spacer
spacer
       
Home
Landbouwbeleid
Eiwittransitie
Landbouwsubsidies
Biobrandstoffen
Agroforestry
WTO
Soja
Melk
Suiker
Kemp
Amarant
Lupine
Biotechnologie
Voedselsituatie en -handel
Denk globaal eet lokaal
Landbouw en cultuur
Diverse info
 

Interview met Devinder Sharma, India
Share/Save/Bookmark
Devinder Sharma is schrijver en onderzoeker op het gebied van voedsel en handelsbeleid. Hij schreef "GATT and India – Politics of Agriculture", 1994 en "In the Famine Trap", 1997. Hij is voorzitter van het in New Delhi gevestigde Forum voor Biotechnologie en Voedselzekerheid. New Delhi, 25-8-2003

Interviewer is Nic Paget-Clarke van 'In Motion Magazine', USA (zie voetnoot)
De interviewer woont in San Diego, Californië.

de Indian Express

vraag : Kunt u ons iets vertellen over uw achtergrond en hoe het kwam dat u uw aandacht richtte op honger en voedsel ?

DS: Ik begon mijn carrière als landbouwwetenschapper. Ik studeerde af op gewasveredeling en genetica, maar kwam daarna niet in het onderzoek terecht. Mijn eerste baan na de universiteit was bij de Indian Express in India. In die tijd – en ook nu nog – was de Indian Express het nieuwsblad met de hoogste oplage in India – een multiregionale krant. Hij verschijnt op ongeveer 14 plaatsen in het land.
Toen ik in 1981 bij de Indian Express kwam was het een anti-establishmentkrant. Het was een krant die geruime tijd de ene na de andere regering deed vallen. Ik leerde daar - om zo te zeggen - de politiek rond voedsel en  landbouw kennen.
Ik begon bij de krant over landbouw te schrijven en het voordeel dat ik had vergeleken met anderen, was dat ik de opdracht had om in het hele land rond te kijken, niet in één regio. Als landbouwredacteur had ik het voorrecht het hele land te doorkruisen en dan mijn stukken te schrijven – anders dan de andere verslaggevers die zich moesten bezig houden met één terrein in één regio, enz. Ik deed zo veel ervaring op. Op geen enkele andere wijze had ik die contacten kunnen leggen.
Toen ik dat zo'n tien jaar had gedaan, verliet ik de Indian Express en ging ik voor korte tijd naar Nepal om het eerste onafhankelijke Nepalese dagblad op te richten, de Kathmandu Post. Vandaag is dat [in Nepal] de krant met de grootste oplage. Ik vertrok daar in 1993.

de effecten van de WTO op landbouw

Ik dacht er toen over een jaar vrijaf te nemen. Het was in die tijd dat de ontwerptekst van Dunkel zeer populair was. Dunkel was de eerste directeur-generaal van de WTO (Wereldhandelsorganisatie). Dat heette toen nog GATT (Algemeen verdrag inzake tarieven en handel). Ik dacht : hier gaan mensen voor de straat op, maar niemand begreep wat de effecten waren van 'WTO en landbouw'. Ik dacht dus aan een sabbatjaar om een boek te schrijven en dan terug te gaan in de journalistiek.
Ik nam een jaar vrijaf en schreef mijn eerste boek. Maar ik ben nooit meer teruggekomen in de dagdagelijkse journalistiek. Ik werd mij van de realiteit bewust, die zo verschillend is en zo in contrast met die in het Westen.  Er is vandaag de dag honger in India van een omvang die zeer beschamend is. Die honger gaat gepaard met toenemende voedseloverschotten. We hebben een voedseloverschot waar we geen raad mee weten – een record in de geschiedenis – en we hebben tegelijkertijd een record aantal hongerigen onder ons.
Deze paradox dwong mij naar het thema van de honger. Je kunt daar op twee manieren naar kijken. De ene is natuurlijk dat men van onderaf inspanningen kan doen om mensen van de honger af te helpen. De andere is naar mijn mening, dat honger het gevolg is van beleid, nationaal en internationaal. De grondgedachte of het oogmerk vandaag de dag is om de helft van de wereld hongerig te houden, omdat je alleen een hongerige maag kunt uitbuiten. Iemand met een goedgevulde maag die gelukkig is en weldoorvoed, laat zich niet uitbuiten. Daar stuurt de wereld op aan. Dat is schokkend, vernederend en beschamend.
Daarover gaat het in mijn werk.

de dubbele standaard van het bedrijfsleven

vraag : Een van de zaken waarnaar u in uw essays verwijst is de dubbele maatstaf die de wereld van het bedrijfsleven hanteert in haar benadering van het Westen en van de ontwikkelingslanden. Zoudt u daar dieper op willen ingaan, mogelijk in het licht van het Coca/Pepsi schandaal en ook van de vragen rond granen in India en GGO's ?

DS : De dubbele maatstaf is in het oogspringend, zeer duidelijk en zeer luid. In de recente controverse rond cola in India zeggen de bedrijven : "Jullie grondwater is vervuild, dus je kunt ons niet verwijten dat de cola ook besmet is." Dit argument heeft enige tijd zijn weg gevonden op de TV en in de pers.In een van de uitzendingen kwam ik naar voren en heb gezegd : "Daar gaat het niet om. Kijk naar het grondwater in Europa en Amerika, dat is veel meer besmet dan in India. Hoe is het mogelijk dat ze in die landen cola-soorten verkopen zonder pesticiden ? Zij hanteren dubbele maatstaven.

de ramp bij Union Carbide in Bhopal

Herinner u het ongeluk bij Union Carbide in India, de ramp van Bhopal. De veiligheidsnormen daar stelden niets voor, terwijl ze bij dezelfde firma in Amerika zeer strikte veiligheidsnormen hadden. De dubbele maatstaf kwam aan het licht toen de Bhopalramp toesloeg.
Met betrekking tot de controverse rond cola wordt ons gezegd : "Jullie gebruiken in India zoveel pesticiden en kunstmest dat natuurlijk het grondwater besmet wordt." Maar kijk eens naar Amerika of naar Europa. In India is het gemiddeld pesticidegebruik per hectare 450 gram. In Nederland gebruikt men per hectare 11 kg pesticiden. In Japan 12 kg. In de VS 3 kg. En 99,9% van de pesticiden komen in het milieu terecht, hetzij in het water hetzij in de lucht. Slechts 0,1% bereikt zijn doel – iedereen weet dat. (David Pimentel van de Cornell Universiteit heeft daarover een studie gemaakt.) En zij gebruiken 700 verschillende soorten pesticiden; India 160.
We zijn nu in een stadium gekomen dat ons verteld wordt : "Jullie water is besmet." Maar laat ons een kijken naar kunstmest. In Nederland wordt 495 kg/ha gebruikt; in India 99; in Amerika 110; en in Japan 350.
[Ik kom nu terug op pesticiden.] De Europese Unie in zijn geheel bezien, gebruikt 500 gram pesticiden per hectare. Ik wil niet zeggen dat ons water niet vervuild is en ik wil die vervuiling ook niet verdedigen, maar de dubbele maatstaf is heel duidelijk. In die landen past men strikte gezondheids- en veiligheidsnormen toe, terwijl zij weten dat je in India zelfs bij moord nog de dans kunt ontspringen – zoals in het klassieke voorbeeld van Union Carbide.

veevoeder

Laten we eens kijken naar de granen. Men zegt ons dat al wat we exporteren niet van goede kwaliteit is, dus horen we : "Jullie hebben kwaliteitsnormen nodig." "Je kunt gaan tot 0,0001 deeltje per miljoen deeltjes bij het onderzoek in granen naar toxiden." Enz. Interessant. We zijn het er allemaal over eens dat kwaliteit belangrijk is, maar laat ons eens zien naar de dubbele maatstaf in dit geval. Wat India verlaat, beantwoordt aan de kwaliteitsnorm van de Westerse landen, maar wat van hen naar India komt, moet veevoeder zijn. Men geeft ons te verstaan : "Jullie zijn tevreden met veevoeder; waarom dan problemen maken ?"
Ik geef u een voorbeeld als het gaat om veevoeder. In 1996 – het laatste jaar dat we tarwe invoerden – importeerden we één miljoen ton uit Australië. Toen die tarwe in India aankwam, bleek die van veevoederkwaliteit. Wat ze naar ons uitvoerden, was rommel. Er zat zaad bij van 42 onkruiden, waarvan er 7 onbekend waren in India. India's protest had geen effect.
Kijk naar Amerika. Toen Dan Glickman minister van landbouw was, kwam hij naar India. Hij tourde rond en ontmoette zijn collega van India en vroeg hem : "Waarom hebben jullie Amerikaanse tarwe afgewezen ?" Immers we kozen voor Autralische tarwe (die overigens veevoeder was) nadat we de Amerikaanse tarwe hadden afgewezen. Men vertelde hem dat de tarwe uit Amerika niet voldeed aan de kwaliteitsnormen. Er zat nl. een ziekte in, de downey mildew, een of andere schimmel, die in de tarwe voorkwam met meer dan 0,001 deeltjes per miljoen. En weet je wat hij zei : "Waar ter wereld vind je tarwe van deze kwaliteit ?" Gelukkig antwoordde onze minister : "Mijnheer, u wilde toch dat de Codex Alimentarius gevolgd werd ?" (De Codex Alimentarius Commissie, gevestigd te Rome, is een organisatie die in 1963 in het leven werd geroepen door de FAO en de WHO (resp. Voedsel en Landbouw Organisatie van de VN en Wereld Gezondheids Organisatie) om maatstaven voor voedsel te ontwikkelen.) Glickman antwoordde naar verluid : "Als jullie al het veevoeder konden invoeren, dat wij in de tijd van de PL480 (VS-voedselhulp in de jaren 1950 en '60) naar India uitvoerden, wat is dan eigenlijk het probleem ? "

