|
De argumentatie voor een
ggo-vrije duurzame wereld
Beknopte samenvatting.
Het volledige rapport van het Independent
Science Panel is online verkrijgbaar (Engels,Duits,Spaans,Frans) http://talk2000.nl/mediawiki/index.php/Independent_Science_Panel%3B_Summary_ISP_report
Waarom GGO vrij?
1. GGO gewassen hebben
niet de beloofde voordelen gebracht
Onafhankelijk onderzoek en
praktijkonderzoeken sinds 1999 tonen stelselmatig dat ggo's niet de beloften
waarmaken van:
- aanzienlijk grotere
oogsten, of
- het terugdringen van het
gebruik van onkruidverdelgingsmiddelen (herbicide) of
plaagverdelgingsmiddelen (pesticide).
GGO gewassen hebben de
Verenigde Staten naar schatting $12 miljard gekost in de vorm van
landbouwsubsidies, onverkoopbare producten en vanwege ggo besmettingen naar de
producent teruggeroepen producten. Massale misoogsten in GGO Bt katoen tot wel
100% zijn gemeld in India.
De gentechnologische
bedrijven zijn sinds 2000 snel afgenomen, en investeringsadviseurs voorspellen
dat de agrarische sector van de gentechnologie geen toekomst heeft. Ondertussen
bereikte het wereldwijde verzet tegen GGO's een climax in 2002, toen Zambia voedselhulp
in de vorm van GGO maïs weigerde ondanks de dreigende hongersnood.
2. GGO gewassen vormen een groeiend probleem voor boeren
Van begin af aan had de industrie
veel last van de instabiliteit in hun transgene lijnen. Het is goed mogelijk
dat dit de oorzaak is voor een reeks mislukkingen bij GGO gewassen. Een
bespreking uit 1994 stelt: 'Hoewel er enkele voorbeelden zijn van planten
waarin de expressie van het transgene materiaal stabiel is, kon het wel eens zo
zijn dat dit de uitzonderingen zijn die de regel bevestigen. Bij informele
navraag bij 30 bedrijven die betrokken zijn bij het op de markt brengen van
transgene gewassen gaven vrijwel alle respondenten aan dat ze enige mate van
inactiviteit van het transgene materiaal hadden waargenomen. Veel respondenten
gaven aan dat de meeste gevallen van transgene inactiviteit nooit in de
literatuur worden opgenomen.'
In Canada is door kruising tussen
transgene en niet-transgene soorten een koolzaad ontstaan dat resistent is
tegen drie soorten onkruidbestrijdingsmiddelen. Deze planten hebben zich wijd
verspreid [als moeilijk te bestrijden onkruid]. Vergelijkbare multi-resistente,
bestrijdingsmiddelen-tolerante gewassen en onkruiden zijn in de Verenigde
Staten verschenen. In de Verenigde Staten vormen glyphosaat-tolerante onkruiden
een plaag in de GGO katoen en GGO soja, waar het erg giftige bestrijdingsmiddel
atrazine moest worden ingezet tussen de glufosinaat-tolerante GGO maïs.
Tegelijkertijd dreigen de
Bt-biopesticide producerende GGO gewassen ook te leiden tot 'superonkruid' en
Bt-resistente plaagdieren.
3. Besmetting op grote schaal is onvermijdelijk
Grootschalige besmetting ...
Hoewel er in 1998 een officieel
moratorium is ingesteld op transgene maïs, is uitgebreide transgene besmetting
aangetoond bij landrassen van maïs in afgelegen regio's van Mexico. Daarna is
intensieve besmetting geconstateerd in Canada. Bij een test bleken 32 van de 33
geteste gecertificeerde zaadbanken besmet te zijn.
