bijna iedere andere technologische vernieuwing van de laatste paar decennia.

In China verbouwen bv. meer dan vier miljoen kleine boeren insectenresistente katoen op ongeveer 30% van 's lands totale katoenareaal. De opbrengsten van insectenresistente katoen waren ongeveer 20% hoger dan bij conventionele variëteiten en de kosten van bestrijdingsmiddelen waren ca. 70% lager.

Het gebruik van bestrijdingsmiddelen werd in 2001 verminderd met naar schating 78.000 ton, een hoeveelheid gelijk aan ongeveer eenvierde van het totaalverbruik aan bestrijdingsmiddelen in China. Bij gevolg komen er minder vergiftigingsverschijnselen door pesticiden voor bij deze katoenboeren dan bij de boeren die conventionele variëteiten verbouwen.

Hoewel de transgene zaden in de meeste gevallen zijn geleverd door de privé-sector, zijn toch de voordelen wijd verbreid onder de industrie, de boeren en de consumenten.

"Dit duidt erop dat de monopolie-positie als gevolg van de intellectuele eigendomsbescherming niet automatisch leidt tot excessieve winsten bij de industrie," aldus het rapport.

Invloed op de menselijke gezondheid en het leefmilieu

Het wetenschappelijk bewijs betreffende de milieu- en gezondheisinvloeden van genetische manipulatie is nog in ontwikkeling, aldus het rapport.

"In het algemeen zijn wetenschappers het erover eens dat de transgene teelten die thans verbouwd worden, veilig zijn en dat het voedsel dat daaruit voortkomt, gerust gegeten kan worden, hoewel er weinig geweten is over effecten op de lange duur," aldus FAO Directeur-Generaal Jacques Diouf.

"Er bestaat weinig wetenschappelijke overeenstemming over de milieuinvloeden van transgene teelten. Aan de gewettigde bezorgdheden omtrent de veiligheid van ieder transgeen product moet voordat het wordt vrijgegeven, gehoor worden gegeven. Een zorgvuldige opvolging van de achteraf-effecten van deze producten is essentieel," aldus Diouf.

De FAO beveelt een geval-voor-geval-evaluatie aan, waarbij de mogelijke voordelen en risico's van afzonderlijke transgene teelten worden beschouwd.

Het rapport zegt dat, terwijl sommige voordelen zijn waargenomen, nadelige milieueffecten in de commerciële productie niet zijn vastgesteld. Voortzetting van de bewaking is nodig, benadrukte de FAO.

Het rapport legt ook de klemtoon op de nood aan wetenschappelijk gefundeerde bioveiligheidsbeoordelingen.

"Als teelten de bioveiligheids-risico-beoordelingen niet goed doorstaan, bestaat er een groter risico op schadelijke gevolgen voor het leefmilieu. Niet goedgekeurde variëteiten zouden misschien voor de boeren niet het verwachte niveau van ziekte- en plaagbeheersing kunnen opleveren met als gevolg een voortgezet gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en een groter risico van de ontwikkeling van plaagresistentie."

Bovendien kan noch van privéondernemingen noch van openbare onderzoeksinstellingen worden verwacht dat zij transgene gewassen ontwikkelen voor arme producenten in landen die niet beschikken over betrouwbare, transparante regelgeving.

De Codex Alimentarius Commissie van de FAO en de Wereldgezondheidsorganisatie is het eens over de principes en richtlijnen voor de beoordeling van gezondheidsrisico's van voedsel afkomstig van moderne biotechnologie.

Leden van de Internationale Planten BeschermingsConventie zijn bezig met het ontwikkelen van richtlijnen voor plaag-risico-analyse voor levende gemodificeerde organismen (LMO's). Deze afstemmingen kunnen een steun zijn bij het mondiaal harmoniseren van de regelgeving.

Contact : Erwin Northoff, Information Officer, FAO; erwin.nrothoff@fao.org;

 
     
spacer

Edinburgstraat 26 - 1050 Elsene - tel 02 893 09 60 e-mail: info AT wervel PUNT be