Sojabonen. Nu proberen ze sojabonen naar ons uit te voeren. Die sojabonen brengen verschillende virale ziektes mee en vijf schadelijke gedierten. Amerika dringt India dit op en zegt : "Die schadelijke gedierten doen jullie geen kwaad." Als wij dezelfde sojabonen terug zouden uitvoeren naar Amerika, zouden zij ze afwijzen. Er is dus duidelijk sprake van dubbele maatstaven.

emissienormen, recyclage van plastiek en vaccins voor koeien

Niet alleen bij voeding is het zo. Tegen de achtergrond van het WTO-discours of het gentech-verhaal zien we dat het tegendeel van technologie wordt ontwikkeld, en dat wordt bij ons gedumpt. Neem bv. auto's. Bij de vervaardiging van auto's wordt in India de emissienorm Euro 1 of Euro 2 aangehouden. In Europa volgt men Euro 4. Omdat de Euro 1 en de Euro 2 technologie verouderd zijn, zoekt men daarvoor een markt. Dus dumpen ze het in landen zoals het onze.
Sinds enkele jaren heeft Amerika een wonderlijke manier van recyclage van plastic flessen, waarin Pepsi wordt verkocht in de VS of in India. In Amerika kun je dat niet recycleren wegens de strenge menselijke veiligheidsnormen. Dus verschepen ze de plastic flessen naar Madras in India, waar ze gerecycleerd worden. Vervolgens gaan [de grondstoffen] terug naar Amerika en worden verkocht voor de cola's. Alsof de mensen er hier niet toe doen.

Je kunt eindeloos doorgaan met dit soort voorbeelden, waaruit is gebleken dat het Westen het niets kan schelen.
We worden al die jaren al gehouden voor kinderen van een mindere God, maar het ergste staat nu klaarblijkelijk te gebeuren. Eén van de instituten in Nieuw-Zeeland heeft laten weten dat ze bezig zijn een genetisch gemodificeerd vaccin te ontwikkelen voor behandeling van tuberculose bij koeien, wat natuurlijk goed nieuws is. Maar ze zeggen erbij dat hetzelfde vaccin zou kunnen worden gebruikt voor mensen in derdewereldlanden. Wat de rijke landen nodig hebben is een ander vaccin, een beter vaccin. In dit deel van de wereld worden dieren en mensen dus voor hetzelfde gehouden.
Wat wil je meer als voorbeeld van dubbele maatstaf ?

de grote handelsroof

vraag : Hoe versnelt de globalisering het proces van marginalisering van de boeren in de Derde Wereld ?

DS : Je hebt vast lang geleden de film gezien van de Grote Treinroof. Voor mij is er nu sprake van een nieuwe editie van dezelfde film. Je zou het de Grote Handelsroof kunnen noemen. Dit is een wonderbaarlijke manier om derdewereldlanden uit te buiten.
Ik had het voorrecht dat Mandela eens gespreksleider was bij een van mijn voordrachten. Hij zei : "Ze volgen een 3M-benadering. Eerst stuurden ze missionarissen, Dat werkte niet. Dan stuurden ze militairen. Het werkte niet. Nu sturen ze munten. Dat zal werken."
Als je naar de wereld van vandaag kijkt, is in de grond van de zaak het Westen er zo aan gewend geraakt om te parasiteren op de Derde Wereld dat het zich niet kan indenken dat het ons geen schade doet. Ze blijven ons – onder welk voorwendsel dan ook – uitbuiten. Ze zijn bezig het bloed van dit deel van de wereld op te zuigen – in naam van handel, in naam van groei, in naam van ontwikkeling, in naam van duizend doelen enz. enz.
Ik ben niet cynisch, maar ik wil het uitleggen. India is een land met een zesde deel van de wereldbevolking en kan naar mijn mening in veel opzichten worden gezien als een symbool of als een vertegenwoordiger van de zich ontwikkelende wereld. India is een land met ongeveer 1 miljard mensen en meer. Daarvan gaan er iedere nacht nog steeds 320 miljoen met honger naar bed. Dat is een beschamende ongerijmdheid.
Maar laat ons eens kijken naar het globaliseringsproces voor wat betreft landbouw. We hebben thans in India 557 miljoen boeren. Toen we onafhankelijk werden, vijfenvijftig jaar geleden, was het aantal boeren in India 200 miljoen, nu dus 557 miljoen. Vijfenvijftig jaar geleden had ieder boerengezin gemiddeld de beschikking over vier hectare. Dat is vandaag gedaald naar 1,4 ha. Dit gemiddelde geldt ook voor de rest van de zich ontwikkelende wereld. Vijfenvijftig jaar geleden behoorde 10% van de Amerikaanse bevolking tot de landbouw met een gemiddelde bedrijfsgrootte van vijftig hectare – ik wil maar een vergelijking maken tussen de twe grootste democratieën ter wereld. Vandaag is de gemiddelde bedrijfsgrootte in Amerika 200 hectare. Het aantal boeren is er vandaag 900.000, minder dan 1% van de bevolking. Er zitten meer mensen in Amerikaanse gevangenissen, nl. 2,1 miljoen dan op Amerikaanse boerderijen. Zie je het verschil tussen India en Amerika ?
In werkelijkheid is de Amerikaanse landbouw natuurlijk in handen van de industrie, maar de Amerikaanse economie is zo afhankelijk van landbouw en gaat zo gebukt onder de kunstmatige ondersteuning met subsidies, die Amerika aan zijn landbouw heeft verstrekt [en nog verstrekt], terwijl er voor de producten geen markt is en de economie lijdt onder de last van al die subsidies. Ze moeten er een markt voor vinden.

Het tweede blok is de Europese Unie. Ook die is overladen met voedselvoorraden, vooral sedert de introductie van het GLB (Gemeenschappelijk Landbouw Beleid). Ook zij hebben hetzelfde probleem als Amerika. Dus steken zij [de VS en de EU] elkaar de hand toe. Beide blokken kunnen het voedsel niet in zee storten omdat internationale verdragen dat niet toestaan en verbranden al evenmin. Je moet er dus een afzetmarkt voor vinden. Wat beter te doen dan de zich ontwikkelende landen open te breken om te verzekeren dat dit soort productie er daar ingaat ?

markttoegang, binnenlandse steun en binnenlandse subsidies

Toen de WTO in werking trad – dwz. eerst de GATT en daarna de WTO – heeft men het [principe] heel duidelijk vastgelegd, gebaseerd op drie pijlers- markttoegang, binnenlandse steun en binnenlandse subsidies. Dit zijn de drie pijlers van de WTO-Overeenkomst inzake Landbouw. Maar in die tijd hadden de ontwikkelingslanden er nog geen benul van wat dit alles betekende. Zij aanvaardden het dus, ondertekenden enz. Het Westen echter was heel duidelijk en heel zeker over wat het aan het doen was. Zij kwamen naar voren met al deze parameters, die feitelijk hun landbouw ondersteunden of beschermden ten koste van de boeren in de ontwikkelingslanden. Alles kreeg zijn plaats en wij werden maar verondersteld te tekenen – slikken of stikken. En ons werd ook deze belofte meegegeven dat als je niet toetreedt tot de WTO het zeer moeilijk is om bilateraal te handelen, enz. enz. Onze politieke leiders aanvaardden dat dogma.

