|
|
|
|
Waarom biologische landbouw tegen gentechnologie is |
Waarom de biologische landbouw tegen gentechnologie is:
Voor het eerst alle redenen op een rijtje
Sinds 1993 neemt de Biologische Landbouw stelling tegen het gebruik van
genetisch gemanipuleerde organismen (GGOs) in de landbouw. Henk Verhoog
(bioethicus) is op zoek gegaan naar de redenen achter deze stellingname.
Deze publicatie is het resultaat.
De auteur is van mening dat Biologische Landbouw meer is dan een
productiemethode, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van pesticiden en GGOs,
omdat die slecht zouden zijn voor de gezondheid van de mens en van het
milieu. De Biologische Landbouw wordt geïnspireerd door een ecologische
levensbeschouwing. Daarin is de mens een deel van de natuur en worden
planten en dieren als partners in het agro-ecosysteem beschouwd. Biologische
Landbouw maakt een principiële keuze voor een andere vorm van landbouw,
een landbouw die recht wil doen aan de integriteit van plant, dier, boer,
consument en landschap. Vervuiling met GGOs vormt daar een bedreiging voor.
Deze publicatie kost 10 Euro inclusief portokosten. Bij afname van 5 stuks
of meer zijn de kosten 5 Euro per stuk. U kunt de publicaties bestellen door
te bellen met 0343-523860 of een email naar info@louisbolk.nl.
Samenvatting
1. Genetische vervuiling is onontkoombaar, zeker als steeds meer
genetisch gemanipuleerde organismen (voortaan GGOs genoemd) gebruikt gaan
worden. Daardoor wordt geen recht gedaan aan de keuzevrijheid van boeren
en consumenten.
Je zou je kunnen voorstellen dat biologische landbouw (voortaan BL
genoemd) en landbouw die gebruik maakt van genetische gemanipuleerde
organismen (GGOs) naast elkaar kunnen bestaan, zonder dat ze last hebben van
elkaar. Dat kan, als je de voedselketens helemaal gescheiden zou kunnen houden,
maar dat lijkt in de praktijk niet realiseerbaar. Daardoor zal het in de toekomst
niet meer mogelijk zijn om voedsel te verbouwen of te eten dat volledig vrij
is van GGOs. Dat betekent dat boeren en consumenten gedwongen worden een
bepaald percentage GGOs te accepteren. Als je om principiële redenen tegen
GGOs in het voedsel bent is dat onaanvaardbaar. Je zou het kunnen vergelijken
met een vegetariër die een vegetarische maaltijd krijgt aangeboden met een
klein beetje vlees erin.
2. Gentechnologie wordt gezien als een technologie, die de afstand van de
consument en de boer tot voedselproductie alleen maar groter maakt
(vervreemding neemt toe).
Wat de gewone burger 'natuurlijk' noemt staat heel dicht bij de directe
beleving en zintuiglijke waarneming van de natuur om ons heen. Hoe meer het
voedsel bewerkt wordt, hoe onnatuurlijker het voor de consument wordt. Wat
in de natuurwetenschap onder 'natuur' wordt verstaan beweegt zich steeds
verder af van de directe beleving van mensen. Dit geldt zeker voor
wetenschappelijke verklaringen waarbij een beroep wordt gedaan op chemische
elementen, DNA, moleculen en atomen. Genetische manipulatie is 'onnatuurlijk'
in deze context. Wat voor de gewone burger geldt, geldt ook voor de ervaring
die de boer met de natuur heeft. Door toepassing van deze technologie wordt
de boer zelf bij fokkerij en veredeling uitgeschakeld. Zijn ervaringskennis
wordt als onbelangrijk terzijde geschoven.
3. De huidige sociaal-economische inbedding van gentechnologie sluit
niet aan bij de sociaal-ethische idealen van de biologische Landbouw.
Een van de idealen van de BL is, dat gestreefd moet worden naar een
directere relatie tussen de boer en de consument, zoals dat onder andere in
de regionale productie en bij verkoop van biologische producten op een
regionale markt tot uitdrukking komt. In de westerse wereld is de gentechnologie
en zaadproductie steeds meer in handen gekomen van multinationale bedrijven,
die wereldwijd opereren en daar produceren waar het goedkoop kan. De
supermarkten spelen hier vaak op in. Daardoor worden de boeren en de
consumenten steeds afhankelijker daarvan. Voor dit soort bedrijven zijn de
idealen van de BL niet belangrijk. BL is voor hen een economische niche,
waarmee verdiend kan worden.
4. Gentechnologie is een technologie, die globalisering in de hand
werkt. De vrees bestaat dat hierdoor de regionale diversiteit op het gebied
van voedselproductie steeds meer zal verdwijnen.
Deze reden sluit aan bij de voorgaande redenen. Hier gaat het echter
niet om de onafhankelijkheid van de boer en de betrokkenheid van de boer
bij het veredelen van planten en dieren, maar om de gevolgen hiervan voor
de agro-diversiteit (en vermoedelijk ook voor de biodiversiteit in het
algemeen). Dit proces is natuurlijk al heel lang aan de gang. Vroeger waren
er veel meer rassen die aan lokale omstandigheden waren aangepast. In enkele
derde wereld landen is dit nog steeds het geval. Door de globale invloed van
multinationale zaadbedrijven, en het zich richten op een beperkt aantal
gentechnologisch gemanipuleerde gewassen, zal deze tendens zich versneld
voortzetten. In de BL is men van mening dat hierdoor op den duur de
voedselvoorziening in derde wereldlanden in gevaar komt. Daarom gelooft
men niet dat gentechnologie een belangrijke bijdrage kan leveren aan het
wereld voedsel vraagstuk.
