|
Gemengde grasteelt interessanter dan huidige biobrandstoffen |
Biobrandstoffen zoals biodiesel en bio-ethanol zijn milieuvriendelijker
dan fossiele brandstoffen, maar ze zijn nog altijd 'koolstof-positief'.
Een mogelijk interessantere oplossing om het broeikaseffect tegen te
gaan, is de teelt van grassen gemengd met wilde kruiden. Dat leidt
immers tot een netto koolstofdioxide-opname in plaats van een uitstoot.
Dat suggereert althans een studie onder leiding van David Tilman van de
Universiteit van Minnesota die in Science is verschenen.
Tilman
en zijn collega's baseren hun besluiten op tien jaar onderzoek op
gedegradeerde en verlaten stikstofarme grond. Een soortenrijk mengsel van inheemse grassen en bloeiende kruiden, waaronder vlinderbloemigen,
zou ruim de helft meer bruikbare energie per hectare opleveren dan
ethanol uit maïsgraan of biodiesel uit sojaolie, beweert Tilman. Hoe
meer plantensoorten in het grasland, hoe hoger de hoeveelheid
bio-energie die wordt opgebouwd.
In zijn vergelijking gaat
Tilman ervan uit dat de bovengrondse delen van de grassen en kruiden
geoogst worden en dan omgezet in bruikbare energie door een chemisch
vergassingsproces (verhitting), wat benzine, synthetische diesel en
elektriciteit oplevert. Als de kruiden en grassen in kolencentrales
verbrand worden, of in bio-ethanol worden omgezet, leveren ze een
gelijkaardige netto energiewinst op als ethanol uit maïs of biodiesel
uit soja. Wellicht valt uit maïs of soja ook meer energie te winnen als
de volledige planten, stengels en bladeren inbegrepen, vergast worden.
"Die
vergassing is technisch mogelijk, maar ze wordt nog niet op industriële
schaal toegepast", zegt Wim Soetaert, expert industriële biotechnologie
van de Universiteit Gent. "Tilman vergelijkt dus een theoretische
situatie bij grassen met de reële situatie bij maïs en soja. Maar ik
geloof wel dat die vergassing over een vijftal jaar industrieel zal
doorbreken. Er is veel interesse voor".
De graslandteelt heeft
naast de gunstige energiebalans bijkomende voordelen. De hergroeiende
planten bouwen over de jaren heen een aanzienlijk wortelstelsel op,
waardoor veel biomassa, en dus ook koolstof, ondergronds wordt
vastgelegd. De planten hebben bovendien nauwelijks landbouwbewerkingen
nodig, zodat de teelt ook weinig koolstofdioxide-uitstoot veroorzaakt.
Dat verklaart waarom ze een betere remedie zijn tegen het
broeikaseffect dan de intensieve monoculturen van maïs of soja, die
ieder jaar volledig verwijderd en weer gezaaid moeten worden, en die
veel minder wortels opbouwen.
"Ook in Europa geldt dat de
soortenrijkste begroeiing het meest biomassa oplevert, omdat dan het
beschikbare licht, water en de voedingsstoffen het best benut worden",
merkt Dirk Reheul van de Universiteit Gent op. Maar of in Europa veel
verlaten en onvruchtbare gronden op een dergelijke teelt liggen te
wachten is nog de vraag. "De arme zandgronden in België zijn de jongste
decennia overal flink aangerijkt met drijfmest. Misschien is het iets
voor de zandgronden in Polen of Oekraïne, waar een spontane
prairievegetatie was. Maar de bodems zijn er wel vruchtbaar, terwijl
Tilman spreekt van gedegradeerd land".
"In Duitsland kiest men
voluit voor een andere optie", zegt Soetaert. "Er wordt steeds meer
biogas geproduceerd door maïs te vergisten in bioreactoren. Dat kan met
maïssoorten die hoger worden en weinig korrels maken. Het loopt
onvoorstelbaar goed in Duitsland, vorig jaar is er een capaciteit
bijgebouwd van de grootteorde van een kerncentrale. Het beleid moedigt
het ook actief aan. In België is dat helaas niet het geval, waardoor de
omstandigheden niet gunstig zijn om erin te investeren".(KS)
Bron: De Standaard (overgenomen uit Vilt)
|