Nu, acht jaar later, blijken de negatieve invloeden enorm groot en omvangrijk. Als je vandaag de wereld overziet, verstrekken de OECD-landen (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), het rijkste handelsblok met 24 landen, jaarlijks landbouwsubsidies tot een bedrag van 360 miljard $, wat inhoudt 1 miljard $ per dag. In India voorzien we onze 557 miljoen boeren ook van subsidie. Het totaal daarvan is 1 miljard $ per jaar.
In de OECD gaat het om directe subsidies. En heb je een idee wie er baat hebben bij die subsidies ? Ted Turner ontvangt landbouwsubsidie in Amerika. David Rockefeller ontvangt landbouwsubsidies in Amerika. Dit zijn de mensen die de subsidies krijgen. Zij boeren niet. Zij krijgen subsidies alleen maar omdat zij grond bezitten.
Als je kijkt naar India dan zie je dat alle verstrekte subsidies indirect zijn – bv. door goedkopere kunstmest, goedkopere electriciteit, goedkoper zaad, goedkoper water. Er zijn geen directe subsidies in India. Maar de Wereldbank en het IMF (Internationaal Munt Fonds) hebben ons gevraagd om af te zien van onze subsidies omdat ze te zeer verstorend werken. De armen behoren geen subsidies te krijgen, de rijken moeten ze krijgen.

wat gebeurt er met deze subsidies ?

Wat dacht je ? Ze dienen ervoor dat het bedrijfsleven de prijzen beheerst. Let op, immers een groot percentage van de boeren in de VS krijgen in het geheel geen subsidies, omdat 70% van de VS-subsidies naar de 10% grootste boeren en bedrijven van het land gaat. Bovendien verkopen de familieboeren in de VS gewoonlijk hun producten onder de productiekostprijs terwijl bedrijven hun vlees en granen in de winkel verkopen tegen hogere prijzen wegens verwerking en uitvoer. In antwoord hierop voeren de familieboeren in de VS hun productie op tot het maximum om te overleven en de overproductie wordt dan heel vaak over de wereld gedumpt waar er geen behoefte aan is wegens het slechte handelsbeleid van de WTO.
Ondanks de dalende wereldprijzen blijven de bedrijven er voordeel uit halen. De bedrijven ontvangen hun landbouwsubsidies en handelspremies terwijl zij zich kanten tegen subsidies in de Derde Wereld. Vervolgens brengen zij – met hun toegenomen mate van overheersing – nieuwe problemen in de landbouw binnen zoals genetisch gemodificeerde zaden.

hoe koeien en boeren overleven

Let op de ongelijkheden. Ons is verteld dat er sprake is van een botsing van beschavingen, maar de grootste botsing van beschavingen zie ik in de vergelijking van de situatie van de boeren in dit deel van de wereld, en de koeien in het Noorden. Iedere koe, in welk OECD-land ook, heeft een douche nodig, een ventilator, een buislamp, en vraagt om centrale verwarming. Je zult het met mij eens zijn dat dit voor boeren in dit deel van de wereld allemaal luxe is.
En als de koe naar de melkstal komt – melken gebeurt natuurlijk machinaal zoals we allemaal weten -  zie je dat iedere koe een band om zijn nek draagt. In die band zit een chip, een computerchip. Zodra de koe gemolken is en naar de voederbak gaat, wisselt die chip gegevens uit met een chip aan de muur, registreert het gewicht van de koe, vertelt precies hoeveel eiwitten die koe op dat moment nodig heeft en precies die hoeveelheid komt tevoorschijn. In zekere zin is de koe vandaag het meest voedselzekere dier op deze aarde.
We weten allemaal dat alleen al in India 320 miljoen mensen iedere nacht met honger gaan slapen, en 50% van de landbouwende bevolking elders doet hetzelfde. Een boerenfamilie in India of in ontwikkelingslanden overleeft op minder dan 1,4 hectare. Maar als je één koe wilt houden heb je een gemiddelde van 10 hectare grond nodig voor het voeder en alles wat je die koe te eten geeft. Dat wil zeggen dat je voor iedere koe 10 ha grond nodig hebt. Op die 10 hectare kunnen vijf boerenfamilies overleven. En de ongelijkheden houden hier niet op.
[nb. 10 hectare voor één koe is een Indiaas gegeven. Elders ligt dat heel anders.]

Ik schreef hierover voor het eerst in een artikel voor The Economist een paar jaar geleden en ik ben blij dat nu iedereen het hierover heeft, maar ik analyseerde een koe en een menselijk wezen, een boer in een ontwikkelingsland. Ik kwam tot de conclusie dat iedere koe [in de OESO-landen] een subsidie van twee dollar per dag krijgt terwijl 50% van onze boerenbevolking en de zich ontwikkelende wereld van minder dan één dollar per dag leeft. Jullie geven zoveel subsidies aan koeien dat je iedere koe een luchtreis rond de wereld in business klasse kunt laten maken. Zo'n omvang hebben jullie subsidies.
Toch zegt men ons : "Open jullie markten en je krijgt geweldige kansen om te exporteren en je zult winst maken, enz" Jammergenoeg hadden ontwikkelingslanden toen niet door wat dit betekende, maar ik ben er zeker van dat de schoen wringt. Het dringt door bij de mensen en dat vindt nu zijn weerslag in de WTO.

WTO onderhandelingen

vraag : Naar het schijnt wordt er voortdurend onderhandeld bij de WTO. Sinds het begin van de GATT en [nadien] de WTO gaat het alleen maar over onderhandelen. Kunt u dat verklaren ?

DS : In de WTO heeft men een afbouwprogramma op gang gebracht waarvan de stand van zaken na een paar jaar moet worden bekeken. Zo is er een herziening van de WTO Overeenkomst inzake Landbouw op dit moment aan de gang. Er is ook een herziening onder handen van de WTO TRIPS (aan de Handel Gerelateerde Aspecten van Intellectuele Eigendoms Rechten) Overeenkomst. Maar tegelijkertijd kwam het in die mensen op dat ze nog niet genoeg hebben gekregen. Zij moesten zo nodig de Derde Wereld nog meer uitbuiten. Zij brengen nieuwe onderwerpen aan onder de naam Singapore-thema's : transparantie in staatshandelsbedrijven, handelsfaciliteiten, investeringen, en concurrentiebeleid. Deze nieuwe thema's wil men nu meenemen in de Cancun Ronde.
Van thema's zoals landbouw en patenten stappen we nu over op investeringsthema's en op de dienstensector, de GATS, de Algemene Overeenkomst inzake Handel in Diensten : onderwijs, water, gezondheidszorg, alles moet geprivatiseerd worden. Allemaal omdat het economisch belang van de bedrijven in het Westen nu zo overheersend is dat ze allerlei terreinen vinden waarop zij invloed kunnen uitoefenen en de ontwikkelingslanden kunnen uitbuiten.

privatisering van ieder terrein van actviteiten

vraag : Bij het lezen van enkele van uw meer recente essays valt op dat globalisering in de loop der jaren uiteenlopende definities heeft gekend. Naar het schijnt is de huidige definitie liberalisering – privatisering van de planeet ?

DS : Dat is in feite aan het gebeuren. Het recente fenomeen van privatisering in de EU, Amerika, Japan en landen zoals Australië en Zwitserland, doet zich voor omwille van de dominantie van de opkomende multinationale bedrijven of de opkomende privé-ondernemingen. Zij bezetten bijna ieder terrein van activiteiten.
Maar even goed de politiek. Er was een tijd dat Abraham Lincoln zijn beroemde uitspraak deed : "Democratie is van de mensen, door de mensen en voor de mensen." Als je ziet hoe het vandaag toegaat, zou je denken dat Lincoln zich omkeert in zijn graf, omdat democratie veranderd is. De definitie van democratie is veranderd. Democratie is van de industrie, door de industrie en voor de industrie. Alle toppolitici (Bush, Blair, Vajpayee) vertegenwoordigen alleen maar de industrie. Bij de WTO of bij NAFTA (Noord-Amerikaanse Vrijhandels Overeenkomst) mikken ze uitsluitend op het bevorderen van de belangen van de industrie, multinationale ondernemingen, enz.
President Bill Clinton heeft als president in het openbaar verklaard dat Monsanto het bedrijf is dat ons zal binnenvoeren in de 21e eeuw. We weten wat er gebeurt. We weten waarom de oorlog in Irak begonnen was – de oliefirma's wilden meer olie. Dat soort dingen is aan het gebeuren en er is altijd een rechtvaardiging. Het soort onderwijs dat ons in India wordt opgelegd wordt geprivatiseerd en gaat dan over in de handen van bedrijven. Meer  in het bijzonder is het allemaal begonnen om de macht. Het is een spel om macht en monopolie.
Vroeger in de tijd van de kolonisatie waren het regeringen die de macht hadden, maar thans is de macht in handen van bedrijven en zij proberen er zoveel mogelijk uit te halen.
Er was een tijd dat de zon nooit onder ging in het Britse Rijk. Thans sprekend over globalisering stel ik vast dat de zon nooit ondergaat voor de multinationals. Dat is een aanwijzing hoe gemondialiseerd de bedrijven zijn, en van het fenomeen van het gebruik van democratische instellingen – zogenaamde democratische instellingen – zoals de WTO of de financiële instellingen, om ons de banken van multinationale ondernemingen of privébedrijven op te dringen. Het is een thema van macht en dominantie. Een paar mensen hebben de macht over de hele rijkdom van de wereld en die machtsuitoefening komt vanuit de bedrijven.

de Britse erfenis in India

vraag : Wat  is de erfenis van de Britten in India, als zich dat tenminste kort laat samenvatten ?