Nieuw onderzoek wijst uit dat
transgene pollen, die direct bij de plant op de grond terechtkomen of eerst
door de wind worden verspreid, een belangrijke bron van transgene besmetting
zijn. Dat besmetting onvermijdelijk is, wordt algemeen bevestigd; er kan dus
geen sprake zijn van coëxistentie tussen transgene en niet-transgene gewassen.
4. Genetisch gemodificeerd, GM voedsel niet veilig
In tegenstelling tot wat veel
voorstanders beweten, is de veiligheid van GGO gewassen niet bewezen. De
regulering van GGO's heeft van het begin af aan slecht gefunctioneerd. Het was
gebaseerd op een benadering die lijnrecht stond tegenover het voorzorgsbeginsel,
met de nadruk op het snel toelaten van een product, ten koste van
veiligheidsoverwegingen. Het principe van '[substantial equivalence]'
(wezenlijke gelijkheid) waarop de risico-analyses zijn gebaseerd, is
opzettelijk vaag en slecht gedefinieerd, en geeft bedrijven een vrijbrief om te
beweren dat transgene gewassen 'substantial equivalent' zijn aan niet-transgene
gewassen, en dus
'veilig'.
5. Ernstige zorgen over de veiligheid van GM voedsel
Er zijn maar weinig betrouwbare
studies verricht naar de voedselveiligheid van GM voedsel. Toch geven de
beperkte resultaten al reden voor bezorgdheid. In de tot dusverre enige
systematische studie naar GM voedsel worden groeifactor-achtige verschijnselen
gevonden in de maag en dunne darm van jonge ratten, die niet geheel
toegeschreven konden worden aan het transgene product (de stof die ze expres
wilden laten maken - vertaler), en daarom toegeschreven worden aan het proces
van modificatie, of van het genconstruct als geheel. Dat zou betekenen dat dit
effect bij alle GM voedsel op kan treden. Er zijn ten minste twee andere, meer
beperkte, onderzoeken gedaan die ook ernstige vragen oproepen over de
veiligheid.
6. Gevaarlijke producten van genen worden ingebouwd in gewassen
Bt proteinen, ingebouwd in 25% van
alle transgene gewassen, blijken schadelijk te zijn voor een scala aan
onschuldige insecten. Sommige ervan zijn ook sterk immunogeen en allergeen. Een
team van wetenschappers waarschuwt tegen het gebruik van Bt gewassen voor
menselijke consumptie.
Voedselgewassen worden in
toenemende mate gebruikt om medicijnen en stoffen te produceren, waaronder A.:
cytokinen waarvan bekend is dat ze het immuunsysteem onderdrukken, ziekten
induceren en toxisch zijn voor het centraal zenuwstelsel; B.: interferon alpha
dat dementie veroorzaakt, neurotoxisch is en invloed heeft op humeur en
cognitieve prestaties; C.: vaccins; en D.: virale sequenties zoals het 'spike'
eiwitgen van het varkenscoronavirus, uit dezelfde familie als het SARS virus
dat in verband wordt gebracht met de huidige epidemie. Het glycoproteine gen
gp120 van het AIDS virus HIV-1, ingebouwd in GGO maïs als een 'goedkoop,
eetbaar oraal vaccin' dient als weer een andere biologische tijdbom, omdat het
kan ingrijpen op het immuunsysteem en kan recombineren met virussen en
bacteriën waardoor nieuwe en onvoorspelbare pathogenen kunnen ontstaan.
7. Terminatorgewassen verspreiden mannelijke steriliteit bij planten
Gewassen waarin 'zelfmoord'genen
zitten die mannelijke steriliteit veroorzaken, zijn gepromoot als een middel om
de verspreiding van transgenen te voorkomen. In werkelijkheid verspreiden de
hybride gewassen, die aan de boeren verkocht worden, deze steriliteit, evenals
de resistentie tegen bestrijdingsmiddelen, via de pollen.