5. Gentechnologie is een voortzetting van de trend naar verdere
industrialisering van de Iandbouw. Dit is in strijd met de houding tegenover
de natuur, die aan de BL ten grondslag ligt
Met industrialisering wordt bedoeld dat men de levende natuur als een
soort fabriek ziet, waarmee je zo efficiënt mogelijk en zoveel mogelijk moet
proberen te produceren. Technologie speelt daarbij een belangrijke rol. In
de praktijk heeft dit ertoe geleid dat levende wezens steeds meer als
instrument worden gebruikt en gemanipuleerd, dat wil zeggen door de mens
worden beheerst. De zelfstandigheid en spontaneïteit van levende wezens
worden in de gangbare landbouw steeds meer op de proef gesteld. Gentechnologie
voert deze tendens nog verder door, en volgens de BL te ver door. In de BL
wil men juist een stevige band met de natuur. Het bedrijven van landbouw
is iets anders dan het maken van producten in een fabriek.
6. Gentechnologie past niet bij het holistisch wereldbeeld van de BL.
De stabiliteit van de ingebrachte genconstructen en de beheersbaarheid van
de technologie zijn niet te garanderen.
Bij de veredeling van planten en de fokkerij van dieren wil de BL van
het gehele organisme uitgaan in relatie met een bij dat organisme passende
omgeving. De BL heeft geen vertrouwen in directe ingrepen in het
erfelijkheidsmateriaal, omdat de gevolgen voor milieu en gezondheid van de
mens onvoorspelbaar zijn. Dit blijkt ook daaruit, dat het maken van GGOs
slechts lukt in een klein percentage van de gevallen. De BL gelooft dat er
andere en betere wegen zijn om genoeg, en gezond voedsel te produceren.
7. Genetisch gemanipuleerde organismen ontstaan door het inbrengen van
synthetische genconstructen. BL maakt gebruik van natuurlijke stoffen.
Respect voor de zelfstandigheid van de natuur betekent in de BL onder
andere dat men natuurlijke stoffen wil gebruiken, niet stoffen die teveel
bewerkt worden of geheel synthetisch worden gemaakt. De genconstructen die in
GGOs zitten zijn in het laboratorium geconstrueerd. De veel gemaakte
vergelijking met traditionele veredelingstechnieken, alsof er niets nieuws
aan de hand is bij het maken van GGOs, is onjuist. Het gentechnologische
knip- en plakwerk komt in de natuur niet voor, het kan alleen in een kunstmatige
omgeving plaatsvinden (in vitro, dus niet in vivo, niet in het levende).
Daarom wordt ook over manipulatie gesproken, en niet het versluierende woord
'modificatie' gebruikt. In de natuurlijke evolutie en in de traditionele
veredeling en fokkerij verandert het erfelijkheidsmateriaal ook (modificatie),
maar de weg is een totaal andere.
8. Bij gentechnologie gaat het niet om stimulering van de zelfregulatie
van plant of dier. Veredeling middels gentechnologie wordt ervaren als
afdwingen' (in plaats van 'ontlokken').
Een aansprekend voorbeeld is de fokkerij van grotere landbouwhuisdieren.
Stap voor stap (selectie, kunstmatige inseminatie, in vitro fertilisatie,
embryo transplantatie, genen manipulatie en kloneren) wordt de voortplanting
aan het dier 'onteigend. Van de zelfstandige voortplantingsfunctie, de
zelfregulatie door het dier, is niets meer overgebleven. In de BL heeft men
al bedenkingen bij eerdere stappen, zoals kunstmatige inseminatie en in vitro
fertilisatie. Het afdwingen begint vaak al met de manier waarop het genconstruct
in de plant of het dier wordt ingebracht (met een injectienaald bij dieren,
of door het bombarderen van plantencellen met DNA).
9. Bij gentechnologie worden natuurlijke voortplantingsgrenzen doorbroken,
wat niet getuigt van respect voor de eigenwaarde en eigen aard van planten
en dieren. Het wordt beleefd als een aantasting van de integriteit van
plant en dier.
Levende wezens hebben in de BL een meerwaarde, boven het nut dat ze voor
mensen kunnen hebben. Ze mogen niet tot louter instrument gedegradeerd worden.
Ze hebben een eigenwaarde, die grenzen oplegt aan het menselijke ingrijpen
in de natuur. De mens moet een morele afweging maken om vast te stellen
waar die grens ligt. Voor de BL heeft die eigenwaarde ook te maken met de
soortspecifieke eigenschappen (aard) van levende wezens. Met het maken van
GGOs worden de natuurlijke grenzen van de voortplanting doorbroken; het DNA
wordt uitwisselbaar door alle natuurrijken heen. De BL is hiertegen, geheel
onafhankelijk van de mogelijke risico's van de technologie. Men kan het
ook een aantasting van de integriteit van een plant of dier noemen. Met het
woord 'integriteit' wordt de morele component benadrukt van het geheel-zijn.
Integriteit duidt op heelheid, ongeschondenheid, harmonie tussen de delen
en het geheel. Alleen al door het grote aantal mislukkingen op de weg naar
het maken van een GGO kan gesproken warden van een aantasting van de
integriteit van de levende wezens.
|
|
|
|