DS:  Er wordt weinig over gesproken. Misschien is het niet politiek correct. Maar het is heel duidelijk wat de Britten in India deden. Zoals je weet was Columbus destijds op zoek naar India toen hij 500 jaar geleden in Amerika landde. Toen kwam Vasco da Gama vanuit Europa en landde uiteindelijk in India en de wereld kwam open liggen voor India. Men sprak van India als de gouden vogel. Het ging om India en eigenlijk niet om Amerika of wat dan ook.
De Britten maakten toen hun entrée in India en toen ze vertrokken, was India een tot armoede vervallen land. Dat is de Britse erfenis.
Europa overleeft vandaag vanwege haar koloniaal verleden. Niemand wil daar op het ogenblik over spreken, omdat niemand die herinneringen wil oprakelen, maar als je naar India en de Indiase geschiedenis kijkt, zul je veel voorbeelden vinden hoe ze India plunderden. Mensen, die benoemd werden tot onderkoningen, werden beoordeeld op hoeveel zij plunderden. Ooit in de Indiase geschiedenis was het zo dat wie de grootste buit aan de keizer schonk, onderkoning werd.

verdeel en heers (de Britten en de WTO)

Een van de Britse erfenissen is de verdeel en heers-politiek, die zij opmerkelijk goed toepasten in India. Zij haalden uit hun kolonie India bijna alles weg op grond van de verdeel en heers-politiek, die nu exact wordt gevolgd door de WTO. De mondiale politiek wordt nu ook beheerst door verdeel en heers. Ontwikkelingslanden treden niet als één blok op omdat de verdeel en heers-politiek zegt dat je coalities moet vormen op grond van deelterreinen. Wat betekent een coalitie op grond van een deelterrein ? Stel dat ik het inzake landbouw niet eens ben met Malaysia maar op het terrein van investeringen wel. Dan gaat India inzake investeringen samen met Malaysia maar op landbouwgebied niet. Zo zie je hoe we verdeeld worden.
Het Westen gebruikt heel duidelijk dezelfde soort erfenis van verdeel en heers in de handel en in de economie en doet dit zeer effectief. Ontwikkelingslanden staan geïsoleerd of laat ons zeggen apart en niet als één blok, zoals de EU of zoals de EU en de VS tesamen. Ontwikkelingslanden vormen geen blok want we zijn met diezelfde formule van verdeel en heers geconfronteerd en hebben onze les niet geleerd.
Een ander deel van de erfenis in India is "het Britse". Wat ze ons ook achterlieten, het blijft jammergenoeg ons als systeem beheersen. Wij doen hun na in onze politieke, bureaucratische en grondwettelijke systemen. De Britten lieten ons met meer problemen zitten en wij gingen ermee door. We hebben ons huis niet op orde proberen te brengen op de wijze waarop Gandhi dat gewild zou hebben. Maar de mensen willen niet anders.

de hongersnood in Bengalen

Terugkomend op de vraag rond de Britse erfenis, moet ik een voorbeeld geven. De hongersnood in Bengalen doodde in 1943 ongeveer 3 miljoen mensen. In die tijd stond India onder Brits beheer en er was genoeg voedsel, maar het voedsel werd door de Britten onttrokken ten gunste van de legers die vochten in WOII. Mensen stierven in Bengalen niet vanwege lagere productie, immers dat deed zich voor in 1941 en toen was er geen sprake van hongersnood.
1943 was een beter productiejaar dan 1941, maar toen was er wel honger. En het interessante is dat de toenmalige onderkoning van India daarover aan de keizer rapporteerde – we weten dat uit Amartya Sen's boek "Theory of Entitlement" wat gaat over de hongersnood in Bengalen. Maar wat niet bekend is, is dat in de brief [van de onderkoning aan de keizer] staat - met betrekking tot de drie miljoen doden -, dat die mensen hoe dan ook zouden zijn gestorven. Zij behoorden tot de onderste lagen van de bevolking – schooiers. Arbeiders, armen, bedelaars – zij zouden in elk geval gestorven zijn. Het hoeft ons dus niet te spijten.

Kijk hoe ze ons behandeld hebben . En als ik spreek van wij bedoel ik de Derde Wereld en de Eerste Wereld. Ierland stond ook onder Brits bestuur. Ierland kende in de negentiende eeuw de beruchte Aardappelhongersnood. Tony Blair heeft zich ervoor verontschuldigd toen hij daar was. Toch is hij al vaak in India geweest en de koningin ook, maar zij hebben zich nooit verontschuldigd voor de 28 hongersnoden die in India plaatsvonden gedurende de Britse overheersing. En dat waren allemaal door mensen veroorzaakte hongersnoden.  Zo hebben ze ons dus behandeld.

Maar ik denk dat wij zelf ook schuld hebben.

honger temidden van voedseloverschotten

vraag : U schreef een artikel over de honger in Kalahandi en Koraput. Wat is dat voor een systeem dat grootscheepse landbouwproductie kent, zelfs exporten, terwijl de mensen die temidden van dat voedsel leven dood gaan ?

DS : Voor mij is dat de grootste tragedie in deze eeuw. De harde realiteit van India. Voordat ik op Kalahandi inga, wil ik eerst een kort beeld schetsen van het scenario in India.
Wij hebben vandaag 50 miljoen ton aan voedseloverschotten, tarwe en rijst die zijn opgeslagen in de open lucht. Je kunt het overal in het land zien. Ik denk dat al minstens 50% is omgezet in veevoeder. Het is niet beschikbaar voor menselijke consumptie. En dat terwijl er in India 320 miljoen mensen ieder nacht met honger gaan slapen. Eenderde van de 800 miljoen mensen die met honger naar bed gaan, woont in India.
Maar niet alleen de politieke leiders van India of de Indiase elite is ongeïnteresseerd of op misdadige wijze apatisch tegenover de realiteit van de honger. Ook de internationale gemeenschap treft schuld. Men praat over het halveren van de honger in de wereld tegen het jaar 2015 en men praat over 800 miljoen mensen die hongerig gaan slapen, er zou dus tenminste iets moeten bewegen – maar al wat er gedaan wordt, is zeggen dat we de helft van de honger in de wereld tegen 2015 zullen opheffen. Als de internationale gemeenschap werkelijk eerlijk is, had zij zich kunnen richten op een land als India, omdat we het voedsel hebben en we hebben de hongerigen; waarom dan wachten tot 2015 ? Daar is geen verklaring voor.
En niet alleen India. Tot voorkort had Paksitan een overvloed aan voedselgranen. Bangladesh loopt over van de voedselgranen. Als je de bevolking van deze drie landen samentelt, dan zie je dat ruwweg 42-43% van de hongerigen in de wereld daar wonen. Als het de wereld ernst was, zou ze de internationale politieke wil hebben kunnen gebruiken om deze drie ontwikkelingslanden te dwingen de hongerigen te voeden. Maar dat gebeurde nooit. Economen spreken niet graag over de hongerigen. Economen zijn als duiven. Zij knijpen hun ogen toe als de kat komt in het gevoel dat de wereld dan veilig is. Economen doen ook zo. Zij hebben het gevoel dat als je maar niet over de honger spreekt, je je er ook niet druk over hoeft te maken.

het Kalahandi syndroom

Kalahandi is in dit verband een harde, grimmige realiteit. Kalahandi is even bekend als Mumbai of Chennai. De mensen zijn nooit in Kalahandi geweest maar ze kennen het allemaal omdat Kalahandi altijd opduikt als er sprake is van honger en hongersnood. (Het ligt in westelijk Orissa in India.)
Toen ik bezig was aan mijn boek "In the Famine Trap" werkte ik in Kalahandi en kwam tot de conclusie of tot de terminologie die nu populair is geworden als "Kalahandi Syndroom". Ik was geschokt te zien dat Kalahandi een gebied was zonder voedseltekorten. Het was geen onvruchtbare streek. Het was er niet beter of slechter dan in de rest van het land. Ook de neerslag was niet abnormaal. Het was er altijd groen zoals je zou kunnen verwachten. Toen er in 1943 hongersnood was in Bengalen, kwam de eerste scheepslading rijst uit Kalahandi. Gedurende de laatste vijf jaar heeft Kalahandi gemiddeld een rijstoverschot van 50.000 ton geproduceerd. jaar op jaar. Maar de mensen die deze rijst produceren, kunnen deze rijst niet kopen. Het probleem is dat er voedsel is, maar de koopkracht ontbreekt om het te kopen. Daarom hebben wij 50 miljoen ton [granen] die liggen te rotten in het land. De mensen kunnen het niet kopen.