8. Breed-spectrum bestrijdingsmiddelen zeer giftig voor mensen en
andere soorten
Glufosinaat ammonium en glyphosaat
worden gebruikt in combinatie met bestrijdingsmiddelen-tolerante transgene
gewassen. 75% van alle transgene gewassen bestaan uit dit type (beter bekend
als Roundup Ready - vertaler). Beide stoffen zijn systemisch en werken als gif
in op het metabolisme. Er werd een reeks aan schadelijke effecten van
voorspeld, die ook aangetoond zijn.
Glufosinaat-ammonium wordt in
verband gebracht met vergiftigingsverschijnselen van neurologische aard, in het
ademhalingssysteem, in het maagdarmkanaal en van het bloedsysteem, daarnaast
met aangeboren afwijkingen bij mensen en zoogdieren. Het is giftig voor
vlinders en een aantal nuttige insecten, voor larven van schelpen en oesters,
voor watervlooien en enkele zoetwatervissen, en in het bijzonder voor de
regenboogzalm. Het remt nuttige bodembacteriën en schimmels, met name de
stikstofbinders.
Glyphosaat is de meest voorkomende
oorzaak van klachten en vergiftigingen in het Verenigd Koninkrijk. Verstoringen
van veel lichaamsfuncties zijn gerapporteerd na blootstelling aan normale
gebruiksconcentraties.
Blootstelling aan glyphosaat
verdubbelt bijna het risico van late spontane abortus, en bij kinderen van
gebruikers van dit middel hebben een verhoogd aantal neuro-gedragsstoornissen.
Het vertraagt de ontwikkeling van het skelet van de foetus bij
laboratoriumratten. Het blokkeert de vorming van steroïden, en is genotoxisch
bij zoogdieren, vissen en kikkers. Blootstelling van regenwormen aan
concentraties zoals die in het veld voorkomen veroorzaakt tenminste 50 procent
mortaliteit en significante schade aan de ingewanden van de overlevende wormen.
Roundup verstoorde celdeling, wat in verband kan worden gebracht met kanker bij
mensen.
De bekende effecten van zowel
glufosinaat als glyphosaat zijn zo ernstig dat verder gebruik van deze
bestrijdingsmiddelen gestopt zou moeten worden.
9. Genetische modificatie leidt tot super-virussen
De zonder twijfel meest verraderlijke
gevaren van genetische modificatie zijn inherent aan het proces van
modificatie, dat zowel het werkingsgebied als de waarschijnlijkheid van
horizontale genoverdracht en recombinatie vergroot: de snelweg voor de vorming
van virussen en bacteriën die epidemieën veroorzaken. Dit werd in 2001 nog eens
onderstreept, doordat 'bij toeval' een dodelijk muizenvirus gevormd werd
tijdens een ogenschijnlijk onschuldig gentechnologisch experiment.
Nieuwere technieken, zoals DNA shuffling
geven genetici de mogelijkheid om in het laboratorium binnen een paar minuten
miljoenen recombinante virussen te creëren, die in de miljarden jaren van de
evolutie nooit bestaan hebben. Ziekteverwekkende virussen en bacteriën en hun
genetisch materiaal zijn de belangrijkste materialen en gereedschappen voor
gentechnologie, en even goed ook voor het opzettelijk maken van biologische
wapens.
10. Transgeen DNA uit voedsel opgenomen door bacteriën in de menselijke
darm
Er is experimenteel bewijs dat
transgeen DNA uit planten opgenomen is door bodembacteriën en door bacteriën in
de darmen van vrijwillige proefpersonen. Het markergen voor resistentie tegen
antibiotica kan van transgeen voedsel overgaan op pathogene bacteriën, waardoor
infecties erg moeilijk te behandelen worden.
11. Transgeen DNA en kanker
Het is bekend dat transgeen DNA de
vertering in de darm doorstaat en terecht kan komen in het genoom van
zoogdiercellen, waardoor de mogelijkheid van het induceren van kanker een
mogelijkheid wordt.