Multinationals en de WTO komen met de belofte : "Kijk, deze mensen kunnen het voedsel niet kopen. Als wij gesubsidieerd voedsel brengen, wordt het goedkoper." Maar dit is niet waar. Onwaar, omdat de prijs waaraan dat voedsel ter beschikking wordt gesteld in dit land, onhaalbaar is voor een multinationaal bedrijf. Zij zullen niet overleven. Economisch zullen zij het loodje leggen.

de invoer van werkloosheid

Rijst is te koop voor 4 roepies/kg. Tarwe voor 5, soms 4 roepies/kg. Voor de armen betekent dit dat het onder de 10 dollarcent/kg komt. Waar vindt je in Amerika tarwe of rijst voor minder dan 10 dollarcent/kg ?
Zelfs aan zulke lage prijzen kunnen de mensen dat voedsel nog niet kopen. In de grond van de zaak hebben zij hun potentieel verloren. En dat komt van het globaliseringsproces. Waarom ? Omdat het binnenhalen van goedkoper voedsel feitelijk neerkomt op import van werkloosheid. Als de mensen de landbouw opgeven, wat moeten ze dan doen ? Niet dat dit eerder niet gebeurde, maar het proces is versneld toen de globalisering India binnenkwam vanaf 1991. We worden een slachtoffer van de globalisering.
En dit verschijnsel beperkt zich niet tot India. Dit Kalahandi Syndroom komt over de hele wereld voor. Er is vandaag in de wereld meer voedsel dan de hongerigen nodig hebben. De tragedie is dat ze het niet kunnen kopen. Als je de wereldvoedselvoorraad van dit moment bekijkt, als je moest verdelen wat vandaag beschikbaar is, zou je zien dat we volgens de normen van de Wereld Gezondheids Organisatie - volgens de minimumvereisten aan calorieën - voedsel over zouden hebben voor nog 800 miljoen mensen, nadat iedereen zou zijn gevoed. Maar we zitten met 800 miljoen hongerigen omdat zij het geld niet hebben om voedsel te kopen.
Dit zijn de ongelijkheden. Voor ons zal globalisering die crisis nog sterker doen uitkomen, omdat het niet alleen gaat om het niet leveren van voedsel aan de armen maar ook om het ontnemen van hun banen. Hoe zouden ze voedsel kunnen kopen zelfs als het goedkoper wordt ?
Zo'n soort houdgreep is door de economen nooit uitgelegd. Het kwam zelfs niet bij hen op om zich dat af te vragen. En omdat de armen en hongerigen geen stem hebben, praat niemand over hen. Dat is de grootste tragedie. Wat mij betreft is dit voor ons land de grootste uitdaging. Daarom hebben enkelen van ons de koppen bij elkaar gestoken en een klein centrum opgezet dat we het Wereld Honger Instituut noemen. Op technische gronden denken we dat we het recht hebben om het zo te noemen omdat we het grootste aantal hongerigen in de wereld hebben. We willen het voeden van de hongerigen te lijf gaan. Niet als liefdadigheidsinstelling maar op een wijze dat hun vermogen om zekerheid te krijgen over hun voedsel voor de komende jaren, kan worden opgebouwd.

waterbeheer

vraag : U heeft geschreven over de mogelijkheden van sommige technieken en strategieën voor verandering : traditionele landbouwpraktijken, afstemming van agro-technologie op de noden van de mensen, micro-krediet en waterbeheer. Kunt u daar iets over vertellen ?

DS : Onmiskenbaar zijjn die vier sectoren zeer belangrijk. Maar zoals ons verteld is, zouden we niet onze eigen technieken moeten volgen, die traditioneel worden toegepast, door de tijd heen zijn beproefd en welke zijn aangepast aan de noden van het land en van het leefmilieu.
Kijk naar het water. We hebben in India een programma betreffende de stroomgebieden, dat gaat over het opslaan van water. In India valt de regen van één jaar voor 90% in honderd uur, gedurende de drie maanden van de moesson. In Amerika valt de regen gespreid over het jaar. Voor ons is het heel belangrijk het regenwater te bergen. Wij zeggen dus dat we technieken moeten toepassen om het water op te vangen. Maar het ongeluk is dat de opvangmethoden die we nu in India toepassen, zijn ontleend aan Amerika.
De Tennessee Valley Authority in Amerika heeft een wateropvangsysteem onder de naam "ridge to valley". Dat model is overgenomen door India. Sinds 1982 hebben wij met steun van de Wereldbank en het IMF dit wateropvangmodel gepropageerd en verspreid over het land. Maar het ongeluk is dat dit model voor India vreemd is. Het kan nooit werken in Indiase omstandigheden omdat het daarop niet is afgestemd. Het past op Amerikaanse omstandigheden. En wat wil de ironie, vandaag gebruikt de Amerikaanse A&M Universiteit in Texas het wateropvangsysteem van Chennai (Zuid-Oost India) op haar eigen onderzoeksboerderijen terwijl wij de Amerikaanse techniek toepassen.
We hadden jammergenoeg geen vertrouwen in onze eigen technieken. Toen ik landbouwonderwijs volgde, was al wat ik leerde : "Jullie landbouw is ondermaats. Jullie landbouw is achterlijk. Jullie landbouw is afhankelijk van de moesson. De enige manier waarop jullie kunnen groeien is het Amerikaans landbouwmodel volgen." Dat was dus de toonzetting. We gingen denken dat al wat we in de Indiase landbouw deden, achterlijk was.
Maar deze (zg. ontwikkelde) technieken hebben tal van problemen veroorzaakt, zoals we nu weten.

landbouwtechnologie

Nummer twee is het systeem van landbouwtechnologie. Men zegt ons dat de wereld moet produceren voor een bevolking die met 1,4 miljard opgelopen is tegen het jaar 2015. Daarom moet er meer geproduceerd worden en daarvoor zou je genetische modificatie nodig hebben. Dat speelt over de hele wereld. Maar in een land als India is de werkelijkheid dat we onze boeren vragen om niet nog meer te produceren omdat ze geen plaats hebben om het te bewaren. Er doet zich nu in India een nieuw verschijnsel voor, we zeggen "produceer en verga". Boeren produceren en vergaan omdat er geen kopers zijn. Zij plegen zelfmoord. En ons wordt verteld meer te produceren !
Er zit ergens iets scheef. Beide dingen gaan niet samen. Landbouwtechnologie, nogmaals het moet komen van de bedrijven uit het Westen, de NGO's uit het Westen.

microkrediet

Zelfhulpgroepen, zoals de vrouwengroepen zijn iets dat opkwam vanuit de Grameenbank ed., en we hebben dat microkrediet aanvaard en verspreid zonder ons zelfs maar af te vragen of het goed dan wel slecht was. Ik begrijp niet waarom de armen een lening zouden krijgen bij de bank tegen 24%, want tegen dat tarief verstrekt de Grameenbank leningen. Daar tegenover staat dat bedrijven in India kredieten krijgen tegen 6% rente. Hoe arrmer je bent, hoe hoger de rentevoet.
Er was twee dagen geleden een debat in het parlement. Daarin vertelde een van onze vroegere Eerste Ministers op emotionele wijze over boeren die lenen aan 14% , terwijl de rijke en de middelklasse lenen aan 6 of 8%. Ik zei hem achteraf dat hij zich druk maakte over 14%, die de boeren moeten betalen, maar wees hem op de tribalen in het Kalahandigebied. Niemand kan zich voorstellen dat arme, hongerige mensen , die sterven van de honger, 460% rente [op jaarbasis] moeten betalen, als zij geld willen opnemen van een leningverstrekker. Zelfs Monsanto zou bij een dergelijke rentevoet instorten. En wij veronderstellen dat deze armen ontsnappen uit de armoedeval ?
De aandacht is erop gericht te verzekeren dat de rijken goedkoper krediet krijgen. Wij geloven in het doordruppeleffect. Het zijn bij deze spelletjes de armen die belast en uitgebuit worden. Als je het voor elkaar krijgt dat die voordelen de armen ten deel vallen, ben ik er zeker van dat je wonderen zult zien. Maar dat gebeurt niet.

traditionele landbouwpraktijken

Het Westen vindt onze traditionele landbouwpraktijken maar een slecht idee : "Het is niet duurzaam. Het zal het land niet kunnen voeden." Men geeft ons te verstaan : "Jullie voedselproductie stort ineen als jullie doorgaan met traditionele landbouwpraktijken." Waar ter wereld – en ik spreek van de rijke wereld – hebben we een technologie waarbij 1,47 ha genoeg is voor één boer ? En nog altijd zegt men ons dat technologie die goed is voor 200 ha, goed is voor 1,47 ha. Die tweedeling kan ik niet begrijpen.
Er zijn traditionele landbouwsystemen in India waar niemand mee aan de slag wil omdat men denkt dat ze verouderd zijn. Dat zijn ze ook. Maar 70% van India volgt nog steeds die praktijken. Het gaat om mensen die in onherbergzame gebieden boeren. Maar 30% van India heeft verzekerde irrigatie. Dat is de Groene Revolutie-streek. Die [overige] 70% zouden hun traditionele praktijken moeten verbeteren. Dat is beter dan die boeren te ontheemden of die systemen te vervangen door de moderne technologie, de zg. hightech technologie.
Ik maak nog een andere vergelijking. Het jaar 2002 was een jaar van grote droogte zowel in Amerika als in India. In Amerika had men zoiets niet meer meegemaakt sinds de jaren 1930. Voor India was het de ergste droogte sinds de negentiende eeuw. In de VS leden 26 van de 50 staten onder de droogte. In India 13 van de 30. In de VS liep de productie met 30% terug, in India met 18%.
Ik was toen in Amerika en zag dat er boeren waren die in de kerken op het platteland baden voor regen, die de regengoden smeekten om te glimlachen. Er waren boeren die hun hele bedrijf verkochten. Boeren die hun vee verkochten. Er was een geweldig tekort aan voeder. President Bush wijzigde de bestemming van een melkbudget van 150 miljoen $ om het vee te voederen. De zg. precisielandbouw van Amerika stortte in. We hebben het over precisielandbouw in Amerika, ze gebruiken waar nodig kunstmest en pesticiden, de neerslag is met tussenpozen verdeeld over het jaar. Er zou dus geen waterprobleem hoeven zijn. Ze hebben sprenkelaars, werken met druppelirrigatie enz. Maar wat gebeurde er ? Noord-Carolina maakte met Zuid-Carolina ruzie over water. In een aantal staten was het sproeien in achtertuinen en het wassen van auto's verboden. Dat gebeurde niet in India. We moeten dus de technologie niet zomaar overnemen in India. Zelfs ondanks de kosten en de geavanceerdheid werkte het niet in Amerika. Eén droogte en het liep mis.
Waarom zouden we eenzelfde systeem hier overnemen ? Het landbouwonderzoeksinstituut van India lanceert nu een onderszoeksproject voor precisielandbouw in navolging van Amerika. Het gaat 30 miljoen roepies kosten. Zit India daarop te wachten ?

een cyclische wijze van ontwikkeling

vraag : Zijn er voorbeelden van lokale organisaties waarbij de mensen betrokken zijn bij veranderingen ?

DS : Op een plaats in Bihar – en ook in een staat genaamd Jharkand – is een groep van zo'n 50 dorpen die deelnemen in wat genoemd wordt : "Chakriya Vikas Pranali" (Cyclische Wijze van Ontwikkeling). Het betekent deelname in wat wordt genoemd "three is to three to three to one system” in het gezamenlijk delen van de productie en het inkomen van dat stuk land. Het gaat om landlozen en het werk op het land in die streek. Iemand uit de streek heeft het opgestart.
Wat in zulke gebieden opvalt is dat ze eruit zien als een oase in de hele hongerzone van Jharkand, bij Bihar. Die 5 dorpen springen er in die streek als voorspoedig uit. In een streek waar 10 roepie een groot dagloon is [10 roepie is ongeveer 25 eurocent], zijn dat de dorpen waar ze per dorp een fonds hebben van 100.000 roepie. Dat zou ongeveer 10% zijn van wat ze verdiend hebben. En dat is volledig op de traditionele manier gedaan.

SEWA

En dat zijn niet de enige dorpen. Bij een tocht door het land kom je SEWA tegen (Self-Employed Women's Association = organisatie van vrouwen, die eigen baas zijn, in Ahmedabad, Gujarat). SEWA is een ander klasssiek voorbeeld van onderlinge samenwerking in de landbouw. Zij hebben dat opmerkelijk goed gedaan.
Overal in het land vind je zulke voorbeelden. Maar niemand wil ze samenbrengen en er lering uit trekken. Dat is jammer omdat multinationals komen met achter zich aan hun PR (public relations)-mensen en zij slaan ons dood met : "Jullie hebben geen andere mogelijkheid dan dit soort technologie te gebruiken."en "Wij doen wonderen voor de economische groei." enz. Wij worden erdoor verlokt.
Er zijn duizenden en duizenden voorbeelden. Jules Pretty, professor in het Verenigd Koninkrijk, heeft in een van zijn publicaties een groot aantal ervan gedocumenteerd. Hij heeft beschreven hoe en waar mensen bezig zijn met duurzame landbouwpraktijken.

een ware democratische beweging

vraag : Denkt u dat er een begin is van een ware democratische beweging die uitgaat van dit soort aanzetten tot organisatie, en dit in tegenstelling tot de globalisering ?

DS : Ja maar de regering spreekt een andere taal. Je ziet het aantal groeien. Toen we daar naar keken dachten we aanvankelijk : dat gebeurt nu wel maar zal weer verdwijnen vanwege het geweld van de bedrijven die het moeten hebben van technologie. Maar dat is verwonderlijk niet gebeurd. De aantallen groeien. Meer en meer mensen gaan terug naar deze traditionele systemen en er is een flinke straal hoop voor de dingen waarover we nu spreken – duurzame landbouw en een duurzame toekomst.
Ik geef een voorbeeld. Punjab is de graanschuur van India. Het is een streek die vandaag de dag ecologisch divers is. India's voedseloverschotten komen voor 60% uit Punjab (het noord-westelijke deel van India). Maar dat is het gebied waar we een tweede generatieprobleem hebben bereikt wat betreft milieuschade : de watersspiegel is drastisch aan het dalen en de bodem bevindt zich een erbarmelijk slechte staat. De grond hongert. Met de ecologie gaat bergafwaarts. De productiecapaciteit van de grond is drastisch gedaald enz.
Maar nu komen de boeren op hun schreden terug. Heel wat boeren in die staat keren terug naar hun traditionele landbouwpraktijken. Zij beseffen dat al die experimenten uit de periode van de Groene Revolutie er geen goed aan gedaan hebben.
Hillary Clinton zei eens : "Het gaat om een dorp,"en dan een tweede dorp en dan nog een – het multiplier effect – en een revolutie is geboren. Ik zie dat wel zitten.

dorpsrepublieken

vraag : Is er dus thans een politieke en democratische betrokkenheid van de individuen in deze dorpen ?

DS : In de dorpen ? Ja zeker. Maar niet op het nationale podium. Maar het groeit langzaam.
Ik geef een voorbeeld. India heeft ongeveer 600.000 dorpen. En je kent de situatie in de dorpen. Maar [er is iets bijzonders aan de gang], ruwweg 1.500 Indiase dorpen hebben borden aan de randen van hun dorp geplaatst met de tekst : "Als u een rijksambtenaar bent, of een vertegenwoordiger van een firma, kom dan asjeblief hier niet binnen."
Daar zit geen beweging achter. Het is ook maar sporadisch gebeurd. Die 1.500 dorpen liggen verspreid over het land. Dit zijn de dorpen die republieken zijn geworden – zelfvoorzienend. Zij hebben niemands steun nodig.
1.500 is geen klein aantal. Als dat de komende jaren uitbreidt naar 3.000 dorpen, zul je zien wat dit voor het land betekent. Wij hebben geen hulp van buitenaf nodig. Wat al die dorpen zeggen is : "Zadel ons asjeblief niet op met al die steun van buitenaf. We hebben er genoeg van."

"ingenieur-bureaucraten tuk op contracten"

vraag : In de uitwerking van sommige van die pogingen tot een duurzame ontwikkeling hebt u over hen wel eens kleinerend gesproken als "ingenieur-bureaucraten tuk op contracten". Hoe kun je duurzame landbouw beter ontwikkelen?

DS : Het moet steunen op de lokale behoeften, het lokaal milieu, de bekwaamheid van de plaatselijke boeren, en de lokale technieken. Dat is duidelijk aangetoond.
Telkens als Franz Fischler, de landbouwcommissaris van de EU, spreekt over de dingen die hij bij de onderhandelingen in de WTO aan het doen is, zegt hij : "De boer in de ontwikkelingslanden zal er voordeel bij hebben." Maar toen hij twee jaar geleden naar India kwam was dat jammer genoeg de eerste keer dat hij een ontwikkelingsland bezocht. Hij heeft altijd gesproken over de voordelen voor ontwikkelingslanden, maar toen hij naar India kwam heeft hij ook geen boeren ontmoet. Hij weet zelfs niet hoe de boeren van India eruit zien. We menen het te weten vanaf onze stoel in Brussel, Geneve of Washington : "Dit is prachtig. Wat we doen zal de boeren helpen."
Dit is mijns inziens de grootste tragedie omdat we in de grond van de zaak niet weten waarover we het hebben. Als we naar die boeren gaan, kunnen we van hen leren. Zij dragen duizenden jaren ervaring met zich mee. De wereld zou terug moeten en liever naar hen luisteren dan denken dat zij achterlijk zijn en arm en dus van ons zouden moeten horen hoe het moet.
Dat ging er mis met de Groene Revolutie. Dat model sprak van "lab to land" = "het labo naar het land". Er werd niet gesproken van "het land naar het land" en vandaar al die problemen die over heel de wereld opduiken waar men de Groene Revolutie volgde.
Toen ik als student kennis maakte met de Groene Revolutie, leerde ik het universitair opvoedingsmodel dat ertoe neigt te geloven dat  "wij die informatie onder de boeren moeten verspreiden." Het bekijkt boeren als een massa die niet kan lezen of schrijven en die over al die dingen niets weet. "Ze moeten worden opgevoed." Terwijl deze mensen een enorme wijsheid bezitten. Dat zou de Groene Revolutie moeten terugvinden. Maar dat deed ze niet en zie waar het naartoe gaat.
In een land als het onze, wat een land van tegenstellingen is – India is werkelijk een subcontinent zoals we allemaal weten -  kun je allerlei soorten van experimenten vinden. Je zou antwoorden kunnen vinden op alle soorten dingen waarnaar je over de hele wereld uitkijkt. Er zijn mensen met duurzame antwoorden maar we gingen nooit naar hen terug. We zijn nooit bereid van hen te leren. Het lijkt beschamend voor een universitair gevormde om van een boer iets te leren.

de wereld opdelen in twee helften

vraag : Hoe zou u [het verschil in] de toestand van de liberalisering in 1992, toen uw boek tot stand kwam, en nu beschrijven ?