Het kan niet worden uitgesloten dat
het voeren van GGO producten zoals maïs aan dieren risico's inhoudt, niet
alleen voor de dieren maar ook voor de mensen die de dierlijke producten eten.
12. CaMV 35S promotor verhoogt horizontale genoverdracht
Er zijn aanwijzingen dat transgene
genconstructen waarin de CaMV 35S promotor zit extra instabiel zijn en vatbaar
zijn voor horizontale genoverdracht en recombinatie, met alle risico's van
dien: genmutaties door het willekeurig inbrengen in het genoom, kanker,
reactivatie van "slapende" virussen en de ontwikkeling van
nieuwe virussen. Deze promotor is aanwezig in de meeste van de huidige
commercieel verbouwde gewassen.
13. Een geschiedenis vol misleiding en onderdrukken van
wetenschappelijk bewijs
Misleiding en het onderdrukken van
wetenschappelijk bewijs komt veel voor, met name op het gebied van horizontale
genoverdracht. Belangrijke experimenten zijn niet uitgevoerd, of werden slecht
uitgevoerd en dan op een misleidende manier gepresenteerd. Veel experimenten
hadden geen vervolg, waaronder onderzoek of de CaMV 35S promotor
verantwoordelijk is voor de 'groeifactor-identieke' effecten die gevonden zijn
bij jonge ratten die GGO aardappels te eten kregen.
Conclusie GGO gewassen zijn er niet in geslaagd de
beloofde voordelen te behalen, en vormen een groeiend probleem voor boeren.
Transgene besmetting wordt algemeen als onvermijdelijk gezien, waardoor coëxistentie
tussen transgene en niet-transgene gewassen niet mogelijk is. En het
belangrijkste: de veiligheid van GGO gewassen is niet aangetoond. Integendeel,
er is voldoende aanleiding om ernstig bezorgd te zijn over de veiligheid.
Zorgen die, als ze genegeerd worden, kunnen leiden tot onomkeerbare schade aan
de gezondheid en aan het milieu. GGO gewassen moeten nu met kracht afgewezen
worden.
Waarom duurzame landbouw?
1. Hogere productiviteit en oogst, met name in de Derde
Wereld
Zo'n 8.98 miljoen boeren
volgen duurzame landbouwmethoden op 28.92 miljoen hectare in Azië, Latijns
Amerika en Afrika. Betrouwbare data van 89 projecten toont een hogere
productiviteit en een hogere oogst: een oogsttoename van 50-100% voor niet- ,
en 5-10% voor wel geirrigeerde gewassen. Tot de grootste successen behoren
Burkina Faso, dat een graantekort van 644kg per jaar naar een jaarlijks
overschot van 153kg; Ethiopie, waar 12.500 huishoudens hun oogsten met 60%
zagen stijgen; en Honduras en Guatemala, waar 45.000 gezinnen de oogst zagen
oplopen van 400-600 kg/ha tot 2.000-2.500 kg/ha.
Lange termijn studies in
geindustrialiseerde landen toont dat de oogst voor biologische landbouw
vergelijkbaar is met conventionele landbouw, en soms hoger.
Duurzame landbouwmethoden neigen
ernaar de bodemerosie te verminderen, en de fysieke structuur en het waterbevattend
vermogen te verhogen, wat van cruciaal belang is om misoogsten door landurige
te voorkomen.
De bodemvruchtbaarheid wordt in stand
gehouden of verbeterd door verschillende duurzame landbouwmethoden. Onderzoeken
laten zien dat het organisch materiaal in de bodem en het stikstofgehalte hoger
zijn bij biologische dan bij conventionele velden.
De biologische activiteit is ook
hoger bij biologisch behandelde bodems. Er zijn meer wormen, arthropoden,
mycorrhizale en andere schimmels, en micro-organismen, wat allemaal ten goede
komt van de nutriëntenkringloop en het onderdrukken van ziekten.