DS : Toen mijn boek over landbouw en WTO/GATT uitkwam kreeg het de naam een analyse te zijn die extreem was en voor wat betreft India onjuist, "India gaat er bij winnen"enz. Vervolgens zei de Indiase minister van financiën : "Dat boek is geschreven door iemand die de GATT-overeenkomst nooit gelezen heeft." Ik kreeg veel commentaar.
Bij de volgende uitgave van het boek luidde de titel : "GATT/WTO Zaden van Wanhoop". Voor mij was het zeer duidelijk dat het voor ons de verkeerde kant uitging. Het is interessant dat twee jaar geleden de Indiase regering een document publiceerde bij gelegenheid van een forum, waarbij zij boerenleiders, politiek leiders en de NGO's uitnodigde. In het document staat bij de evaluatie van de WTO Overeenkomst inzake Landbouw dat alle hoop en verwachting van de openstelling onder WTO zijn gelogenstraft.
De regering van India had zeven of acht jaar nodig om erachter te komen dat dit ons negatief zou beïnvloeden. Maar iedereen die een goed zicht had op de politieke economie, op de wijze waarop het in de wereld toegaat, kon dat zien. Ik ben blij dat het boek nu weer boven gehaald wordt.
Het liberaliseringsproces is bezig de wereld duidelijk in twee helften op te delen, hetzij door de WTO hetzij door de financiële instellingen, Wereldbank en IMF. Het dwingt de wereld naar een toestand waarin het basisvoedsel zal worden geproduceerd door de OECD-landen. De rest van de wereld zal hoofdzakelijk producten of teelten voortbrengen, die tegemoet komen aan de luxe-eisen van mensen in de westerse landen.

van basisvoedsel naar exportteelten

Thans exporteert de EU 18% van de landbouwproductie [voor zover die op de wereldmarkt komt]. De VS dragen 17% bij. De Cairns groep 20%. (De laatste is een groep landen, gevormd in 1986, en gericht op export van landbouwproductie.) Samen hebben deze drie blokken (in hoofdzaak OECD-landen) 50-55% van de agrarische wereldhandel in handen.
Van belang is dat ons door de WTO wordt gevraagd om handelsbarrières op te heffen en tarieven te verminderen zodat het goedkopere voedsel bij ons kan binnenkomen. Daarmee wordt beoogd dat onze voedselzelfvoorziening wordt vernietigd. Als het eenmaal zover is dat je niet meer voedselzelfvoorzienend bent en afhankelijk wordt, is dat voorgoed een feit.

de diversificatie leuze

Laten we het eens anders bekijken. De Wereldbank en het IMF zeggen tegen India : "Jullie produceren genoeg tarwe en rijst, enz. Jullie moeten diversifiëren." Diversificatie van de landbouw is de nieuwe leuze. Of het nu gaat om India of China of Pakistan of de Filippijnen of Afrika, we zouden allemaal moeten diversifiëren. Waarom ? Omdat we teveel granen produceren. Kijk hoe slim ze zijn bij de Wereldbank en het IMF.
Als er ergens gediversifieerd moet worden is het in Amerika en Europa. Ze gaan maar door met het produceren van soja op soja, maïs op maïs en tarwe op tarwe. Maar niemand zegt aan Amerika of Europa dat ze moeten diversifiëren. Waarom wordt dat alleen tegen ons gezegd ? En omdat ze afkomen met geld en met krediet, faciliteiten die de Weredlbank biedt, gaan de landen erop in. Zij volgen de diversificatieleuze.
In de grond van de zaak schuiven we op van basisvoedsel naar exportteelten. Exportteelten vormen geen volwaardige voeding. Ze leveren geld op als je [de producten] exporteert, maar ze voeden je niet. In een land zoals het onze waar 1,47 ha de gemiddelde afmeting is van een boerderij, heb je basisvoedsel nodig zodat de arme tenminste eerst zijn gezin kan voeden. Je kunt geen basisvoedsel uitvoeren naar Amerika om dollars te krijgen. Daar draait het om bij het Kalahandi Syndroom.

wie de baas is van het voedsel is de baas van de wereld

Het is duidelijk wat er aan de gang is. De wereld is verzadigd van nucleaire wapens. Verwoede oorlogen worden uitgevochten met precisiebommen. Maar het grootste wapen dat een land kan hebben, is voedsel. Zolang Amerika en Europa en een paar andere blokken het voedsel in handen hebben, zullen zij geen probleem hebben. In de toekomst zullen oorlogen niet worden beslecht door strijdkrachten, neen voedsel zal het grootste wapen zijn. Wie de baas is van het voedsel is de baas van de wereld.

genetisch gewijzigde teelten

Dit brengt ons op GGO's. Van hetzelfde laken een broek. Van de ene kant geldt dat, wat je ook aan het doen bent, je bent aan het knutselen en van de andere kant beheers je de voedselketen. Dat doen de GGO-firma's op dit ogenblik. Het is een deel van hetzelfde wereldbeeld van Wereldbank, IMF, GGO-firma's, en de WTO. Het past in het liberaliseringsproces.
De nieuw opkomende producten gaan samen met stringentere intellectuele eigendomsrechten. Op de eerste plaats beschikken wij niet over de technologie. Deze is in handen van westerse firma's. Wij moeten de nieuwe zaden dus van hen kopen. Daar is geen ontkomen aan. En zij hebben zich al verzekerd van zaken zoals Terminator (gg-zaad dat geen kiembaar zaad oplevert, en dus maar voor een oogst dienstig is), wat niet langer een concept is maar een [bestaand] product. Met terminator en met zaden kun je programmeren dat de productie stijgt of daalt.

macht door onderzoek

Er is ook zoiets als macht door onderzoek. Je kunt landen dwingen zich open te stellen zodat je de hindernissen kunt opruimen – via de handel kun je de voedselgranen opdringen. Maar wat lastig is voor het Westen is dat er landen zijn zoals India en China die een onderzoeksinfrastructuur in de openbare sfeer hebben die krachtige vormen aanneemt. India volgt daarin wereldwijd als tweede na China. Dit levert ervaring met teelten op en dit systeem kan tegemoet komen aan eisen van voedselzekerheid. Het beste is dus maar om dit systeem te ontmantelen.
Op internationaal vlak heb je CGIAR, de Consultative Group on International Agriculture Research. Zij staan onder geweldige druk van de multinationals, die het een voorname sta-in-de-weg vinden. Je zult zien dat de dagen van het CGIAR geteld zijn.
De volgende aanval zal zijn op het ICR (Indian Council for Agricultural Research), die bestaat uit ongeveer 31 landbouwuniversiteiten  en ongeveer 81 nationale instellingen. Zij stellen ongeveer 30.000 landbouwwetenschappers te werk. Maar dat systeem wordt gedestabiliseerd door intellectuele eigendomsrechten.
Om een voorbeeld te geven. De oorsprongsgebieden van rijst liggen in India en Japan. In de classificatie bestaan de categorieën : indica en japonica. Maar nu is het rijstgenoom in kaart gebracht. We hebben de variëteiten niet meer nodig die we hadden in India. We hebben nu de genen nodig. De genen zijn in kaart gebracht, gekloond, en de macht van de intellectuele eigendomsrechten bestaat – er zijn patenten genomen door westerse firma's.
India zat onlangs verlegen om een rijst-gen dat moest worden opgenomen in de rijst. We gingen naar Japan om dat gen te kopen. We moesten voor één gen 3 miljoen roepie betalen. Maar het werkte niet. Stel je voor dat India eraan moet beginnen genen te kopen terwijl men thans nog niet in staat is om het salaris te betalen van de staf. De onderzoek-infrastructuur zal over een paar jaar zonder werk komen. We gaan met rasse schreden naar een strijdperk waar het [openbaar] onderzoek zal worden verstikt en de privébedrijven het overnemen. We krijgen heel de zaadindustrie op India af want er ligt hier een geweldige markt.
We hebben zoals ik al zei, 110 miljoen grondbezitters en 557 miljoen boeren. Maar 10% van onze boeren koopt elk jaar nieuw zaad. De anderen, dus 90% bewaart een deel van de oogst als zaad. Maar door terminator en andere zaden [bv. hybride zaden] krijgen deze firma's greep op de markt. De eerste terminatorteelt zal op de markt komen in 2004.

winstzekere teelten

vraag : Is uw mening over GGO's veranderd ? In uw eerste boek leek u er meer voor open te staan.

DS : Eigenlijk ben ik een geneticus. Ik studeerde gewasveredeling en was ook zeer onder de indruk van deze wetenschap. Waarom ben ik van gedachte veranderd over GGO's ? Zie wat er gebeurt, kijk naar de politiek, kijk naar het onheil, zie hoe we gemanipuleerd worden. Je beseft dat deze technologie niet bijdraagt aan het welzijn van de boerengemeen-schappen van de ontwikkelingslanden. Daarom verhardt je standpunt inzake de wetenschap naar gelang het beleid dat overheerst. Het is niet vanwege de technologie. Op zich is de technologie prachtig en ik heb nog altijd goede hoop, maar de technologie is in verkeerde handen terecht gekomen. Wat te doen ? Het ongeluk is dat de wetenschappers uit de openbare sector niet massaal opstaan en zeggen dat herbicide tolerante planten (zoals RR-Soya) niet zijn wat ze willen.
Er zullen meer en meer van zulk soort ongevraagde producten het land binnenkomen. Zij leiden niet tot een verhoogde productie. Zij verzekeren alleen maar winst voor de firma, meer niet en dus geen voedselzekerheid. Wetenschappers hebben de firma's geholpen aan winstzekerheid – dat baart mij zorgen.

privatisering van het onderzoek

vraag : Kunt u dieper ingaan op de privatisering van het onderzoek in samenhang met de privatisering van de wereld ?
Waarom is dat veelbetekenend ?

DS : Het is veelbetekenend. Toen in Amerika de Land Grant Universiteiten opkwamen, ging ook India die weg op. De LGU in Amerika stonden onder het gezag van de publiek sector.
Ik las in een rapport dat er thans in Amerika 535 instanties op het gebied van gewasveredeling bezig zijn met maïs. Daarvan zijn er maar 30 uit de openbare sector. De rest behoort tot de privésector. Dat geeft een idee.
Toen ik landbouw studeerde en gewasveredeling, was het Mekka op dat gebied een instituut in Engeland, nl. het Plant Breeding Institute in Cambridge. Dit instituut maakte deel uit van de openbare sector. Het werd door de regering van het Verenigd Koninkrijk jaarlijks gesteund met 6 miljoen pond sterling, maar leverde de regering jaarlijks 10 miljoen pond op. Het was dus niet verlieslatend. Maar Margaret Thatcher verkocht het aan Unilever, die het doorverkocht aan Mosanto. Thans bestaat het instituut niet meer. Stel je voor dat dit soort privatiseringen over heel de wereld gaan plaatsvinden.
In India gelden voor deze openbare sectorinstituten democratische regels. De regering kan tenminste vertellen : "Kijk, je moet aan tarwe werken. Deze ziekte is uitgebroken, je moet daaraan werken."Maar wie zal morgen, als het onder privézeggenschap valt, vertellen wat ze moeten doen ?
In een land als India, waar de teelten zo verschillend zijn, waar de landeigendom zo kleinschalig is, waar insecten en plagen zo heftig toeslaan omdat het een tropische omgeving is, hebben we een onderzoek nodig dat onder de zeggenschap valt van de openbare sector en verder kijkt dan winstcijfers. Jammergenoeg is dat aan het verdwijnen. Wij zouden wel eens het laatste bolwerk kunnen zijn. Ook alle landen in onze omgeving zijn bezig het op te geven. Het onderzoek wordt geprivatiseerd en dat onderzoek zal zich niet richten op de teelten waarover we spreken. Ze zullen meer optreden als een dienstencentrum voor bedrijven uit het westelijk halfrond. Monsanto wil bv. experimenten uitgevoerd hebben in India en die dienstencentra zullen dat onderzoek gaan doen.

export van waardevermeerderde goederen

vraag : U sprak erover hoe de WTO in ontwikkelingslanden de diversificatie aanmoedigt. Heeft dat iets weg van de Britse ban op lokale vervaardiging van stoffen in India ?

DS : Zeker, dat is een erfenis die nog steeds doorgaat. Katoen was geen belangrijke teelt in India vóór het moment dat  de Britten ondervonden dat de Amerikaanse katoen niet meer afkwam. Amerika stopte op een goed moment de levering van katoen voor de industrie in Manchester. Dus richtten de Engelsen hun blik op India. De kartoenteelt barstte uit zijn voegen en de katoen werd rechtstreeks van hier verscheept naar Groot Brittannië.
Het maakt verschil uit of je de katoen in India zelf verwerkt of helemaal naar Engeland verscheept. Maar zij gunden de Indiërs dat voordeel niet. Natuurlijk, wij waren toen een kolonie en geen koloniale overheerser zou dat doen, maar zelfs nu gebeurt het niet. Kijk maar hoe de WTO werkt, men verzekert alleen maar dat de grondstoffen uit dit deel van de wereld komen. Het gaat naar hun deel van de wereld en dan wordt het voorzien van "toegevoegde waarde" en mooi verpakt. Daarna komt het terug naar ons met een stevige prijs en met intellectuele eigendomsrechten, enz.

thee uit Luxemburg

Er zijn drie landen aan de top van de theeproductie in de wereld, India, Sri Lanka en Kenia. Maar de grootste exporteurs van [kant en klaar] thee zijn Luxemburg, België en Groot Brittannië. Daar groeit echter geen thee.
Wij exporteren de grondstof en zij doen er een smaakje bij, verpakken het en brengen het op de markt.
Wij exporteren appelsienschillen naar Nederland, dat er iets van maakt [marmelade] en exporteren het naar de rest van de wereld. Dat zijn de soort opwaarderingen die aan de gang zijn. Interessant om te zien is dat Nederland de tweede grootste exporteur is van landbouwproducten in de wereld. En dat land heeft nog niet de afmetingen van Punjab.
Die kant gaat het uit in de wereld. Voor ons reden tot bezorgheid omdat we ons in dit land niet in de eerste plaats bezig houden met exporten maar met noden als voedselzekerheid – het voeden van de armen. Alles wordt nu bekenen vanuit de vraag hoeveel je kunt exporteren. Het is agrobusiness.

deel van onze cultuur, deel van hun business

In India gaat het om agricultuur. In Punjab zeggen ze dat de enige cultuur van Punjab agricultuur is. Zo gebruiken wij agricultuur. Het maakt deel uit van onze cultuur. Terwijl het voor het Westen deel uitmaakt van hun business. Voor hun is het industrie, voor ons maakt het deel uit van ons bestaan, het is een deel van ons leven. Dat is het verschil en daarom is er naar mijn mening sprake van een botsing.
Voor een doorsnee Amerikaan betekent rijst niet meer dan iets dat je in de winkel koopt en opeet. Maar in India speelt rijst een geweldige culturele en religieuze rol. Toen ik trouwde speelde rijst een rol bij iedere ceremonie waar ik bij betrokken was. Wij zijn met rijst opgegroeid, rijst hoort bij onze cultuur. En nu wordt ons gevraagd om dat los te laten. Onder moderne systemen is dit allemaal achterhaald.

één man had de moed : Gandhi

Toch heb ik hoop, en dan denk ik aan Gandhi.
Veel mensen zeggen : "De multinationals hebben een zeer grote macht." Maar ik zeg dan dat ze niet groter zijn dan het Britse rijk in zijn tijd.
Kijk hoe één man dat rijk heeft doen instorten. Ik heb echt hoop dat – al zal het niet door één man zijn, misschien zullen het er tien zijn – ook het rijk van de multinationals kan instorten. Dat is de erfenis, een les die geleerd moet worden. Het is de les van Gandhi.

(einde van het interview; vertaling Gert Coppens, 2004-07-13)

[voetnoot :
In Motion Magazine is an online, multicultural U.S. publication about democracy. It has several sections, most with their own co-editors who live in different parts of the U.S. Among the sections are Rural America, Global Eyes, Education Rights, Art Changes, In Defense of Affirmative Action, Autonomy: Chiapas -California, Photo of the Week, and others. We have been online for almost nine years. The magazine is located at

www.inmotionmagazine.com]

 
     
spacer

Edinburgstraat 26 - 1050 Elsene - tel 02 893 09 60 e-mail: info AT wervel PUNT be