Bij duurzame landbouw is het
gebruik van vervuilende chemicaliën minimaal tot nihil. Bovendien indiceert
onderzoek dat er uit biologische landbouwgronden minder stikstof en fosfor
uitspoelt naar het grondwater.
Op biologische landbouwgronden is
de waterinfiltratie beter. Daardoor is de bodem minder gevoelig voor erosie en
is het over de oppervlakte afspoelen van vervuilende stoffen in het
oppervlaktewater minder waarschijnlijk.
In de biologische landbouw is het
routinematig toepassen van chemische bestrijdingsmiddelen niet toegestaan. Geïntegreerd
plaagbeheer heeft het aantal keren dat bestrijdingsmiddelen gespoten werd
teruggebracht van 3,4 naar 1 keer per seizoen, in Sri Lanka van 2,9 naar 0,5
per seizoen, en in Indonesië van 2,9 naar 1,1 keer per seizoen.
Uit onderzoek bij de Californische
tomatenproductie blijkt dat het achterwege laten van synthetische insecticiden
niet leidde tot verlies van product.
Plaagbeheersing is bereikbaar
zonder synthetische bestrijdingsmiddelen, waarbij er meer opbrengst is, zoals
bijvoorbeeld bij het gebruik van 'vang'-gewassen die de maïsboorder aantrekken,
die een ernstige plaag vormt in Oostelijk Afrika. Andere voordelen van het
vermijden van pesticiden blijken als gebruik gemaakt kan worden van de complexe
interrelaties tussen de verschillende spelers in het ecosysteem.
Duurzame landbouw versterkt de
biodiversiteit in de landbouw, die van groot belang is voor de voedselzekerheid
en de rurale economie. Biologisch boeren kan ook een hogere biodiversiteit
geven, wat gunstig is voor soorten die in aantal teruggelopen waren.
Biodiverse systemen zijn
productiever dan monoculturen. Geintegreerde agrarische systemen in Cuba zijn
1,45 tot 2,82 keer zo productief dan monoculturen. Duizenden Chinese
rijstboeren hebben hun oogsten kunnen verdubbelen en hebben vernietigende
ziekten geëlimineerd, simpelweg door twee variëteiten door elkaar te gebruiken.
Biodiversiteit in de bodem wordt
door biologische landbouwmethoden verhoogd, wat gunstig uitwerkt voor zaken als
herstel van gedegradeerde bodems, de bodemstructuur en waterinfiltratie.
Onderzoek bij
appelproductiesystemen zet biologische systemen op de eerste plaats voor de
milieukundige en economische duurzaamheid, de geintegreerde systemen op de tweede
en conventionele methoden op de laatste plaats. Biologische appels waren
winstgevender door prijspremies, en investeringen en kosten werden sneller terugverdiend.
Een studie over heel Europa gaf aan
dat biologische landbouw op de meeste milieu-indicatoren beter presteert dan
conventionele landbouw. Een review door de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie
van de Verenigde Naties concludeerde dat goed beheerde biologische landbouw
leidt tot gunstige resultaten op alle schaalgroottes van het milieu.
Biologische landbouw gebruikt
energie veel efficiënter en heeft een veel lagere CO2-uitstoot dan
conventionele landbouw, zowel voor de directe energieconsumptie in brandstof en
olie als de indirecte consumptie door synthetische kunstmest en pesticiden.
Biologische landbouw herstelt de
organische stof in de bodem, waardoor de opslag van koolstof in de grond
verbetert, waardoor dus een belangrijke koolstof-sink hersteld wordt. Biologische systemen hebben
een significant betere absorptie en retentie van koolstof, wat de mogelijkheid
biedt om de impact van de klimaatsverandering te reduceren.
Biologische landbouw stoot
waarschijnlijk minder stikstofdioxide (NO2)uit, een ander belangrijk
broeikasgas en ook een oorzaak van de afname van ozon in de stratosfeer.
Elke teruggang in oogst in biologische
landbouw wordt meer dan goedgemaakt door verbeterde ecologie en efficiency.
Onderzoek heeft uitgewezen dat de biologische benadering commercieel
levensvatbaar kan zijn op de lange termijn, waarbij meer voedsel wordt
geproduceerd per energie-eenheid of per gebruikte hulpbronnen.
Uit gegevens blijkt dat kleinere
produktiebedrijven veel meer per oppervlakte-eenheid produceren dan de grote
bedrijven die karakteristiek zijn voor de conventionele landbouw. De oogst per
gewas per oppervlakte is dan wel lager, maar de totale productie per
oppervlakte kan veel hoger zijn omdat die wordt samengesteld uit meer dan een
dozijn gewassen en verscheidene dierlijke producten.
De productiekosten van biologische
landbouw zijn vaak lager dan die van conventionele landbouw, met gelijke of
hogere netto opbrengst, zelfs als je niet kijkt naar de prijspremie op
biologische producten. Als prijspremies worden meegerekend, zijn biologische
systemen vrijwel altijd winstgevender.
Een overzicht over duurzame
landbouwprojecten in ontwikkelingslanden toonde dat de gemiddelde
voedselproductie per huishouden toenam met 1,71 ton per jaar (een toename van
73%) bij 4,42 miljoen boeren op 3,58 miljoen hectare, waardoor er voedselzekerheid
kwam, en gezondheidsvoordelen voor de plaatselijke bevolking.
Toegenomen agrarische productie
blijkt ook de voedselvoorraden en de inkomens te doen toenemen, waardoor
armoede wordt verminderd, de beschikbaarheid van voedsel verhoogd wordt en
ondervoeding vermindert. De gezondheid en gezinsinkomens verbeterden.
Duurzame landbouwmethoden berusten
intensief op de traditionele en lokale kennis, en legt de nadruk op de ervaring
en vernieuwingsdrang van de boer. Dit leidt ertoe dat de efficiëntste,
goedkoopste lokaal beschikbare hulpbronnen worden gebruikt, dat de status en
autonomie van de boer verbetert, en dat de sociale en culturele relaties binnen
de lokale gemeenschap worden versterkt.
Gebruik van lokale middelen voor de
verkoop en distributie kan meer geld genereren voor de lokale economie. Voor
iedere pond die besteedt wordt aan een biologisch voedselabonnement bij
Cusgarne Organics (VK), wordt £2,59 gegenereerd voor de locale economie, maar
voor elke pond die bij de supermarkt wordt uitgegeven is dat slechts £1,40.
Biologisch voedsel is veiliger,
omdat routinematig toepassen van synthetische bestrijdingsmiddelen niet is
toegestaan, waardoor chemische residuen zelden worden gevonden.
Biologische productie verbiedt ook
het gebruik van kunstmatige toevoegingen aan het voedsel zoals bewerkte
(hydrogenated=gehydrolyseerd?) vetten, fosforzuur, aspartaam en monosodium
glutamaat, die in verband worden gebracht met gezondheidsproblemen uiteenlopend
van hartziekten, botontkalking en migraine tot hyperactiviteit
Uit studies blijkt dat biologisch
voedsel gemiddeld een hoger gehalte heeft aan vitamine C, mineralen en
plantaardige fenolen - bestanddelen die kanker en hartziekten bestrijden, net
als leeftijdsgerelateerd neurologisch functieuitval - en significant minder
nitraten, een giftige stof.
Duurzame landbouwmethoden zijn
aantoonbaar gunstig in alle aspecten die van belang zijn voor gezondheid en het
milieu. Bovendien brengen ze voedselzekerheid en sociaal en cultureel welzijn
naar lokale gemeenschappen over de hele wereld. Er is dringend behoefte aan een
effectieve wereldwijde verschuiving naar alle vormen van duurzame landbouw.
|